Zo’n duizend wandelaars van de Noorderrondtocht zijn zaterdagochtend
door Wakkum (eh… door Warffum) getrokken. Vijfhonderd bikkels van de wintervierdaagse
door Noord-Groningen en nog eens vijfhonderd voor de dagetappe van Uithuizen
naar Winsum. Ondanks de winterse kou was de sfeer opperbest. De
wandelaars kwamen vanaf het wandel- en fietspad langs het spoor bij Spanje het
dorp binnen, dat voor een dag in Wakkum was omgedoopt. De tuinen waren vrolijk
versierd met vlaggen en om de handen te warmen waren vuurkorven opgesteld. Aan
de haven was een batplaats (Groningen voor kluunplaats) en bij de stempelpost
Spoorzicht stond een Pronkjedwailorkest.
Langs de Havenstraat en de Zuiderhorn verlieten de
wandelaars het dorp richting Onderdendam. Toepasselijk schalden bij de ijsbaan de klanken van Anneke
Grönlohs “Brandend Zand” uit de luidsprekers. Na een warme kwast en koukhakken
bij Camp Zuiderhorn kon de tocht worden vervolgd. Een geslaagde ochtend in
Wakkum.
Het liep
bepaald niet lekker met PSV in de koude thuiswedstrijd tegen PEC Zwolle. Na een
uur gleed international Erik Pieters een Zwollenaar onderuit, waardoor hij
vroegtijdig mocht gaan douchen. Daar was hij het zelf niet helemaal mee eens.
Eerst moest Van Bommel (notabene!) zijn tierende ploeggenoot bij de
scheidsrechter wegduwen. Vervolgens trapte hij op weg naar de kleedkamer hard
tegen een deur en mepte hij met volle kracht tegen een glazen ruit. Gevolg: “een
beschadiging in meerdere structuren in zin onderarm”. Anderhalve
maand na de discussies over RESPECT & SPORTIVITEIT is in ieder geval Pieters
de boodschap alweer vergeten: accepteren, niet zeuren en je bewust zijn van je
voorbeeldfunctie! Duizenden jongeren (en volwassenen) kijken naar Pieters.
Tijdens een partijtje op het schoolplein roepen ze dat zij Pieters zijn, ze
volgen hem op twitter en knippen misschien elke maandag zijn foto’s uit de
sportkrant. Maar Erik Pieters is zich daarvan blijkbaar niet bewust. Ik ben
voorzitter van VV Warffum, een dorpsvereniging in Noord-Groningen, waar we ons
stinkende best doen om met veel plezier zo goed mogelijk te presteren. Dat lukt
niet altijd zonder onvertogen woorden of een te harde overtreding. Begin
december hadden we naar aanleiding van de dood van een grensrechter drie discussiebijeenkomsten
in de kantine van de club: één voor de jongste jeugd en hun ouders, één voor de
oudere jeugd en één voor de senioren. Voortdurend kwam naar voren dat foute
reacties te maken hebben met de emotie in de sport, maar dat daar wel grenzen
aan waren. Waar die grenzen liggen moeten we met elkaar bepalen. In de
discussie met de senioren kwam ook de voorbeeldfunctie ter sprake. Ik vroeg de
spelers of ze zich daarvan bewust waren. Een speler van het eerste elftal, die
vorig jaar ook de E’s trainde, vertelde dat hij in een thuiswedstrijd gewisseld
werd. Ontevreden over zijn eigen prestatie gaf hij een trap tegen een waterzak.
De spetters vlogen in het rond. Een week later wisselde hij tijdens een
wedstrijd van de E’s een van zijn spelertjes. Aan de kant gekomen gaf het knulletje
een ferme trap tegen de waterzak. “Hé, waarom doe je dat?”, vroeg de trainer. “Nou,
dat deed jij vorige week ook”. Zo gaat dat
in het groot ook. Pieters krijgt rood (stoer!), trekt een grote bek open tegen
de scheids (stoer?), deelt een karatetrap uit tegen een deur (stoer!) en mept met
grote kracht tegen een glazen ruit (stom!). En volgende maand, als de jeugd
weer gaat voetballen, mogen wij het imitatiegedrag bij de jeugd weer
corrigeren. Gelukkig strafte het kwaad zich nu even zelf. We moeten respectvol
blijven in dit soort discussies, maar Pieters: je bent wel een DRUILOOR! En
niet zo’n kleintje ook! Zojuist las
ik dat de leiding van PSV nog niet had nagedacht over sancties tegen Pieters. Ongelooflijke amateurs! Ik
vermoed dat de club binnenkort gaat zeggen dat hij al genoeg gestraft is door
zijn nieuwe blessure en dat het in de emotie gebeurde. Nee PSV: dit was geen
emotie. Pieters heeft een gedragsprobleem! Nee, een GEDRAGSPROBLEEM! Alsjeblieft PSV: stel hem
niet meer op voor hij dat overwonnen heeft. Vanwege gebrek aan RESPECT & SPORTIVITEIT, maar ook om hem tegen zichzelf te beschermen!
Hoog boven de
spoorrails van S-Bahn en Fernverkehr strekt de Bösebrücke strekt zich uit over
het lidteken van Berlijn, het oude grensgebied tussen Oost en West. Daar waar
ooit de Berlijnse Muur stond. Tussen Prenzlauer Berg in het oosten en Gesundbrunnen
in het westen.
Aan de oostkant
van de Bösebrücke was tot 1990 de Oost-Duitse grensovergang Bornholmer Strasse.
Dat was geen grensovergang voor mij, ik mocht alleen via Checkpoint Charly of
Bahnhof Friedrichstrasse naar Oost-Berlijn en vooral op tijd weer terug. De
grensovergang Bornholmer Strasse was er speciaal voor West-Duitse toeristen of
voor Wessies op familiebezoek. Vaak wordt ze daarom de Bornholmer Brücke genoemd.
De drukste dag op
de Bösebrücke was de negende november 1989. Op die gedenkwaardige avond van de
val van de Muur ging de Grenzübergangsstelle Bornholmer Strasse als eerste
open. Duizenden, misschien wel tienduizenden Ossies gingen voor hun eerste
uitstapje naar West-Berlijn over de Bösebrücke. Die werd daardoor een
feestelijk-emotionele en historische plek.
De Bösebrücke
heette overigens niet zo door haar boosaardigheid of doordat ze 28 jaar voor alle verkeer getremd was. Eerder heette ze de
Hindenburgbrücke, maar vanaf 1948 was ze genoemd naar de communistische verzetstrijder
Wilhelm Böse.
Tja, hoe kom ik
daar nu ineens op? David Bowie is vandaag jarig. Zesenzestig jaar is hij
geworden en dat viert hij met een nieuwe single, waarin de Bösebrücke en andere
plekken in Berlijn bezongen worden. Gefeliciteerd, Bowie!
Aan de Rozengracht in Amsterdam zit de enige Duitse
boekhandel buiten Nederland, zo las ik vandaag in mijn avondkrant. Althans, nog
wel, want de verkoop van Duitse boeken neemt af. De eigenaar van Die weiβe Rose, genoemd naar de Duitse
verzetsgroep rond de Geschwister (= broers
en/of zussen) Hans en Sophie Scholl, hoopt het vijfentwintigjarige jubileum van
zijn winkel te halen. Zeker is hij er niet van, want Nederlanders zijn, generaliserend,
de taal niet meer machtig. Toen ik aan het begin van de jaren tachtig een poosje in
Amsterdam woonde kocht ik er mijn Duitse boeken. Niet veel, want daar had ik
het geld niet voor. Ik beschouwde boekwinkels als boekenmusea. Kijken, kijken,
later kopen… Of lenen. Van iemand die
het wel had gekocht of in de bibliotheek. Toch herken ik op een reis door mijn
boekenkast nog allerlei Bölls, Grass’, Wolfs en Johnsons uit de Die weiβe Rose. De klacht over Nederlanders en de Duitse taal herken ik wel. De
cijfers over het economische belang van een goede beheersing van het Duits ken ik ook. Miljarden euro’s derven we jaarlijks doordat we de onderhandelingen
met onze belangrijkste economische partner onbeholpen of zelfs onbeschoft
voeren. Over het feit dat meer Duitsers Nederlands studeren dan Nederlandse
studenten Duits mogen we ons ook wel achter de oren krabben.
Toch moest ik vanavond bij het lezen van het artikel in de NRC denken aan mijn favoriete boekhandel
Godert Walter in Groningen. Vorige
week constateerde ik dat de afdeling Duitse literatuur daar almaar uitbreidt.
Duitse ontlezing of niet, in Groningen groeit het aanbod. Bovendien was het weer
reuze-inspirerend om met eigenaar Erik Kweksilber de Duitse leeservaringen van
de afgelopen tijd door te nemen.
Op
30 mei 1965 werd de jaarlijkse Ronde van Peize verreden. Voor de Warffumer
wielrenners Bé Duit (zie foto) en Evert Broekstra werd het een succesvolle dag.
De zestienjarige Duit won de twintig kilometer voor aspiranten, terwijl Evert
Broekstra (19) de strijd bij de nieuwelingen na zeventig kilometer in een
sterke eindsprint in zijn voordeel besliste. Een dubbele wieleroverwinning voor
Warffum in Peize.
‘s
Ochtends hadden de neven Duit en Broekstra de afstand van hun woonplaats Warffum
naar Peize – een kilometer of veertig – samen per fiets afgelegd. Volgens het Nieuwsblad
van het Noorden van de volgende dag reed Duit daarna met groot gemak zijn twintig
wedstrijdkilometers en won hij op zijn slofjes. Broekstra bestond het volgens de
krant om na een valpartij in het begin van de koers zijn zeventig rondjes te
draaien en eveneens te winnen.
Na
afloop reden de twee per fiets (weer veertig kilometers) terug naar Warffum. “Wie
zijn deze knapen?” Het Nieuwsblad stelde de vraag en gaf zelf het antwoord:
“Natuurlijk, dat zijn Bé Duit en Evert Broekstra.” Voor Broekstra was het al de
vijfde zege van het seizoen. Het seizoen ervoor won hij twintig koersen in
Noord-Nederland. In hetzelfde fietsjaar 1965 werd Broekstra vijftiende op het
NK voor nieuwelingen in Zandvoort. Na 178 wedstrijdkilometers stapte hij op de
fiets terug naar Warffum, vertelde hij me door de telefoon. Kort daarop
moest Broekstra in militaire dienst. Het betekende het einde van zijn
wielerloopbaan, omdat hij in dienst, ondanks allerlei beloften, geen trainingsfaciliteiten
kreeg. In 1968 verhuisde Broekstra voor de liefde naar Zwitserland.
Bé
Duit reed van 1963 tot 1980 goed mee in het wielerpeloton. In die tijd behaalde
hij ruim honderd overwinningen, zowel in Nederland als in het buitenland. In
1976 werd Duit in Kloosterburen noordelijk kampioen bij de amateurs. In
datzelfde jaar werd hij tweede in de Ronde van Warffum, achter Anne Koster uit
Leeuwarden. Duit wilde vlammen in zijn voormalige woonplaats, maar kwam aan de eindstreep een banddikte tekort voor de overwinning.
Erik
de Graaf
Dit stukje schreef ik ooit voor de dorpssite van Warffum. Daar is het inmiddels niet meer te lezen.
Op zondagavond 31 oktober 1965 demonstreerden 2500 jongeren in het centrum van Leipzig. Niet voor hogere lonen, niet voor meer reismogelijkheden (Leipzig lag toen tenslotte in de DDR), maar tegen het verbod op beatmuziek. De Leipziger afdeling van de SED, de Oost-Duitse communistische partij, had kort ervoor ruim veertig plaatselijke bands verboden. De partij zag de Oost-Duitse "beatfans" als a-sociale nietsnutten. En hun muziek werd door partijleider Ulbricht "hottentottenmuziek" genoemd.
De beat was levensgevaarlijk voor het socialisme, vond de Partij, want ze was Amerikaans en kapitalistisch. Op de demonstratie op 31 oktober arresteerde de Volkpolizei 279 jongeren. Ruim 160 personen werden veroordeeld tot gevangenisstraffen, tot tewerkstelling in de bruinkoolmijnen of tot heropvoedingsgestichten.