Posts tonen met het label politieke geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label politieke geschiedenis. Alle posts tonen

dinsdag 11 september 2012

"De kiezer met zijn nuchtere verstand"


Turbulente verkiezingscampagnes zijn van alle tijden. Vooral de campagne van 1956 was berucht om het harde karakter. Vier jaar eerder, bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1952, streden de PvdA en de KVP misschien nog wel “nek-aan-nekker” dan morgen de VVD en de PvdA. Zowel de sociaaldemocraten als de katholieken behaalden indertijd 30 zetels in een parlement met nog 100 zetels. Pas in 1956 werd de Tweede Kamer tot 150 leden uitgebreid.

De PvdA won in 1952 nipt van de KVP. Fotofinish: 28,9 tegen 28,6 procent. Het was een historische overwinning, want de sociaaldemocraten werden voor het eerst in de geschiedenis de grootste partij van Nederland. Willem Drees kreeg daarmee opnieuw de positie van minister-president, een functie die hij overigens al vanaf 1948 vier jaar als kleinere oppositiepartner had vervuld.

Een jaar later, in 1953, moest de PvdA haar rol als grootste partij verdedigen bij de gemeenteraadsverkiezingen. De retoriek spatte van de campagnes. Het ging in de jaren vijftig lang om Doorbraak (van confessionelen naar de PvdA) versus Katholieke Eenheid. In die verkiezingsstrijd was voor die tijd veel geoorloofd. Onlangs vond ik in de socialistische krant Het Vrije Volk van 30 mei 1953 een gedichtje over de felle propagandastrijd, die uiteindelijk was beslecht "door de kiezer met zijn nuchtere verstand":

NA DE PROPAGANDA

Ze mogen rustig zeggen wat ze willen.
Ze mogen het desnoods ónrustig doen.
Ze mogen al hun scheldwoorden verspillen,
Gerust aan dreigementen zich vertillen
En spotten met het simpelste fatsoen –

Ten slotte wordt het antwoord toch gegeven
Door iemand met een potlood in zijn hand
Die altijd nog zijn zin heeft doorgedreven,
Die wéér een stuk historie heeft geschreven:
De kiezer met zijn nuchtere verstand.


Je zou toch heimwee krijgen naar die kiezer met nuchter verstand.

Erik de Graaf

donderdag 10 juni 2010

"De kiezer met zijn nuchtere verstand"


Turbulente verkiezingscampagnes zijn van alle tijden. Vooral de campagne van 1956 was berucht om het harde karakter. Vier jaar eerder, bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1952, streden de PvdA en de KVP “nek-aan-nekker” dan gisteren de VVD en de PvdA. Zowel de sociaaldemocraten als de katholieken behaalden indertijd 30 zetels in een parlement met nog 100 zetels. Pas in 1956 werd de Tweede Kamer tot 150 leden uitgebreid.

De PvdA won nipt van de KVP. Met 28,9 tegen 28,6 procent, dus nog nipter dan de VVD gisteren van de PvdA won. Het was een historische overwinning, want de sociaaldemocraten werden voor het eerst in de geschiedenis de grootste partij van Nederland (ook een parallel met gisteren). Willem Drees kreeg daarmee opnieuw de positie van minister-president, een functie die hij overigens al vier jaar als kleinere oppositiepartner had vervuld.

Een jaar later moest de PvdA haar rol als grootste partij verdedigen bij de gemeenteraadsverkiezingen. De retoriek spatte van de campagnes. Het ging na 1952 jarenlang om de Doorbraak (van confessionelen naar de PvdA) of de Katholieke Eenheid. In die verkiezingsstrijd was voor die tijd veel geoorloofd. Onlangs vond ik in de socialistische krant Het Vrije Volk van 30 mei 1953 een gedichtje over de felle propagandastrijd, die uiteindelijk was beslecht "door de kiezer met zijn nuchtere verstand":

NA DE PROPAGANDA

Ze mogen rustig zeggen wat ze willen.
Ze mogen het desnoods ónrustig doen.
Ze mogen al hun scheldwoorden verspillen,
Gerust aan dreigementen zich vertillen
En spotten met het simpelste fatsoen –

Ten slotte wordt het antwoord toch gegeven
Door iemand met een potlood in zijn hand
Die altijd nog zijn zin heeft doorgedreven,
Die wéér een stuk historie heeft geschreven:
De kiezer met zijn nuchtere verstand.


Erik de Graaf

vrijdag 14 mei 2010

Dood van het partijwezen


Necrologieën worden vaak ver van tevoren geschreven om bij plotseling overlijden snel te kunnen reageren. Een enkele keer wordt zo’n herdenkingsartikel door een misverstand te vroeg gepubliceerd, waardoor het lijdend voorwerp zelf kan lezen hoe er op hem of haar wordt teruggeblikt.

In 1967 schreef de journalist Henry Faas (1926-1990) een necrologie van het Nederlandse partijwezen onder de titel God, Nederland en de franje. Volgens de inleiding verschilde deze necrologie van de gebruikelijke herdenkingsartikelen doordat publicatie met opzet al voor het overlijden plaatsvond. Voor Henry Faas, jarenlang parlementair columnist voor de nog katholieke Volkskrant, was het Nederlandse partijwezen blijkbaar ten dode opgeschreven.

Er was halverwege de jaren zestig veel beweging in het partijenlandschap. Door ontkerkelijking, toenemende welvaart en technologische ontwikkeling stond de door de verzuiling vastgelegde partijbinding plotseling onder druk. “Eens de KVP-stemmer” was niet langer “altijd een KVP-stemmer”, maar voor veel andere partijen gold hetzelfde. De zwevende kiezer werd een factor van belang. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1967 was er meer zetelverlies (en –winst) dan ooit. De KVP verloor er acht, de PvdA zes, terwijl D’66 (toen nog met apostrof) in een keer zeven zetels haalde en de Boerenpartij van 3 naar 7 ging.

Het partijenstelsel moest op de schop, vonden velen. En partijvernieuwing was het toverwoord. De zuilen moesten worden afgebroken en de stem van de kiezer mocht niet langer erfelijk bepaald zijn. De verkiezingen van 1971 leidden opnieuw tot een politieke aardverschuiving, maar het door Faas doodgewaande partijwezen was taaier dan gedacht. De necrologie was toch te vroeg gepubliceerd.

Faas zelf was een van de vele journalisten, die zich in die tijd actief met politiek gingen bezighouden. Vanuit de linkervleugel van de KVP trad hij in 1968 toe tot de Politieke Partij Radikalen (PPR), een voorloper van GroenLinks.

Erik de Graaf