Verrassend wat er de laatste jaren uit het Duits vertaald
of opnieuw uitgegeven wordt. Hans Fallada, Anna Seghers een paar jaar geleden
en gisteravond las ik enthousiast een recensie van de vertaling van Das
Judenauto van Franz Fühmann, een bundel met veertien verhalen uit 1962.
Van Fühmann kocht ik weleens een werkje tijdens mijn bezoekjes
aan de DDR. Na het lezen van de recensie in de NRC struinde ik mijn boekenkast af. Pavlos Papierbuch (und andere Erzählungen) vond ik. Kocht ik ooit voor 1,85 DDR-mark
in Erfurt. Boeken waren verrukkelijk goedkoop in de DDR. De keuze was alleen een
stuk minder.
Een stuk duurder was een cassette over de
expressionistische dichter Georg Trakl. Vijfentwintig DDR-marken, het
verplichte wisselbedrag voor één hele dag in Oost-Berlijn. Drie boekjes bevatte
mijn “peperdure” aanwinst. Om te beginnen het complete oeuvre in 250 pagina’s
van de Oostenrijkse dichter, die in november 1914 op 27-jarige leeftijd depressief
stierf in een militair ziekenhuis in Krakau. Hij was als medicus in Duitse
dienst gek geworden van de vele gewonden op het slagveld van de Eerste Wereldoorlog.
Verder zat er een dun boekje in de cassette met zestien afbeeldingen van werken
van de expressionistische schilder Egon Schiele, die in 1918 vlak na de Eerste
Wereldoorlog aan de Spaanse griep overleed. Ook slechts 28 jaar oud.
Het derde boekje was een lang essay van Franz Fühmann
over Trakls gedicht “Untergang”, de vijfde versie welteverstaan, Gedanken zu
Trakls Gedicht (1981). Bijna honderd pagina’s over een gedicht van negen regels. En
dat was dan zelfs nog een verkorte versie van het dubbel zo dikke Erfahrungen
mit Georg Trakls Gedicht.
Untergang
5. Fassung
An Karl Borromaeus Heinrich
Über den weißen
Weiher
Sind die wilden
Vögel fortgezogen.
Am Abend weht von
unseren Sternen ein eisiger Wind.
Über unsere Gräber
Beugt sich die
zerbrochene Stirne der Nacht.
Unter Eichen
schaukeln wir auf einem silbernen Kahn.
Immer klingen die
weißen Mauern der Stadt.
Unter Dornenbogen
O mein Bruder
klimmen wir blinde Zeiger gen Mitternacht.
Nooit ben ik vergeten hoe Fühmann zijn eerste ervaring met
dat gedicht beschreef. Eerste Wereldoorlog ontmoet de Tweede. Het was op 3 of 4
mei 1945, schreef Fühmann, een paar dagen voor de capitulatie van de Wehrmacht. Als 23-jarige soldaat was hij
kort daarvoor uit de ziekenboeg ontslagen. Hij had een poosje verlof gehad in zijn
ouderlijk huis in Bohemen. De volgende dag moest hij alweer naar Dresden, dat
al sinds februari in puin lag en volgens Fühmann waarschijnlijk ook al in
handen van de vijand. Die avond zat hij met zijn vader in diens bibliotheek.
Zijn vader, apotheker van beroep, verdiepte zich in recepten, terwijl de zoon, “schon
halb in Uniform”, een gedichtenbundel las die hij onderweg van het lazaret naar
huis in een antiquariaat had gekocht. “Untergang” heette het gedicht van Trakl,
maar het had die titel niet nodig om te begrijpen wat het uitdrukte. “Es war
unser Untergang”, schreef Fühmann.
De volgende dag vertrok Fühmann richting Dresden. Hij kwam
in Russische krijgsgevangenschap, waar hij stevig marxistisch geschoold werd op
een antifascistische frontschool voor Duitse krijgsgevangenen. Pas in 1949 keerde
hij terug naar Duitsland, naar het communistische Oost-Duitsland.
Erik de Graaf
PS: over de afbeelding boven deze blog: dat is een Russische krijgsgevangene (1915), door Egon Schiele. Uit de cassette over Trakl.
1 opmerking:
"...een antifascistische frontschool voor Duitse krijgsgevangenen." Zou hij ook hebben moeten werken? In Sint-Petersburg pluk je de gebouwen die door Duitse krijgsgevangenen zijn gebouwd er zo tussenuit.
Een reactie posten