dinsdag 5 oktober 2021

Een woest Gronings studentenfeest anno 1823

 

In de zomer van 1823 maakten twee vrienden een voettocht door Nederland. Jacob van Lennep was de zoon van een Amsterdamse hoogleraar. De vader van Dirk van Hogendorp was een liberaal staatsman en de grondlegger van de eerste Grondwet van Nederland. Jongens van stand dus. Ze waren net in Leiden gepromoveerd en besloten om geen reis naar Frankrijk of Italië te maken, zoals veel leeftijdsgenoten deden. Liever verkenden ze Nederland. Een inspectietocht noemden ze het. Hun bevindingen schreven ze in een dagboek.

Op woensdag 18 juni kwamen de vrienden met een trekschuit vanuit Friesland in Groningen aan. Ze vonden twee kamers in herberg De Toelast. Met een prachtig uitzicht over de Brede Markt, die we tegenwoordig Groot noemen. Het stadhuis was al een jaar of dertig in aanbouw. Hun dagen in Groningen vulden ze met wandelingen door de stad en bezoeken aan bestuurders en professoren, die opvallend vaak niet thuis waren (tenminste voor ons, voegde Van Lennep eraan toe). Netwerken op zijn negentiende-eeuws.

Na een welbestede zaterdag wilden de wandelvrienden vroeg naar bed om de volgende ochtend fris naar het Hogeland te vertrekken. Dat lukte niet. In De Toelast liep het promotiefeestje van de twintigjarige Wiarda Willem Buma (later met Van Haersma ervoor) door overmatig drankgebruik uit de hand. Zeker toen bekend werd wie er boven hen sliepen (of probeerden te slapen). “Volgt moedig in mijn schreden”, riep een dronken student volgens Van Lennep, “en sleur Van Hogendorp van het bed af naar beneden. Deze dronk breng ik hem, dat hij sterft”. Met zijn allen krijsten ze: “Van Hogendorp, verschijn! En leer wat het is geen liberaal te zijn”.

Het moet gezegd, de verse jurist Buma bracht zijn gasten tot bedaren. Maar lekker voelden Van Hogendorp en Van Lennep zich niet door het antiliberaal gebral. Ze deden die nacht geen oog dicht. Na veel drank vergaten de feestvierders Van Hogendorp. Toen het om vijf uur eindelijk rustig was vertrokken de wandelaars via Dorkwerd en Oostum naar Garnwerd.

Erik de Graaf

PS: Van Lennep deed kleurrijk en op rijm verslag van die dreigende nacht. U vindt het in De zomer van 1823. Lopen met Van Lennep. Dagboek van zijn voetreis voor Nederland (bezorgd door Geert Mak en Marita Mathijsen). Over de wandeling van Van Lennep en Van Hogendorp door het Hogeland schreef ik als eens.

zondag 3 oktober 2021

Tag der Deutschen Einheit

Eenendertig jaar is het alweer geleden dat Oost- en West-Duitsland op 3 oktober 1990 formeel één werden. Kort vóór de definitieve eenwording fietste ik door de zich opheffende DDR. Door de oostelijke Harz naar Thüringen, onderweg overnachtend in de tent, een pensionnetje of in het zieltogende FDGB-vakbondshuis Rosa Luxemburg in Schierke. Bij toeval was ik vermoedelijk de eerste Nederlander die sinds 1959 weer op de top van de 1141 meter hoge Brocken stond. En ook de eerste die dat op de fiets deed. Dertig jaar lang was de Brocken een militaire vesting van het Sovjetleger op de grens van oost en west geweest en de afluisterpost voor de Stasi, de Oost-Duitse geheime dienst. Op de dag dat ik langsfietste werd de Brockentop weer voor het publiek geopend. 

Tijdens mijn laatste bezoek aan de real existierende DDR was de aftakeling zichtbaar. De letters DDR brokkelden van het bord boven de ingang van het kantoor van de Kulturbund en in de straten van Wernigerode en Ilsenburg kwamen de eerste DDR-relikwieën in de uitverkoop. De ondergang was onvermijdelijk. 

Eenendertig jaar later viert Duitsland zijn vrije nationale feestdag, de Tag der Deutschen Einheit. Niet zonder discussie, want wat was de gunstigste datum? De 9e november was niet alleen de dag van de Val van de Muur in 1989, maar ook die van de Kristallnacht in 1938. Ongunstig dus. De 17e juni dan? Naar aanleiding van de opstand in de DDR op die dag in 1953 was dat al jaren een eenzijdige herdenkingsdag in West-Duitsland. Nee, het werd dus 3 oktober. Bondskanselier Schröder heeft nog weleens geprobeerd er de eerste zondag van oktober van te maken, omdat een doordeweekse vrije dag ten koste van de economie zou gaan. Hij kreeg er de handen niet voor op elkaar. Vandaag had hij geluk. In Halle wordt de feestdag vanavond met een groot festijn afgesloten. En morgenochtend weer aan het werk. 

Erik de Graaf

dinsdag 21 september 2021

Nieuw boek: De Rottum Expeditie

Op donderdag 16 september 2021 presenteerde Peter van der Schelde zijn boek De Rottum Expeditie. Bezoek aan een verboden eiland. In het auditorium van het Openluchtmuseum Het Hoogeland in Warffum ontving ik als secretaris van de Vrienden van Rottumeroog en Rottumerplaat het eerste exemplaar.

Te midden van de tentoonstelling over Godfried Bomans en Jan Wolkers, die vijftig jaar geleden een week op Rottumerplaat verbleven, vertelde auteur Peter van der Schelde dat de Rottums tamelijk onbekend zijn als Waddeneilanden. “De Waddengeografie beperkt zich vaak tot TV TAS en de R wordt hooguit geassocieerd met Bomans en Wolkers”. Na een bezoek aan Rottumeroog in september 2019 besloot Van der Schelde een boek over zijn expeditie te schrijven.

“Onbewoonde eilanden spreken altijd tot de verbeelding,” zei in mijn dankwoord na de overhandiging van het eerste exemplaar. “En Rottumeroog zeker, want het is zo goed als verboden terrein. De natuur gaat er boven de mens. Jaarlijks is slechts een beperkt aantal excursies mogelijk.” Schipper Tsjerk Hoekstra van de 130 jaar oude zeilklipper Willem-Jacob beaamde dat. Zijn schip is uitverkoren om eenmaal per jaar een tocht naar Rottumeroog te maken. “Vorige week ben ik er op die manier nog met zes gasten geweest”, vertelde Hoekstra.

De Rottum Expeditie is een persoonlijk verhaal over een tocht naar Rottumeroog, die Peter van der Schelde twee jaar geleden ondernam met de Willem-Jacob. Hij beschrijft duidelijk hoe bijzonder het is om naar Rottumeroog te varen. Als je al het zeldzame geluk al hebt om mee te varen, blijkt het Wad zo onvoorspelbaar dat je nooit zeker weet hoe de reis verloopt. En Van der Schelde had met zijn expeditie in september 2019 ook nog eens een geluk, dat we ons toen nog helemaal niet konden voorstellen. Sindsdien zijn er door corona maar weinig mensen naar het eiland gevaren.

“Zondagochtend ben ik aan het boek begonnen met het idee dat ik dan tot de donderdag van de boekpresentatie de tijd zou hebben om het uit te krijgen, maar ik raakte er diep in verzeild en las het in een zucht uit”, vertelde ik naar waarheid in mijn dankwoord. Op twee manieren raakte ik geboeid. Allereerst als liefhebber van het wad. “Het boek beschrijft een jaloersmakend persoonlijk verhaal van de tocht van de schrijver. Elke lezer wil zelf ook zo mee op expeditie”.

Ook als historicus kwam ik aan mijn trekken, doordat Van der Schelde ook over een uitstapje van Menno van Zeeburg uit 1863 schrijft. Van Zeeburg was een jonge boer uit de Noordpolder boven Warffum, die net als Van der Schelde en ik een bijzondere fascinatie had voor Rottumeroog. Zijn uitstapje met de voogd Klaas Guitjes van Dijk beschreef hij in 1863 in het tijdschrift De Huisvriend, dat vanaf 1843 onder redactie van de Groningse dichter J.J.A. Goeverneur stond. 

De Rottum Expeditie sluit prachtig aan bij de twee pijlers van de Stichting Vrienden van Rottumeroog en Rottumerplaat: de liefde voor het Wad en voor de Rottums, maar ook de cultuurhistorie van het eiland. De Vrienden bedanken hartelijk voor het eerste exemplaar.

Erik de Graaf

Peter van der Schelde, De Rottum Expeditie. Bezoek aan een verboden eiland (Uitgeverij Ampelos, 2021). ISBN: 9789492524027 (19,95 euro)

zondag 5 september 2021

Excursie naar Bremen

 

In mei schreef ik in het Dagblad van het Noorden over twee onderduikers, die in januari 1944 in Spijk werden opgepakt en een maand later stierven in een werk- en opvoedingskamp in de buurt van Bremen. Corona verhinderde het toen om de plek des onheils te bezoeken. Dat haalde ik afgelopen vrijdag in. John uit Bremen had een dagvullend programma voor me samengesteld.

Eerst bezochten we de Bunker Valentin aan de rivier de Weser. Met de bouw van de grootste bunker van Duitsland (ruim 35.000 vierkante meter groot) werd halverwege 1943 begonnen. Tienduizend dwangarbeiders uit heel Europa werkten dag en nacht aan de gigantische hallen, waar uiteindelijk duikboten moesten worden gebouwd. Onder hen waren Theo Roodvoets uit Groningen en Tjark Kremer uit Spijk. Ruim 1600 dwangarbeiders kwamen om te leven door ongelukken, mishandelingen, ziektes, honger en uitputting.

Toen de U-Bootwerf in het voorjaar van 1945 bijna klaar was werd hij door de Engelsen gebombardeerd. Op twee plaatsen doorboorden de Engelse bommen het viermeter dikke beton. Uiteindelijk werd er dus geen enkele duikboot geproduceerd, waar er volgens het waanzinnige plan van Albert Speer en marine-admiraal Dönitz één per 56 uur van de “lopende band” de Weser in moest varen. 


De dwangarbeiders waren in de wijde omgeving van Bremen Farge gehuisvest. Roodvoets en Kremer waren gedetineerd in het Arbeits- und Erziehungslager Farge (een werk- en opvoedingskamp), op zo’n tweeënhalve kilometer van de bunker. Dagelijks marcheerden ze naar de bunker en terug over een onverharde weg, die nu nog steeds de Lagerstraβe (dus de Kampstraat) heet. De barakken zijn afgebroken, maar enkele informatieborden herinneren aan de onheilsplek. Theo Roodvoets overleed er na een week of vier door uitputting. Tjark Kremer bezweek vijf dagen later in een ziekenhuis aan de gevolgen van zware mishandelingen. Ze werden in Bremen begraven. Roodvoets werd acht jaar later overgebracht naar een Erebegraafplaats in Loenen. Kremer kreeg in 1953 een plekje tussen 167 Nederlandse slachtoffers op het Ereveld in Bremen-Osterholz.


Interessant en indrukwekkend daagje in Bremen. Wordt vervolgd.

Erik de Graaf


PS: eerder publiceerde ik een fragment uit het artikel van 3 mei 2021 op mijn blog. Op de site van het Dagblad van het Noorden staat het achter de betaalmuur. 

donderdag 26 augustus 2021

Jaren tussen graan en slik. Over de wortels van de Mansholts

De naam Mansholt is een begrip in Groningen en ver daarbuiten. Dat komt vooral door Sicco Mansholt, die in 1908 op zijn ouderlijke boerderij Torum in de Westpolder boven Ulrum werd geboren. Mansholt was boer en socialist in hart en nieren. Dat was geen vaak voorkomende combinatie, maar bij hem was het met de paplepel ingegoten. Zijn vader en zijn grootvader stonden al bekend als rode herenboeren op het Groninger land. Begin augustus verscheen Jonge jaren tussen graan en slik. Jeugdherinneringen van een bevlogen boer en politicus, dat in 1909 werd geschreven door Sicco’s grootvader Derk Roelfs Mansholt. Voor Blad las ik het boek en ging ik op onderzoek uit.

Een fragment (de rest kunt u lezen in Blad voor Noord-Groningen, nr. 22: te koop in de betere boekhandel of hier te bestellen):

Twee kilometer verder stond de gezochte boerderij in een bocht van de oude dijk. Op het land was een kinderfeestje aan de gang, maar in de schuur ontmoette ik de boer. Al na drie woorden bleek dat ik beter Nederlands met hem kon spreken. Riemer de Boer was in 2015 met zijn gezin vanuit Nederland naar Ditzumerhammrich verhuisd om zijn droom van een eigen veeteeltbedrijf waar te maken. Hij had al eens over zijn roemruchte voorgangers op zijn boerderij gehoord. Er kwamen regelmatig Nederlanders langs met dezelfde belangstelling als ik. Een familielid van de Mansholts uit de buurt had een keer foto’s gemaakt voor een boek. Ik vertelde hem dat dat boek binnenkort uitkwam.

(…)

Derk Roelfs Mansholt schreef in 1909 over zijn geboortehuis:

“Vanaf de dijk gezien maakte de boerderij een bijzonder vriendelijke indruk met zijn hoge rode pannendak, nauwelijks zichtbaar achter de iepen en fruitbomen eromheen, en met zijn groene luiken en blinkende ramen. Het geheel werd weerspiegeld in het azuurblauwe water van de kolk”.

De rode dakpannen achter de bomen zijn gebleven, de groene luiken verdwenen. Van weerspiegeling in de kolk was geen sprake meer, wist ik al van Schulte. Riemer de Boer leidde me rond door zijn boerderij. Er was in 1952 een stuk woonhuis aangebouwd. Hij wees me op de opkamer in het oude deel, die nu als opslag dienst deed. Buiten waren er nieuwe stallen gebouwd. In details was af en toe nog een glimp van de oude Mansholtboerderij op te vangen, maar pas buiten konden in het landschap de eeuwen worden afgelezen.

De Boers koeien graasden ten noorden van de boerderij op het oude land. Zompige weide, vertelde hij. Een dunne laag klei met daaronder veen. Veel vruchtbaarder was het land aan de andere kant van de weg in de Heinitzpolder, die in 1796 werd ingepolderd. “De Dollard was van oudsher onze gevreesde vijand”, schreef Derk Roelfs Mansholt in 1909, “maar tegelijkertijd ook onze weldoener”. Stormen en overstromingen vaagden door de eeuwen heen grote stukken land weg, ook aan de Nederlandse kant van de Dollard. Duizenden mensen verdronken en talloze dorpen verdwenen in zee, waaronder Torum en Fletum in de buurt van de stad Emden. Met de overstromingen spoelde ook vruchtbare slik aan, waardoor landbouwgrond ontstond die volgens Mansholt “qua vruchtbaarheid op aarde misschien wel niet geëvenaard wordt”. De polderboeren profiteerden van de vruchtbare bodem. Mochten de “dikke” boeren geen maximale oogsten behalen, schreef Mansholt in een onderhoudend stuk over de ontwikkeling van het Duitse Dollardgebied, “dan is dat niet de schuld van de polder, maar van de polderboeren”.

Erik de Graaf

zondag 13 juni 2021

Alleen op Rottumerplaat

 

In juli is het een halve eeuw geleden dat de schrijvers Godfried Bomans en Jan Wolkers om de beurt een week op Rottumerplaat bivakkeerden. Vanuit de Breedenborg bij Warffum sprak de rijzende radio- en tv-ster Willem Ruis dagelijks voor de VARA-radio met de avonturiers op het eiland. “Hallo, hier Breede - Over”.

Voor het tijdschrift Blad voor Noord-Groningen (nr. 21, juni-juli 2021) schreef ik een stuk over Bomans en Wolkers op Rottumerplaat. Om het hele artikel te lezen kunt u een nummer van Blad kopen. Hier volgt een fragment:

“Een veelbelovend concept, vond men bij de VARA. Het was alleen nog een klus om twee geschikte kandidaten te strikken en om een geschikte locatie te vinden. Komiek en acteur Rijk de Gooyer en de populaire Rudi Carell vielen af, omdat Carell voor filmopnamen in Duitsland moest zijn. Ook Koos Postema en Tom Manders leken niet geschikt. Beter vond de VARA het om twee schrijvers te nemen. Die zouden goed in staat zijn om hun gevoelens van eenzaamheid te verwoorden, vermoedden de organisatoren. Jan Wolkers reageerde onmiddellijk enthousiast op het voorstel om naar een onbewoond eiland te gaan. Godfried Bomans moest er een paar nachtjes over slapen, maar stemde uiteindelijk in.

Ondertussen werd ook een locatie gevonden: Rottumerplaat boven de kust van Groningen. Geen zonovergoten tropisch eiland, zoals tegenwoordig zou worden gekozen. Strikt genomen was het ook geen onbewoond eiland, maar een werkeiland van Rijkswaterstaat. Na de Watersnoodramp van 1953 werd de zandplaat in de Waddenzee belangrijk in de Groningse kustverdediging. Uit alle macht versterkte Rijkswaterstaat Rottumerplaat met rijsdammen en helmgras, wat na jaren van noeste arbeid tot duinvorming leidde. In de jaren zestig ontstond zelfs het plan om de oostelijke Waddenzee droog te leggen voor nieuw akkerland. Het versterkte eiland Rottumerplaat vormde een bruggenhoofd in die inpolderingsplannen. In 1971 werd er keihard werd gewerkt, maar tijdens de zomervakantie van de eilandarbeiders van Rijkswaterstaat konden Bomans en Wolkers een paar weken in een oranje tent van de omroep voor Robinson Crusoe spelen. De accommodatie van Rijkswaterstaat ging op slot. Anders zou een weekje overleven op Rottumerplaat te makkelijk worden.”

Erik de Graaf

PS1: in hetzelfde nummer van Blad staat ook een Dagboek van vogelwachter Addo van der Eijk op Rottumerplaat. Hij zit momenteel op het eiland.

PS2: in de haven van Noordpolderzijl was het druk bij de terugkeer van Wolkers op zaterdag 24 juli 1971. De foto is afkomstig van de Stichting v/h De Eendracht - Usquert.