zaterdag 29 augustus 2009

REKRUTERING VAN EEN METAFOOR

Vorige week schreef ik hoe de "dissidente" Oost-Duitse dichter Sascha Anderson in 1985 een literaire solidariteitsverklaring voor een Nederlandse totaalweigeraar in de Amsterdamse Bijlmerbajes schreef. Zes jaar jaar later bleek dat hij tientallen jaren voor de Stasi had gewerkt. Hieronder volgt de licht aangepaste Nederlandse vertaling van 25 jaar geleden. Het is even taai, maar wel interessant in het licht van het Koude Oorlogsdenken:

REKRUTERING VAN EEN METAFOOR

onder de titel DE OORLOG VAN GISTEREN IS HET DRAMA VAN VANDAAG heb ik voor het westberlijnse stadstijdschrift zitty een langer artikel over acht mei geschreven. een datum, die vooral in westduitsland-1985 een conflict aanduidt, dat door het geklets van de partijen ommuurd is. zoals elke andere, een datum in de dossierkasten van de gedenkdagpolitici.

dan hoor ik plotseling over pieter van reenen, waarschijnlijk geen uniek geval, maar tenminste een echt mens, en het treft me meer dan het gejammer van de officiële organen over een raket meer of minder in het andere kamp. maar het andere schijnt een vacuüm in de eigen buik te zijn. houden we ons misschien aan het andere vast, alleen om niet te imploderen. rust en orde in de militaire opstelling, justitia in dienst van politiekfysieke reacties.

ik leef in de ddr, en ik zou in nederland niemand met mijn conflicten belasten, als niet pieter van reenen, de kwestie pieter van reenen, een component van mijn problematiek zou zijn. ik zelf ben nog nooit in nederland geweest, en wat ik over dit land weet, heb ik uit de cultuur. bijvoorbeeld het poetry international festival in rotterdam, met zijn fantastische functie, te vertalen, de poëzie van een vreemde taal in de poëzie van een andere taal, van vele andere. dit festival is voor mij een metafoor geworden voor nederland. Misschien dat de wens meer de vader van de gedachte was, maar ik heb deze metafoor tot nu toe steeds op het beeld van de hele maatschappij overgedragen. holland is voor mij een creatieve “tussen”ruimte, een leefbare differentie.

nu dus, op deze plaats, hoor ik over pieter van reenen, en het wordt me duidelijk hoe zich deze differentie, die ik liever dan elk duitsland op het ogenblik, heimat wilde noemen, in de patstelling van de vervlechtingen in een niemandsland verandert, omdat het gewoonweg niet in staat lijkt, zich buiten het familiegraf der systemen te houden. en zo wordt de kwestie pieter van reenen tot katalysator voor het selectieve ageren van duitse rechters, die de utopie van een “nagekomen” generatie smoren in de van macht gemaakte vergulden cellen van haar paranoïa. en daar wordt de kwestie pieter van reenen de zwarte metafoor voor het zelfbesef van een natie, dat in het systeemdenken haar identiteit verliest. een direct gevolg van het bekend worden van de kwestie pieter van reenen in de ddr zou zijn, dat de autoriteiten tegen hen die hier weigeren zeggen: zolang het westen zijn weigeraars opsluit, moeten wij het ook doen.

ik echter vat juist nu elke weigering op als, zoals ik zei, productieve tussenruimte. in deze zin vertaalt pieter van reenen met zijn beslissing de militaire dienst te weigeren, hollands zelfbewustzijn, en de justitie bewijst slechts haar functioneren als rader in het mechanisme van het duits-duitse volkstuintje.

s. anderson 9.4.85

donderdag 27 augustus 2009

De laatste tyfoon: de kwestie-Graa Boomsma

Eind mei 1994 diende voor de rechtbank in Groningen de zaak-Boomsma. De schrijver Graa Boomsma had in maart 1992 in het Nieuwsblad van het Noorden een vergelijking getrokken tussen de daden van de Nederlandse soldaten in Indonesië tussen 1945 en 1950 en de SS-praktijken uit de Tweede Wereldoorlog. Citaat:

"Kort na de oorlog schreven de communisten: 'Maak van onze jongens geen SS'ers'. Ik denk dat dat weerspiegelt wat er aan de hand was. Ze waren geen SS'ers, nee, ook al konden ze door de dingen die ze deden er wel degelijk mee vergeleken worden. Maar ze werden ertoe gedreven. Schoten ze niet, dan liepen ze de kans door een meerdere te worden neergeschoten. 'Befehl ist Befehl', de ondergeschiktheid is de ziel van de militaire dienst."

Oud-Indiëstrijder Lodewijk Buma voelde zich door deze passage in zijn eer en goede naam aangetast. Reden voor hem om Boomsma en de interviewende journalist wegens smaad aan te klagen. Hij werd uiteindelijk vrijgesproken, omdat de rechter in Boomsma’s uitlatingen geen belediging van bepaalde, concrete personen kon zien. Bovendien stonden de omstreden opmerkingen volgens de rechter niet op zichzelf, maar vervulden ze een functie in de context van het kranteninterview en Boomsma’s roman De laatste tyfoon. Aldus de rechter.

De begin 1992 verschenen roman De laatste tyfoon ging over de zoektocht van een zoon naar het Indische oorlogsverleden van zijn vader. Het verhaal was gebaseerd op autobiografische gegevens van de schrijver, want Boomsma's vader was één van de 120.000 in de jaren 1945-1949 naar de Oost verscheepte Nederlandse soldaten. Na dit basisgegeven moest de schrijver al snel op de fictie overstappen, want zoals zoveel oud-Indiëstrijders had ook Boomsma senior thuis weinig over zijn Indië-ervaringen losgelaten. Boomsma wilde met zijn pen “een gaatje wrikken in de muur van het verleden”.

De ik-persoon, de zoon, presenteert zich in het verhaal als historisch onderzoeker in archieven en op locatie in Indonesië. De roman beschrijft het verloop van de bittere strijd, die door de Nederlanders nogal verhullend “politionele acties” werd genoemd en door de Indonesiërs “onafhankelijkheidsoorlog”. Boomsma beschreef helder dat in die situatie door beide partijen gruweldaden zijn gepleegd. Net als in het interview in het Nieuwsblad wordt ook in de roman regelmatig naar de Tweede Wereldoorlog verwezen. De verloofde van de vader in de roman herkende bij een voorlichtingsbijeenkomst in een Nederlandse kolonel een Duitse soldaat met de twee bliksemschichten op de helm. Haar verloofde had in de Tweede Wereldoorlog een illegaal blaadje rondgebracht, de 'Typhoon' , en was daardoor in het concentratiekamp Amersfoort terechtgekomen. Kortom: de ene oorlog was afgelopen, de volgende kon beginnen. Van het Europese strijdtoneel ging het naar de Oost.

Erik de Graaf

maandag 24 augustus 2009

Union Berlin schrapt besmette Stasi-subsidie

Union Berlin gaat na drie wedstrijden fier op kop in de Zweite Bundesliga. De promovendus uit de derde divisie won driemaal soeverein: 9 punten, vijf doelpunten voor, nul tegen.

Vandaag meldt de club op haar website dat het bestuur heeft besloten de samenwerking met hoofdsponsor International Sport Promotion (ISP) te beëindigen. Als reden wordt genoemd dat het bedrijf in de onderhandelingen met de club niet eerlijk is geweest. Gisteren maakte Spiegel Online bekend dat de chef van ISP in DDR-tijden een hoge Stasi-chef was.

En dat kan Union Berlin zich onmogelijk permitteren. De in 1906 in Oost-Berlijn opgerichte arbeidersclub was weliswaar geen verzetsclub in de DDR, maar had wel opvallend veel regimekritische leden en fans. Dat kwam vooral doordat Union de grote Oost-Berlijnse rivaal van de gehate Stasi-club Dynamo Berlin was, die jarenlang door interventies van minister Erich Mielke van Staatsveiligheid landskampioen werd.

Union is een volksclub gebleven. Toen de club tien jaar geleden bijna bankroet was werd hij door zijn fans gered. Nina Hagen droeg haar steentje bij door bij thuiswedstrijden het clublied Eisern Union te zingen:

Wir aus dem Osten geh`n immer nach vorn
Schulter an Schulter für Eisern Union
Hart sind die Zeiten und hart ist das Team
Darum siegen wir mit Eisern Union

En:
Wer lässt sich nicht vom Westen kaufen?
Eisern Union, Eisern Union

Daarbij past geen Stasi-sponsorgeld. Het scheelt de club tot 2014 zo’n 10 miljoen euro.

Erik de Graaf

zaterdag 22 augustus 2009

Gratie van Duitse oorlogsmisdadigers in Nederland

Een land toont zijn humaniteit als het zijn meest gehate gevangenen om gezondheidsredenen vrijlaat (als het tenminste niet om oliebelangen gaat). Het is dan wel wrang als de vrijlating in eigen land als juridische of politieke overwinning wordt gevierd, zoals gisteren bij de terugkeer van de Lockerbie-Libiër gebeurde.

Op 9 juni 1966 werd Nederland opgeschrikt door het bericht dat de Duitse oorlogsmisdadiger Willy Lages, in de Tweede Wereldoorlog de chef van de Sicherheitsdienst in Amsterdam, vanwege zijn slechte gezondheidstoestand naar West-Duitsland was overgebracht. Lages was als SD-chef onder andere verantwoordelijk geweest voor de arrestatie van de verzetsstrijder Johannes Post, de moord op de schrijver A.M. de Jong en de executie van Hannie Schaft. Zijn doodsvonnis werd in 1951 omgezet in levenslang. Hij was één van de “Vier van Breda” in de Bredase koepelgevangenis.

Lages werd vrijgelaten omdat hij ernstig ziek was en spoedig zou sterven. Zijn gratieverzoek werd door de katholieke en protestantse aalmoezeniers in de koepelgevangenis ondersteund, omdat Lages, volgens hun brief aan de grootste Tweede Kamerfracties, “serieus (zou) hebben getracht zijn straf als boete te dragen”. Daarvan had het Nederlandse Auschwitz Comité nooit iets gemerkt. Na heftige protesten uit de samenleving was minister van Justitie Ivo Samkalden gedwongen in de Tweede Kamer te verklaren dat het om een “tijdelijke strafonderbreking” ging van ten hoogste drie maanden, maar iedereen wist dat Lages nooit meer in de koepelgevangenis terug zou komen. Als hij zijn ziekte al overleefde zou West-Duitsland hem nooit meer uitleveren. De “Vier van Breda” waren voortaan de “Drie van Breda”.

En Willy Lages overleefde inderdaad nog een tijdje. Na twee operaties leefde hij nog een aantal jaren in vrijheid om pas vijf jaar na zijn vrijlating op 69-jarige leeftijd te overlijden. In Nederland werd dat als wrang ervaren. Een oorlogsmisdadiger was aan zijn gerechte straf ontkomen. Dat mocht niet nog eens gebeuren. De kwestie-Lages kreeg zijn weerslag op de latere moeizame discussies over de vrijlating van de overgebleven “Drie van Breda”. In 1972 struikelde minister van Justitie Dries van Agt bijna over zijn plannen tot vrijlating, in 1979 kreeg de doodzieke Joseph Kotälla geen gratie. Hij stierf in gevangenschap. En toen waren er nog maar “Twee van Breda”, die pas in januari 1989, na ruim 43 jaar gevangenisstraf, terug naar West-Duitsland mochten. Ze stierven nog datzelfde jaar.

Erik de Graaf

donderdag 20 augustus 2009

Volksverhuizing

Duizenden Oost-Duitsers namen twintig jaar geleden via de West-Duitse ambassades in Tsjechoslowakije en Hongarije de benen naar het westen. De val van de Berlijnse Muur en de ineenstorting van de DDR werden onafwendbaar. Drie maanden later was het zover. In de tuin van de ambassade van de Bondsrepubliek staat de “Republikflucht” per Trabant vereeuwigd.

Erik de Graaf

woensdag 19 augustus 2009

Sascha Anderson: Stasi-dichter in Oost en West

Voor het hoger beroep op 8 mei 1985 van totaalweigeraar Pieter van Reenen voor het Hoger Militair Gerechtshof in Den Haag regelde ik solidariteitsverklaringen van Oost-Duitse dissidenten en dienstweigeraars, die hun steun aan een West-Europese dienstweigeraar verbonden aan een even kritische houding ten opzichte van het militarisme in Oost-Europa. We wilden laten zien dat we niet door het Kremlin gestuurd werden, zoals de critici van de vredesbeweging vaak beweerden, en dat we het Oost-Europese communisme niet als alternatief zagen.

Meest interessant was een speciaal voor Pieter geschreven literaire tekst van de bekende Oost-Duitse dichter Sascha Anderson, die eigenlijk op de rechtszitting voorgelezen zou worden. Helaas vond de militaire rechter de tekst niet ter zake doen. Dat was misschien anders geweest als hij had geweten wat ruim zes jaar later, na de opening van de Stasi-archieven, bekend werd. Sascha Anderson, de gevierde oppositionele dichter, had tientallen jaren geheime berichten over de politieke en culturele underground aan de geheime dienst, de Stasi, geleverd.

In februari 1985 was ik met een Oost-Duitse vriend op bezoek bij Anderson gegaan. Al snel was hij bereid een stuk voor de Nederlandse militaire rechtbank te schrijven. In april 1985, ruim op tijd voor het proces in Den Haag, werd het stuk bij me bezorgd. In 1986 verhuisde Anderson van de DDR naar West-Berlijn. Moe van alle gedoe en creatieve onderdrukking, zo heette het en iedereen kon het zich voorstellen. We ontmoetten elkaar nog wel eens in West-Berlijn, hij nodigde me in 1987 uit voor de opening van een expositie in galerie Suspect in het Amsterdamse kraakpand Tetterode en we zakten later dat jaar door in een café in de Groningse Kromme Elleboog. Wat me van dat Groningse cafébezoek altijd voor de geest is blijven staan is dat hij na enige drankconsumptie bij hoog en bij laag volhield dat hij nog wel eens naar Oost-Berlijn ging om zijn dochter te bezoeken. “Hij is gek”, dacht ik toen, “of bezopen”. Geen enkele uitgereisde dissdent kon voor bezoek terug naar Oost-Berlijn, zelfs niet voor de begrafenis van een moeder.

Toen in 1991 werd bewezen dat Sascha Anderson tientallen jaren voor de Stasi had geschreven was dat een schok voor vrijwel iedereen. Zeker toen bleek dat hij na 1986 gewoon was doorgegaan met het bespioneren van uitgewezen Oost-Duitse dissidenten en kunstenaars in West-Berlijn. Hij was gewoon een belangrijke Stasi-spion gebleven. Misschien had hij in ruil voor zijn diensten voor elkaar gekregen dat hij van tijd tot tijd zijn dochter in Oost-Berlijn mocht bezoeken. Ik heb er nooit meer iets over gehoord, maar het zal me niets verbazen.

Erik de Graaf

PS: inmiddels is de Nederlandse vertaling van Andersons stuk op mijn blog gepubliceerd.

dinsdag 18 augustus 2009

Zo vader, zo zoon

Anderhalve week geleden overleed NRCV-presentator Gerard van den Berg op 76-jarige leeftijd. “Hij had mijn vader kunnen zijn”, dacht ik als ik hem wel eens bij Zo vader, zo zoon zag. Begin jaren vijftig had hij een oogje op mijn moeder.

Ze waren ergens in het begin van de jaren vijftig elkaars tegenspelers in een toneelstuk van de Christelijke Jonge Mannen Vereniging (CJMV) in Vlaardingen. “Waarvoor leven wij?”, heette het stuk. Gerard zag wel wat in mijn moeder, maar die zag hem op haar beurt niet helemaal zitten. Gelukkig voor haar viel Gerard na drie of vier repetities uit, omdat hij in Utrecht “voor dominee ging leren”.

Door Gerards vertrek kreeg mijn moeder een andere tegenspeler. “Nou, daar schiet ik niet veel mee op”, zei mijn moeder tegen de regisseur toen ze hoorde wie de vervanger werd. Maar die Kees de Graaf bleek toch wel mee te vallen. In ieder geval zijn ze nog steeds bij elkaar.

Erik de Graaf

zaterdag 15 augustus 2009

Robbert van Zanten is jarig

Gek, dat vergeet ik nooit. Robbert van Zanten is vandaag jarig. In de vijfde van de lagere school verhuisde hij van Vlaardingen naar Woensel bij Eindhoven (tegenwoordig ín Eindhoven). In 1968 stond dat gelijk aan emigratie. Brabant, hé. Ver zeg. Belachelijk achteraf. Honderd kilometers waren het hooguit, maar groter was misschien de culturele, lees: religieuze kloof. Veel katholieken en dat waren we boven de rivieren niet gewend.

Robberts vader werd overgeplaatst van Rotterdam naar Eindhoven. Hij werkte bij het modepaleis Gerzon, volgens mij als etaleur. Het ging bergafwaarts met Gerzon. Ik meen me te herinneren dat de Rotterdamse vestiging werd gesloten. In Eindhoven hebben ze het daarna ook niet meer lang volgehouden. Halverwege de jaren zeventig hield de hele modeketen op te bestaan. Robberts vader moest iets anders gaan doen.

Hoe het mijn “beste vriend” van de lagere school verder is vergaan weet ik niet. In de vijfde klas mocht ik van meneer Koelewijn nog wel eens een brief uit Eindhoven voorlezen. Hij moest wel wennen op zijn nieuwe school en hij voetbalde bij de Woenselse Boys. Maar het leven ging verder, daar en bij ons, en de berichten uit het verre zuiden droogden snel op. Toch heb ik als data-fetisjist jarenlang nog even stilgestaan bij Robberts verjaardag. En nog steeds is de 15e augustus niet weg uit mijn systeem. Vandaag wordt hij 52. Tenminste, dat denk ik. Gefeliciteerd!

Erik de Graaf

Zie de wereld! Pak aan in Indië! Neem dienst!

Na de euforie van de bevrijding van Nederland in mei 1945 werd de blik al snel op Nederlands-Indië gericht, het laatste bezette stukje koninkrijk. Al vanaf de bevrijding van het zuiden in september 1944, maar vooral na mei 1945 deed de Nederlandse regering een dringend beroep op de jongeren zich te melden als oorlogsvrijwilliger om Nederlands-Indië van de Japanse bezetters te bevrijden.

Zie de wereld. Pak aan in Indië. Neem dienst' was de leuze op de aanplakbiljetten die door het hele land worden verspreid. Dat hielp, het enthousiasme was enorm: half juni 1945 hadden zich zo'n 120.000 vrijwilligers voor de Oost gemeld. Voordat zij konden worden opgeleid en uitgezonden capituleerde Japan op 15 augustus 1945. En twee dagen later volgde de onafhankelijkheidsverklaring van Soekarno en Hatta.

In Nederlandse ogen was Indonesië daarmee nog geen onafhankelijke staat, hoewel al wel het besef was gegroeid dat de kolonie een eigen positie in een soort Nederlandse gemenebest moest krijgen. Eerst moest echter orde op zaken worden gesteld in Indië, meende men. Eerst moest Indië worden bevrijd van de nationalisten, die door de meerderheid van de Nederlanders werden gezien als communisten en als collaborateurs met de Japanners. Daarvoor werd het KNIL (het Koninklijk Nederlands Indische Leger) zo snel mogelijk in ere hersteld en werd toch een beroep gedaan op de eerder geworven oorlogsvrijwilligers. De eerste bataljons vertrokken in oktober 1945.

De meeste oorlogsvrijwilligers hadden echter na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 geen enkele behoefte meer aan uitzending. Voor hen zat de Tweede Wereldoorlog er nu definitief op. Hun missie was overbodig geworden, vonden ze. Voor de Nederlandse regering lag dat anders: geschrokken van de onafhankelijkheidsverklaring van de Republik Indonesia wilde ze er zo snel mogelijk militairen heen sturen om de orde te herstellen. Van een geregeld Nederlandse leger was zo kort na de oorlog nog geen sprake, zodat de ovw'ers gestuurd werden. Vanaf oktober 1945 werden er 20.000 daadwerkelijk naar Indië verscheept. Die andere 100.000 bleven thuis. Voor de meesten had dat vermoedelijk geen consequenties, omdat ze in die eerste chaotische naoorlogse maanden nog geen con­tracten hadden getekend. Diegenen die dat al wel hadden gedaan kwamen voor de keuze 'gaan of weigeren' te staan.

Zo werd de legerleiding al in het najaar van 1945 met het verschijnsel desertie geconfron­teerd, zij het mondjes maat. Het ging nog om kleine aantallen. Hun gepleegde delict heette al wel desertie in tijd van oorlog, hoewel het verder officieel geen oorlog mocht heten. De marechaussee spoorde de deserteurs op en bracht hen naar een strafkamp in Muiderberg.

Erik de Graaf

donderdag 13 augustus 2009

De Muur van Berlijn tot Groningen

“De Muur kostte 136 Berlijners het leven”, las ik gisteren in NRC Handelsblad. De historicus Hans-Hermann Hertle van het Instituut voor Contemporaine Geschiedenis in Potsdam heeft dat nauwkeurig nagerekend. Onder die 136 vallen ook 8 Oost-Duitse grenssoldaten. Overigens kwamen vóór de bouw van de Muur op 13 augustus 1961 ook al 101 vluchtelingen van Oost- naar West-Berlijn om het leven.

Vandaag werd in Berlijn voor het eerst een straat naar een bij de Muur doodgeschoten vluchteling genoemd. De Lutz-Schmidt-Straβe in Treptow-Köpenick werd genoemd naar de 24-jarige jongeman, die op 12 februari 1987 zijn vlucht van oost naar west met de dood moest bekopen. Als je nu weer foto’s bekijkt van het bouwwerk dat 28 jaar lang een stad doorsneed kun je je nauwelijks voorstellen dat er ook mensen wel in slaagden de overkant te bereiken. Zo onmenselijk als de Muur er uitzag, zo was ze ook in haar uitwerking.
In Groningen is in de jaren tachtig een paar keer geprobeerd de inwoners een idee van de gevolgen van zo’n Muur door je eigen stad te geven. Stel je voor dat ze op de Grote Markt zou staan en je niet meer je familie of je vrienden aan de andere kant kan bezoeken. De Vredeswinkel maakte (nog geheel zonder fotoshop) een beeld van die situatie. De Werkgroep Antimilitarisme Overal zette in 1986 een Muur in de Herenstraat (zie ook vorig jaar). Compleet met Russen en Amerikanen. De Amerikaan met het witte overhemd, de zwarte stropdas en de stars-and-stripes in zijn gezicht is overigens geen echte. Dat was Pieter Hilhorst, tegenwoordig columnist en publicist.

Erik de Graaf

dinsdag 11 augustus 2009

Meer te bieden

Luuk van Middelaar schreef in de NRC van gisteren over het lichaam in dienst van de politiek. Aanleiding waren de nieuwe pin ups van de Russische premier Poetin (zie ook: Rusland - veraf en dichtbij). In Berlijn doet men er nog een schepje bovenop.

Eind september zijn er parlementsverkiezingen in Duitsland. De campagnes komen op gang. In Duitsland wordt het parlement niet alleen volgens landelijke kieslijst samengesteld, maar kan ook per kiesdistrict een directe zetel worden gewonnen. Zo ook in het Berlijnse kiesdistrict Friedrichshain-Kreuzberg, dat traditioneel goed is voor een groene overwinning en dus voor een directe bondsdagzetel. De lokale CDU weigert dat dit jaar te accepteren en gooit alles in de strijd onder de leus “Wir haben mehr zu bieten”.

Afgelopen weekend heeft de CDU er 750 affiches geplakt waarop de kwaliteiten van de landelijke lijsttrekker Angela Merkel en de lokale nummer 1 breed worden uitgemeten. Zonder overleg met Merkel heeft Lengsfeld een zwaarbediscussieerde foto van de Kanzlerin met decolleté in de opera van Oslo gebruikt. Op de foto ernaast gaat Lengsfeld zelf de concurrentie met haar partijchef aan. De honderden reacties op Vera Lengsfelds weblog doen vermoeden dat de enigzins schriele Grüne tegenkandidaat Christian Ströbele niets te vrezen heeft. Hij houdt het dan ook maar als vanouds bij zijn eigen inhoud: "ontwapen de financiële markten!"

Erik de Graaf

maandag 10 augustus 2009

Griep

Sinds het weekend ben ik geveld door griep. Of het die met sombrero is kom je niet meer te weten sinds de alarmfase vorige week is afgezwakt. Er wordt niets meer op kweek gezet. Maar het heeft er alle schijn van: koorts, koude rillingen, hoofdpijn, spierpijn, moeheid en een droge hoest. Precies de symptomen van de Mexicaanse griep.

Het is een milde griep, dat is duidelijk. Lang niet de kraker, die maandenlang werd verwacht. Gelukkig maar. Ik hang een beetje op de bank, op bed. Waag soms een korte poging achter mijn computer, maar dat is al gauw te veel.

Een week binnen, verordonneerde de huisarts me vanochtend telefonisch. Dat is lang. En gooit de plannen voor mijn laatste vakantieweken danig door de war. Ik zak zo weer achterover op de bank. Met een sombrero over mijn hoofd. Was ik maar een Mexicaan.

Erik de Graaf

donderdag 6 augustus 2009

Nobby Stiles: tandeloze stofzuiger

Op sportgeschiedenis.nl werd vandaag in het kader van de komkommertijd een persoonlijke top 5 van fantastische voetballers gepresenteerd. Met de Colombiaan Carlos Valderama op 1. Hij zou niet eens mijn top 100 halen.

Toch ga je bij zo’n stukje even nadenken over je eigen lijstje. Al tientallen jaren weet ik, zelfs als ik midden in de nacht word wakker gemaakt, wie mijn nummer 1 is. Nobby Stiles, de tandeloze stofzuiger van Manchester United en het Engelse elftal, waarschijnlijk de meest verguisde Europa Cup-winnaar (1968) én wereldkampioen (1966). Toen ik na de door hem gewonnen WK-finale van 1966 (Engeland – West-Duitsland: 4-2 na verlenging) met wat neven in een plantsoen in Kloetinge een partijtje speelde wilde iedereen Bobby Charlton, Bobby Moore, Geoff Hurst of Martin Peters zijn, maar ik was Nobby Stiles. De plaatselijke veldwachter vreesde voor het rozenperkje, verbood ons daar te spelen en wilde mijn adres weten. In Vlaardingen, zei ik, maar ik had net zo goed Manchester kunnen zeggen. In ieder geval vond de veldwachter het te ver om even bij mijn ouders langs te gaan.

Nobby werd in mei 1942 als zoon van een doodgraver geboren in een arbeiderswijk in Manchester. Bij een ongelukje verloor hij zijn tanden en een deel van zijn gezichtsvermogen. De behandelende arts vroeg zich af of hij met zulk slecht zicht nog wel kon voetballen. Desondanks debuteerde Nobby op zijn 18e in het eerste van United. Hij was een onvermoeibare draver op het middenveld. Meedogenloos, snoeihard, soms op het gemene af. Maar aan dat laatste kon hij lang niet altijd iets doen. Voor elke wedstrijd deed hij zijn gebit uit en zette hij zijn zware hoornen bril met jampotglazen af. Sommige bronnen beweren dat hij met contactlenzen speelde, maar gezien zijn speelstijl lijkt het waarschijnlijker dat hij het zonder deed. Zijn bijziendheid dwong Nobby ertoe kort op de tegenstander en dicht op de bal te spelen. Het leek lang niet altijd zeker of hij de bal of de tegenstander (of gewoon allebei) zou raken.

Nobby Stiles voldeed lang niet aan de criteria om een supervoetballer te worden. Hij was dat ook nooit in vergelijking met zijn ploeggenoten als Bobby Charlton, Dennis Law of George Best. Maar Nobby was wel onmisbaar voor zijn teams, die de wereldtop haalden. Een working class hero. Een tandeloze tijger, maar dan niet in de figuurlijke zin.

Erik de Graaf

dinsdag 4 augustus 2009

Schalke 04 en Mohammed

Het clublied van de Duitse voetbalclub Schalke '04 stamt uit 1924. In 1959, een halve eeuw geleden, werd het derde couplet aangepast, dat sinds 1963 voor elke thuiswedstrijd uit tienduizenden kelen klinkt:

"Mohammed war ein Prophet
der vom Fußballspielen nichts versteht.
Doch aus all der schönen Farbenpracht
hat er sich das Blau und Weiße ausgedacht."


Bijzonder natuurlijk, zo’n couplet in een voetballied. In 1963 werkten de eerste Turken in de kolenmijnen rond Gelsenkirchen. Keihard werk, dat in het weekend op de tribunes bij Schalke '04 even werd vergeten. Was het alleen een grap? Of was het een vorm van verbroedering tussen christelijke en islamitische mijnwerkers? Ik weet het niet. In ieder geval rolde het couplet al 46 jaar probleemloos van de tribunes zonder enig commentaar of protest.

Tegenwoordig liggen de verhoudingen tussen moslims en niet-moslims anders. 11 september, Irak en Afghanistan hebben de verhoudingen lelijk aangescherpt. Na een artikel in Bild Zeitung, zo begreep ik, ontving Schalke 120 boze e-mails. Of ze Mohammed onmiddellijk uit het clublied wilden schrappen. Andere moslims begrijpen de ophef niet. Dat Mohammed geen verstand van voetbal had valt hem toch niet aan te rekenen. In zijn tijd werd er nog helemaal geen voetbal gespeeld.

Erik de Graaf

maandag 3 augustus 2009

Donald Duck in de Tweede Wereldoorlog

Bij de mobilisatie in de Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog werd vrijwel niemand overgeslagen. Ook Disneyfiguren als Donald Duck, Mickey Mouse en zelfs Bambi moesten eraan geloven. In 1943 won Disney met The Fuehrers Face een Oscar voor de beste korte animatiefilm.

In The Fuehrers Face (zie youtube) gaat het om een bijna acht minuten durende, boze droom van Donald Duck. “Heil Hitler”, roept hij aan het begin van de tekenfilm en brengt de Hitlergroet. Hij marcheert door een land waar de bomen en de wolken de vorm van hakenkruizen hebben en waar zelfs de haan op de kerktoren met “Heil Hitler” groet. Onder dwang moet hij steeds harder werken in een munitiefabriek, tot hij er gek van wordt en badend van het zweet in zijn Amerikaanse stars-and-stripes-pyama wakker schrikt. Hij omhelst het Vrijheidsbeeldje op de vensterbank en gooit Hitler een tomaat in het gezicht.

Disney en andere filmmakers produceerden in de Tweede Wereldoorlog volop in dienst van het Amerikaanse propaganda-apparaat. Donald Duck neemt in Donald gets drafted dienst in het Amerikaanse leger en roept de Amerikaanse burgers in The spirit of ’43 op om hun belasting op tijd te betalen, want “belastingen laten de democratie marcheren”.

Na de oorlog werden deze films zo ver mogelijk opgeborgen. Disney wilde de nieuw te veroveren Europese markt niet met ouwe koeien confronteren. In 1984 werd Donald als dank voor zijn verdiensten in de Tweede Wereldoorlog tot onderofficier in het Amerikaanse leger bevorderd en eindelijk ook eervol ontslagen.

Erik de Graaf

PS: meer over Donalds verzet tegen Hitler op Eines Tages.

Duits-Duits rockduel: wapenwedloop in decibellen

De DDR had het niet zo op popmuziek. Vorig jaar schreef ik al over de Beat-Opstand van 1965 en vorige week bleek hoe de Stasi in rep en roer was toen Michael Jackson voor een concert naar de Brandenburger Tor zou komen.

Eind jaren tachtig ontpopte zich een waar Duits-Duits rockduel. Om het 750-jarig bestaan van Berlijn op te fleuren plande West-Berlijn in juni 1987 een soort muziekdriedaagse aan de Berlijnse Muur. Terwijl aan de westkant van de Muur op drie achtereenvolgende avonden David Bowie, de Eurythmics en Genesis speelden vonden aan de oostkant ook driemaal ongeregeldheden plaats, die uitliepen tot politieke demonstraties. “De Muur moet weg” en “Wij willen vrijheid”, riepen de Oost-Duitse rockfans. Het meest pijnlijk voor de machthebbers in de DDR was de leus “Wij willen Gorbatsjov”.

Blijkbaar zag men in het westen een geheim wapen in de rockconcerten. Een wapenwedloop in decibellen. In 1988 werd opnieuw een driedaagse georganiseerd rondom de West-Duitse Dag van de Duitse Eenheid (n.a.v. de opstand van 17 juni 1953 in de DDR). Het oosten antwoordde met een driedaags tegenprogramma in Weissensee, ver van de Brandenburger Tor. Op 16 juni 1988 gaf Pink Floyd een concert bij de Brandenburger Tor, in het oosten speelde James Brown voor 100.000 toeschouwers op zijn sexmachine. De dag erop was er in het westen een festival met onder andere Udo Lindenberg en Nina Hagen, terwijl in het oosten Fischer Z speelde. Michael Jackson moest het tenslotte opnemen tegen Bryan Adams en de Eindhovense band Bots (“wat zullen we drinken?”).

Het Oost-Duitse tegenprogramma trok vele belangstellenden, maar kon niet verhinderen dat dagelijks ook zo’n 3000 jongeren naar de oostkant van de Berlijnse Muur gingen om flarden van Pink Floyd, Udo Lindenberg of Michael Jackson op te vangen. Door de ongunstige wind viel dat tegen. Net als een jaar eerder kwam het tot protesten, rellen en arrestaties.

Erik de Graaf

zondag 2 augustus 2009

Boeterekening van Iddink

Heeft u ook kinderen op het voortgezet onderwijs? En bestellen ze ook hun boekenpakket bij Iddink? Dan ben ik benieuwd of u ook een boeterekening heeft gekregen voor boeken die niet zouden zijn ingeleverd.

Ik heb twee kinderen op het voortgezet onderwijs. In drie jaar heb ik nu al tweemaal ten onrechte een boeterekening gekregen. “We hebben het pakket bij binnenkomst boek voor boek gescand en hebben onvolledigheden vastgesteld”, schreef Iddink me twee jaar achtereen. Of ik maar 31,66 euro wilde betalen voor het niet ingeleverde Nieuw Nederlands 4e ed. 1 havo/vwo.

Het gekke is dat mijn buren vorig jaar dezelfde brief kregen, ook ten onrechte. En van vrienden van mijn zoon hoorde ik hetzelfde verhaal. Ook op het forum van TROS Radar staan vergelijkbare klachten. Het lijkt er veel op dat Iddink maar iets probeert. Ik ben benieuwd hoeveel mensen ook ten onrechte betalen om maar van het gezeur af te zijn.

Een bezwaarbrief was vorig jaar afdoende. Ik heb de brief net weer even aangepast. En voor de zekerheid hadden we op de inleverdag een foto van de stapel boeken gemaakt.

Erik de Graaf

zaterdag 1 augustus 2009

Lauwersoog - Ulrum

Begin en eind van een halve marathon. 21 kilometer en 96 meter, zo hoort het althans. Vandaag werd Lauwersoog – Ulrum voor de twintigste keer verlopen. De winnaar was een Keniaan in 1 uur, 4 minuten en 50 seconden.

Van de 20 heb ik er zelf vijf gelopen. Alweer enige tijd geleden, toegegeven. In 1994 voor het eerst, mijn allereerste halve marathon. Afzien bij 32 graden. De eerste helft door de prachtige Lauwersmeer ging nog wel lekker, alleen had de finish al bij 10 kilometer moeten liggen. Ik haalde Ulrum op mijn tandvlees in een tijd van boven de 2 uur.

Het jaar erop ging het stukken beter. Ik ging lekker van start in de haven van Lauwersoog. In een groepje rende ik door de Lauwersmeer om te finishen in 1.45.00 uur. Slechts een komma verschil met de winnaar van vandaag, zeg maar. Onderweg had ik gek opgekeken dat ik halverwege werd ingehaald door Ubel Dijk, een ultraloper uit Bedum (indertijd).

Hé, ga ik zo goed of ben jij minder vandaag?”, vroeg ik Ubel tijdens het lopen.
Nou nee, ik ben thuis begonnen en was wat te laat bij de start”, antwoordde Ubel.

Hij was hij eerst al veertig kilometer naar de start op Lauwersoog gelopen om daar aan de halve marathon te beginnen. Rare vogels die ultralopers, dacht ik toen hij alweer van me wegliep. Vorige week las ik dat Ubel pas in 64 dagen van Bari in Zuid-Italië naar de Noordkaap in Noorwegen is gelopen. 4600 kilometer! Hij werd 28e van de 75. Respect, Ubel!

Erik de Graaf