Posts tonen met het label Sport. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sport. Alle posts tonen

zaterdag 6 mei 2017

Een glaasje prik bij meneer Van Hanegem


Morgen wordt Feyenoord kampioen, dat zit er tenminste dik in. Vandaag is het 47 jaar geleden, dat Feyenoord als eerste Nederlandse voetbalclub de Europacup voor landskampioenen won. Een herinnering met wat plaatjes uit mijn Feyenoord-plakboek uit het seizoen 1969-1970. En een tip voor twaalfjarigen die overmorgen niet van hun moeder naar de Coolsingel mogen.

Na verlenging werd de finale in Milaan met 2-1 van het Schotse Celtic Glasgow gewonnen. Doelpunt van Bengt Ove Kindvall (spreek uit: Oewe Tsjintwal). Televisiecommentator Herman Kuiphof (spreek uit: HerrMann Tsjuiphof) riep: “Hoe is het mogelijk, hoe is het mogelijk? Het was mogelijk. De Europacup I kwam voor het eerst naar Nederland. De volgende dag stonden 140.000 fans op de Rotterdamse Coolsingel voor de huldiging van de kampioenen. Bijna iedereen was er voor mijn gevoel, behalve ik. Ik mocht niet van mijn moeder. Ze vond het niet verantwoord om een jongen van twaalf naar die drukte te laten gaan. En mijn vader kwam niet op het idee om me te begeleiden op die dag van mijn leven. Veel vergelijkbare voetbaldagen zijn er sindsdien niet geweest. Toegegeven.

Twee dagen na de overwinning der overwinningen vierde ik mijn eigen feestje. Op vrijdag 8 mei 1970 fietste ik met mijn vriendje Gerco Visser vanuit Vlaardingen dwars door Schiedam en Rotterdam naar Zuid. Uiteraard zonder dat ik dat mijn moeder verteld had. Uit Topclub Feyenoord Jaarboek No. 1 van Phida Wolff had ik de adressen van mijn favoriete spelers uit mijn hoofd geleerd. Eerst reden we naar de Immanuel Kantstraat, waar mijn held van het winnende doelpunt in een flat op nummer 236 woonde. Het duurde even voor de lift beneden was om ons naar de (in mijn herinnering) zevende of achtste verdieping te brengen. Toen de liftdeur open ging stond daar niemand minder dan “Kein Geloel”-Ernst-Happel, waarvan ik al wist dat hij op nummer 348 woonde. Happel nam onze hartelijke felicitaties op karakteristieke wijze brommend in ontvangst.


Boven aangekomen belden we aan. Ove [Oewe] deed persoonlijk åpen [Zweeds voor open]. We feliciteerden hem, kregen een handtekening en vertrokken tevreden naar onze volgende held. En daar laat mijn geheugen me een beetje in de steek. In mijn herinnering woonde Van Hanegem in dezelfde flat, maar volgens mijn roemruchte Topclub Feyenoord woonde hij een paar straten verder aan de Molenvliet op nummer 76. Waarschijnlijk was ik een poosje verdoofd door de ontmoeting met de matchwinner. We zijn dus blijkbaar nog vijfhonderd meter naar de Molenvliet gefietst. 

Mijn geheugen functioneert weer vanaf het moment dat we op nummer 76 aanbelden. Truus van Hanegem opende de deur. Keurig netjes vroegen we of meneer Van Hanegem thuis was, omdat we hem wilden feliciteren met de Europa Cup. Aanvankelijk bleven we voor de deur staan, maar toen we op Truus’ vraag antwoordden dat we helemaal uit Vlaardingen waren komen fietsen moesten we binnenkomen. “Helemaal uit Vlaardingen, Willem”, riep ze door de gang. Alsof Vlaardingen achter Milaan lag. Vol respect voor onze prestatie ontving de kersverse Europees kampioen ons in zijn bescheiden huiskamer. Na een glaasje prik, een koekje, een handtekening en veel vriendelijke woorden fietsten we het hele stuk terug naar Vlaardingen. 

Erik de Graaf

PS: dit licht gewijzigde stuk plaatste ik vier jaar geleden ook al op deze blog. Andere stukken over Feyenoord vind u hier.

woensdag 10 juni 2015

Fred Anton Maier (1938-2015) - schaatsheld

Gisteren overleed schaatsheld Fred Anton Maier. In de winter van 1971 probeerde ik op een Vlaardingse sloot aan te klampen. Tevergeefs. Hieronder een verslag uit 2009:

Vanaf 1970 had ik een paar jaar een beroemde buurman. Na een imposante schaatsloopbaan werkte de Noorse stayer een paar jaar als sportinstructeur bij het Noorse zeemanscentrum in de Rotterdamse haven.

Wonen deed hij met zijn gezin aan de rand van Vlaardingen, in de Vossiusstraat. Hij op nummer 20, ik ernaast op 22. Zijn zoon Sven leerde ons Noorse woorden, waarvan vooral de ‘hestebes’ (of iets dergelijks) altijd is blijven hangen. Paardenpoep was de Nederlandse vertaling. Daar had ik iets aan op latere reizen door Noorwegen.

Eén scene uit de winter van 1971 zal ik nooit vergeten. Het was ijzig koud. Met mijn schoolvrienden schaatste ik al dagen over de sloten in onze nieuwbouwwijk. In wedstrijdjes waren we Kees Verkerk, Ard Schenk of Jan Bols en we dachten dat we knalhard schaatsten. Tot het moment dat buurman Fred Anton zijn noren onderbond.

Er ging een zindering over het ijs. De Europees, wereld- en Olympisch kampioen van 1968 op een Vlaardingse sloot. Tientallen kinderen dromden rond de plek waar de schaatscrack zijn schaatsveters strikte. Eenmaal op het ijs wilden de gedroomde Ard & Keessies achter de echte Fred Anton aan, maar die sloeg onmiddellijk met speels gemak en imposante, krachtige slag een onoverbrugbaar gat met zijn achtervolgers. Nee, we waren nog lang geen schaatskampioenen in de dop. Sterker, we hadden misschien helemaal geen talent.

Erik de Graaf

zaterdag 18 oktober 2014

Trouw Feyenoordfan


Gisteren kwam mijn collega-historicus en –blogger Harry Perton er na 43 jaar mee voor de draad dat hij in 1971 definitief voor Ajax had gekozen, nadat Coen Moulijn hem bij het handtekeningenjagen in Assen had uitgescholden en hard was weg gedribbeld. Ik vraag me dan toch af hoe Harry indertijd om Coens handtekening vroeg. Ik kende mijn favoriete linksbuiten als een uiterst beminnelijk man, die me van harte welkom heette in zijn herenmodezaak in Rotterdam-Zuid als ik hem om een handtekening kwam  vragen. Terwijl hij toch onmiddellijk moet hebben gezien dat ik op mijn elfde nog niet in de kleinste herenmaat uit zijn assortiment paste.

Vanochtend verraste Harry me per post met twee voetbalboeken uit 1970, waarin het topseizoen 1969-1970 van alle kanten werd belicht. Hij maakte nu blijkbaar echt schoon schip. Ik heb Harry hartelijk bedankt en hem aangegeven dat ik de werkjes met mijn hele Phida Wolff Topclub Feyenoord-oeuvre als trouw Feyenoordfan ooit zal meenemen in mijn kist. Dat betekent overigens dat ze uiteindelijk in de vaargeul van Noordpolderzijl zullen worden verstrooid, wat dan toch weer als "jammer voor die boeken" klinkt.

Zelf voel ik geen enkele aansporing om mijn favoriet club aan de kant te zetten. Er is ook geen reden. Na een slechte seizoensstart worden we weer gewoon tweede, omdat we net een weekje te laat op stoom kwamen om Ajax in te halen. Vervolgens worden we leeggekocht en gebeurt er volgend seizoen weer hetzelfde. Tsja, mijn voorkeur zit diep, maar wat wil je?

-          - Wie kan er zeggen dat hij ooit het winnende doelpunt voor Feyenoord maakte? Ik.
-          - Wie kan er zeggen dat hij met Happel in de lift stond en een glaasje prik van Van Hanegem kreeg? 
-          - Wie kan er vertellen dat het halve Feyenoordelftal in 1970 naar zijn fietssleutel zocht? Ik (hoewel ik Harry wel moet toegeven dat Coen Moulijn in geen velden of wegen te zien was toen ik hem hard nodig had).
-          - Wie kan er zeggen dat  hij van Vlaardingen naar Rotterdam-Zuid fietste voor een handtekening van Coen in zijn herenmodezaak aan de Langenhorst? Ik.
-          - Wie ging er, waarschijnlijk als eerste en als laatste persoonlijke fan, bij rechtsback Piet Romeijn  op bezoek in zijn driehoogflatje aan de Van Hogenbanweg? Ik.
-          - Wie zette de beste Kindvallhandtekeningen in zijn Kindvallplakboek? Niet Kindvall, maar ik.
    
Tegenwoordig kijk ik alleen naar Studio Sport als ik zeker weet dat Feyenoord gewonnen heeft. Dat was niet vaak de laatste tijd, maar ik verheug me op de rest van het seizoen.

Erik de Graaf

donderdag 25 september 2014

Sunlight uit, altijd lastig


Eergisteren stootte het Vlaardingse Deltasport de eredivisieclub Willem II uit het KNVB-bekertoernooi. Mooie prestatie, waarvoor ik gisteren als oud-Vlaardinger een paar keer werd gefeliciteerd. Beetje overdreven, maar toch.

In mijn voetbaljeugd speelde ik voor de gereformeerde zaterdagclub Zwaluwen. Vlaardingse tegenstanders waren HVO (van het Havenbedrijf Vlaardingen-Oost, maar in de volksmond Honderd Vuile Onderbroeken), TBS (The Shell Boys), RKWIK (het Rooms Katholieke Willen Is Kunnen, ook een soort bedrijfsclub), Fortuna Vlaardingen, VFC en nog een aantal clubs.

Deltasport bestond toen nog niet. Het is een fusieclub uit 1990. Een van de fusiepartners was de bedrijfsvoetbalclub Sunlight, overigens hardnekkig Sunlicht genoemd in Vlaardingen en omstreken. De zeepmaatschappij Sunlight was al vanaf de jaren dertig onderdeel van Unilever, maar bleef op het oog zelfstandig voortbestaan met producten als Omo, Vim, Sunil, Andy en de handzeep Lux.

Sunlight, of eigenlijk dus Sunlicht, had een voetbalveld naast de zeepfabriek. Daar speelde ik rond mijn tiende een paar keer met de pupillen van Zwaluwen een uitwedstrijd. Ik vond het altijd een naargeestig terrein, zonder dat ik als kleine jongen wist hoe dat kwam. Waarschijnlijk had ik flarden opgevangen van gesprekken over de Duitse V1-raketbasis op het Sunlight-terrein, die in maart 1945 door de Engelsen werd gebombardeerd. VIM, had de illegaliteit aan Engeland doorgegeven om de raketinstallatie te kunnen lokaliseren.


Voordeel van “Sunlight-uit” was dat je altijd schoon thuiskwam. Je speelde er in een wolk van zeeplucht, omdat de zeepproductie tijdens de wedstrijd gewoon doorging. Het voetbalzweet begon nog net niet te schuimen. En bij de douches lagen altijd genoeg blokken zeep. Voetballend hadden we in mijn herinnering weinig last van Sunlight. We droogden ze eenvoudig af.

Erik de Graaf

dinsdag 13 augustus 2013

Wereldkampioen op "Fliegerschokolade"

Op 4 juli 1954 werd West-Duitsland verrassend wereldkampioen voetbal. De finale in Bern werd met 3-2 van Hongarije gewonnen. Het was niet zomaar een voetbalzege. De wereldtitel betekende negen jaar na de pijnlijke nederlaag in de Tweede Wereldoorlog de terugkeer van het Duitse zelfvertrouwen. Voor het eerst sinds de oorlog mocht er weer gejuicht worden voor Duitsland. “Wir sind wieder wer”, zei het Duitse gevoel. “We stellen weer wat voor.”
 
Het “wonder van Bern” in 1954 werd achteraf beschouwd als het officieuze begin van West-Duitsland. De Bondsrepubliek was officieel al in mei 1949 gesticht. Vijf maanden later volgde de stichting van het communistische Oost-Duitsland, oftewel de Duitse Democratische Republiek (DDR). Twee Duitslanden voor de “hoge” prijs van één. De Koude Oorlog kon beginnen.
 
Na de 3-2 tegen Hongarije gooiden de West-Duitsers flink wat schroom van zich af. Het doorzettende economische succes van het Wirtschaftswunder deed de rest. De naoorlogse tijd startte definitief. En als de naoorlogse tijd voor de Duitsers (pardon: West-Duitsers) op 4 juli 1954 van start ging kun je ook stellen dat de oorlog op dat moment eindigde. Met een laatste gewonnen slag, tegen Hongarije.
 
Sinds twee weken weten we door het uitlekken van een studie naar doping in de West-Duitse sport dat die laatste slag in Bern met behulp van een “militair” middel werd gewonnen. De West-Duitse wereldkampioenen van 1954 snoepten Fliegerschokolade om de strijd in hun voordeel te beslechten. Die repen bevatten het pepmiddel pervitine oftewel methamfetamine. Piloten van de Luftwaffe kregen het in de Tweede Wereldoorlog mee op lange vliegtochten om Engelse steden te bombarderen. Het dempte de angst, verdreef de vermoeidheid en verhoogde het concentratievermogen. In de Wehrmacht werden de soldaten er aan het front mee wakker gehouden. Daar heette het alleen Panzerschokolade. Blijkbaar hielp het ook om wereldkampioen voetbal te worden.

Fliegerschokolade was vanaf 1949 schering in inslag in het West-Duitse voetbal, las ik onlangs op mijn Zuid-Franse camping in de Süddeutsche Zeitung. Jarenlang, zeker tot 1954. Dan vraag ik me af of daardoor geen voetballers in de vernieling zijn geraakt. Flieger- danwel Panzerschokolade kon tot zware verslavingen leiden. Een poosje geleden schreef ik over deBerlijnse fotograaf Hein Gorny, die de chocola at om ’s nachts door te kunnen werken. Vanaf 1954 tot aan zijn dood in 1967 verbleef hij vaak in ontwenningsklinieken. Ik ben benieuwd bij wie hij op de gang woonde.
 
Erik de Graaf

maandag 8 juli 2013

Met Feyenoord 1 op zoek naar mijn fietssleutel

Op 6 mei 1970 won Feyenoord als eerste Nederlandse voetbalclub de Europa Cup voor landskampioenen. In Milaan werd in de finale met 2-1 van Celtic Glasgow gewonnen. Ove Kindvall maakte het winnende doelpunt in de verlenging.

Halverwege dat topseizoen 1969-1970 fietste ik in de kerstvakantie met mijn voetbalvriend en buurjongen Gerco Visser van Vlaardingen naar de Kuip in Rotterdam-Zuid om naar de training van onze helden te kijken en wat handtekeningen te verzamelen. Aan winterstops werd in die tijd nog niet gedaan. Toen we na de training terug naar huis wilden was ik mijn fietssleuteltje kwijt. We zochten goed tussen het trainingsveld en de Kuip en overal waar we eerder waren geweest. Ons zoeken viel op. Manager Guus Brox was de eerste die ons kwam helpen, daarna ook een aantal de spelers: Willem van Hanegem, Guus Haak en Franz Hasil. Ook verzorger Gerard Meijer zocht mee.

“Waar moeten jullie nog heen?”, vroeg Guus Brox.
“We wonen in Vlaardingen, meneer”, antwoordden we welopgevoed.
“Hoe oud zijn jullie?”
“Elf, meneer.”

De verbazing was groot. Helemaal uit Vlaardingen, terwijl dat voor mijn gevoel toch maar gewoon aan de andere kant van de Maas lag en dan wat richting Hoek van Holland lag. Brox snelde naar binnen om even later terug te komen met twee elftalfoto’s met handtekeningen voor de jonge fans. Guus Haak en Gerard Meijer sloopten ondertussen vakkundig mijn fietsslot. We konden vertrekken. Na het afscheid trok ik mijn wollen wanten aan. En ja hoor, wat zat er in de duim? Mijn fietssleutel. Ik heb niets gezegd en mijn teruggevonden sleuteltje onderweg over de reling van een Maasbrug gegooid.

Erik de Graaf

maandag 6 mei 2013

Een glaasje prik bij Van Hanegem


Het is 6 mei, tijd voor een volgende herdenking met een plaatje uit mijn plakboek uit 1970. Het is vandaag 43 jaar geleden dat Feyenoord als eerste Nederlandse voetbalclub de Europacup voor landskampioenen won. Na verlenging werd in Milaan met 2-1 van Celtic Glasgow gewonnen. Doelpunt van Bengt Ove Kindvall (spreek uit: Oewe Tsjintwal). Televisiecommentator Herman Kuiphof (spreek uit: HerrMann Tsjuiphof) riep: “Hoe is het mogelijk, hoe is het mogelijk?
 
Het was mogelijk. Waar Ajax een jaar eerder niet in geslaagd was (ik kan het toch even niet laten te memoreren) lukte Feyenoord wel. De Europacup I kwam voor het eerst naar Nederland. De volgende dag stonden 140.000 fans op de Rotterdamse Coolsingel voor de huldiging van de kampioenen. Bijna iedereen was er voor mijn gevoel, behalve ik. Ik mocht niet van mijn moeder. Ze vond het niet verantwoord om een jongen van twaalf naar die drukte te laten gaan. En mijn vader kwam niet op het idee om me te begeleiden op die dag van mijn leven. Veel vergelijkbare voetbaldagen zijn er sindsdien niet geweest. Toegegeven.

Twee dagen na de overwinning der overwinningen vierde ik mijn eigen feestje. Op vrijdag 8 mei 1970 fietste ik met mijn vriendje Gerco Visser vanuit Vlaardingen dwars door Schiedam en Rotterdam naar Zuid. Uiteraard zonder dat ik dat mijn moeder verteld had. Uit Topclub Feyenoord Jaarboek No. 1 had ik de adressen van mijn favoriete spelers uit mijn hoofd geleerd. Eerst reden we naar de Immanuel Kantstraat, waar mijn held van het winnende doelpunt in een flat op nummer 236 woonde. Het duurde even voor de lift beneden was om ons naar de (in mijn herinnering) zevende of achtste verdieping te brengen. Toen de liftdeur openging stond daar niemand anders dan “kein geloel” Ernst Happel, waarvan ik al wist dat hij op nummer 348 woonde. Happel nam onze hartelijke felicitaties op karakteristieke wijze brommend in ontvangst.
 
Boven aangekomen belden we aan. Ove [Oewe] deed persoonlijk åpen [open]. We feliciteerden hem, kregen een handtekening en vertrokken tevreden naar onze volgende held. En daar laat mijn geheugen me een beetje in de steek. In mijn herinnering woonde Van Hanegem in dezelfde Immanuel Kantstraat, maar volgens mijn roemruchte Topclub Feyenoord woonde hij een paar straten verder aan de Molenvliet op nummer 76. Waarschijnlijk was ik een poosje verdoofd door de ontmoeting met de matchwinner. We zijn dus blijkbaar nog vijfhonderd meter naar de Molenvliet gefietst.

Mijn geheugen functioneert weer vanaf het moment dat we op nummer 76 aanbelden. Truus van Hanegem opende de deur. Keurig netjes vroegen we of meneer Van Hanegem thuis was, omdat we hem wilden feliciteren met de Europa Cup. Aanvankelijk bleven we voor de deur staan, maar toen we op Truus’ vraag antwoordden dat we helemaal uit Vlaardingen waren komen fietsen moesten we binnenkomen. “Helemaal uit Vlaardingen, Willem”, riep ze door de gang. Alsof Vlaardingen achter Milaan lag. Vol respect voor onze prestatie ontving de kersverse Europees kampioen ons in zijn huiskamer. Na een glaasje prik, een koekje, een handtekening en veel aardige woorden van Wim (zoals hij toen nog heette) en Truus fietsten we het hele stuk terug naar Vlaardingen. 
 
Erik de Graaf

zaterdag 19 januari 2013

PSV'er Erik Pieters heeft GEDRAGSPROBLEEM!

Het liep bepaald niet lekker met PSV in de koude thuiswedstrijd tegen PEC Zwolle. Na een uur gleed international Erik Pieters een Zwollenaar onderuit, waardoor hij vroegtijdig mocht gaan douchen. Daar was hij het zelf niet helemaal mee eens. Eerst moest Van Bommel (notabene!) zijn tierende ploeggenoot bij de scheidsrechter wegduwen. Vervolgens trapte hij op weg naar de kleedkamer hard tegen een deur en mepte hij met volle kracht tegen een glazen ruit. Gevolg: “een beschadiging in meerdere structuren in zin onderarm”.

Anderhalve maand na de discussies over RESPECT & SPORTIVITEIT is in ieder geval Pieters de boodschap alweer vergeten: accepteren, niet zeuren en je bewust zijn van je voorbeeldfunctie! Duizenden jongeren (en volwassenen) kijken naar Pieters. Tijdens een partijtje op het schoolplein roepen ze dat zij Pieters zijn, ze volgen hem op twitter en knippen misschien elke maandag zijn foto’s uit de sportkrant. Maar Erik Pieters is zich daarvan blijkbaar niet bewust.

Ik ben voorzitter van VV Warffum, een dorpsvereniging in Noord-Groningen, waar we ons stinkende best doen om met veel plezier zo goed mogelijk te presteren. Dat lukt niet altijd zonder onvertogen woorden of een te harde overtreding. Begin december hadden we naar aanleiding van de dood van een grensrechter drie discussiebijeenkomsten in de kantine van de club: één voor de jongste jeugd en hun ouders, één voor de oudere jeugd en één voor de senioren. Voortdurend kwam naar voren dat foute reacties te maken hebben met de emotie in de sport, maar dat daar wel grenzen aan waren. Waar die grenzen liggen moeten we met elkaar bepalen.

In de discussie met de senioren kwam ook de voorbeeldfunctie ter sprake. Ik vroeg de spelers of ze zich daarvan bewust waren. Een speler van het eerste elftal, die vorig jaar ook de E’s trainde, vertelde dat hij in een thuiswedstrijd gewisseld werd. Ontevreden over zijn eigen prestatie gaf hij een trap tegen een waterzak. De spetters vlogen in het rond. Een week later wisselde hij tijdens een wedstrijd van de E’s een van zijn spelertjes. Aan de kant gekomen gaf het knulletje een ferme trap tegen de waterzak. “Hé, waarom doe je dat?”, vroeg de trainer. “Nou, dat deed jij vorige week ook”.

Zo gaat dat in het groot ook. Pieters krijgt rood (stoer!), trekt een grote bek open tegen de scheids (stoer?), deelt een karatetrap uit tegen een deur (stoer!) en mept met grote kracht tegen een glazen ruit (stom!). En volgende maand, als de jeugd weer gaat voetballen, mogen wij het imitatiegedrag bij de jeugd weer corrigeren. Gelukkig strafte het kwaad zich nu even zelf. We moeten respectvol blijven in dit soort discussies, maar Pieters: je bent wel een DRUILOOR! En niet zo’n kleintje ook!

Zojuist las ik dat de leiding van PSV nog niet had nagedacht over sancties tegen Pieters. Ongelooflijke amateurs! Ik vermoed dat de club binnenkort gaat zeggen dat hij al genoeg gestraft is door zijn nieuwe blessure en dat het in de emotie gebeurde. Nee PSV: dit was geen emotie. Pieters heeft een gedragsprobleem! Nee, een GEDRAGSPROBLEEM! Alsjeblieft PSV: stel hem niet meer op voor hij dat overwonnen heeft. Vanwege gebrek aan RESPECT & SPORTIVITEIT, maar ook om hem tegen zichzelf te beschermen! 

Erik de Graaf (voorzitter VV Warffum)

zaterdag 16 juni 2012

Duitsland-Nederland in tien sms'jes

De stemming is nogal vrolijk in Huize De Graaf. De jongste zoon heeft gehoord dat hij voor zijn examen is geslaagd. Er is bezoek voor een eerste bescheiden viering. De televisie staat geluidloos aan voor de voorbeschouwingen op Duitsland-Nederland, maar niemand kijkt.

In mijn broekzak piept mijn mobiel. Shit, denk ik, dat is vast Berlijn. Ik had graag zelf de discussie geopend. “Hallo mein lieber, wir sitzen in der kneipe und hoffen das beste. für uns natürlich”. De wedstrijd begint pas over een kwartier. Tussen het gebak door sms ik terug dat ik graag bij hen zou zijn om te zien hoe ze hun verlies dragen. “Wir schlagen euch unbarmherzlichst”, ronk ik.

Om tien over negen loopt Mario Gomez ongestoord door de Nederlandse verdediging: 1-0. Direct erna piept het weer:  “Tolle Stimmung hier.” Jaja, rustig maar, bericht ik terug. “In der zweiten Hälfte haben wir Rückenwind”. We zullen zien, klinkt het vanuit Berlijn. Pats: 2-0. Mooi doelpunt, maar waarom blijft die Stekelenburg niet gewoon staan? “Okay, vielleicht erst in der dritten Hälfte”, verzacht ik mijn toon.

Na een half uur in de tweede helft brengt Van Persie de achterstand terug tot 2-1. We gaan er nog even voor zitten aan de westzijde van het voetbalfront. In het oosten is het ook billenknijpen. Ze zullen wel in Seeblick zitten, vermoed ik.

Duitsland-Nederland in het café. Ik denk terug aan 1974 in een café in Winterberg.  De eerste minuten waren leuk. Tot Hölzenbein zich door Wim Jansen liet struikelen. Verslagen door een Schwalbe van een voetballer die Houtenbeen heet. Wat betekent Schweinsteiger, vraagt mijn zoon, die maar net een voldoende had op zijn Duits?
Het blijft bij 2-1. Ik feliciteer mijn vrienden in Berlijn. Het was meer dan verdiend.

Erik de Graaf
PS: de foto maakte ik donderdag onderweg in Roodeschool. Dit stuk staat op op Denk ik aan Duitsland...

zaterdag 28 mei 2011

Kampioenen


Vanochtend stond ik al om kwart over negen Langs de Lijn. Op de verschillende helften van ons thuisveld speelde VV Warffum E1 en E2 gelijktijdig hun wedstrijden. E1 was afgelopen dinsdag al onbereikbaar geworden voor de concurrentie en hoefde alleen de ongeslagen status maar in stand te houden. Dat lukte met een keurige 7-0 of 8-0 overwinning op SIOS uit Sauwerd. Zelfs trainer Sander was de tel kwijt. De “mannen” van E1 hebben een prachtig seizoen gedraaid. Ongeslagen en met een doelsaldo van 108 voor en 4 tegen.

Warffum E2 moest het kampioenschap vandaag nog binnenslepen. Tegen concurrent De Fivel was een gelijkspel voldoende. Bij verlies zou De Fivel kampioen zijn. Het werd een zinderende wedstrijd. De Fivel streed voor de laatste kans. De teams waren aan elkaar gewaagd, maar de eerste helft was voor De Fivel. Ruststand 0-2. Na een speech van de leiders Hendrik en Harry herpakte Warffum zich in de tweede helft. De achterstand werd keurig weggewerkt. In het laatste kwartier golfde het spel heen en weer. Beide ploegen hadden de winnende kunnen maken, maar gelukkig voor Warffum bleef het bij een terechte 2-2.

Na afloop mocht ik als trotse voorzitter de teams feliciteren. Alle E’ers kregen een beker en de trainers en leiders een welverdiende bos bloemen. Daarna kregen de kampioenen een rondrit op een open wagen door het dorp. Gelukkig vielen er geen bekers onder de wielen. Daarin zijn we handiger dan in Madrid en Amsterdam.

Erik de Graaf

zaterdag 19 maart 2011

Liftboy in fabriek voor zelfrijzend bakmeel


Vandaag stond voor VV Warffum C de uitwedstrijd tegen De Monnik op het programma. Uit op Schiermonnikoog. En als vader van een middenvelder meld ik me dan graag als chauffeur.

Vertrek om half negen uit Warffum. Eerst naar Lauwersoog, daarna met de veerboot naar Schier. Tenslotte met de bus naar het dorp. Om 11 uur floot de scheidsrechter voor het begin van de wedstrijd. Om 11.03 uur was het 3-0, de zeereis zat onze elf blijkbaar behoorlijk in de benen. Na een ruststand van 5-0 kon de nederlaag in de tweede helft met goed spel tot 6-0 worden beperkt.

Maar daar ging het eigenlijk niet om. Het was voorjaar en in de luwte op de tribune in “Stadion de Monnik” genoot het legioen volop van de zon. De beloning voor een lange dag. En in de kantine van De Monnik las ik een spreuk dat je (ik citeer uit mijn herinnering) zonder inspanning niet aan de top komt. “Dan kun je maar beter liftboy worden in een fabriek voor zelfrijzend bakmeel”.

Nou, met die wijsheid kan ik de toekomst weer tegemoet.

Erik de Graaf

dinsdag 4 januari 2011

Coen

Een soort van speling der natuur
die met zijn mager linkerbeen
door alle soort defensies heen
zich slingert; van wie op de duur
de kalmste backs, ja hele horden,
zo’n beetje daas en crazy worden
en door wiens zo roemruchte rennen
reeds velen knots geworden bennen…

Een flits, een vlam, een vonk, een schicht
die onheil, die gevaren sticht,
die nooit met woorden zijn te doen:
een schier Homerisch heldendicht
zou taak en tolk zijn, tevens plicht:
Idool van onze dagen… COEN!

Phida Wolff, administrateur en geschiedschrijver van Feyenoord, eerde Coen Moulijn een jaar later in Jaarboek 2 van Topclub Feyenoord uit 1971 met bovenstaand gedicht. Een voetballer uit een voetbaltijd die niet meer bestaat. Voor Coen Moulijn ging je naar het stadion. Twee keer drie kwartier. En in de pauze imiteerde een fan jarenlang zijn onnavolgbare dribbels voor de tribune aan de lange zijde.

Als je Coen Moulijn achter een schaakbord op de middenstip zet stroomt de Kuip vol, was een bekende stelling in de jaren zestig en zeventig. En vol was de Kuip indertijd nog met 65.000 toeschouwers.

En voor Coen Moulijn tenslotte, fietste ik als jongetje van Vlaardingen naar Rotterdam-Zuid om hem in zijn kledingzaak aan de Langenhorst een handtekening te vragen. Zelf woonde hij in de flat boven de winkel op nummer 283. De adressen van de spelers stonden afgedrukt in de jaarboeken van Phida Wolff. Dat kon toen nog.

Maar Coen is niet meer. Hij is naar Laseroms en Happel. Vandaag is Coen Moulijn overleden aan de gevolgen van een herseninfarct.

Erik de Graaf

zaterdag 16 oktober 2010

Plaatselijk een bui

Vanochtend uit bij VVSV ’09, een fusieclub van UVV uit Ulrum en Zeester uit Zoutkamp. Zeester. Dat je zo’n clubnaam opgeeft. En dan nog wel voor VVSV ’09: Vol Vertrouwen Samen Verder. Het eerste speelt altijd in Ulrum, het tweede in Zoutkamp. De C’s in Ulrum, de D’s weer in Zoutkamp. VVNV, vol vertrouwen netjes verdeeld.

Mijn favoriete voetbalteam, Warffum C1, speelde vanochtend zijn vroegste uitwedstrijd van het seizoen en ik stond natuurlijk op het lijstje om te rijden. Bij het eerste fluitsignaal om klokslag negen uur kwam de regen met bakken uit de hemel. In de tweede helft was er plaatselijk een bui. Op de helft van de thuisclub brak de zon door, terwijl het in het Warffumse doelgebied bleef regenen. Een regenboog completeerde het beeld. De pot goud stond aan de Ulrumse kant: 8-0. Ze kunnen vol vertrouwen samen verder. Warffum droop af.

Erik de Graaf

zondag 10 oktober 2010

Snelle 4 mijl van Groningen

Snelle jongens op de 4 mijl van Groningen. Te snel voor mijn camera op weg naar een parcoursrecord (17.36 minuten). Anderhalf uur later kwam mijn favoriet langs. Voor ik er erg in had was mijn zoon voorbij in zijn groene Kyteman t-shirt. Op zijn laatste meters naar de finish op de Vismarkt. Zijn tijd: 32.33.1 minuten. Mijn familierecord van vijf jaar geleden (30.11 minuten) bleef fier overeind.

Erik de Graaf

maandag 6 september 2010

Zwaluwen D1 tegen Feyenoord

Op een woensdagmiddag in augustus 1967 speelde ik op negenjarige leeftijd mijn eerste voetbalwedstrijd. Voor een onderlinge trainingswedstrijd tegen Zwaluwen D11 was ik ingedeeld in D13. Ik werd voor het laatst in mijn leven als spits opgesteld, maar stootte wel onmiddellijk als rechtsback door naar Zwaluwen D7. 

Zwaluwen was indertijd een grote vereniging (D13 zegt al genoeg en de D’s bestonden nog gewoon uit elftallen) met een grote jongerenafdeling. Van D7 ging ik naar D2, het seizoen daarna naar D1. We hadden een goed team, dat altijd hoog ingedeeld was. Feyenoord, Sparta, SVV, Hermes DVS en Fortuna Vlaardingen, allemaal profclubs uit de regio, waren regelmatig onze tegenstander. Alleen tegen Excelsior heb ik volgens mij nooit gespeeld. 

De wedstrijden tegen de jeugd van de grote clubs waren altijd bijzonder. Inhouden deden we ons nooit, maar onwillekeurig liep je tegen Feyenoord of Sparta een stapje harder. Wie weet viel je op en werd je gevraagd om bij Feyenoord te komen voetballen. Allemaal waren we jaloers op Theo Juistenga toen hem dat in de C’s overkwam (overigens heb ik als voetballer nooit meer iets van hem gehoord). 

Ik vermoed dat het in 1970 was dat ik met Zwaluwen D1 op sportpark Varkenoord, vlak naast de Kuip, tegen Feyenoord D1 speelde. Langs het veld stonden cracks als Wim van Hanegem, Coen Moulijn en Wim Jansen, terwijl wij Zwaluwen als leeuwen vochten om het meestal betere Feyenoord partij te geven. Dat ging die keer verrassend goed. Als snelle, felle rechtsback speelde ik een puike wedstrijd. Ik hoopte al voorzichtig op een aanzoek toen ik de bal ver in de tweede helft bij een stand van 2-2 van grote afstand in de kruising het doel schoot. Van mijn eigen doel, wel te verstaan. Daar ging mijn carrière. 

Gisteren bestond Zwaluwen 75 jaar. Een week eerder werd in het clubgebouw een fototentoonstelling over Zwaluwen door de driekwart eeuw heen. In mijn eigen fotoalbum vond ik een elftalfoto van Zwaluwen D1 uit 1970. Of ze die er ook hadden hangen weet ik niet. 

Erik de Graaf

Zwaluwen D1 (1970) - staande v.l.n.r. Theo van Teylingen (mijn neef), Sjaak van Dijk, Sjaak Gogh, Sjaak Exalto, Peter de Vries, Erik de Graaf en Henk Kouwenhoven. Zittend v.l.n.r.: Bert Akihary, John Both, Fokko de Koning, Arnold van Zanten, Johan Reinhout en Ernest Kegel.

zaterdag 4 september 2010

Drie man gepasseerd...

Voor het eerst stond ik dit seizoen weer langs de kant van het veld. Mijn favoriete voetbalelftal, Warffum C1, speelde de eerste competitiewedstrijd van het seizoen. Tegenstanders waren de leeftijdgenoten van KRC, de Kantens-Rottum-Combinatie, uit twee dorpen die om demografische redenen logischerwijs geen eigen team kunnen vormen.

Door de zaterdagse boodschappen was ik de wedstrijd al vijf minuten bezig toen ik aan kwam kakken. “Waar was je nou, man?”, vroegen mijn collega vaste supporters. “Het is al 1-0, Joachim heeft gescoord”. Mooie seizoensstart met een zeldzaam doelpunt van mijn jongste zoon. Ik stelde me voor hoe hij drie tegenstanders passeerde om de bal vervolgens nonchalant over de keeper te lobben. Mijn collega supporters lieten me in die waan: “Kijk vanavond maar naar Studio Sport”.

Na 25 minuten maakte KRC gelijk. De 2-1 voor Warffum volgde kort voor rust door een afstandsschot van Nick. Leuke eerste helft met twee elftallen die aan elkaar gewaagd waren. Daar hou ik van. Ook na de pauze golfde het spelbeeld op en neer. Goede aanvallen van Warffum en snelle tegenstoten van de fysiek wat steviger tegenstanders. Halverwege de tweede helft kwam KRC op 2-2. Aan de kant van het veld verzoenden we ons al met één punt, maar in de allerlaatste seconde scoorde KRC de winnende treffer: 2-3. Tegen de verhouding in.

“Hoe maakte je dat doelpunt eigenlijk?”, vroeg ik thuisgekomen aan mijn zoon. “Oh, Garry passeerde drie man en legde hem panklaar voor. Ik kon hem onmogelijk missen”.

Erik de Graaf

dinsdag 31 augustus 2010

Laurent Fignon en mijn Gazelle Sport

“Le professeur est mort.” Laurent Fignon is op 50-jarige leeftijd overleden. Hij had darmkanker. Vorig jaar maakte hij bekend dat die kanker in een vergevorderd stadium was. Hij voegde er aan toe dat er geen aantoonbaar verband was met eventueel gebruik van verboden middelen. Het gebruik van amfetaminen en cortisonen had Fignon al enkele jaren eerder toegegeven.

Laurent Fignon was een bijzondere wielrenner. Anders dan de anderen. Hij las wel eens een boek en droeg een studentenbrilletje. In het peloton had je dan al snel de bijnaam “le professeur” te pakken. Maar bovenal: Fignon fietste ontzettend mooi en de gele trui paste prachtig bij zijn goudblonde staartje. Die verboden middelen neem ik hem niet in dank af, maar gelukkig kwam hij ermee voor de dag. En niet pas op zijn sterfbed.

Voor mij is “le professeur onlosmakelijk verbonden met de Colombiaanse klimmer Luis Herrera, de 17e etappe in de Tour van 1984 naar Alpe d‘Huez én mijn gestolen groene Gazelle Sport, waaraan ik zo gehecht was. In juli 1984 kwam ik terug in Amsterdam van een paar dagen Terschelling met twee Oost-Duitse vrienden in West-Berlijnse ballingschap. Voor mijn huis in de Rustenburgerstraat hingen twee zware fietskettingen rond een regenpijp, maar mijn fiets was spoorloos verdwenen. Gejat. Verdomme, mijn lievelingsfiets. Stom dat ik hem niet binnen had gezet. Vloekend en tierend stampte ik de drie trappen op naar drie hoog achter, mijn Duitse vrienden stilletjes achter me aan. Op mijn kamer zette ik mijn kleine zwart-wit tv aan om briesend de fantastische ontknoping van de bergetappe naar Alpe d ‘Huez te bekijken.

Herrera won de rit, Fignon kreeg de gele trui. Mijn Berlijnse bezoek verbaasde zich erover dat ik de frustratie over de diefstal van mijn fiets verwerkte met het bekijken van een wielerwedstrijd. De woede zakte snel. We hadden nog een geweldige avond. Laurent Fignon, bedankt! Die fiets was ik natuurlijk voorgoed kwijt. Als iemand nog een tip heeft die leidt tot de oplossing van het misdrijf... Nou ja, laat ook maar.

Erik de Graaf

donderdag 19 augustus 2010

Koning Voetbal Mars


Half Nederland zat vroeger op zondagmiddag gekluisterd aan de radio. Langs de Lijn, met flitsen de eredivisiewedstrijden van die middag. “Er is gescoord in Amsterdam”, klonk het dan uit de transistor aan mijn oor, “over naar het Olympisch Stadion”. In zijn BinBlog beschreef Harmen Binnema gisteren hoe hij al voordat de verslaggever iets had kunnen zeggen aan het juichen op de achtergrond kon horen welke ploeg er gescoord had. “Een bescheiden geluid uit de Meer was doorgaans geen goed teken”, volgens Harmen. Een herkenbaar gevoel, ook al vond ik het juist een goed teken als het midden in een muziekje stil bleef bij een thuiswedstrijd van Ajax. Stilte in de Kuip was voor mij weer onheilspellender, maar dat was (en is) een kwestie voor persoonlijke voorkeur.

Langs de Lijn was voor mij een vlucht uit de zondagse saaiheid. Buiten gebeurde er nooit veel in het Vlaardingen-West van rond 1970. Zo levendig als op een doordeweekse dag in de kinderrijke Westwijk, zo doods was het op zondag. Gezinnen wandelden in formatie naar kerk of grootouders en de vele trapveldjes in de buurt bleven een dag ongebruikt. Pas ’s middags kwam er vertier: Langs de Lijn op Hilversum I. Met flitsen van alle negen gelijktijdig gespeelde eredivisiewedstrijden (dat was wel lekker overzichtelijk).

Harmen Binnema geeft aan dat de muziek bij Langs de Lijn sinds jaar en dag zodanig wordt gekozen dat niemand het erg vindt als een liedje plotseling wordt onderbroken voor een doelpunt. Inderdaad was de muzikale keuze wel eens tenenkrommend, zelfs voor een tienjarige jongen in 1968. Maar de nieuwsgierigheid naar het spelbeeld op de negen velden werkte dat naar de achtergrond. Zelfs de Koning Voetbal Mars uit 1934 van Willy Schootemeyer, waarmee Langs de Lijn jarenlang steevast om twee uur begon, werd op de koop toegenomen.

Ik doe tegenwoordig andere dingen op zondagmiddag, maar geloof niet dat de NOS haar luisteraars nog steeds met de Koning Voetbal Mars pijnigen. Ik vraag me nu wel af tot wanneer ze Langs de Lijn traditioneel met die Mars hierboven in een recente uitvoering van het harmonie Orkest Roosendaal) zijn begonnen. Wie weet het?

Erik de Graaf

donderdag 12 augustus 2010

Dwangarbeid voor Oost-Duitse topscorer

Op 29 oktober 1961 scoorde Lothar (bijnaam: Lulu) Meyer tweemaal voor de Oost-Duitse landskampioen Vorwärts Berlin tegen Dynamo Berlin. De legerclub Vorwärts versloeg Dynamo, de club van de geheime dienst de Stasi, overtuigend met 3-0. Totaal onverwachts was het Meyers laatste officiële wedstrijd voor Vorwärts. Twee weken na de klinkende 3-0 overwinning op Dynamo Berlin werd de 17-voudige international gearresteerd en veroordeeld tot anderhalf jaar dwangarbeid in de kopermijnen in het zuiden van de DDR.

Begin november 1961, ruim twee maanden na de bouw van de Berlijnse Muur, speelde Vorwärts een vriendschappelijke wedstrijd tegen de sovjetlegerclub SASK Wünsdorf van in de DDR gelegerde Russische soldaten. Na afloop vloeide de wodka rijkelijk. Laat op de avond werden de Vorwärtsspelers met de bus thuisgebracht. Lulu Meyer werd niet ver van zijn woning in de buurt van de spiksplinternieuwe Staatsgrenze afgezet. Wat daarna met hem gebeurde is nooit geheel opgehelderd. Vast staat dat hij die avond bij de Berlijnse Muur werd gearresteerd.

De voetbalhistoricus Hanns Leske geeft in zijn boek Vorwärts. Armee-Fuβball im DDR-Sozialismus (2009) twee versies van de gebeurtenis aan de Berlijnse Muur. Het smeuïgst is de versie die al snel in Oost-Berlijn de ronde deed. Meyer zou onder invloed van de Russische wodka stennis hebben geschopt toen hij door de gloednieuwe Muur werd gehinderd naar een schaars geklede dame aan de overkant van de straat in West-Berlijn te lopen. Door luid op de DDR en de Muur te schelden zou hij zich aan “staatsvijandige hetze” schuldig hebben gemaakt. Ook in de tweede versie is rijkelijk sprake van wodka, maar ook over verkrachting en/of exhibitionisme. De waarheid zal ergens in het midden liggen.

Wat er nu precies gebeurde op die novemberavond in 1961 blijft onduidelijk. Het is echter een opvallend feit dat een sterspeler van de legerclub Vorwärts Berlin aan de Berlijnse Muur werd gearresteerd. Het Oost-Duitse leger was verantwoordelijk voor de bewaking van de nieuwe staatsgrens. De voetballers van Vorwärts werden daarom sinds de bouw van de Muur in augustus 1961 uitgescholden voor “Mauerknechte”. Na het voorval bij de Muur werd Meyer ook uit militaire dienst ontslagen (maar dat lijkt me niet zo'n ramp).

Erik de Graaf

zondag 11 juli 2010

WK-pilsjes

In 1974 was ik zestien. In een overmoedige bui besloot mijn vader dat we bij elk Nederlands doelpunt een pilsje zouden drinken. Dat werden er vijftien met tweemaal vier tegen Bulgarije (4-1) en Argentinië (4-0). Nederland haalde de finale, die we in een café in het Sauerland bekeken. West-Duitsland tegen Nederland begon goed, maar eindigde dorstig.

Vier jaar later ging ik het WK van 1978 voor mij aarzelend van start. Van de vijftien doelpunten zag ik de eerste drie niet. Ik had besloten het WK in Argentinië te boycotten. Uit protest tegen de junta en geïnspireerd door Bloed aan de paal van Bram & Freek. De eerste wedstrijd, 3-0 tegen Iran, zat ik op mijn kamer. Ik volgde het scoreverloop door het gejuich en het gespring van mijn familie in de huiskamer boven mij. Na de tweede wedstrijd (0-0 tegen Peru) gaf ik mijn boycot op. Het werden nog twaalf pilsjes tot en met de finale en een dertiende om die bal van Rensenbrink tegen de paal te verwerken.

Sinds 1978 heb ik niet meer structureel op Nederlandse doelpunten gedronken. Dit jaar wilde mijn zestienjarige zoon de traditie wel weer oppikken. We hebben niet op elk doelpunt geproost, maar vanavond staan voor ieder drie pilsjes klaar. De laatste drinken we pas in de laatste minuut van de verlenging. 3-2 tegen Spanje? Na verlenging? Is iedereen het ermee eens?

Erik de Graaf