zaterdag 30 december 2017

Meestervervalser Clifford Irving


Vervalsen is niet zo'n fraaie bezigheid, maar een meestervervalser heeft wel wat in zijn mars. Vandaag werd bekend dat Clifford Irving vlak voor de kerst op 87-jarige leeftijd is overleden. Toen hij in 1968 een boek over de Hongaarse meestervervalser Elmyr de Hory schreef kwam hij op het idee om de autobiografie van Howard Hughes te schrijven. Zonder zijn medeweten. Dat ging mis.

In een ruige versie van mijn boek over Marten Toonder senior had ik een paar alinea’s aan Clifford Irving gewijd, die ik uit het uiteindelijke manuscript schrapte. Aanleiding was het hoofdstuk over Johannes Eterman, de vibrerende kunstenaar die als Terpen Tijn in de Bommelverhalen van Seniors zoon Junior onsterfelijk werd. Eterman schilderde Oude Meesters, die hij voorzien van echtheidscertificaten voor veel geld verkocht. “Geen vervalsingen”, schreef Marten Toonder junior vergoelijkend in zijn autobiografie, “maar originelen, geschilderd met verven die hij zelf gemaakt had volgens de recepten van de Ouden”.

Jan Gerhard Toonder, ook een zoon van Senior en broer van Junior, schreef in 1976 naar aanleiding van zijn ervaringen met Eterman een stuk over meestervervalsers, die hij persoonlijk had gekend. In de jaren vijftig woonde Jan Gerhard Toonder grote delen van het jaar op Ibiza. Daar leerde hij Elmyr de Hory kennen, die zelfgemaakte werken van Picasso, Matisse, Braque en Modigliani verkocht. Clifford Irving, die ook een huis op Ibiza had, vond dat wel een inspirerend verhaal en schreef in 1969 Fake! The story of Elmyr de Hori, the Greatest Forger of our time.

Het inspireerde Irving om met Richard Suskind de autobiografie van de mysterieuze Amerikaanse miljardair Howard Hughes schreef. Ze putten uit oude artikelen over het wilde leven van Hughes en de rest verzonnen ze. Een uitgever bood een miljoen dollar, nadat Irving hem op de mouw had gespeld dat Hughes aan zijn levensverhaal meewerkte. De schrijvers rekenden erop dat Hughes nooit zou reageren. De excentrieke miljardair leefde al sinds 1958 als een kluizenaar, die nergens meer op reageerde. Het bleek een misvatting. In 1972 meldde Hughes telefonisch dat hij Irving en Suskind nooit had ontmoet. Tot zijn dood in 1976 zweeg Hughes verder.

De autobiografie van Howard Hughes ging de geschiedenis in als het "beroemdste ongepubliceerde boek van de twintigste eeuw." Irving werd uiteindelijk tot tweeënhalf jaar gevangenis veroordeeld, waarvan hij er zeventien uitzat. Suskind bromde vijf maanden. In 2005 werd de zwendel van Irving verfilmd in The Hoax met Richard Gere in de hoofdrol. De film werd positief ontvangen, behalve door Irving. Hij noemde het een vervalsing van een vervalsing. 

Dat De Hory, Irving en ook eerder ook Van Meegeren tegen de lamp liepen kwam volgens Jan Gerhard Toonder doordat ze behalve intelligent en getalenteerd ook eerzuchtig en ijdel waren. Dat was volgens hem een verschil met Eterman, die als een ware Terpen Tijn “geestelijk helemaal vrij” wilde zijn en niet door materiële rijkdom overmoedig werd. Hij bleef gewoon in zijn bovenwoninkje aan de Haagse Johan van Hoornstraat wonen.

Erik de Graaf

woensdag 27 december 2017

Geduldig wachten op Economische Zaken


Hartje zomer 2017, vlak na de langste dag kwam de Omgevingsvergunning voor de NAM-locatie in Warffum in de krant. Zes weken kregen we de tijd om een Zienswijze in te dienen bij het ministerie van Economische Zaken. Dat lukte. Midden in de zomervakantie, met vereende krachten. Een race tegen de klok. Driehonderdzevenenvijftig personen (357!) ondertekenden de Zienswijze, die half augustus werd ingestuurd. Daarnaast werd een tiental zienswijzen ingediend door individuele Warffumers en door organisaties als het Openluchtmuseum Het Hoogeland en de Bond Heemschut. Ook de gemeente Eemsmond stuurde de minister een bezwaar. Niet slecht. De NAM geeft energie, dat moet je ze toegeven.

In augustus vermoedden we dat we begin oktober een Reactienota van het ministerie konden verwachten. Op basis van ervaringen van deskundigen uit vorige procedures. Zonder garantie voor de toekomst. De maand september verstreek. Het werd oktober. Half oktober nam ik eens contact op met de advocaat, die ook nog niets had ontvangen. Eind november sprak ik een oud-bestuursrechter, die vond dat ze er wel lang over deden in Den Haag. Misschien duurt het zolang, sprak hij hoopvol, omdat ze in onze Zienswijzen lastig te weerleggen argumenten waren tegengekomen. Ik hielp het hem hopen, van harte. Ik ken de oud-bestuursrechter als een optimistisch mens, maar vrees dat het lange wachten eerder aan een cynisch gebrek aan belangstelling en prioriteit bij EZ ligt.

De reactie komt waarschijnlijk vlak voor de kerstvakantie, hoorde ik mezelf regelmatig zeggen. Het is gebruikelijk om zulke vervelende momenten te kiezen, zodat de tegenstander onmiddellijk onder tijdsdruk staat. Inmiddels is het 27 december. Al na de kortste dag en kort voor het nieuwe jaar. Ik begreep dat het ministerie een half jaar heeft om te reageren. Daarna kunnen ook nog uitstel nemen. Ja, zij wel. Daarna hebben wij weer vier weken, die we overigens met een paar weken kunnen verlengen. We wachten rustig af en zijn klaar voor de volgende stap.

Ik wens iedereen, behalve de NAM, een succesvol 2018!

Erik de Graaf

PS: de foto boven dit stuk werd door Gerben Veenstra gemaakt bij de demonstratie tegen de NAM op 20 april van dit jaar in Warffum.

donderdag 14 september 2017

Opsporing verzocht in Roemenië!


Zevenendertig jaar geleden trok ik met mijn rugzak door Roemenië. Op zaterdag 13 september 1980 ontmoette ik in de trein naar Cluj een groep jonge Roemeense speleologen, las ik vanochtend in een oude agenda. Een week lang waren ze door Transsylvanië getrokken. Over bergen en door grotten. Nu reisden ze zingend terug naar huis. Voor Felix hoefde dat zingen niet zo. Hij begon een gesprek met mij. Over wat zij gedaan hadden en over wat ik daar in de trein deed.

Kort voor de eindbestemming Cluj stelde Felix me aan de rest van de groep voor. Op het station werd afgesproken dat ik eerst met Ovidiu mee zou gaan en ’s avonds mee zou komen naar het café om de speleologenexcursie af te sluiten. Ovidiu woonde in de binnenstad met zijn ouders. Zijn slaapkamer was volgeplakt met foto’s uit westerse popbladen. Op een leeg stuk muur had hij met dikke letters geschreven: "Good food, pretty women and plenty of freedom - what more could a man ask for?" De roep van een adolescent om vrijheid in een strenge dictatuur. Ik vergeet nooit zijn verbazing toen hij het zinnetje "valid for all countries in the world" in mijn paspoort las. Zelf was hij weleens in Rusland geweest. Daardoor wist hij dat het nog erger kon dan in Roemenië, vertelde hij.

Na de kroeg ging ik met Eugen naar huis. Daar kon ik overnachten, wat eigenlijk streng verboden was in het Roemenië van Ceausescu. Het maakte hem niet veel uit. Eugen behoorde tot de Duitse minderheid in Roemenië, daarnaast was hij homo. Dat voelde als een dubbele handicap in Roemenië anno 1980. Eugen woonde alleen in het huis van zijn overleden moeder. Overdag werkte hij, ’s avonds studeerde hij aan de universiteit van Cluj. Op zondag leidde hij me rond door de stad. Hij legde me de geschiedenis uit van de Daciërs als voorlopers van de Roemenen en vertelde over het moeizame en achtergestelde bestaan van een “duitsstammige” Roemeen.

’s Avonds bezochten we een disco voor geneeskundestudenten, waar ik voor één keer danste op muziek van Abba. Op het in het communistische Roemenië absurd klinkende "The winner takes it all". De volgende nacht logeerde ik bij Ovidiu. Ook hij trok zich weinig aan van Ceausescu’s voorschriften. Op maandagochtend 15 september 1980 bracht Ovidiu me naar de trein naar Sibiu. Van Eugen had ik de dag ervoor afscheid genomen. We hebben nooit meer contact gehad. Mij werd aangeraden geen namen en adressen mee over de grens te nemen. Ze vreesden voor hun studieplaats. Vanochtend vroeg ik me plotseling af wat er van die twee Roemenen zou zijn geworden. Op zolder vond ik een oude dia in een stoffige doos. Scherp is hij niet, wel authentiek.

Erik de Graaf

donderdag 3 augustus 2017

Warffum Alert: zienswijze in ontwikkeling


De werkzaamheden op de NAM-locatie in Warffum worden binnenkort voortgezet. Dat valt vandaag op te maken uit een mededeling op de website van de NAM. Wanneer met de klus wordt gestart staat er niet bij. Wel dat het een vervolg is op de onderhoudswerkzaamheden in het voorjaar.

Onderhoud? Ja, dat zei de NAM in het voorjaar ook. Maandenlang zijn ze ermee bezig geweest. Er werd toen niet gerept over vervolgwerkzaamheden in het najaar. Nee, het was maar voor even en de gewoonste zaak van de wereld. Een Open Avond op de locatie werd in allerijl afgezegd, omdat de NAM vreesde dat we met teveel zouden komen. We zijn toen toch maar gegaan in een demonstratieve optocht van 350 mensen. Er was geen koffie en koek, zoals beloofd. Wel bewaking.

Begin juli verscheen er zonder enige vooraankondiging Kennisgeving Ontwerpbesluit Omgevingsvergunning Inrichting Warffum. De stukken liggen vanaf 7 juli ter inzage op het gemeentehuis van Eemsmond. Tot uiterlijk 17 augustus kan “een ieder” zienswijzen insturen. Natuurlijk weer net midden in de vakantie. In een memo van het College van B&W aan de Raad van 17 juli, naar aanleiding van een gesprek met de NAM, staat dat de “restcapaciteit” van 1 miljard kubieke meter gas in het Warffumer Gasveld binnenkort zal worden gewonnen. Leegtrekken dus.


Behalve over een Omgevingsvergunning zal de discussie binnenkort ook gaan over een nieuw Winningsplan voor Warffum, ook weer om een oud Winningsplan te vervangen. In het derde kwartaal van 2017 zal het nieuwe naar verwachting openbaar worden gemaakt. Bij nieuwe Winningsplannen organiseert het Ministerie van Economische Zaken informatieavonden. Hou de aankondiging in de gaten, zou ik zeggen.

Aan het slot van het gemeentelijke memo van het College moppert de NAM “dat er onnodige onrust is ontstaan omdat de actiegroep en de media het reguliere onderhoud aan de installaties koppelden aan een toename van aardgasproductie. Dat was nadrukkelijk niet het geval.” Slechte lezers bij de NAM. In het Dagblad van het Noorden van 20 april 2017 zeg ik namens de actiegroep Warffum Alert dat we ons er zorgen over maken dat de NAM nu ook het laatste miljard uit het Warffumer Gasveld wil pompen. We zijn niet geschift bij Warffum Alert. We snappen wel dat er niet meer uitgehaald kan worden dan er inzit.


Warffum Alert heeft een Zienswijze opgesteld, waarin de minister wordt aangeraden te stoppen met de gaswinning in Warffum (en elders). Alle onderhoud is dus eigenlijk overbodig. Ontmanteling van de locatie is voldoende. Heel binnenkort wordt de Zienswijze op de site van de Groninger Bodembeweging geplaatst. “Een ieder” kan daar dan ondertekenen. Hou het in de gaten.

Erik de Graaf 

dinsdag 1 augustus 2017

NAM eigenaar Zuidpool


Nee, het gaat hier niet over Antarctica. Onder de kop NAM eigenaar Zuidpool meldde de roemruchte Ommelander Courant vorige week dat de Nederlandse Aardolie Maatschappij de in 1852 gebouwde monumentale boerderij Zuidpool aan de Streeksterweg tussen Usquert en Uithuizen heeft aangekocht. Met een net zo monumentale slingertuin er omheen. Rijksmonument sinds 1978. Een trotse herenboerderij met gracht en tuin. Cultuurhistorie, maar hopelijk geen voltooid verleden tijd.

De boerderij Zuidpool werd in 1852 gebouwd door Harm Bruins ter vervanging van zijn boerderij aan de Oudedijk. Tegelijkertijd bouwde hij iets noordelijker in de Noordpolder de boerderij Noordpool, die door een medewerker werd bewoond. Zelf ging Bruins op Zuidpool wonen. Op stand. Hoe op stand? Dertig jaar eerder, in juni 1823, wandelden de jonge schrijver Jacob van Lennep en zijn vriend Dirk van Hogendorp van Warffum naar Uithuizen. “Beide zijden van de weg waren omkranst met boerderijen, die allemaal even groot en welgelegen waren”, schreef Van Lennep in zijn Dagboek over de wandeltocht door Nederland. “Men moet ze bezocht hebben om er zich een voorstelling van te kunnen maken. – Op elk huis stonden bliksemafleiders”. 

Bliksemafleiders, ongetwijfeld kreeg Zuidpool er ook een. Overal op voorbereid. Overal op voorbereid? De laatste jaren zag ik de boerderij Zuidpool in de steigers staan als ik er in het spoor van Van Lennep en Van Hogendorp langsfietste. Aardbevingsschade. Zoveel schade dat de bewoners nu al zeker anderhalf jaar (mijn schatting) in de containers op de paardenweide naast de slingertuin wonen. Vorige week zag ik dat de steigers waren verdwenen. De anders zo verzorgde tuin toonde de eerste tekenen van verwildering. Een romantisch bankje onder een oude boom zag er verdrietig uit.


Vorige week werd bekend dat Zuidpool door de NAM is aangekocht. Een zegen voor de voormalige eigenaren, maar of het voor het pand ook gunstig uitpakt is de vraag. Het is niet de eerste monumentale boerderij die in bezit van de NAM is gekomen. Eerdere aankopen staan al een poosje leeg. In Slochteren, in Huizinge, in Stedum en nu in Usquert. Vreemd toch dat zo’n rijksmonument nu in bezit van de NAM komt. Ik zie de NAM niet onmiddellijk als verdediger van cultureel erfgoed. Of de wettelijke bescherming van rijksmonumenten gegarandeerd is bij zo’n eigenaar durf ik te betwijfelen. 

Erik de Graaf

zaterdag 29 juli 2017

Moord op de Rotterdam Zuid-Amerika Lijn


Wie is de moordenaar? Om die vraag draait het in de detective Tim MacNab zoekt kopij, die schrijver en striptekenaar Marten Toonder (1912-2005) in 1937 op vijfentwintigjarige leeftijd schreef. Pas vier jaar later verscheen het eerste avontuur van zijn beroemde stripfiguren Ollie B. Bommel en Tom Poes in De Telegraaf.

Vijf jaar geleden werd het verhaal over Tim MacNab ontdekt in Toonders archief. Tachtig jaar nadat het geschreven werd ligt het nu eindelijk in de boekwinkel. Terecht, want het is een uiterst amusant, spannend en wervelend geschreven meesterwerkje. Talloze Bommelfans mogen in hun handen knijpen dat het boekje niet al in 1937 verscheen, want dan had Toonder zich misschien zijn leven lang aan verhalen over MacNab en kapitein Sixma gewijd en waren Bommel en Tom Poes nooit geboren.

Aan boord van het stoomschip Wega, een vrachtschip tussen Europa en Zuid-Amerika met zes hutten voor passagiers, wordt een moord gepleegd. Kapitein Sixma en de Amerikaanse journalist Tim MacNab gaan op zoek naar de dader, die zich aan boord moet bevinden. Alle passagiers komen onder het vergrootglas van de speurders te liggen. Net als je denkt te weten hoe de vork in de steel zit wordt er een tweede moord gepleegd. Op weergaloze wijze zet Toonder zijn lezers voortdurend op het verkeerde been, totdat de ware dader uiteindelijk bij een tussenstop in Las Palmas aan de politie kan worden overgeleverd.

Niet voor niets speelt het verhaal zich af op een schip naar Zuid-Amerika. Toonders vader, die in 1879 in Warffum werd geboren, bevoer tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog twintig jaar lang diezelfde route als kapitein op de Rotterdam Zuid-Amerika Lijn. In 1931 nam kapitein Marten Toonder senior zijn zoon een keer mee naar Argentinië. Junior had zijn examen gehaald en overbrugde zo de tijd tot aan zijn militaire dienst. Bovendien kon hij op volle zee goed nadenken over zijn toekomstplannen. In Argentinië besloot hij om tekenaar te worden. Senior vond “poppetjes tekenen” geen beroep, maar gaf zijn zoon een jaar de tijd om te bewijzen dat hij daarvan kon leven.

Kapitein Toonder (op de foto in tropenuniform met passagiers aan dek van zijn schip) was net als zijn zoon een creatieve geest. Op zijn zeereizen bouwde hij houten scheepsmodellen op schaal en hij vergat nooit een schildersezel mee aan boord te nemen. Hij schreef gedichten, dagboeken en brieven, terwijl hij pas op zijn drieëntwintigste had leren lezen en schrijven. Uit die brieven kon de jonge Toonder zich een goed beeld vormen van het leven aan boord. In de loop van de jaren dertig breidde de rederij het aantal passagiershutten uit om tegemoet te komen aan de vraag van joodse Europeanen, die voor Hitler naar Zuid-Amerika vluchtten. “Mijn passagiers gaan in Montevideo van boord om hun leven nog wat te verlengen”, schreef de kapitein in januari 1939 in zijn dagboek.


Zonder twijfel stond kapitein Toonder senior model voor kapitein Sixma. Kalm en bedaard overziet Sixma het slagveld op de Wega, terwijl de snelle MacNab het voortouw neemt bij het recherchewerk. De Amerikaan noemt de kapitein regelmatig “cappy” of “ouwe walrus”. Het lijken vooruitwijzingen naar Toonders stripfiguren Kappie en Kapitein Wal Rus, die later eveneens op vader Toonder waren geënt. Daarmee is Tim MacNab zoekt kopij niet alleen een “onbekende parel”, zoals detectiveschrijver Tomas Ross in het voorwoord schrijft, maar ook een vingeroefening van Toonder voor de Bommelverhalen.

Erik de Graaf

Deze recensie verscheen op vrijdag 14 juli 2017 in een licht door mijzelf ingekorte versie in het Dagblad van het Noorden.