dinsdag 23 december 2014

Smeersum


De historische boerderij Smeersum tussen Warffum en Den Andel was al in de vijftiende eeuw bewoond, maar gevonden potscherven uit de dertiende eeuw doen vermoeden dat er al langer leven op Smeersum was. Rond 1625 beheerden Doe Jacobs en zijn vrouw Fenne de boerderij. Door huwelijken en door verkoop kwam de boerderij in de loop der eeuw in het bezit van de Rijckels, de Rengers, de Torringa’s, de Ritzema’s en uiteindelijk in 1858 van de Willemsens.

In 1926 stichtten twee broers Willemsen het bedrijf Wilco, de afkorting voor Willemsen Conserven. In een schuur tegenover Smeersum droogden ze groenten en produceerden ze vruchtendranken.  Al snel vonden de broers dat de productie gehinderd werd door de zilte lucht en het zoute grondwater, veroorzaakt door de nabije Waddenzee. In 1929 opende Wilco een hoofdvestiging in Assen, maar het bedrijf in Warffum bleef ook draaien.

Onenigheid over de toekomst van het bedrijf dreef de twee broers Willemsen uiteen. In de jaren vijftig verdeelden ze het gemeenschappelijk bezit. Jan Enne bleef in Assen. Hendrikus Harm kreeg de fabriek in Warffum tegenover Smeersum en bouwde die onder de naam Rixona (de zonen van Rieks) uit tot een groot aardappelverwerkend bedrijf, dat tot op de dag van vandaag als onderdeel van Aviko een grote werkgever in Warffum en omstreken is.



In de afgelopen jaren wilde Aviko van Smeersum af. Vorig jaar werd de statige bomenhaag al gerooid. Tot verdriet van omwonenden. Na lang soebatten met onder andere de Bond Heemschut wilde Aviko toch meewerken aan een opknapbeurt van boerderij en tuin. Na de woeste storm van oktober 2012 staat nog slechts de brug over de gracht. Tegenwoordig zijn de puinhopen opgeruimd, maar treurig blijft het.


Erik de Graaf

maandag 22 december 2014

De storm van 22 december 1894


Het is 22 december 2014. Buiten waait het stevig. Vrij krachtig tot stormachtig, langs de kust windkracht 8 uit west tot zuidwest. Hemelsbreed twee kilometer van de waddendijk buldert de wind om het huis.

Honderdtwintig jaar geleden, op zaterdag 22 december 1894, raasde een zware storm over Nederland. Van ’s ochtends om acht uur draaide hij van zuidzuidwest via westzuidwest in de middag tot noordwest in de avond. Die laatste richting behield hij tot halverwege de 23e december. In een Verslag over den Stormvloed van 22/23 December 1894 lees ik dat het verschil tussen eb en vloed zeer groot was aan de Hollandse kusten, maar juist zeer gering aan de Waddenkust. Het water wilde hier een etmaal nauwelijks zakken.

De storm van 22 december 1894 veroorzaakte veel schade, maar maakte weinig slachtoffers. In Scheveningen werd bijna de complete vissersvloot vernietigd. Doordat het vissersplaatsje geen haven had voeren de vissers met logge platbodems, die bij thuiskomst op het strand werden geparkeerd. Aan het begin van de winters werden ze uit veiligheid verder het strand opgesleept. Daar werden ze die zaterdag bezocht door de storm en het hoge water. Een groot deel van de Scheveninger vissersvloot verging op het droge.

Tienduizenden ramptoeristen bezochten de volgende dagen het strand van Scheveningen. Alleen al op Tweede Kerstdag vervoerde de Haagse tram ongeveer 10.000 passagiers naar Scheveningen. Net zoveel mensen kwamen op andere gelegenheden op de ramp af. Onder hen ook de schilder Hendrik Willem Mesdag (1831-1916), die de ramp schilderde (zie illustratie).

Voor de horeca was het een goudmijn, voor de visserij een ramp. De storm van 1894 was ook het startschot voor de aanleg van de vissershaven in Scheveningen, die in 1905 gereed was.

Erik de Graaf

donderdag 18 december 2014

Fakkelen tegen gasbesluit


Gisteravond bewoog zich een fakkeldemonstratie tegen het gasbesluit van het kabinet door de binnenstad van Groningen. Veel zorg en boosheid op de Haagse arrogantie verzamelde zich op de Grote Markt. De vijfhonderd fakkels waren snel vergeven, maar zonder fakkel kon ik ook mee.

Aanleiding voor de demonstratie was het gasbesluit, dat minister Kamp van Economische Zaken kwam toelichten in Groningen. Het resultaat van een jaar lang wikken, wegen, aarzelen en uitstellen (onderzoek heet dat officieel) werd in Groningen unaniem als teleurstellend ervaren. De wijze waarop lokale en provinciale bestuurders dinsdagavond in een vloek en een zucht over het besluit werden ingelicht, terwijl de pers al klaarstond voor een persconferentie van de minister, past perfect in de traditie van kolonialisme en wingewesten. Informeren, niet meer discussiëren. “Wingewest moet van zich afbijten”, kopte het Dagblad van het Noorden vanochtend op de voorpagina.

Teleurstellend, verhullend en meer van hetzelfde. Compleet tekortschietend. Kamps mooie woorden over veiligheid in Groningen zijn loos zolang zijn daden de onveiligheid in stand houden. 7,3 procent minder gas, roept Kamp. Dat is een vermindering van 42,5 miljard kubieke meter naar 39,4 miljard m3. De Groningse eis is om in ieder geval minder dan 30 miljard m3 gas te winnen, maar het Staatstoezicht op de Mijnen berekende in 2013 dat de schadeveroorzakende bevingen pas echt voorkomen worden bij een reductie tot 12 miljard m3.

De staatskas gaat boven de Groningse veiligheid, dat is duidelijk. De dreiging van een zwaardere beving in Groningen blijft in de lucht (of misschien liever: in de grond) hangen. De voorspelde beving van 5,0 op de Schaal van Richter zou 25x zwaarder zijn dan de zwaarste tot nu toe in augustus 2012 bij Huizinge. Hetzelfde Staatstoezicht berekende de gevolgen daarvan: instortingsgevaarvoor 1200 huizen en circa 110 doden.  De kans van “eens in de 166 jaar” klinkt geruststellend, maar het kan ook overmorgen gebeuren.

Vervolgacties worden gepland. De Groninger Bodembeweging stapt naar de Raad van State. Wordt vervolgd, wordt vervolgd.

Erik de Graaf

maandag 15 december 2014

Zoektocht naar een Leninhorloge


Het Nationaal Historisch Museum van Slovenië heeft een Leninhorloge in haar collectie. Op de wijzerplaat staat het portret van de communistische voorman afgebeeld. De wijzers worden gevormd door een hamer en een sikkel en vanuit Lenins mond trekt in twaalf uur tijd de tekst “Proletarier alle Länder vereinigt Euch” voorbij.

Volgens het museum in Ljubljana was het horloge ooit bezit van de Sloveense communistische mijnwerker Andrej Forte. Hij zou het uurwerk rond 1930 cadeau hebben gekregen van de Nederlandse communist Albert Potze. Potze werd in 1898 geboren in de buurt van het Groningse Vlagtwedde. Rond zijn twintigste vertrok hij als een van vele andere Groningse arbeiders voor werk naar de Limburgse mijnen. Daar ontmoette hij Forte, die in de jaren dertig met een groep landgenoten in Heerlen in de mijnen werkte.

Volgens het Sloveense museum had Albert Potze vijf Leninhorloges gekregen toen hij in 1925 voor de Vijfde Communistsche Internationale in Moskou was. Hij zou zelfs secretaris van die Comintern zijn geweest. Dat lijkt me sterk. Potze was vooral een regionaal politiek agitator met de bijnaam "de Stalin van Limburg”. Wel nam hij rond 1930 een keer deel aan een communistische kadercursus in Moskou. In de jaren dertig was hij actief voor de Internationale Rode Hulp, een met de Comintern verbonden organisatie, die communistische vluchtelingen hielp voor de nazi’s van Duitsland naar Nederland te vluchten.

Inmiddels blijkt ook het Haus der Geschichte in Stuttgart een Leninhorloge te bezitten. Het is identiek aan het Sloveens horloge. Het Duitse lijkt alleen veel beter geconserveerd dan het Sloveense (daarom staat hierboven een foto van het Duitse exemplaar). In Stuttgart wordt de horlogemaker Georg Kessler uit het Zuid-Duitse Schwenningen als maker van het uurwerk opgevoerd. Kessler werd in de jaren twintig lid van de Duitse communistische partij KPD. In dezelfde tijd maakte hij de Leninhorloges.

Hoeveel Leninhorloges Kessler maakte is onbekend. Hoe er vijf in bezit van Potze kwamen is eveneens de vraag. Kreeg hij ze in Moskou? Of in Duitsland, waar hij goede partijcontacten had? Wie het weet mag het me schrijven

Erik de Graaf

PS: met dank aan Galina Litman uit Basel.

zaterdag 13 december 2014

Lech Walesa in de lift


Op de dertiende december denk ik vaak even aan de dag in 1981 dat de Poolse hoop op vrijheid vervloog doordat generaal Jaruzelski met Russische achterwacht de noodtoestand afkondigde. “Nieuwe militaire raad", hoorde ik die zondagochtend op de radio. De vrije vakbond Solidarnosc van Lech Walesa was voorlopig buitenspel gezet.

Vorige maand stond ik in Berlijn met een stuk of vijftien Oost-Duitse oud-dissidenten in de lift van het Max-Liebermann-Haus naast de Brandenburger Tor. Op de tweede verdieping zouden we geïnstrueerd worden hoe we ter gelegenheid van vijfentwintig jaar “Mauerfall” ballonnen voor de vrijheid moesten oplaten. De zwaarbeladen lift ging moeizaam omhoog. Tussen de begane grond en de eerste verdieping vroeg iemand zich zelfs af of we naar boven of naar beneden gingen. Toen we eindelijk het gevoel kregen te stijgen stopten we op de tussenverdieping. Daar stapte Lech Walesa, de corpulente oud-Solidarnoscleider en oud-president van Polen, in. Hij moest voor dezelfde instructie naar de tweede. Er ging een gejoel op in de zwaarbeladen lift.

De deur kon nog net dicht, maar de lift kwam geen milimeter meer omhoog. "Noodtoestand”, dacht ik. In gedachten zag ik hoe de ballonnen het Berlijnse luchtruim ingingen, terwijl wij als bakstenen terug zouden zakken naar de begane grond. Zover kwam het gelukkig niet. Na een halve minuut ging de liftdeur weer open en stapte Walesa uit. De deur sloot zich weer en de lift kroop moeizaam naar de tweede verdieping, waar Walesa allang lopend was gearriveerd.

Erik de Graaf

donderdag 11 december 2014

Reis door mijn darmen


Koos de Graaf was mijn grootvader. Hij overleed op zijn zevenenvijftigste aan darmkanker. In 1951 was dat, zeven jaar voor mijn geboorte. Kees de Graaf was zijn zoon, is mijn vader. Hij hoorde op zijn zevenenvijftigste dat hij darmkanker had en dacht dat zijn laatste uur geslagen had. Hij had niet met de medische vooruitgang gerekend. Na een operatie en flink wat kuren werd hij genezen verklaard.

Over een maand word ik zevenenvijftig. Mijn huisarts vond dat ik met mijn familiegeschiedenis vanaf mijn vijftigste om de zes jaar mijn darmen moest laten lezen. Voor de tweede keer dronk ik gisteren en vanochtend vier liter van een smerige laxerende drank, die me op een of andere manier steeds aan behangerslijm doet denken (terwijl ik die toch nog nooit gedronken heb). Dat was om mijn dikke darm leeg te spoelen om hem schoon aan de maag-, darm- en leverarts te tonen.

Om tien uur vanochtend lag ik op mijn linkerzij en zag op een beeldscherm naast mijn ziekenhuisbed hoe een camera en een lampje een fascinerende reis maakten door mijn anderhalve meter lange dikke darm, die in een omgekeerde U-vorm in mijn buikholte ligt. De route liep van de endeldarm tot aan de dunne darm en weer terug. Zalmroze welvingen passeerden het beeldscherm met her en der een zonnebloempit die het geweld van de “behangerslijm” had weerstaan. De ringvormige insnoeringen, die mijn voedsel dagelijks door mijn interne sluizencomplex leiden, leken op malse inktvisringetjes.

Het zag er prachtig uit. En gezond. Het ziet er niet naar uit dat ik mij op mijn zevenenvijftigste een familietraditie voortzet. Dat lucht toch op.

Erik de Graaf