vrijdag 9 maart 2018

De trein naar Zoutkamp


Vanuit de stad Groningen kun je sinds 1893 met de trein over het Hogelandspoor naar Roodeschool. Met tussenstops in Sauwerd, Winsum, Baflo, Warffum, Usquert, Uithuizen en Uithuizermeeden. Met het eindstation erbij zijn dat acht treinstations binnen de grenzen van de gemeente Het Hogeland. Vanaf volgende maand rijdt het Hogelandspoor zelfs door naar de Eemshaven. Daar kun je de boot op naar het Duitse eiland Borkum.

Tien treinstations in één gemeente, want vanaf Sauwerd in de richting Delfzijl stoppen de treinen ook nog in Bedum. Ter vergelijking: Amsterdam heeft er elf, waarvan Amsterdam ArenA alleen bij evenementen wordt gebruikt. En dan te bedenken dat er vroeger nóg een spoorlijn over het Hogeland reed. Vanaf Winsum was er vanaf 1922 een aftakking voor personen- en goederenvervoer naar Zoutkamp. Lang heeft die Marnelijn niet bestaan. Al in 1938 werd met het reizigersvervoer gestopt, hoewel dat in de Tweede Wereldoorlog weer in bescheiden mate werd opgepakt. In 1942 was het definitief voorbij. De rails werden door de Duitsers naar het Oostfront afgevoerd.

Vlak boven Winsum kun je vanuit de trein naar Roodeschool nog zien waar het spoor richting Zoutkamp afboog. Bij Eenrum zijn vanaf de provinciale weg nog resten van de spoorbrug over de Kromme Raken herkenbaar. De stations van Eenrum en Wehe den Hoorn zijn lang geleden afgebroken, maar dat van Leens is tegenwoordig als politiebureau in gebruik en dat van Ulrum als woonhuis. Bij de opstapplaats Breweelsterweg tussen Leens en Ulrum, speciaal voor de reizigers uit Hornhuizen, is nu een bushalte.

In het station van Zoutkamp heeft veertig jaar geleden brand gewoed. De bovenverdieping ging verloren, maar beneden is het oude station nog goed herkenbaar. Met sierlijke letters staat de eindbestemming ZOUTKAMP nog op de buitenmuur. Sinds kort wordt het gebouw gebruikt door Dieverdoatsie als “Station voor Dagbesteding” voor mensen met een beperking. De Wachtkamer Tweede Klasse is nu kantoor en in die van de Derde Klasse komt een werkplaats. Waar ooit kaartjes werden verkocht schildert nu een cliënt het oude station vanaf een foto.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde de stenen bruggenhoofden over de Kromme Raken tussen Eenrum en Wehe den Hoorn (foto: Otto Kalkhoven). De andere negen afleveringen in deze serie kunt u zien in Op verkenning door Het Hogeland.  

zaterdag 3 maart 2018

Fotograaf te Kruisweg


In 1916 kocht de tweeëntwintigjarige Jacob Molenhuis uit Kruisweg bij Kloosterburen voor vijfenveertig gulden een fotocamera met statief van stoffenhandelaar en fotograaf Onno Wolthuis uit Leens. Wolthuis had geen zin meer om zoveel tijd in de donkere kamer door te brengen, maar aan Molenhuis was het tweedehandsje goed besteed. Tot 1972 maakte hij er dertigduizend glasplaatnegatieven mee, waarvan er na zijn overlijden in 1987 zesduizend werden teruggevonden in zijn woning aan de Leensterweg in Kruisweg.

Jacob Molenhuis werd in 1894 geboren. Zijn vader was een ondernemende man. Behalve rietdekker was hij agent van de Holland-Amerika Lijn, die emigranten naar Amerika verscheepte. Hij dreef een tabaks- en koffiehuis in Kruisweg en handelde in zelf gevangen vogels. Zijn zilvermeeuwen werden tot in Parijs verkocht om tot dameshoeden te worden verwerkt. Op zondag gaf hij godsdienstles aan de dorpsjeugd, pro deo. De ondernemersgeest ging van vader op zoon. Jacob had een neusje voor technische vooruitgang. Hij werd rijwielhersteller, trouwde en bouwde een woning annex winkel naast zijn ouderlijk huis. Met op zolder een donkere kamer en in de schuur een fietsenwerkplaats en een fotostudio.

Op de fiets of op de motor reisde Molenhuis door de regio om huwelijken, jubilea en toneeluitvoeringen vast te leggen. Duizenden mensen portretteerde hij, van landarbeiders tot herenboeren. Bij hen thuis, op het land of in de fotostudio boven de fietsenwerkplaats. Hij maakte talloze herinneringsfoto’s van zieken en overledenen. Vaak werd de kist rechtop gezet om de overledene beter voor de lens te krijgen.

Zestig jaar lang legde Molenhuis het leven op het Hogeland vast. Hij maakte foto’s van het werk op het land en van de robbenjacht op het Wad, maar ook van de drukte op de ijsbaan en een bezoek van koningin Wilhelmina aan de boerderij Onrust in Hornhuizen. Twee spelers van de plaatselijke voetbalclub werden onsterfelijk door een foto van een kleine eeuw geleden. Fotograaf Molenhuis uit Kruisweg wordt tegenwoordig door deskundigen in binnen- en buitenland geroemd om de grote historische en culturele waarde van zijn werk.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven maakte een studioportret van Jaap Nienhuis in de stijl van Jacob Molenhuis. Alle teksten en foto's zijn te bekijken op Op verkenning door Het Hogeland.

vrijdag 23 februari 2018

Honderd jaar VV Warffum


Rond de Eerste Wereldoorlog werden her en der voetbalclubs opgericht op het Hogeland. In 1913 ontstond bijvoorbeeld de Uithuizer Football Club. UFC was een select gezelschap met een ballotagecommissie, want niet iedereen mocht lid worden. Als reactie ontstond in 1918 de arbeidersclub VV Noordpool. Vier jaar later kwamen ze alsnog samen in Noordpool UFC.

Afgelopen weekend was het feest in Warffum. Precies een eeuw geleden, op 18 februari 1918, richtte directeur Elias Maurits van der Zijl van de Rijks-HBS de Warffumer Voetbal Club op. Net als UFC was WVC een eliteclub, alleen voor leerlingen van de school. Ze wisten elkaar te vinden, want in september 1918 werd in Uithuizen een toernooi gespeeld met WVC, UFC en Noordpolderzijl als deelnemende verenigingen. Als vierde deed een elftal van op Rottumeroog gelegerde militairen mee.

De Warffumer dorpsjeugd voetbalde in die jaren op boerenland. Eerst onder elkaar, later tegen clubs uit Middelstum of Kantens. De hobbelige weilanden konden tot lelijke blessures leiden. De zestienjarige Benjamin Broekema brak zijn enkel bij Baflo en werd per trein naar het ziekenhuis in Groningen vervoerd. In 1921 werd WVC omgedoopt in VV Warffum. Tegelijkertijd werd de club opengesteld voor niet-leerlingen van de school. Thuisbasis bleef het sportveld achter de HBS aan de Oosterstraat. Na de bouw van een gloednieuwe gymnastiekzaal met kleedkamers hoefden de spelers niet meer naar de kroeg om zich om te kleden. De accommodatie inspireerde tot grootse daden. In de jaren twintig speelde VV Warffum op hoog niveau.

Die Gouden Jaren zijn inmiddels lang vervlogen, maar VV Warffum is op de huidige accommodatie aan de Westervalge niet meer uit het dorp weg te denken. Het sportieve en maatschappelijke belang van de club is groot, zoals dat voor elke dorpsclub op het Hogeland geldt. Voor Warffum reden om het eeuwfeest groots te vieren en met jong en oud vooruit te blikken naar de toekomst. Zaterdag hield de club een receptie, zondag vierde het eerste elftal feest met een klinkende overwinning tegen Kloosterburen.

Erik de Graaf

PS: Otto Kalkhoven maakte de foto van een mix van spelers van VVWarffum. Deze blog verscheen op 22 februari in de Ommelander Courant en staat op Op verkenning door Het Hogeland.  

zondag 18 februari 2018

Kronkeldörp


Van Ulrum naar Kloosterburen is maar een paar kilometer, maar tegelijk een reis van protestantisme naar katholicisme. Langzaam maar zeker doemt de Sint-Willibrorduskerk op en als je even niet oplet denk je dat je op het Groningse Hogeland een Brabants kerkdorp nadert. De Ommelanden stapten in de Tachtigjarige Oorlog over op het protestantisme, maar Kloosterburen bleef na de Reductie van 1594 in meerderheid katholiek.

Nog steeds is Kloosterburen een katholieke enclave op het Hogeland, hoewel de mis door de teruglopende kerkgang tegenwoordig afwisselend in Uithuizen, Wehe den Hoorn en Kloosterburen wordt gehouden. De katholieke sfeer is nog altijd voelbaar door de prachtige Sint-Willibrorduskerk, de kloostertuin en het jaarlijkse carnaval. Vorige week heette Kloosterburen weer even Kronkeldörp. Vrijdag overhandigde burgemeester Wiersma van De Marne de sleutel van het dorp aan Prins Carnaval Henk de Eerste. Daarna was het vijf dagen feest voor jong en oud.

Zaterdagmiddag schudde ik de hand van de trotse Prins Henk bij het kindercarnaval. Hij was in vol ornaat en werd vergezeld door een adjudant, twee grootvorsten en de complete Raad van Elf. Duizend leden telt de carnavalsvereniging van Kloosterburen, vertelde de voorzitter me. Meer dan Kloosterburen aan inwoners heeft. Daarin steekt ook de sociale betekenis van het carnaval, hoorde ik, want behalve een katholieke traditie is het ook gewoon een groot dorpsfeest. De hele winter werd in Kloosterburen en omgeving gewerkt aan de elf praalwagens, die zondag schitterden op de noordelijkste carnavalsoptocht van het land. Van Kleine Huisjes slingerde de stoet van praalwagens, Einzelgängers en dweilorkesten door het Hogeland naar Kronkeldörp. Het plezier spatte er vanaf. Een reusachtige fruitmand won de prijs voor de mooiste carnavalswagen. “Nu maken we het te bont, straks weer gezond!”, was het motto.

Dinsdag kreeg burgemeester Wiersma de sleutel van het dorp weer netjes terug. Traditioneel werd het carnaval afgesloten met het Cloosterlaid op de melodie van het Gronings volkslied:

Het mooiste feest van ’t heule land
Is carnaval op ’t Hogeland

Inmiddels is het weer rustig in Kloosterburen. Alaaf!

Erik de Graaf

Fotograaf Otto Kalkhoven nam de foto tijdens de optocht op zondag.  Donderdag in de Ommelander Courant, daarna ook op de blog van Op verkenning door Het Hogeland.

vrijdag 9 februari 2018

De Noorder Rondritten


Afgelopen donderdag kwam het bestuur van de IJsvereniging Noorder Rondritten in Baflo bijeen. Niet vanwege Harma Boers nachtvorstvoorspellingen, maar voor een reguliere maandelijkse bespreking ter voorbereiding op de Groningse schaatsklassieker. Jaar in jaar uit vergaderen acht bestuurders en twee ijsmeesters over de draaiboeken en worden de contacten met achtentwintig ijsverenigingen langs de route warm gehouden.

Elfmaal werden de Noorder Rondritten langs prachtige winterse decors over het Hogeland verreden. Scheuveln en batlopen, zo’n honderdvijftig kilometer lang. Op 8 januari 1940 voor het eerst om het derde lustrum van de Noorder IJsbond te vieren. Vierhonderd schaatsers trotseerden een ijskoude oosterwind. Een kwart van hen voor de wedstrijdtocht van Winsum naar Winsum, maar “langs een fatsoenlijke omweg”. Via Bedum naar Noorderhoogebrug, over het Damsterdiep naar Appingedam, terug naar Uithuizen, Kantens, Warffum en via Baflo en Kloosterburen naar Zoutkamp. En vandaar weer terug naar Winsum. Het was druk langs de route. “Een Groninger Dag op de schaats”, volgens het Nieuwsblad. Met Stadjer Gerrit Duiker als winnaar in 7 uur en 41 minuten. Betsie van der Ploeg uit Westerwijtwerd was de snelste vrouw.

Tien keer werden de Noorder Rondritten daarna nog geschaatst. Versnipperd over de tijd op hetzelfde winterse ritme als de Friese Elfstedentocht. In de barre winter van 1963 won Jan Uitham uit Noorderhoogebrug de door dooi en slecht ijs tot achtentachtig kilometer ingekorte rit. In 1985 en 1986 werd de Albert Bakker de Groningse Evert van Benthem door de rit tweemaal te winnen. Op 8 januari 1997 was het voor het laatst raak, met tienduizend schaatsers deze keer. Arnold Stam ging in Baflo juichend over de finish. Drie uur was hij sneller dan Duiker in 1940.

De tijden veranderen, de eisen verzwaren. Al eenentwintig jaar is het er niet van gekomen, maar zodra Koning Winter het toestaat moet de Tocht der Tochten binnen een week kunnen worden geschaatst. Was het maar zover. Er zijn nog iesbewiezen verkrijgbaar. En het bestuur? Dat is er klaar voor.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde het bestuur bij de haven van Baflo. Ook te zien en te lezen op de blog Op verkenning door Het Hogeland.

zaterdag 3 februari 2018

De schaatsende kuiper uit Menkeweer


Over een week gaan we weer voor gouden Olympische schaatsmedailles in Zuid-Korea. Tot nu toe verloopt de Groningse winter helaas zonder krachtige slagen over het natuurijs van de Warffumermaar richting Onderdendam. Toen ik het traject pas bij dertien graden fietste kwam ik toch een eenzame schaatser tegen. Niet in levende lijve, maar onder zijn steen op het kerkhof van Menkeweer.

Menkeweer ligt een paar honderd meter boven Onderdendam op de weg naar Warffum. De wierde ontstond rond het begin van de jaartelling toen de vroege bewoners van het gebied droge voeten wilden. Voor het jaar 1000 waren er nog geen zeedijken en stroomde Noord-Groningen regelmatig onder water. In de Middeleeuwen werd een kerk op de wierde gebouwd. Ernaast kwamen een weem (een pastorie annex boerderij) en een klokkenstoel (een houten stellage waarin de klok werd opgehangen). Menkeweer bleef altijd een gehucht. Op het hoogtepunt bestond het uit twintig huizen, die in een ruime baan rond de wierde stonden.

De kerk van Menkeweer is in 1828 afgebroken, de weem is nu alleen nog boerderij. Op het kerkhof werd in 1903 voor het laatst iemand begraven. De overledenen rusten voort. Adriaan Jan van Roijen (1800-1874) bijvoorbeeld. Hij stamde uit een burgemeestersfamilie, was zelf jurist en vanaf 1856 zes jaar Eerste Kamerlid. Ook kantonrechter Anthonius Beckeringh (1791-1878) ligt er warmpjes bij. Daarachter, iets verder van het centrum van het kerkhof, rust de kuiper en wagenmaker Kornelis Derks Kuiper (1737-1827) in vrede. Op zijn grafsteen staat een kuip of een ton afgebeeld. Die maakte hij tenslotte tijdens zijn leven.

Maar KDK was ook een schaatser, die nog op zijn negentigste de Provinciale Groninger Courant haalde door van Onderdendam naar Bedum te schaatsen. “Bedum den 11 Januarij”, berichtte de krant. “Hedennamiddag is van Onderdendam alhier schaatsenrijdend aangekomen Kornelis Derks Kuiper, kuiper van beroep, te Onderdendam woonachtig, oud 90 jaren en 4 dagen”. Anderhalve maand later overleed de bejaarde schaatser. Hij rust op een fantastisch plekje, al meer dan honderdnegentig jaar.

Erik de Graaf

Met een foto van Otto Kalkhoven