zaterdag 31 oktober 2009

Door mijn schuld verloren


Je komt nog eens ergens als vader van een C-pupil. Vanochtend stond Meedhuizen uit op het programma. Zo’n 35 kilometer oostwaarts van de thuisbasis Warffum. Een zware uitwedstrijd voor de geelzwarten uit Warffum, die helaas met 6-4 verloren ging.

Een verdiende overwinning voor Meedhuizen, gefeliciteerd, maar misschien was het wel mijn schuld. Bij de tegenpartij speelden drie van mijn leerlingen, die extra gemotiveerd leken om hun leraar Duits met een nederlaag naar huis te sturen. Bij de 1-0 stak de rechtsback triomfantelijk haar tong naar me uit.

Erik de Graaf

vrijdag 30 oktober 2009

De val van de Muur op de Alexanderplatz


Vorige week heb ik een paar dagen Berliner Luft geademd. Aanleiding om te gaan was de expositie over de val van de Berlijnse Muur op de Alexanderplatz, die al in mei van dit jaar werd geopend. Samengesteld is de expositie door de Robert Havemann Gesellschaft, die sinds 1989 een indrukwekkend archief over de oppositie en burgerbeweging in de DDR heeft opgebouwd.

Ik heb de Havemann Gesellschaft sinds haar oprichting van redelijk nabij gevolgd. Ze kwam voort uit de Umweltbibliothek, die al halverwege de jaren tachtig onder de vleugels van de kerk in Oost-Berlijn ontstond. De medewerkers verzamelden informatie over milieu, vrede & mensenrechten in een tijd dat dat in de DDR absoluut niet op prijs werd gesteld. In november 1987 leidde dat tot een inval van de Stasi in het kantoor van de Umweltbibliothek in de Oost-Berlijnse Zionskirche. Er werd materiaal in beslag genomen en medewerkers werden gearresteerd. Onder druk van protesten in de DDR, maar vooral daarbuiten in het westen, werden de arrestanten al na een paar dagen vrijgelaten. Voor het eerst bleek de Stasi niet onoverwinnelijk. Het gaf de tegenstanders van het regime moed en kracht.

Na 1989 verhuisde de Umweltbibliothek naar een ruimte buiten de kerk. De kerkelijke bescherming was niet meer nodig sinds de val van het DDR-regime. In hetzelfde gebouw in de Schliemannstraβe werd aan eerste archiefvorming gedaan. Eerst door het Matthias Domaschk Archiv, genoemd naar de jonge activist uit Jena, die in 1981 in een Stasi-gevangenis om het leven kwam. Later door de Robert Havemann Gesellschaft, genoemd naar de dissident die in 1982 na jarenlang huisarrest stierf. Een deel van het archief bestaat uit door oppositieleden ter beschikking gestelde kopieën van Stasi-dossiers.

De expositie op de Alexanderplatz in hartje Berlijn is indrukwekkend. Ze geeft een prachtig beeld van het leven achter de Berlijnse Muur, van de oppositie in de DDR en van de subculturen. Maar ook de internationale ontwikkelingen en gevolgen van de bouw én de val van de Muur worden mooi in beeld gebracht: van de opkomst van Solidarnosc in Polen, de perestroika van Gorbatsjov tot de massale vlucht van Oost-Duitsers via de West-Duitse ambassades in Praag en Boedapest naar Oostenrijk en West-Duitsland. Op een koude en natte oktoberdag in 2009 zag ik mensen vorige week urenlang vol aandacht langs de informatieborden schuifelen. Sinds mei hebben al ruim een miljoen mensen de expositie bekeken. Reden voor het Berlijnse stadsbestuur om de Open Air Exposition met een jaar te verlengen. Berlijn is nu nog meer “eine Reise wert”.

Erik de Graaf

donderdag 29 oktober 2009

De Partij heeft duizend ogen!


Om een uur of half elf kwamen we aan in Praag, vroeg genoeg om de ons aanbevolen jazzclub aan de Moldau nog voor sluitingstijd te bereiken. Het was donker, koud en vochtig in de stad. Het centrum lag er verlaten bij en hing vol zwarte vlaggen in verband met het overlijden van Sovjet-leider Konstantin Tsjernenko vier dagen eerder. En er was geen kroeg open, ook niet onze jazzclub, waar we volgens een Oost-Berlijnse vriend altijd wel iemand zouden ontmoeten die ons onderdak wilde verlenen. Met officiële rouw op de begrafenisdag en een vervroegd sluitingsuur hadden we geen rekening gehouden. "Valt er eindelijk iets te vieren, sluiten de kroegen", bromde Uwe.

We doolden door het centrum, speurend naar een plek waar we nog konden overnachten, maar naarmate het later werd daalden onze kansen. Tegen enen stonden we weer voor het station. Op een bankje in de hal hebben we de lange nacht zitten dommelen, veelvuldig gestoord door Tsjechische agenten, die onze paspoorten en een verklaring voor ons gedrag eisten. Al vroeg kwam de stad tot leven. In een kiosk op het Wenceslausplein verdreven we onze slaap met koffie en broodjes. Daarna pas kon ons lange weekend Praag beginnen.

Het was een onbeduidend voorval en ik zou het allang zijn vergeten als het niet mijn herinnering was geroepen door één bladzijde uit een ruim driehonderd pagina's dik dossier, waarin de Stasi van 1985 tot 1987 contacten tussen een aantal onafhankelijk denkende Oost- en West-Europese jongeren in kaart bracht met het doel ze verder te verhinderen. "Gemeinsame Reise eines DDR-Bürgers mit einem niederländischen Bürger" luidde de prozaïsche kop boven die ene pagina, waarop majoor Schreiber van de paspoortcontrole-eenheid in Bad Schandau eind maart 1985 verslag deed aan zijn meerdere in de Bezirksverwaltung für Staatssicherheit Dresden Abteilung VI (citaat, vertaald door EdG):

"Op 13.03.85, om 21 uur reisde de DDR-burger Bastian, Uwe, met de D-379 via de Grenzübergangstelle (GüST) Bad Schandau naar Tsjechoslowakije uit", aldus de majoor in zijn stijve Stasi-jargon. "De burger gaf bij de paspoortcontrole aan dat hij voor twee dagen als toerist naar Praag reisde. Bij inlichtingen van de burger over reisdoel en reisduur mengde de in dezelfde coupé meereizende Nederlandse burger De Graaf, Erik, zich in het gesprek en zei letterlijk: misschien gaan we ook vier dagen naar Praag. (...) Volgens Tsjechisch visum wil de burger voor vier dagen als toerist naar Tsjechoslowakije reizen. Door de Tsjechische paspoortcontrole werd bij de burger een hotelboeking voor twee personen voor drie nachten in hotel Racek vastgesteld. Beide burgers reisden alleen in de coupé und machten einen ungepflegten und unsauberen äusserlichen Eindruck. Als bagage voerde de DDR-burger een plunjezak met levensmiddelen en schone was en de Nederlandse burger een koffer met wasgoed mee".

Op die dertiende maart 1985 waren Bastl en ik aan het eind van de middag met twee hoofden vol Charta 77-adressen van Oost-Berlijn naar Praag vertrokken. Op zoek naar jonge, kritische Tsjechen die in de zomer op een Boheemse camping met Oost- en West-Duitse en Nederlandse jongeren van gedachten wilden wisselen over oorlog en vrede, mensenrechten, milieu en het dagelijks leven in Oost en West. In een grenzeloos optimisme de Stasi om de tuin te kunnen leiden hadden we van tevoren afgesproken in de trein te doen alsof we elkaar niet kenden. Liever las ik dan zelfs nog de partijkrant Neues Deutschland met het laatste nieuws over de dood van de 'onvolprezen Sovjet-leider' en zijn snelle opvolging door Michail Gorbatsjov.

Bijna vijfentwintig jaar na dato weten we zeker dat het door majoor Schreiber beschreven gesprek niet is gevoerd. Zoals ik ook beslist geen koffer bij me had en onze herinneringen aan de doorwaakte nacht geen reserveringen voor hotel Racek aannemelijk maakten. Om over ons uiterlijk maar te zwijgen, dat was sowieso een kwestie van smaak. Die grijsgroene uniformen stonden ook bepaald niet charmant. "Soldaten sehen sich alle gleich, lebendig und als Leich", zong Wolf Biermann. Blijft echter de vraag hoe men wist dat we wel degelijk samen naar Praag reisden. Speelden we zo slecht toneel (wat goed mogelijk is)? Of was men aan de grens al op de hoogte van onze 'gemeinsame' komst?

Enkele maanden later opende Oberfeldwebel Klick (het schijnt zijn echte naam en geen schuilnaam te zijn) van de Abteilung XX van de Berlijnse Stasi ondanks al onze voorzichtigheid een dossier, nadat een informant had bericht dat Bastian met vrienden werkte aan een discussiestuk voor een bijeenkomst van 'Oost-Duitse vredesactivisten met alternatieve groepen uit het buitenland'. Kort daarop werd ook Schreibers onjuiste, maar toch zo doeltreffende pagina aan Klicks dossier toegevoegd.

Het lijkt een onschuldig en zelfs lachwekkend verslag, maar samen met andere verslagen en verklaringen van de informanten werd toch een tamelijk volledig beeld van onze activiteiten gevormd met de nadrukkelijke bedoeling bewijzen te verkrijgen van overtredingen van de DDR-wet (waaronder landesverräterische Nachrichtenübermittlung en staatsfeindliche Hetze). Ikzelf heb daarbij weinig risico gelopen, hoewel aantoonbaar is getracht ook mij in de Stasi-val te lokken. Uit angst voor een verslechtering van de relatie met Nederland zou ik hoogstwaarschijnlijk na een spannende namiddag (of maand?) naar het Westen zijn uitgewezen, zoals gebruikelijk. Mijn Oost-Berlijnse vrienden waren echter wel aan de willekeur van het systeem overgeleverd, zoals bladzijde na bladzijde uit het dossier blijkt. "Die Partei hat tausend Augen”, schreef Bertolt Brecht ooit met bewondering over de Oost-Duitse SED. Bijna 200 kilometer Stasi-archief geven hem schrikbarend gelijk.

Erik de Graaf

zondag 18 oktober 2009

De val van Honecker

Op 18 oktober 1989 trad Erich Honecker “op eigen verzoek” af als Generalsekretär van de communistische partij in de DDR, de SED. De hoogste functie van het land werd overgenomen door Egon Krenz. De 52-jarige Krenz was al jarenlang de gedoodverfde opvolger van Honecker en had zich warm gelopen als leider van de Freie Deutsche Jugend, de jongerenafdeling van de SED.

Het Centraal Comité hoopte door deze machtswisseling partij en land uit een penibele situatie te redden. Tevergeefs, er was geen redden meer aan voor de grijze partijleiders. Om “het eeuwig lachende gebit” (zoals Wolf Biermann de nieuwe leider in de krant van de volgende dag noemde) als nieuwe verlosser naar voren te schuiven getuigde van paniekvoetbal. Krenz had geen greintje vertrouwen bij de demonstrerende bevolking. Nog nooit gehad, maar zeker niet nadat hij vier maanden eerder de Chinese, gewelddadige “oplossing” op het Plein van de Hemelse Vrede had bejubeld. De mensen wisten dus wat ze van de jarenlange lakei van Honecker konden verwachten.

Krenz was kansloos en werd vooral bespot door “zijn” Oost-Duitse volk. “Egon Krenz – keine Lizenz”, riepen tienduizenden demonstranten in Oost-Berlijn. Overal in de DDR werd de draak gestoken met de “nieuwe leider”, zoals duidelijk te zien is op bovenstaande foto van een demonstratie in het noorden van de DDR, vermoedelijk in Rostock. Ik kreeg de foto in december 1989 tijdens een bezoek aan Rostock. Ik weet niet meer van wie. Wittenberg '89 staat eronder, waarschijnlijk een verwijzing naar de fotograaf.

Erik de Graaf

Sta wandelaar...

Sta wandelaar
En lees,
Wiens overschot
Hier zij,
En denk eraan
Dit lot
Treft vroeg of
laat ook mij.

Grafschrift te Leermens

zaterdag 17 oktober 2009

Nico de Pater: Indonesiëweigeraar

Vanaf zijn arrestatie in 1949 tot aan zijn vrijlating in 1952 zat Indonesiëweigeraar Nico de Pater in diverse gevangenissen. In een ervan stelde de gevangenisdirecteur zich aan hem voor:
“Mijn naam is Pastoor. Ik ben hier de directeur.”
“Mijn naam is De Pater”
, antwoordde Nico.
Het kostte hem bijna extra straf, omdat de directeur dacht dat hij in de maling werd genomen.

Nico kon het een kleine halve eeuw later nog met een schaterlach vertellen. Om weer snel tot de serieuze kern van de zaak terug te keren. In 1948 weigerde hij als soldaat naar Indonesië te vertrekken. Na een onderduikperiode meldde hij zich in juli 1949 vrijwillig bij de politie. Hij behoorde tot de harde kern van communistische weigeraars, die moedig en principieel bleef volharden. Ook als hij in het Depot voor Nazending in Schoonhoven onder zware intimiderende druk werd gezet om alsnog in de Oost te gaan vechten. Er werd met 15 jaar gevangenisstraf gedreigd. Zo’n honderd weigeraars vertrokken alsnog, Nico bleef slechts met enkele tientallen achter.

In november 1949 werd Nico de Pater tot drie jaar gevangenis veroordeeld. Tegen de militaire dienst had hij geen enkel bezwaar, betoogde Nico tijdens de zitting. Wel tegen de dienst in Indonesië. “Tegen fascisten had ik willen vechten. Niet tegen Indonesiërs”, kopte de CPN-krant De Waarheid in november 1949. Opvallend, want veel steun durfde de CPN de weigeraars in die tijd niet meer de geven uit angst om in het heetst van de Koude Oorlog te worden verboden.

Nico kwam eerst in Fort Spijkerboor in Noord-Holland terecht, waar tijdelijke “opvang” voor de aanzwellende stroom Indonesiëweigeraars was gerealiseerd. Na een solidariteitsdemonstratie van de communistische jongerenorganisatie ANJV op de dijk bij Spijkerboor, werden Nico en zijn kameraad Wil van Kempen als vermeende aanstichters van de demonstratie bestraft met eenzame opsluiting in de gevangenis van Utrecht, terwijl de andere weigeraars hun straf in het “milde” Bankenbosch in Veenhuizen mochten uitzitten. Later werden Nico en Wil naar Alkmaar en naar Vught overgebracht, vanwaar ze gelijktijdig werden vrijgelaten op 24 juli 1952. De Waarheid schreef later op die dag over “een ware zegetocht door het land”. In een open auto werden ze van Vught via Tilburg, Rotterdam en Den Haag naar Amsterdam vervoerd, waar ze in Hotel Krasnapolsky als helden van de CPN feestelijk werden verwelkomd.

Vele jaren later ontmoette ik Nico binnen de GroenLinkse afdeling in Eemsmond. Samen waren we fractiemedewerker. Nico stond nog steeds voor rechtvaardigheid en was voorzitter van de Cliëntenraad van Sociale Zaken. Nog even principieel, maar wel veel verzoeningsgezinder. In discussies over het koloniale verleden, ook op tv, probeerde hij een brug te slaan naar de veteranen. Waren we niet allemaal slachtoffer van Drees en Beel, of we nu wel of niet naar Indonesië zijn geweest?

Vandaag zou Nico 82 zijn geworden als hij niet tien jaar geleden, vijf dagen voor zijn 72-ste, zou zijn overleden. Kort voor zijn dood gaf hij me een stapeltje kopieën van documenten en berichten over zijn weigering.

Erik de Graaf

zaterdag 10 oktober 2009

Koninklijke reisfoto’s

De “kernleden“ van de koninklijke familie kunnen om veiligheidsredenen moeilijk met Easy Jet of Transavia naar hun vakantiebestemming vliegen. Ze zijn tenslotte “het-klokje-rond” koninklijk. Dat ze op “onze” kosten reizen is dus in zekere zin een logische consequentie van de monarchie.

Dan snap ik alleen niet dat ze niet 24 uur per dag gefotografeerd mogen worden en dat de vrije nieuwsgaring voor hen niet geldt. Elke vakantiefoto is tenslotte in dezelfde zekere zin een nieuwsfoto. Dat moet dan toch voor hun de logische consequentie van hun vooraanstaande koninklijke positie zijn?

De monarchie blijft toch een vat vol tegenstellingen. Laten we iets beters invoeren.

Erik de Graaf

donderdag 8 oktober 2009

Duits in Roemenië – Nobelprijs voor Herta Müller

Half september 1980. Ik loop door de stad. Heb net inkopen gedaan. Appels, druiven en brood zitten in mijn tas. Een flesje yoghurt en twee eieren in mijn jaszak. Om de hoek is een bushalte. Lijn 23 stopt niet ver van de camping, weet ik. Toch loop ik verder. Door een parkje waar een oud bloemenvrouwtje met een laatste bosje staat. Daar zal ik haar maar even vanaf helpen, denk ik, betaal en loop verder met de bloemen. Ik steek de straat over. Naast me loopt een jonge vrouw. Ze kijkt me onderzoekend aan. Als ik terugkijk kijkt ze weer voor zich. Drie keer betrap ik haar. De derde keer hou ik haar de bloemen voor.

“Bitte”, zeg ik, “für dich!”
“Dank je wel”, begint een spraakwaterval in het Duits. “Wat leuk. Ik krijg nooit bloemen. Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Hoe weet je eigenlijk dat ik Duits spreek?”
“Ik had net zo goed ‘please’ kunnen zeggen”, antwoord ik.
Dan gaat de spraakwaterval verder. Annemarie Schunn is toneelspeelster bij het Duitse Theater van Hermannstadt, de Duitse benaming voor Sibiu. Daarom moet ze zo overdreven articuleren, zegt ze. Ze is niet Roemeens, maar Duits van oorsprong, Saksisch. Overmorgen heeft ze premiere. Als ik dan nog in Sibiu ben moet ik komen kijken, vindt ze. Van harte uitgenodigd, maar ik weet nog niet of ik dan al verder gereisd ben.

Ze geeft me een peer en we nemen afscheid. Misschien tot woensdag bij de premiere. Ik ga verder naar de camping. Een stukje met de bus en nog een stukje lopend. Het laatste eindje snij ik af door een bos. Ik kom bij een sloot, neem een aanloop en spring eroverheen. Dat ging net goed, alleen jammer dat ik de eieren in mijn jaszak was vergeten.

Twee dagen later was ik toch bij de premiere. Waar het stuk over ging weet ik niet meer, maar de verhalen die ik op het feestje erna hoorde over de onderdrukking van de Duitse minderheid in het Roemenië van Ceausescu staan me nog helder voor de geest. Een paar jaar later kwam de eerste roman van Herta Müller in West-Berlijn uit bij Rotbuch Verlag. Ik was onmiddellijk gegrepen door haar schrijfstijl en door de thematiek. Goede keus om haar de Nobelprijs voor de Literatuur te geven.

Erik de Graaf

woensdag 7 oktober 2009

A4 met Vaart voor behoud polderlandschap

In 1976 zette een motie van Tweede Kamerlid Voortman (PvdA) de bouw van de rijksweg 19 tussen Schiedam en Delft stop. De critici van de bouw haalden een nipte meerderheid dankzij een kamerlid dat per ongeluk vóór- en niet volgens zijn fractielijn tegenstemde.

Een foutje met jarenlange gevolgen. Al 33 jaar houdt de rijksweg, tegenwoordig A-4 genaamd, vanuit de Beneluxtunnel naar het noorden abrupt op bij Schiedam. Het prachtige polderlandschap van Midden-Delfland bleef daardoor behouden. Rond 1980 fietste ik er honderden keren doorheen op weg naar mijn studie in Delft.
De asfaltering bleek altijd weer op bezwaren te stuiten en zonder de wegenplannen zou het gebied waarschijnlijk allang vol met woningen zijn gebouwd. Als het aan minister Eurlings ligt is het binnenkort afgelopen met de rust in de polder. Hij heeft zich met milieuminister Cramer (partijgenote van de Voortman van 1976) ten doel gesteld de A4 zo spoedig mogelijk door te trekken van Schiedam naar Delft. In een diepe open betonnen bak krijgt het blik de vrije doorgang.

Milieudefensie vraagt zich af of het nieuwe stuk A4 de verkeersproblemen niet vergroot in plaats van verlicht. De actiegroep A4 met Vaart probeert buiten de discussie over autoverkeer te blijven en richt zich vooral op behoud van het unieke open polderlandschap. “Wij zijn niet voor of tegen aanleg van de weg”, schrijft de actiegroep op haar website vol plannen, “maar wel 100% voor het behoud van het landschap!” Ze heeft een plan ontwikkeld om van het gehele tracé een tunnel te maken met daar bovenop een recreatieve vaart. Volgens de initiatiefnemers kan hun variant voor hetzelfde geld en binnen dezelfde tijd worden gerealiseerd als de bak van Eurlings. Bovendien wordt het landschap van Midden-Delfland niet geschonden, maar juist verrijkt met een vaart.

Erik de Graaf

zaterdag 3 oktober 2009

Dag van de Duitse Eenheid

Negentien jaar geleden is het vandaag dat Oost- en West-Duitsland op 3 oktober 1990 formeel éénwerden. Sindsdien heeft Duitsland er een vrije nationale feestdag bij, de Tag der deutschen Einheit, waarop het in de Nederlandse grensplaatsen nu al traditioneel druk is met Duitse dagjesmensen van net over de grens.

Een week of twee vóór de definitieve eenwording fietste ik tien dagen door de zich opheffende DDR. Door de oostelijke Harz naar Thüringen, onderweg overnachtend in de tent, een pensionnetje of in het zieltogende FDGB-vakbondshuis Rosa Luxemburg tussen Elend en Schierke. Bij toeval was ik vermoedelijk de eerste Nederlander die sinds 1959 weer op de top van de 1141 meter hoge Brocken stond. En de eerste burger überhaupt die dat op de fiets deed. Dertig jaar lang was de Brocken een militaire vesting van het sovjetleger op de grens van oost en west geweest en de afluisterpost voor de Oost-Duitse geheime dienst Stasi. Op de dag dat ik langsfietste werd hij weer voor het publiek geopend.

Tijdens mijn laatste bezoek aan de real existierende DDR was de aftakeling dagelijks zichtbaar. De letters DDR brokkelden van het bord voor het kantoor van de Kulturbund en de eerste DDR-relikwieën kwamen in de uitverkoop. De ondergang was onvermijdelijk, gelukkig.

Erik de Graaf