vrijdag 18 september 2020

Dienstweigeraars in de Lauwerpolder

‘In de zomer van 1947 werden 160 erkende gewetensbezwaarden tegen de militaire dienst ondergebracht in een kamp aan de Waddendijk bij Usquert. Ze moesten er helpen bij de oogst, maar hadden weinig talent voor landarbeid. Erik de Graaf, die werkt aan een boek over dienstweigeraars en deserteurs in de jaren 1946-1949, geeft ons alvast een voorproefje’. Zo wordt mijn artikel in het gisteren uitgekomen cultuurhistorisch tijdschrift Stad & Lande ingeleid.

Een fragment:

In het hele land waren er grote personeelstekorten in de oogsttijd. In vorige zomers waren al ge├»nterneerde NSB’ers, militairen en studenten in de landbouw ingezet. Het Ministerie van Oorlog wilde de dienstweigeraars onder voorwaarden onderbrengen bij het Bureau Oogstvoorziening van het Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening. Ze mochten niet meer verdienen dan de soldij van een dienstplichtig soldaat. Verder moest er 3 jaar lang in alle seizoenen voldoende werk voor hen zijn. De weigeraars moesten langer dienen dan de dienstplichtigen. Tenslotte moesten de dienstweigeraars in een kamp worden ondergebracht en, hoewel ze niet als gevangenen mochten worden beschouwd, het liefst zover mogelijk van de bewoonde wereld.

De Lauwerpolder leek de ideale locatie. Afgelegener was nauwelijks mogelijk, er was een groot tekort aan landarbeiders in Noord-Groningen en er stond al sinds 1940 een kamp voor de werkverschaffing op het land van boer Allert Elema. Twee lange houten barakken liepen in een V-vorm schuin naar elkaar toe. Er waren twaalf slaapzalen voor acht personen, zes woonkamers, een waslokaal en een ziekenzaal. De driehoek werd gesloten door twee kortere barakken met een doorgang in het midden. Links van de poort waren een magazijn, een centrale keuken en een woning voor de kampbeheerder. Rechts was de kantine. Tussen die twee kortere barakken stond een kantoor, waarop met grote letters ‘KAMP LAUWERPOLDER’ stond.

Eind mei 1947 opende het kamp zijn poort voor de dienstweigeraars. Van heinde en verre kwamen erkende gewetensbezwaarden naar Usquert. In open vrachtwagens werden ze van het station naar het kamp aan de Waddendijk gebracht. ‘Ver weg, afgelegen, uitgestrekt en kaal’, waren de eerste reacties na aankomst. In het kamp werden ze met vijftien man op een slaapzaal ondergebracht. Tot half juni werden er 160 dienstweigeraars verwacht. Veel meer dan de 96 werklozen waarvoor het kamp 7 jaar eerder was gebouwd.

Erik de Graaf

Hoe het afloopt kunt u lezen in Stad & Lande (jaargang 29, nummer 3, 3e kwartaal 2020) 3-8.