Posts tonen met het label 1989-2009: twintig jaar Val van Berlijnse Muur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1989-2009: twintig jaar Val van Berlijnse Muur. Alle posts tonen

zaterdag 11 december 2010

Roland Jahn wordt beheerder Stasi-archieven

Roland Jahn, journalist en voormalig burgerrechtenactivist in de DDR, is door de Duitse regering voorgedragen als nieuwe beheerder van de Stasi-archieven in Duitsland. Als de Bondsdag instemt worden de Gauck-Behörden (en later Birthler-Behörden) volgend jaar de Jahn-Behörden.

In juni 1983 werd Roland Jahn door Oost-Duitse politie vastgebonden op de trein naar West-Duitsland gezet. Enkele reis Bondsrepubliek, met een kosteloos uitreisvisum. Zéér tegen de zin van de reiziger, die liever in zijn Heimatstadt Jena was gebleven, ondanks alle repressie.

Bijna zeven jaar eerder had Roland Jahn luid tegen de onvrijwillige Ausbürgerung van de Oost-Duitse protestzanger Wolf Biermann geprotesteerd. Het had hem zijn studieplaats aan de universiteit van Jena gekost. Een half jaar later liep hij met een wit bord mee in de officiële 1 meidemonstratie in Jena, uit protest tegen het feit dat je in de DDR niet kon zeggen wat je wilde.

In de daaropvolgende jaren nam Roland volop deel aan onafhankelijke vredesbeweging in de DDR. Tegen de bewapening van het Warschau Pact, maar ook tegen die van het westen. Regelmatig viel hij op door gewaagde acties, waarvoor hij lange tijd in Oost-Duitse gevangenissen riskeerde. Na het verbod van de Poolse vakbond in december 1981 fietste hij met een vlag van Solidarnosc door Jena. En op 1 mei 1982 liet hij zich naast de tribune van de officiële mei-demonstratie in Jena fotograferen met links een Stalinsnor en rechts een Hitlersnorretje. Het was een protest tegen twee achtereenvolgende Duitse dictaturen.
In 1982 was de maat vol voor de Oost-Duitse autoriteiten. Roland Jahn werd gearresteerd en zes maanden in een isolatiecel in de gevangenis van Gera vastgehouden. In dezelfde gevangenis was zijn vriend Matthias Domaschk een jaar eerder om het leven gekomen (of gebracht?). Roland weigerde in de gevangenis in te gaan op een aanbod om naar West-Duitsland vrijgelaten te worden. De enige mogelijkheid om hem kwijt te raken was om hem met geweld naar West-Duitsland uit te zetten.

De DDR had een luis in de pels geloosd, maar schoot er achteraf niet veel mee op. Vanuit West-Berlijn ontwikkelde Roland zich tot lastpak nummer 1 voor de DDR. Als journalist bij het tv-programma Kontraste gaf hij de oppositie in de DDR een gezicht. Daarnaast ondersteunde hij zijn oude vrienden met boeken, kranten, gesprekspartners uit het westen en zelfs met een drukpers, waarop Oost-Duitse illegale tijdschriften en pamfletten werden gedrukt. Ook in West-Berlijn werd hij door de Stasi in de gaten gehouden. In 1987 vaardigde de Oost-Duitse justitie een arrestatiebevel tegen hem uit, dat pas in december 1989, na de Val van de Berlijnse Muur, werd ingetrokken.

Zodra het mogelijk was verhuisde Roland van West-Berlijn terug naar Prenzlauer Berg in het oosten. Daar streed hij onder andere voor de openbaarheid van de Stasi-archieven, die hij binnenkort waarschijnlijk zelf zal beheren.

Erik de Graaf

woensdag 6 oktober 2010

Spion Bartholomäus Runge

Afgelopen week constateerde ik dat er veel Duitsers op Graafwerk kwamen voor Der Stasi-Pfarrer uit juni 2009, ook te lezen als De Stasi-dominee. Een korte zoektocht leidde tot het geheim. Op enkele regionale televisiezenders, onder andere in Beieren, werd vorige week de film Deckname Bartholomäus Runge uitgezonden. Over Oost-Duitse dominees, die als spion voor de Stasi werkten.

In De Stasi-dominee schreef ik over mijn herinneringen aan een kerkelijke vredesbijeenkomst in januari 1982 in het Oost-Duitse Jena. “Geen poen voor raketten” luidde de titel van de avond, waarvan de voorzitter, dominee Konstantin Stanescu (zie foto), na afloop zijn verslag afleverde bij de geheime dienst Stasi. Ondertekend met zijn schuilnaam Bartholomäus Runge.

Helaas biedt onze kabelmaatschappij de Beierse televise niet aan. Hopelijk is de film binnenkort ook op internet te zien. Overigens is Stanescu al jaren geleden overleden. Jammer, ik had die avond in 1982 graag nog een keertje met hem doorgesproken. Zijn analyse van de wapenwedloop ging toch een beetje mank.

Erik de Graaf

zondag 12 september 2010

Kartonnen grenswachters

“De DDR maakt gebruik van kartonnen poppen in de wachttorens langs de vrijwel ondoordringbare grens met West-Duitsland”. Dat maakte het West-Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken in het jaarverslag over 1985 bekend.

Op de honderden wachttorens langs de 1358 kilometer lange Duits-Duitse grens tussen de Oostzee en Tsjechoslowakije werden steeds vaker “kartonnen kameraden” gesignaleerd, terwijl de levende exemplaren een tiental kilometers oostelijker werden ingezet om potentiële vluchtelingen in de kraag te grijpen. De West-Duitse grenspolitie meldde in 1985 ook slechts dertig geslaagde vluchtpogingen van oost naar west (daaronder acht Oost-Duitse soldaten).

Aan de Oost-Duitse kant van de Duits-Duitse grens was een kilometersbrede zone, die niet vrij toegankelijk was en door levende grenssoldaten werd bewaakt. Een Oost-Berlijnse vriendin was afkomstig uit Teistungen in Thüringen, op enkele steenworpen afstand van de “innerdeutsche” grens bij Hessen. Zelf kon ze vrij eenvoudig op bezoek naar haar ouders, maar om haar vriend mee te krijgen was elke keer een lange procedure nodig. Spontane bezoekjes zaten er niet in, behalve als Thomas in de achterbak van de Trabant van zijn schoonvader het grensgebied in werd gesmokkeld. Met het risico dat hij als hij betrapt werd op verdenking van een vluchtpoging gearresteerd werd. Zover is het gelukkig nooit gekomen.

Erik de Graaf

zaterdag 11 september 2010

Bärbel Bohley is dood

Vanochtend is Bärbel Bohley op 65-jarige leeftijd overleden. Kunstenares en DDR-dissidente. De “moeder van de revolutie”, tegen wil en dank.

In de jaren tachtig maakte Bärbel deel uit van de Oost-Duitse oppositie tegen de communistische dictatuur. Tweemaal werd ze gearresteerd. De eerste keer op verdenking van contacten met de West-Duitse Groenen en andere vredesactivisten uit het buitenland. De tweede keer in de nasleep van een demonstratie, waaraan ze niet eens had meegedaan.

In september 1989 was Bärbel een van de oprichters van Neues Forum, de belangrijkste oppositiegroep in de vreedzame Oost-Duitse revolutie van 1989. Als woordvoerster werd ze het gezicht en zelfs de moeder van de opstand in de DDR genoemd, zeer tegen haar zin. Na de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989 was ze teleurgesteld dat de aandacht van de meerderheid van de Oost-Duitsers snel afdwaalde van politiek naar consumptie.

Vanaf 1996 woonde Bärbel veel in Bosnië en Kroatië. Ze werkte mee aan het wederopbouwprogramma van de EU in Sarajevo en vestigde zich later aan de Kroatische kust ten zuiden van Split. Daar organiseerde ze met haar Bosnische man vakantieweken voor door oorlog en ellende getraumatiseerde kinderen uit het hele voormalige Joegoslavië.

Ik heb Bärbel in 1983 in Oost-Berlijn leren kennen, kort nadat ze voor het eerst uit de gevangenis was vrijgelaten. Sindsdien heb ik haar activiteiten soms van nabij, maar meestal via de media op de voet gevolgd. Sinds ik vanmiddag een mailtje over haar overlijden ontving zie ik haar afwisselend druk politiek discussiërend voor me, maar op mijn netvlies blijf ook altijd hoe ze, in het weekje dat ik met mijn gezin in haar kinderhuis aan de Adriatische Kust bivakkeerde, vol overgave en liefde haar rotsige tuin in een paradijs op aarde omtoverde.

Erik de Graaf
Lees een In Memoriam van de Robert Havemann Gesellschaft

zaterdag 19 juni 2010

Smokkelen voor de vrede


Op 21 juni 1985 fotografeerde ik in de woning van mijn Oost-Berlijnse vriend Uwe een tiental pagina’s van een discussiestuk over de onafhankelijke vredesbeweging. Het diarolletje zou in West-Berlijn worden ontwikkeld om de teksten vervolgens uit te typen, te vermenigvuldigen en te verspreiden onder deelnemers aan enkele kleinschalige vredeskampjes in Tsjechoslowakije.

Mijn herinnering aan die warme zomerdag zou diep zijn weggezakt als ik niet zes jaar later in mijn Stasidossier zou hebben gelezen dat Uwe kort na mijn vertrek naar West-Berlijn bezoek had gekregen van Sinico Schönfeld, die de laatste tijd vaak belangstelling toonde voor contacten van onafhankelijke Oost-Duitse vredesgroepen met vredesactivisten uit West-Duitsland en Nederland.

Jaren later bleek dat Sinico Schönfeld onder de schuilnaam Rudolf Ritter voor de Oost-Duitse geheime dienst Stasi had gespioneerd. Eerst had hij zich moeten bewijzen, maar in 1983 raakte de Stasi overtuigd van Schönfelds “goede inborst”. “De door de informant verzamelde informatie leidde tot verhindering van een onwetmatige vluchtpoging uit de DDR en tot de arrestatie van twee personen”, zo staat het in een Stasi-analyse van Schönfelds activiteiten.

Vanaf september 1983 was Schönfeld volwaardig Stasi-informant. Hij bespioneerde de Umweltbibliothek in Oost-Berlijn en vele oppositiegroepen zoals de Initiative für Frieden und Menschenrechte. Hoe diep Schönfeld in de DDR-oppositie kon infiltreren blijkt uit het feit dat hij in 1988 in een onbewaakt ogenblik een dagboek van de Oost-Duitse dissidente Bärbel Bohley kopieerde met apparatuur van de weduwe van dissident Robert Havemann. Of in Stasitaal: “Unter Ausnutzung einer günstigen Situation fotokopierte er das “England-Tagebuch” von Bärbel Bohley”.

Drie jaar eerder hoorde de spion Rudolf Ritter op die zonnige middag in juni dat ik kort voor zijn komst het Oost-Duitse discussiestuk had gefotografeerd “om het uit de DDR te smokkelen met als doel het te verspreiden in het NSA” (Stasi-afkorting voor: niet-socialistisch buitenland). In een Stasi-rapport van 1986 lees ik verder dat de afdeling HA (Hauptabteilung) VI, afdeling Recherche bij navraag bevestigde dat De Graaf die dag naar Oost-Berlijn was gekomen, maar ook alweer was uitgereisd. Met andere woorden: ze waren te laat om mijn diarolletje te onderscheppen.

Erik de Graaf

zaterdag 3 april 2010

Het slappe handje van Helmut Kohl


Helmut Kohl is als Einheitskanzler de geschiedenis ingegaan. Het had echter maar weinig gescheeld of hij was had het politieke toneel door een achterdeur verlaten. In 1989 leek het er verdacht veel op dat zijn politieke houdbaarheidsdatum verstreken was. Op de valreep werd hij gered door de Oost-Duitse oppositiebeweging, die de Duitse Eenheid terug op de politieke agenda bracht. Kohl kreeg de Duitse voorelkaar en bleef nog tot 1998 bondskanselier. Ik schreef er in februari al over.

In 1999 kreeg de eenheidskanselier een eredoctoraat aan de Rijksuniversiteit Groningen toebedeeld, dat door Kohls drukke agenda pas in oktober 2000 kon worden uitgereikt. Inmiddels was de voormalige CDU-leider in een Parteispendenaffäre verzeild geraakt. De CDU had buiten regels en controles om miljoenen Duitse marken uit het bedrijfsleven ontvangen. Als voormalig partijchef weigerde Kohl echter de namen te noemen van de gulle gevers. Erewoord, noemde Kohl de reden van zijn zwijgen, hij had stilzwijgen beloofd. Het schandaal bleef grotendeels onopgehelderd, maar is nog steeds niet helemaal afgesloten. Twee maanden geleden startte in Duitsland een proces tegen de wapenhandelaar Karlheinz Schreiber, die met een gift van een miljoen mark aan de CDU in verband wordt gebracht. Hij wordt verdacht van belastingontduiking en bedrog. Wie weet brengt dit proces meer over Kohls “schandaaltje” van 2000 aan het licht.

De affaire leidde in Groningen tot discussies of Kohl nog wel recht had op zijn eredoctoraat. Uiteindelijk werd het toch uitgereikt op 20 oktober 2000 in het Groningse Academiegebouw. Voorafgaand aan de plechtigheid was er een lunch met Helmut Kohl in het Gasuniegebouw, waaraan ik als historicus mocht deelnemen. Tijdens de discussie over het Duitsland sinds de herwonnen straalde de kolos uit de Pfalz groots staatsmanschap uit. Alleen gaf het politiek zwaargewicht me bij kennismaking een gruwelijk slap handje.

Vandaag viert de eenheidskanselier zijn tachtigste verjaardag. De linkse krant Die Tageszeitung prees hem eergisteren de hemel in. Het was 1 april.

Erik de Graaf

maandag 8 februari 2010

"De totale Duitse Eenheid"

Bondskanselier Helmut Kohl stond er eigenlijk helemaal niet zo goed meer voor aan het eind van de jaren tachtig. Zijn politieke carriere leek op zijn eind te lopen. De val van de Berlijnse Muur in november redde zijn positie.

Op de dag van de val van de Muur op 9 november 1989 was Kohl in het buitenland. Hij brak zijn bezoek aan Polen onmiddellijk af om in West-Berlijn, voor het Rathaus Schöneberg, te worden uitgefloten door een massa, die wel geduldig luisterde naar sociaaldemocraten als Willi Brandt en burgemeester Walter Momper van West-Berlijn en ook naar Kohls minister van buitenlandse zaken Hans-Dietrich Genscher. Er leek echter weinig vertrouwen te bestaan dat bondskanselier Kohl de regie nog in handen had.

Een paar weken na de historische negende november 1989 sloeg Kohl terug met zijn Zehn-Punkte-Programm, dat hij als een soort spoorboekje naar de Duitse Eenheid beschouwde. Voor velen ging dat te snel. Later zou blijken dat zelfs Kohls blauwdruk voor de Duitse Eenheid door de razendsnelle werkelijkheid werd gepasseerd.

De Duitse Eenheid was een historisch beladen begrip. Ook in Nederland. Zelfs premier Lubbers was sceptisch, wat hem later nog belangrijke functies zou kosten. Als Lubbers voor een hoge EU- of NAVO-post ging lag Kohl uit wraak dwars. Maar Lubbers wantrouwen werd breed gedeeld. Wat te denken van de cartoon van Jos Collignon in De Volkskrant in begin 1990. Kohl wordt zo naïef en dom afgebeeld dat zelfs zijn minister Genscher zich schamend aan zijn stropdas opknoopt. “Wollt ihr die totale Einheit?”

Erik de Graaf

zondag 17 januari 2010

Jan Palach was geen dwaas!


In april 1969 reed een Russische militaire colonne door het zuiden van de DDR. De sovjetmilitairen keerden terug uit Tsjechoslowakije, waar ze in augustus 1968 de Praagse Lente met grof militair geweld hadden neergeslagen. In Schneeberg in het Erzgebirge werden studenten door de Oost-Duitse communistische partij gemobiliseerd om de Russische soldaten met bloemen en gejuich te eren.

Daar voelde lang niet iedereen voor. De Russen hadden in Praag hun hoop op een humaner socialisme de kop ingedrukt. Uli Schaarschmidt beklom met zes vrienden zonder bloemen de Russische tanks. Om de soldaten ter verantwoording te roepen voor hun daden. De actie leek met een sisser af te lopen, maar negen maanden later, in januari 1970, werd de “Bende van Schaarschmidt” alsnog gearresteerd. Op verdenking van “staatsvijandelijke groepsvorming” en “staatsvijandelijke hetze”.

Bij een huiszoeking nam de Stasi elk van spoor van “verkeerd denken” mee. Onder andere een schets met de titel Jan Palach war kein Irrer (Jan Palach was geen dwaas), die Schaarschmidt had gemaakt nadat de Praagse student Jan Palach zich uit protest tegen de Russische bezetting van Tsjechoslowakije in brand had gestoken op het Praagse Wenceslasplein. Op 19 januari 1969 overleed hij aan zijn verwondingen. Volgens de autoriteiten was Palach een dwaas. Schaarschmidt wist dat dat gelogen was, maar dat het om een politieke daad ging. Ruim twintig jaar later vond Schaarschmidt zijn schets terug bij de inzage in zijn Stasi-dossier.

Enkele maanden geleden berichtte ik dat dat Uli Schaarschmidt (overigens nog maar 19 jaar toen hij gearresteerd werd) en zijn vrienden fikse gevangenisstraffen kregen. In het Stasi-dossier vond hij twintig jaar later een opsomming van strafbare feiten. Hij had regelmatig naar de West-Duitse radio geluisterd, boeken van afvallige communisten als Ernst Bloch en Wolfgang Leonhard gelezen en (foei!) gedichten van Kurt Tucholsky en Bertolt Brecht opzettelijk verkeerd uitgelegd. Bovendien was hij aanhanger van het Tsjechische “Reformsozialismus” van 1968 (anderen noemden dat het socialisme met een menselijk gezicht). Genoeg voor vijf jaar en zes maanden gevangenisstraf.

Erik de Graaf

vrijdag 15 januari 2010

17.17 uur: Stasi-hoofdkwartier bezet


Om 17.17 uur werden de poorten van het Stasi-hoofdkwartier in de Oost-Berlijnse Normannenstraβe van binnenuit geopend. Het was 15 januari 1990, ruim twee maanden na de val van de Berlijnse Muur.

Honderden demonstranten hadden zich ’s middags voor het terrein (met 40 gebouwen!) verzameld. De oppositiebeweging Neues Forum had opgeroepen de toegangspoorten symbolisch dicht te metselen. Tot verrassing van de demonstranten keken niet gladgeschoren militairen over de hoofdpoort naar buiten, maar baardige mannen, die ze eerder bij de oppositie verwachtten. Wat niemand wist was dat sinds diezelfde ochtend vertegenwoordigers van burgerbewegingen uit de provincie met de Stasi onderhandelden over de opheffing van de geheime dienst.

In feite was het gebouw dus al bezet toen de demonstranten om 17.17 uur het terrein van de beruchte Stasi binnendrongen. De chaos compleet. Sommige demonstranten bestormden de kantine, waar de geheime agenten goed werden verzorgd met producten, die in de rest van de DDR niet of nauwelijks verkrijgbaar waren. Anderen gingen op souveniersjacht en maakten Stasi-petten en andere ongein buit. Weer anderen richten zich op de inhoud en poogden het Stasi-systeem in beeld te brengen en te ontmantelen. Ondertussen ging in enkele van de veertig gebouwen de vernietiging van de dossiers gewoon door.

Ondanks de chaos was de bezetting van het het Oost-Berlijnse Stasi-gebouw een beslissend moment in de Oost-Duitse revolutie van 1989/1990. De bezetters betraden het “heilige der heiligen” van de voorheen almachtige geheime dienst. Haar almacht was voorgoed gebroken.

Erik de Graaf



dinsdag 8 december 2009

De waskracht van het socialisme...


Al bijna twintig jaar heb ik twee foto’s uit Rostock in mijn werkkamer hangen. Ik kreeg ze in eind december 1989 tijdens een bezoek aan die stad in het noorden van de DDR. Half oktober schreef ik dat ik geen idee meer had wie ze me indertijd schonk. Evenmin wie de fotograaf was. Beide foto’s (plus nog twee, die ik onlangs in mijn archiefkast vond) waren gesigneerd met “Wittenberg 1989”. Althans, zo dacht ik.

Eerdere digitale speurtochten naar de fotograaf hadden niets opgeleverd, maar een maandje geleden vroeg ik mijn oude Rostocker vriend Harald in een felicitatiemail ter gelegenheid van zijn herverkiezing als groen Bondsdaglid of hij zich ene fotograferende Wittenberg herinnerde. Het moest wel Wittenburg zijn, mailde hij terug, die kort daarvoor een fotoboek over “die friedliche, freiheitliche und demokratische REVOLUTION ROSTOCK ‘89” uitgebracht had.

Een letter verschil maakte een wereld van verschil in mijn zoektocht naar de fotograaf. Ik mailde Siegfried Wittenburg dat ik op niet te achterhalen manier in het bezit was van enkele van zijn foto’s. Hij schreef vrijwel onmiddellijk terug. Verheugd en zich verontschuldigend voor het slechte handschrift onder de foto’s. Eind 1989 was een snelle en bewegende tijd. Ik moest wel snel schrijven, meldde hij met een knipoog.

Inmiddels heb ik me een exemplaar van REVOLUTION ROSTOCK ’89 laten toesturen. Ooggetuigenverslagen met foto’s van Siegried Wittenburg. Prachtige foto’s uit een bewogen periode, waaronder de vier uit mijn trotse bezit (ik mag ze overigens houden van Siegfried). Maar niet alleen in het boek, ook op zijn website zijn prachtige platen over het leven in de DDR van eind jaren zeventig tot aan het eind in 1990 te zien. Ondere andere bovenstaande foto met het ongelooflijke ideologische contrast. Der Sieg des Sozialismus ist der Triumph des Friedens… en zijn waskracht is enorm.

Erik de Graaf

dinsdag 17 november 2009

Begroetingsgeld


Een week na de val van de Muur reisde ik naar Berlijn. Ik moest van dichtbij zien hoe de ossies het westen veroverden. Ik ontmoette mijn Oost-Berlijnse vrienden voor het eerst in West-Berlijn. In het Kuckucksei, een kroeg in de Kreuzberger Wrangelstraβe. Het waren emotionele momenten.

Het was ook vervreemdend om in Berlijn te zijn. Om duizenden Oost-Duitsers over de Oberbaumbrücke richting Kreuzberg te zien lopen. Aan het eind van de brug, net op West-Berlijnse bodem, was provisorisch een kantoor ingericht waar de gasten uit het oosten hun Begrüβungsgeld konden incasseren. Voor iedere ossie had de bondsregering honderd harde West-Duitse marken (omgerekend 50 euro) klaarliggen om de hoogste nood te lenigen.

Het Begrüβungsgeld kwam voort uit de zogenaamde Ostverträge van bondskanselier Willi Brandt met de DDR uit 1970. Die zorgden weliswaar voor iets meer reismogelijkheden (van vooral ouderen) uit het oosten naar het westen, maar die Oost-Duitsers mochten van hun regering maximaal 70 Oost-Duitse marken mee op reis nemen. De West-Duitse regering stelde voor alle Duitsers uit de DDR en de voormalige Duitse gebieden in Polen een bedrag van 30 mark (15 euro) per persoon beschikbaar, dat tweemaal per jaar in de Bondsrepubliek kon worden opgestreken. Toen de DDR het bedrag dat haar onderdanen naar het westen mochten meenemen in 1987 van 70 mark terugbracht tot 15 verhoogde West-Duitsland het Begrüβungsgeld tot 100 mark jaarlijks. In 1988 werd 260 miljoen mark uitbetaald aan Oost-Duitse reislustigen. Dat bedrag werd ook voor 1989 begroot. Door de Val van de Muur liep dat bedrag alleen al in november en december 1989 op tot naar schatting 3 á 4 miljard mark.

Erik de Graaf

vrijdag 13 november 2009

Een Trabant in de Marnixstraat


Zo’n vijfentwintig jaar geleden zag ik eens een Trabant met een DDR-kenteken over de Amsterdamse Marnixstraat rijden. Achter het stuur zat een gedrongen man met bril en baardje, in wie ik de Oost-Duitse jazztrompettist Andy Altenfelder herkende. Altenfelder speelde vanaf het begin van de jaren tachtig in het Willem Breuker Kollektief.

Ik had wel eens begrepen dat hij met een officieel visum tussen Oost-Berlijn en Amsterdam reisde. Het gebeurde wel vaker dat Oost-Duitse kunstenaars met een doorlopend visum in het westen verbleven. Schrijvers, acteurs, muzikanten en beeldende kunstenaars verhuisden zo naar het westen zonder alle schepen in het oosten achter zich te hoeven verbranden. Daar stond dan wel de afdracht van een deel van de inkomsten aan de DDR tegenover.

Ik dacht altijd dat Altenfelder ook op zo’n manier in Amsterdam was terechtgekomen. Gisteravond zat ik toevallig een tafeltje naast hem in een Gronings café. Nou ja, toevallig. Ik at met mijn zoon een broodje voordat we naar het jubileumfeestje Nog lang niet jarig! van het Willem Breuker Kollektief in de Stadsschouwburg zouden gaan. En Andy at ook nog iets voor de laatste soundcheck. In het spontane gesprekje dat volgde vertelde ik over mijn herinnering aan zijn Trabant in de Marnixstraat. Inderdaad was hij een paar keer met zijn Trabant naar Amsterdam gekomen.

Maar van een doorlopend visum was bij Altenfelder geen sprake. Hij vertelde me dat hij elke keer een visum voor Nederland moest aanvragen. Soms voor twee, soms voor vier en een enkele keer voor zes weken. En in ruil voor 20% van zijn inkomsten. Weer terug in de DDR kreeg hij dan een brief, waarin stond dat hij zijn paspoort binnen 48 uur moest inleveren. Belachelijk, binnen 48 uur. “Waarom niet gewoon binnen twee dagen”, lachte hij gisteravond nog. Altenfelder kreeg zijn reisvrijheid om met Breuker op te treden. Maar als het Kollektief op een internationale tournee ging had Altenfelder als Oost-Duitser in elk West-Europees land een apart visum nodig. Dat ging meestal niet op stel en sprong. Met pretogen vertelde hij hoe hij ooit samen met iemand van een Nederlandse ambassade binnen een half uur de wachttijd voor een Italiaans visum van zes weken tot vijf minuten bekortte.

Erik de Graaf

donderdag 12 november 2009

Gaten in de Muur


Die Mauer durchlässig machen. Dat was lange tijd één bescheiden doelstelling van de oppositie in de DDR. Op 9 november 1989 was het zover. Korte tijd later kreeg ik deze foto van een vriend. Gaten in de Berlijnse Muur. Nog wel bewaakt, maar met een vrolijker gezicht…

Erik de Graaf

zaterdag 7 november 2009

Val van de Muur


Erik de Graaf (51), leraar Duits, Warffum

"Vanaf 1979 reisde ik naar de DDR om daar vrienden te ontmoeten die ik op vakantie had leren kenen. Zij dachten niet veel anders dan ik maar konden niet doen wat ze wilden doen en werden vervolgd. Later organiseerde ik ontmoetingen tussen Oost en West-Europese jongeren op Tsjechische en Hongaarse campings. We discussieerden over vrede en veiligheid, mensenrechten en het dagelijks leven in Oost en West. Tot mijn verbazing werd ik altijd tot de DDR toegelaten, hoewel ze me wel in de gaten hielden, bleek uit een Stasi-dossier. Ik volgde de politieke ontwikkelingen al maanden op de voet maar juist het hoogtepunt, de val van de Muur, ontging me omdat ik laat thuis kwam. Ik hoorde het pas de volgende ochtend op de radio. Ik ben een week later naar Berlijn gegaan. Het was er een chaos maar een vrolijke chaos. Het was heel emotioneel om mijn Oost-Duitse vrienden voor het eerst in West-Berlijn te ontmoeten. Door mijn vriendschappen met Oost-Duitsers heb ik van dichtbij onderdrukking en dictatuur meegemaakt. Een aantal vrienden is voor korte of langere tijd in de Oost-Duitse gevangenis beland. Maar ik heb ook van dichtbij gezien wat een massale beweging voor burgerrechten kan bewerken."

Uit: Dagblad van het Noorden, 7 november 2009

vrijdag 30 oktober 2009

De val van de Muur op de Alexanderplatz


Vorige week heb ik een paar dagen Berliner Luft geademd. Aanleiding om te gaan was de expositie over de val van de Berlijnse Muur op de Alexanderplatz, die al in mei van dit jaar werd geopend. Samengesteld is de expositie door de Robert Havemann Gesellschaft, die sinds 1989 een indrukwekkend archief over de oppositie en burgerbeweging in de DDR heeft opgebouwd.

Ik heb de Havemann Gesellschaft sinds haar oprichting van redelijk nabij gevolgd. Ze kwam voort uit de Umweltbibliothek, die al halverwege de jaren tachtig onder de vleugels van de kerk in Oost-Berlijn ontstond. De medewerkers verzamelden informatie over milieu, vrede & mensenrechten in een tijd dat dat in de DDR absoluut niet op prijs werd gesteld. In november 1987 leidde dat tot een inval van de Stasi in het kantoor van de Umweltbibliothek in de Oost-Berlijnse Zionskirche. Er werd materiaal in beslag genomen en medewerkers werden gearresteerd. Onder druk van protesten in de DDR, maar vooral daarbuiten in het westen, werden de arrestanten al na een paar dagen vrijgelaten. Voor het eerst bleek de Stasi niet onoverwinnelijk. Het gaf de tegenstanders van het regime moed en kracht.

Na 1989 verhuisde de Umweltbibliothek naar een ruimte buiten de kerk. De kerkelijke bescherming was niet meer nodig sinds de val van het DDR-regime. In hetzelfde gebouw in de Schliemannstraβe werd aan eerste archiefvorming gedaan. Eerst door het Matthias Domaschk Archiv, genoemd naar de jonge activist uit Jena, die in 1981 in een Stasi-gevangenis om het leven kwam. Later door de Robert Havemann Gesellschaft, genoemd naar de dissident die in 1982 na jarenlang huisarrest stierf. Een deel van het archief bestaat uit door oppositieleden ter beschikking gestelde kopieën van Stasi-dossiers.

De expositie op de Alexanderplatz in hartje Berlijn is indrukwekkend. Ze geeft een prachtig beeld van het leven achter de Berlijnse Muur, van de oppositie in de DDR en van de subculturen. Maar ook de internationale ontwikkelingen en gevolgen van de bouw én de val van de Muur worden mooi in beeld gebracht: van de opkomst van Solidarnosc in Polen, de perestroika van Gorbatsjov tot de massale vlucht van Oost-Duitsers via de West-Duitse ambassades in Praag en Boedapest naar Oostenrijk en West-Duitsland. Op een koude en natte oktoberdag in 2009 zag ik mensen vorige week urenlang vol aandacht langs de informatieborden schuifelen. Sinds mei hebben al ruim een miljoen mensen de expositie bekeken. Reden voor het Berlijnse stadsbestuur om de Open Air Exposition met een jaar te verlengen. Berlijn is nu nog meer “eine Reise wert”.

Erik de Graaf

donderdag 29 oktober 2009

De Partij heeft duizend ogen!


Om een uur of half elf kwamen we aan in Praag, vroeg genoeg om de ons aanbevolen jazzclub aan de Moldau nog voor sluitingstijd te bereiken. Het was donker, koud en vochtig in de stad. Het centrum lag er verlaten bij en hing vol zwarte vlaggen in verband met het overlijden van Sovjet-leider Konstantin Tsjernenko vier dagen eerder. En er was geen kroeg open, ook niet onze jazzclub, waar we volgens een Oost-Berlijnse vriend altijd wel iemand zouden ontmoeten die ons onderdak wilde verlenen. Met officiële rouw op de begrafenisdag en een vervroegd sluitingsuur hadden we geen rekening gehouden. "Valt er eindelijk iets te vieren, sluiten de kroegen", bromde Uwe.

We doolden door het centrum, speurend naar een plek waar we nog konden overnachten, maar naarmate het later werd daalden onze kansen. Tegen enen stonden we weer voor het station. Op een bankje in de hal hebben we de lange nacht zitten dommelen, veelvuldig gestoord door Tsjechische agenten, die onze paspoorten en een verklaring voor ons gedrag eisten. Al vroeg kwam de stad tot leven. In een kiosk op het Wenceslausplein verdreven we onze slaap met koffie en broodjes. Daarna pas kon ons lange weekend Praag beginnen.

Het was een onbeduidend voorval en ik zou het allang zijn vergeten als het niet mijn herinnering was geroepen door één bladzijde uit een ruim driehonderd pagina's dik dossier, waarin de Stasi van 1985 tot 1987 contacten tussen een aantal onafhankelijk denkende Oost- en West-Europese jongeren in kaart bracht met het doel ze verder te verhinderen. "Gemeinsame Reise eines DDR-Bürgers mit einem niederländischen Bürger" luidde de prozaïsche kop boven die ene pagina, waarop majoor Schreiber van de paspoortcontrole-eenheid in Bad Schandau eind maart 1985 verslag deed aan zijn meerdere in de Bezirksverwaltung für Staatssicherheit Dresden Abteilung VI (citaat, vertaald door EdG):

"Op 13.03.85, om 21 uur reisde de DDR-burger Bastian, Uwe, met de D-379 via de Grenzübergangstelle (GüST) Bad Schandau naar Tsjechoslowakije uit", aldus de majoor in zijn stijve Stasi-jargon. "De burger gaf bij de paspoortcontrole aan dat hij voor twee dagen als toerist naar Praag reisde. Bij inlichtingen van de burger over reisdoel en reisduur mengde de in dezelfde coupé meereizende Nederlandse burger De Graaf, Erik, zich in het gesprek en zei letterlijk: misschien gaan we ook vier dagen naar Praag. (...) Volgens Tsjechisch visum wil de burger voor vier dagen als toerist naar Tsjechoslowakije reizen. Door de Tsjechische paspoortcontrole werd bij de burger een hotelboeking voor twee personen voor drie nachten in hotel Racek vastgesteld. Beide burgers reisden alleen in de coupé und machten einen ungepflegten und unsauberen äusserlichen Eindruck. Als bagage voerde de DDR-burger een plunjezak met levensmiddelen en schone was en de Nederlandse burger een koffer met wasgoed mee".

Op die dertiende maart 1985 waren Bastl en ik aan het eind van de middag met twee hoofden vol Charta 77-adressen van Oost-Berlijn naar Praag vertrokken. Op zoek naar jonge, kritische Tsjechen die in de zomer op een Boheemse camping met Oost- en West-Duitse en Nederlandse jongeren van gedachten wilden wisselen over oorlog en vrede, mensenrechten, milieu en het dagelijks leven in Oost en West. In een grenzeloos optimisme de Stasi om de tuin te kunnen leiden hadden we van tevoren afgesproken in de trein te doen alsof we elkaar niet kenden. Liever las ik dan zelfs nog de partijkrant Neues Deutschland met het laatste nieuws over de dood van de 'onvolprezen Sovjet-leider' en zijn snelle opvolging door Michail Gorbatsjov.

Bijna vijfentwintig jaar na dato weten we zeker dat het door majoor Schreiber beschreven gesprek niet is gevoerd. Zoals ik ook beslist geen koffer bij me had en onze herinneringen aan de doorwaakte nacht geen reserveringen voor hotel Racek aannemelijk maakten. Om over ons uiterlijk maar te zwijgen, dat was sowieso een kwestie van smaak. Die grijsgroene uniformen stonden ook bepaald niet charmant. "Soldaten sehen sich alle gleich, lebendig und als Leich", zong Wolf Biermann. Blijft echter de vraag hoe men wist dat we wel degelijk samen naar Praag reisden. Speelden we zo slecht toneel (wat goed mogelijk is)? Of was men aan de grens al op de hoogte van onze 'gemeinsame' komst?

Enkele maanden later opende Oberfeldwebel Klick (het schijnt zijn echte naam en geen schuilnaam te zijn) van de Abteilung XX van de Berlijnse Stasi ondanks al onze voorzichtigheid een dossier, nadat een informant had bericht dat Bastian met vrienden werkte aan een discussiestuk voor een bijeenkomst van 'Oost-Duitse vredesactivisten met alternatieve groepen uit het buitenland'. Kort daarop werd ook Schreibers onjuiste, maar toch zo doeltreffende pagina aan Klicks dossier toegevoegd.

Het lijkt een onschuldig en zelfs lachwekkend verslag, maar samen met andere verslagen en verklaringen van de informanten werd toch een tamelijk volledig beeld van onze activiteiten gevormd met de nadrukkelijke bedoeling bewijzen te verkrijgen van overtredingen van de DDR-wet (waaronder landesverräterische Nachrichtenübermittlung en staatsfeindliche Hetze). Ikzelf heb daarbij weinig risico gelopen, hoewel aantoonbaar is getracht ook mij in de Stasi-val te lokken. Uit angst voor een verslechtering van de relatie met Nederland zou ik hoogstwaarschijnlijk na een spannende namiddag (of maand?) naar het Westen zijn uitgewezen, zoals gebruikelijk. Mijn Oost-Berlijnse vrienden waren echter wel aan de willekeur van het systeem overgeleverd, zoals bladzijde na bladzijde uit het dossier blijkt. "Die Partei hat tausend Augen”, schreef Bertolt Brecht ooit met bewondering over de Oost-Duitse SED. Bijna 200 kilometer Stasi-archief geven hem schrikbarend gelijk.

Erik de Graaf

zondag 18 oktober 2009

De val van Honecker

Op 18 oktober 1989 trad Erich Honecker “op eigen verzoek” af als Generalsekretär van de communistische partij in de DDR, de SED. De hoogste functie van het land werd overgenomen door Egon Krenz. De 52-jarige Krenz was al jarenlang de gedoodverfde opvolger van Honecker en had zich warm gelopen als leider van de Freie Deutsche Jugend, de jongerenafdeling van de SED.

Het Centraal Comité hoopte door deze machtswisseling partij en land uit een penibele situatie te redden. Tevergeefs, er was geen redden meer aan voor de grijze partijleiders. Om “het eeuwig lachende gebit” (zoals Wolf Biermann de nieuwe leider in de krant van de volgende dag noemde) als nieuwe verlosser naar voren te schuiven getuigde van paniekvoetbal. Krenz had geen greintje vertrouwen bij de demonstrerende bevolking. Nog nooit gehad, maar zeker niet nadat hij vier maanden eerder de Chinese, gewelddadige “oplossing” op het Plein van de Hemelse Vrede had bejubeld. De mensen wisten dus wat ze van de jarenlange lakei van Honecker konden verwachten.

Krenz was kansloos en werd vooral bespot door “zijn” Oost-Duitse volk. “Egon Krenz – keine Lizenz”, riepen tienduizenden demonstranten in Oost-Berlijn. Overal in de DDR werd de draak gestoken met de “nieuwe leider”, zoals duidelijk te zien is op bovenstaande foto van een demonstratie in het noorden van de DDR, vermoedelijk in Rostock. Ik kreeg de foto in december 1989 tijdens een bezoek aan Rostock. Ik weet niet meer van wie. Wittenberg '89 staat eronder, waarschijnlijk een verwijzing naar de fotograaf.

Erik de Graaf

zaterdag 26 september 2009

Hey Sowjet

In april 1969 reed een Russische militaire kolonne door het zuiden van de DDR oostwaarts. De sovjetmilitairen keerden terug uit Tsjechoslowakije, waar ze in augustus 1968 de Praagse Lente met grof militair geweld hadden neergeslagen. In het plaatsje Schneeberg in het Erzgebirge werden studenten door de communistische partij gemobiliseerd om de Russische soldaten met bloemen en gejuich te verwelkomen.

Sommigen voelden daar niets voor. In de ogen van zeven vrienden hadden de Russen zojuist de hoop op een humaner socialisme de kop ingedrukt. Ze beklommen de Russische tanks zonder bloemen om de soldaten ter verantwoording te roepen. De actie leek met een sisser af te lopen, maar negen maanden later, in januari 1970, werden ze alsnog gearresteerd. Op verdenking van “staatsvijandelijke groepsvorming” en “staatsvijandelijke hetze”.

In het Stasi-verslag van weer een jaar later (april 1971) lees ik nu hoe de vork volgens de openbare aanklager in de steel zat. Onder leiding van Uli Schaarschmidt (19 jaar toen hij gearresteerd werd) luisterden de “staatsvijanden” regelmatig naar de West-Duitse radio, lazen ze boeken van afvallige communisten als Ernst Bloch en Wolfgang Leonhard en legden ze gedichten van gevierde dichters als Kurt Tucholsky en Bertolt Brecht opzettelijk verkeerd uit. Doel van de “Groep-Schaarschmidt” was volgens de Stasi te komen tot een “Reformsozialismus”, naar het voorbeeld van de Tsjechische contra-revolutionairen van 1968. De activiteiten vonden volgens de Stasi vooral plaats na de “hulpmaatregelen van de broederlanden in Praag in 1968” (voor als u niet gelooft wat u leest: bedoeld wordt het militaire ingrijpen door de Russen).

De vrienden kregen fikse gevangenisstraffen. Schaarschmidt kreeg vijf jaar en zes maanden aan de broek, maar kwam in 1972 onverwachts vrij in ruil voor in West-Duitsland gearresteerde DDR-spionnen. Om de liefde koos hij ervoor in Oost-Duitsland te worden vrijgelaten. Net als zijn vriendin overigens, die drie jaar vastzat. Jarenlang werkte Schaarschmidt als elektricien voor een minimuminkomen. In 1980 verhuisde hij naar Oost-Berlijn, waar het beter toeven was dan in het oerstalinistische zuiden van de DDR. Na de val van de Muur in 1989 verhuisde hij naar München, waar hij tegenwoordig als kunstenaar leeft. In de afgelopen jaren heeft hij ook tekeningen gemaakt van episoden uit zijn leven, waaronder deze van de actie op de Russische tank met de titel Hey Sowjet. In het retrospectief van Schaarschmidt kunt u er meer bekijken.

Erik de Graaf

zaterdag 29 augustus 2009

REKRUTERING VAN EEN METAFOOR

Vorige week schreef ik hoe de "dissidente" Oost-Duitse dichter Sascha Anderson in 1985 een literaire solidariteitsverklaring voor een Nederlandse totaalweigeraar in de Amsterdamse Bijlmerbajes schreef. Zes jaar jaar later bleek dat hij tientallen jaren voor de Stasi had gewerkt. Hieronder volgt de licht aangepaste Nederlandse vertaling van 25 jaar geleden. Het is even taai, maar wel interessant in het licht van het Koude Oorlogsdenken:

REKRUTERING VAN EEN METAFOOR

onder de titel DE OORLOG VAN GISTEREN IS HET DRAMA VAN VANDAAG heb ik voor het westberlijnse stadstijdschrift zitty een langer artikel over acht mei geschreven. een datum, die vooral in westduitsland-1985 een conflict aanduidt, dat door het geklets van de partijen ommuurd is. zoals elke andere, een datum in de dossierkasten van de gedenkdagpolitici.

dan hoor ik plotseling over pieter van reenen, waarschijnlijk geen uniek geval, maar tenminste een echt mens, en het treft me meer dan het gejammer van de officiële organen over een raket meer of minder in het andere kamp. maar het andere schijnt een vacuüm in de eigen buik te zijn. houden we ons misschien aan het andere vast, alleen om niet te imploderen. rust en orde in de militaire opstelling, justitia in dienst van politiekfysieke reacties.

ik leef in de ddr, en ik zou in nederland niemand met mijn conflicten belasten, als niet pieter van reenen, de kwestie pieter van reenen, een component van mijn problematiek zou zijn. ik zelf ben nog nooit in nederland geweest, en wat ik over dit land weet, heb ik uit de cultuur. bijvoorbeeld het poetry international festival in rotterdam, met zijn fantastische functie, te vertalen, de poëzie van een vreemde taal in de poëzie van een andere taal, van vele andere. dit festival is voor mij een metafoor geworden voor nederland. Misschien dat de wens meer de vader van de gedachte was, maar ik heb deze metafoor tot nu toe steeds op het beeld van de hele maatschappij overgedragen. holland is voor mij een creatieve “tussen”ruimte, een leefbare differentie.

nu dus, op deze plaats, hoor ik over pieter van reenen, en het wordt me duidelijk hoe zich deze differentie, die ik liever dan elk duitsland op het ogenblik, heimat wilde noemen, in de patstelling van de vervlechtingen in een niemandsland verandert, omdat het gewoonweg niet in staat lijkt, zich buiten het familiegraf der systemen te houden. en zo wordt de kwestie pieter van reenen tot katalysator voor het selectieve ageren van duitse rechters, die de utopie van een “nagekomen” generatie smoren in de van macht gemaakte vergulden cellen van haar paranoïa. en daar wordt de kwestie pieter van reenen de zwarte metafoor voor het zelfbesef van een natie, dat in het systeemdenken haar identiteit verliest. een direct gevolg van het bekend worden van de kwestie pieter van reenen in de ddr zou zijn, dat de autoriteiten tegen hen die hier weigeren zeggen: zolang het westen zijn weigeraars opsluit, moeten wij het ook doen.

ik echter vat juist nu elke weigering op als, zoals ik zei, productieve tussenruimte. in deze zin vertaalt pieter van reenen met zijn beslissing de militaire dienst te weigeren, hollands zelfbewustzijn, en de justitie bewijst slechts haar functioneren als rader in het mechanisme van het duits-duitse volkstuintje.

s. anderson 9.4.85

donderdag 20 augustus 2009

Volksverhuizing

Duizenden Oost-Duitsers namen twintig jaar geleden via de West-Duitse ambassades in Tsjechoslowakije en Hongarije de benen naar het westen. De val van de Berlijnse Muur en de ineenstorting van de DDR werden onafwendbaar. Drie maanden later was het zover. In de tuin van de ambassade van de Bondsrepubliek staat de “Republikflucht” per Trabant vereeuwigd.

Erik de Graaf