donderdag 24 maart 2016

Johan Cruyff - mijn redder in Roemenië


De Rembrandt van het Nederlandse voetbal. Misschien wel de bekendste Nederlander aller tijden. JC is vandaag overleden. Ik ben hem eeuwig dank verschuldigd. Ooit redde hij me aan de Roemeens-Bulgaarse grens uit een netelige situatie. Zijn naam was voldoende.

In 1980 reisde ik in mijn uppie met rugzak door Oost-Europa. Liftend, lopend en met bus en trein. Waar ik aankwam liet ik me verrassen door de omstandigheden. Meestal leidde dat tot leuke ontmoetingen en uitnodigingen voor eten en overnachtingen. Er was echter één probleem: bij een reis door het Roemenië van Ceausescu kocht je bij entree een visum, waarop je je route vervolgens van dag tot dag moest bijhouden. Bij elke camping of hotel kwam er een nieuw stempel in het visum als bewijs van goed overnachtingsgedrag. Logeren bij particulieren was verboden in Ceausescu's rijk en bovendien niet goed voor de carrière van de gastvrije Roemeen.

Het ging al op de eerste dag mis toen ik buiten het dorp Bratca, in het westen van Roemenië tussen Oradea en Cluj, werd aangesproken door twee jongens, die me in de drukte rond het station uit persoonlijke veiligheidsoverwegingen hadden genegeerd. Ik kon wel bij hen overnachten, vertelden ze nu. Na een woeste Transylvaanse avond met muziek, dans, zelfgemaakte wijn en palinka, een blik op het mooiste meisje van het dorp en boeiende gesprekken over het leven in oost en west kreeg ik de logeerkamer toegewezen. De drie volgende nachten logeerde ik in Cluj-Napoca bij Ovidiu, die jaloers las dat mijn paspoort "valid for all countries in the world" was. In Sibiu stond mijn tentje officieel op de camping, maar logeerde ik zelf bij een familie van Duitse afkomst, die Sibiu hardnekkig Hermannstadt noemde.

Een paar dagen later huurde ik een kamer bij een oude vrouw in Busteni, aan de voet van de bergen. Ze verzorgde me geweldig, maar een stempel kon ze me niet leveren. Mijn bagage liet ik een paar dagen bij haar achter toen ik met twee Roemeense dienstplichtigen de bergen inging. Hun adressen kreeg ik niet. Dat leek hen te gevaarlijk. Officieel waren we tenslotte vijanden en de Securitate zag veel. In Boekarest vond ik uiteindelijk een hotel. En daarmee een stempel in mijn visum.

Na veertien dagen Roemenië had ik vijf officiële stempels. Dat leidde tot flink oponthoud aan de grens met Bulgarije. Daar bleek het al een hele klus duidelijk te maken uit welk land ik kwam, hoevaak ik ook Holland, Golland of Hollandia zei. Blijkbaar maakten niet veel West-Europeanen gebruik van de kleine grensovergang bij Călărași. De eerste grenswachten kwamen er niet uit. Er moest een hogere worden gehaald. Die bekeek mijn paspoort van alle kanten, wees zijn onderdanen allerlei informatie uit mijn pas aan, maar er leek ook iets niet te kloppen. Ten einde raad riep hij de hulp van een nog hogere grenswacht in. Die liet een poosje op zich wachten, omdat hij uit een plaatsje uit de buurt moest komen. Ik had genoeg tijd om me zorgen te maken. Hoe redde ik me hier uit?

De hoogste beschikbare grenswacht kwam, zag en overwon. Hij bladerde door mijn paspoort. Van voor naar achter en van achter naar voor. Er verscheen een glimlach op zijn gezicht. "Ah, Kroeijeff!" Hij sloeg me op de schouder. Ja, Kroeijeff, lachte ik opgelucht terug. Hij bood me een Roemeense sigaret aan en als niet-roker betrad ik even later paffend Bulgaarse grond. Met eeuwige dank aan Cruyff.

Erik de Graaf

vrijdag 5 februari 2016

Les in de zwemkunst: badmeester Klaas van der Molen in Warffum


Na de publicatie van mijn boek over Marten Toonder senior in oktober 2015 krijg ik bijna wekelijks nieuwe informatie, zonder dat die me gelukkig op "leugens" betrappen. Vandaag bracht iemand me twee foto's van schipper Klaas van der Molen, die in 1904 met Marten naar Delfzijl fietste om hem op te geven voor de zeevaartschool. In 1899 had Marten met Van der Molen op de Concordia gevaren. Datzelfde jaar verkocht de schipper zijn schuit om verder te rentenieren in Warffum. Als tijdverdrijf werd hij badmeester in het in 1902 geopende zwembad bij het spoor in Warffum.


Op de foto staan negen leerlingen van de Rijks HBS in Warffum in het zwembad, de meesten met hun pet op. Aan de wal staat badmeester Klaas van der Molen (in Toonders boek Klei en zout water heette hij Houwerzijl). Netjes op het droge dus, want in het water werd de badmeester nooit gezien. Vanaf het plankier trok hij zijn leerlingen met een touw heen en weer. Volgens Toonder senior “in de stellige overtuiging dat de juiste arm- en beenbewegingen zich wel tijdig zouden voordoen om de verdrinkingsdood te voorkomen”.


Eerder heb ik al eens twee foto’s van Klaas van der Molen gescoord bij verre nazaten in Usquert. Op een foto stond hij op hem blijkbaar karakteristieke houding in een fotostudio. Op het plankier bij het zwembad stond hij er net zo bij. De tweede foto was een portret, gefotografeerd door fotograaf P. Holstein uit Warffum. Holstein was behalve fotograaf ook conciërge bij de Warffumer Rijks HBS. Vermoedelijk heeft hij in 1902 of 1903 deze kiek gemaakt van zijn leerlingen. Een van hen moet Rikkert Clevering zijn, die vanaf 1900 op de HBS zat. Waarschijnlijk de voorste, maar wie het beter weet mag het zeggen. Clevering was wat ouder dan de andere leerlingen.

Erik de Graaf

PS: in 2013 schreef ik al eens over het zwembad in Warffum; Les in de zwemkunst in Warffum.

maandag 11 januari 2016

Bowie in een Duits-Duits rockduel


Het Duitse Ministerie van Buitenlandse Zaken bedankte David Bowie vandaag voor zijn rol in de Koude Oorlog. Om het 750-jarig bestaan van Berlijn op te fleuren plande West-Berlijn in juni 1987 een driedaagse muziekfestival aan de Berlijnse Muur, bij de Brandenburger Tor.

Terwijl aan de westkant van de Muur op drie achtereenvolgende avonden David Bowie, de Eurythmics en Genesis speelden vonden aan de oostkant driemaal ongeregeldheden plaats. Wat begon als het verlangen van Oost-Duitse jongeren om zo dicht mogelijk bij hun popidolen te komen ontwikkelde zich tot politieke demonstratie. “De Muur moet weg”, riepen de fans in Oost-Berlijn toen ze door de politie op afstand werden gedreven, “wij willen vrijheid”.
De artiesten op het podium aan de westkant van de Brandenburger Tor waren zich bewust van de politieke draagkracht van hun optredens. In een interview vertelde Bowie dat hij een dag eerder in Oost-Berlijn was geweest en talloze jongeren had gesproken die aan de oostkant van de Muur flarden van het Duits-Duitse dubbelconcert wilden opvangen. Aan hen droeg hij tijdens het concert Heroes op. Just for one day. De wind stond die dag gelukkig in de goede richting.


Blijkbaar zag men in het westen een geheim wapen in de rockconcerten. Een goede manier om het jongerenverzet in het oosten op te porren. Een jaar na Bowie, de Eurythmic en Genesis werd opnieuw een driedaagse georganiseerd rondom de West-Duitse Dag van de Duitse Eenheid (ter herdenking van de opstand van 17 juni 1953 in de DDR). Het oosten reageerde met een driedaags tegenprogramma in Weissensee, ver van de Brandenburger Tor. Op 16 juni 1988 speelde Pink Floyd bij de Brandenburger Tor, in het oosten was er een concert van James Brown voor 100.000 toeschouwers. De dag erop was er in het westen een festival met Udo Lindenberg en Nina Hagen, terwijl in het oosten Fischer Z speelde. Michael Jackson moest het tenslotte opnemen tegen Bryan Adams en de Brabantse band Bots (“wat zullen we drinken?”). 

Een wedloop in decibellen. Wie er won? Het Oost-Duitse tegenprogramma kon niet verhinderen dat dagelijks ook zo’n drieduizend jongeren naar de oostkant van de Brandenburger Tor gingen om flarden van Pink Floyd, Udo Lindenberg of Michael Jackson op te vangen. Door de ongunstige wind viel dat tegen. Net als een jaar eerder kwam het tot protesten, rellen en arrestaties.

Erik de Graaf

zondag 10 januari 2016

Heinrich Zille en ik



Tegen een blinde muur aan de Marheineckeplatz in het (toen nog) West-Berlijnse Kreuzberg zag ik ooit een reusachtige tekening van het Berlijnse volksleven in de jaren twintig. Onder de kleurige afbeelding stond de naam van de oorspronkelijke kunstenaar: "Heinrich Zille: 10.1.1858 - 9.8.1929". De Berlijnse volkstekenaar en fotograaf was toen net vijftig jaar dood.

Vandaag is het precies 158 jaar geleden dat Zille werd geboren. Hij groeide in armoede op, werkte jarenlang in een fotoatelier, maar kwam pas goed aan zijn eigen werk toe toen hij rond zijn vijftigste werkloos werd. "Ga liever de straat op. Kijk om je heen en teken", had zijn leermeester hem gezegd. Zijn sociaal-kritische weergave van het Berlijnse leven van het late keizerrijk en de Republiek van Weimar sloeg in als een bom.

"Moeder, als ik wil kan ik bloed in de sneeuw spugen", zegt een meisje op een van Zilles tekeningen trots tegen haar moeder. Of: “moeder, zet de twee bloempotten eens buiten. Ons Liesje zit zo graag in het groene”. De heersende klasse vond Zilles werk maar niks. "Die kerel ontneemt ons alle levensvreugde", becommentarieerde een officier uit het keizerrijk een Zille-tentoonstelling.


In het Nicolaïviertel in het centrum van Berlijn staat sinds zijn honderdvijftigste verjaardag, vandaag acht jaar geleden, een standbeeld van Heinrich Zille. Hoed op en de jas goed dichtgeslagen. Om de hoek is het Zille-Museum. Alles in het oudste deel van de tegenwoordige wereldstad ademt Zille en zijn Berliner Milljöh. Sinds ik in 1979 de muurschildering op de Marheineckeplatz zag sta ik altijd even stil bij Heinrichs verjaardag. Al die tijd al is hij op de dag af een eeuw ouder dan ik. In mijn jonge jaren had ik vrede met 9 augustus 2029 als sterfdatum, ook weer precies een eeuw na Zille, maar dat komt nu wel angstwekkend dichtbij. Ik hoop hem nu maar op een eeuw afstand te overleven. Proost!

Erik de Graaf

dinsdag 5 januari 2016

IJzige overstaptijd


Vandaag hadden we ijzelvrij. Morgenochtend vervallen de eerste twee lesuren, lees ik op de website van mijn school. Tussen acht en half negen wordt besloten of mijn Duitse lessen überhaupt kunnen worden gegeven. En de andere vakken natuurlijk ook.

Ik heb net de situatie buiten verkend. Met de auto kom ik morgen niet in Appingedam.  De eerste duizend meter lijken op een schaatsbaan met na tweehonderd meter een krappe, scherpe en schuin aflopende bocht langs het polderdiep. Brrrr, koud. En er komt nog een ijzelnachtje overheen. Dat er voor morgenochtend gestrooid wordt lijkt me sterk. Ik woon in een doodlopende zijweg van een doodlopende weg en dan nog eens helemaal achteraan. Dat is altijd de laatste straat van het dorp waar gestrooid wordt. Meestal zet ik mijn auto op tijd een paar straten verderop. Dit ijs kwam te onverwachts.

Dan maar met de trein. Op de NS-reisplanner heb ik mijn treintijden alvast verkend, hoewel ik met Arriva reis. Met de trein van 8.47 uur van station Warffum zou ik het kunnen halen. Een uur en twee minuten duurt de reis. De school is niet ver van het station. Om 9.01 uur moet ik overstappen in Sauwerd. Daar kan ik nog net de trein naar Appingedam en Delfzijl uitzwaaien. Die is dan om 8.58 uur vertrokken. Voor mijn trein moet ik dan 27 minuten wachten op een ijskoud, verlaten betonplaat. Wat een dienstregeling. Kan dat niet anders? Als er al iemand in Sauwerd uitstapt is dat toch meestal om op die trein over te stappen.

Erik de Graaf

zondag 13 december 2015

"In leven zeekapitein"- twee halen, één betalen


Klaas van der Molen uit Usquert was een van Toonders zeevaders. Zo noemde hij dat zelf. Na zijn vertrek van Rottumeroog voer Marten een poosje als matroos op de Concordia van kapitein Van der Molen over de Oostzee. Tot aan zijn militaire dienst.

Begin 1899 verkocht Van der Molen zijn schip voor goed geld aan een dorpsgenoot. Toonder meldde hij zich daarna in Den Helder bij de marine. De 49-jarige, ongehuwde, maar inmiddels gefortuneerde kapitein ging aan de wal wonen. In Warffum bij zijn zuster Hindertje in Warffum, veel later in Usquert bij zijn broer Bernard, net als hij kapitein op de kustvaart.


Toen de Vereeniging tot Bevordering van Welvaart in Warffum, een voorloper van ‘t Nut, in 1902 een zwem- en badinrichting voor de jeugd opende in een kleiafgraving bij de nieuwe spoorlijn naar Roodeschool werd Van der Molen als badmeester aangesteld. Hij had tenslotte als oud-kapitein ervaring met water. Bovendien had hij als rentenier tijd genoeg. Een aantal jaren leerde Van der Molen de Warffumer jeugd zwemmen zonder zelf ooit te water te gaan.

Door beleggingen in Duitse en Russische aandelen verloor Van der Molen na de Eerste Wereldoorlog zijn kapitaal. De laatste jaren van zijn leven keerde de armoede terug. Hij bleef nog lang bij zijn zus in Warffum wonen en verhuisde later naar Usquert. In februari 1937 overleed Klaas van der Molen op 86-jarige leeftijd. Sindsdien ligt hij op de begraafplaats van Usquert. Naast Bernard, onder identieke stenen alsof er in de jaren dertig een actie “twee halen, één betalen” gold.  Een anker met daaronder de tekst: “In leven zeekapitein”. Alleen de persoonlijke gegevens verschillen.

Erik de Graaf

Met info in Erik de Graaf, Marten Toonder senior. Van eierzoeker tot zeekapitein (Uitgeverij Passage, Groningen 2015).