Posts tonen met het label Marten Toonder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marten Toonder. Alle posts tonen

dinsdag 16 maart 2021

Tom Poes is tachtig

“Als je daar laarzen in de grond plant, groeien er soldaten uit”, zei Marten Toonder senior in de jaren dertig tegen zijn zoon. Vader Toonder was kapitein op de Rotterdam Zuid-Amerika Lijn. Jarenlang voer hij van Rotterdam naar Hamburg en vandaar weer via Rotterdam naar Buenos Aires. Hij vond Hitlers Duitsland maar een raar land.

Op 16 maart 1941 publiceerde Marten Toonder junior de eerste avonturen van Tom Poes in De Telegraaf. Tom Poes ontdekt het geheim van de blauwe aarde. Hij moet bij het schrijven en tekenen aan het verhaal van zijn vader hebben gedacht. In een groot woud ziet Tom Poes een dwerg een zware zak aarde voortslepen. Zo hulpvaardig als we hem kennen biedt hij assistentie aan, maar de dwerg reageert woest op het aanbod en gaat er vandoor. Tom Poes volgt hem en ziet plotseling een rij lange, magere reuzen uit een spelonk komen, luid zingend in een soort hakenkruizenpas op weg naar het kasteel van de markies van Muizenis om geld en gouden staven te stelen. Tom Poes gaat op onderzoek uit. Hij betrapt de dwerg in de grot bij het toveren. Roerend in een grote schaal zingt hij met valse neusstem:

Wanneer men water doet bij ’t blauwe zand
En daarin grote laarzen plant -
En daarna zachtjes fluit
Dan groeien er vast reuzen uit.

Tom Poes verzint zijn eerste list en weet de slechte reuzen onschadelijk te maken. Door hen tijdens hun slaap de laarzen uit te trekken gaan ze in rook op. Om hun buit eerlijk terug te brengen naar de markies tovert Tom Poes drie goedmoedige reuzen door Hollandse klompen in het blauwe zand te planten en vervolgens zachtjes te fluiten. Precies zoals de dwerg het met de laarzen deed. Aldus overwon de Hollandse goedmoedigheid het in maart en april 1941 van de slechtheid. De klompen tegen de laarzen. Onder de ogen van de Duitse bezetter. Niet voor niets waren de eerste avonturen van Tom Poes razend populair onder de getergde Nederlandse lezers.

De Telegraaf had moeite te kiezen voor de klompen en kwam onder invloed van de Duitse laarzen. In oktober 1944 werd dat Toonder te dol. Midden in een nieuw avontuur van Tom Poes meldde hij zich ziek. Een beetje laat, maar toch. Een bevriende arts schreef in een attest dat de striptekenaar manisch depressief was.

Vandaag wordt de verjaardag van Tom Poes uitgebreid gevierd. Tachtig is ook prachtig.

Erik de Graaf




zaterdag 27 januari 2018

Fladderak & roggebrood

 

Vroeger heette ‘t Witte Hoes in Adorp naar zijn uitbater, Café Slierma, schreef ik in een stukje in Op verkenning door Het Hogeland. Op bovenstaande foto staat kastelein Jan Slierma trots bij zijn drankkast. Striptekenaar Marten Toonder kwam als kind vaak in Adorp. Hij was in 1912 geboren in Rotterdam, maar zijn beide ouders kwamen  uit Noord-Groningen. Als zijn vader maandenlang op zeereis was ging moeder met de kinderen naar de familie in het hoge noorden. In Adorp woonde een zus van zijn moeder, tante Jo Huizinga. Ze was officieel de huishoudster van Jan Slierma, maar het hele dorp wist dat ze als man en vrouw samenleefden.

Familiebezoek aan het noorden stond voor de Toonders gelijk aan een kroegentocht. Eind januari 1932 maakte ook kapitein Toonder een reis naar zijn Noord-Groninger wortels. Per brief deed hij verslag aan zijn zoon Marten. In Winsum werd Senior door zijn zwager Klaas Wijko Zwaagman, de uitbater van De Gouden Karper, van de trein gehaald. “Dronk daar direct een fladderak, at roggebrood en genoot volop van de mooie vergezichten en de heerlijke rust.” Met Oom Wiek fietste hij naar Café Slierma in Adorp en naar Café Neptunus in Leens, waar Wieks zoon Fokko kastelein was. “Ook daar fladderak en vertellingen over de kroegclientèle”, schreef vader Toonder in zijn brief. ’s Avonds reden ze op de fiets via Warffum naar hotel-café Knol van zwager Willem Knol in Uithuizen. Het was koud en glad. De beijzelde bomen leken “bij de schijn van mijn carbidlamp wel een toverpaleisgang”.


In 1952 overleed Jan Slierma, een jaar later Jo Huizinga (hierboven samen op een fragment van een foto). Op het kerkhof van Adorp liggen ze nu al vijfenzestig jaar naast elkaar. Via een groen bordje zoekt de gemeente contact met de dierbare nabestaanden om het over de grafrechten te hebben. In het Café Slierma van voorheen is aanstaande zondag een jamsessie met de Groningse rocklegende Lou Leeuw.

Erik de Graaf

donderdag 11 september 2014

Helden van het noorderlicht


Misschien is in de komende nachten in Nederland het noorderlicht te zien, las ik net op de site van National Geographic. Dinsdag en woensdag zijn er op de zon uitbarstingen geweest, die een wolk van elektromagnetisch geladen deeltjes richting aarde hebben gezonden. Als die deeltjes op de magnetosfeer van de aarde stuiten ontstaat het noorderlicht, zeggen de deskundigen.

ONZIN, weet iedere Bommellezer. Van mei tot juni 1943 publiceerde Marten Toonder in de De Telegraaf het verhaal Het geheim van het noorderlicht, waarin Tom Poes met kapitein Wal Rus (het was zijn debuut in Toonders strip) uiterst actueel een oorlog om de schatten van de Noordpool voorkwam.

Wal Rus’ schip de Albatros is met een lading bananen voor de Eskimo’s onderweg naar het hoogste noorden. Vlak voordat ze de poolcirkel binnenvaren raadt Wal Rus Tom Poes aan iets warms aan te trekken. “Niet iedereen kan de kou verdragen, en de meeste landhaaien worden er ziek van. Ik voor mij voel me het prettigst, als de ijspegels aan mijn snor hangen”.


Net binnen de poolcirkel loopt de Albatros in dichte mist op een ijsberg. De bemanning lijdt schipbreuk. Tom Poes en Wal Rus bereiken met een reddingssloep de Noordpool. Van de andere opvarenden wordt niets meer vernomen. Bij toeval stuiten de twee overlevenden op het huis van Wammes Waggel, die sindskort handel drijft met Eskimo’s. Hij ruilt wafels, van ijswafels houden de poolbewoners niet, tegen ijsberenhuiden.

Door de handel van Waggel raken Tom Poes en Wal Rus verzeild in een conflict tussen zuidelijke en noordelijke Eskimo’s. De zuidelijken willen de reusachtige diamant van Eskimo-voorman Aino Kaino veroveren, waarmee hij ’s winters het noorderlicht veroorzaakt. Door een list weet Tom Poes de zuidelijke belagers af te laten druipen en de diamant te redden.

Daarmee redden Tom Poes en Wal Rus ook het noorderlicht. Vanavond toch maar even de wekker zetten om te zien wat Aino Kaino ervan bakt. Hij toont zijn lichtshow nog maar zelden. In 2003 voor het laatst, las ik zojuist.

Erik de Graaf

zaterdag 24 mei 2014

Marten Toonder senior: wandeling door Warffum


Voor de tweede keer liep ik vandaag de Toonderwandeling door Warffum. Dit keer met een groepje belangstellenden van Nuttig Warffum, een plaatselijke afdeling van het Nut. We wandelden langs plekken met herinneringen aan kapitein Marten Toonder senior (1879-1965), de vader van de schrijver en striptekenaar met dezelfde voor- en achternaam.

Senior werd op 16 november 1879 in Warffum geboren. Zijn moeder verdween buiten zicht, de vader bleef onbekend. In grote armoede groeide hij op bij zijn grootouders. De armoede groeide toen zijn grootvader in 1886 verdronk op het Wad. Van schoolgaan kwam sindsdien niet veel meer. Als er werk was moest de kleine Marten een paar stuivers verdienen.

Pas op zijn vierentwintigste leerde Senior goed lezen, schrijven en rekenen. Hij haalde met veel doorzettingsvermogen een stuurmandiploma en steeg op tot kapitein op de grote vaart. Hij bevoer de wereldzeeën naar Nederlands-Indië en Zuid-Amerika. De man die op zijn vierentwintigste zo goed als analfabeet was kreeg twee schrijvende zoons.

We bezochten vanmiddag op de Toonderwandeling het geboortehuis aan de Pastorieweg en het huis aan de Westervalge waar hij in 1881 met zijn grootouders naartoe verhuisde. Vandaar liepen we naar de begraafplaats, waar inmiddels vele hoofdpersonen uit het verhaal  liggen. We bezochten de Kookpot, waar Marten met andere kinderen uit arme gezinnen ’s winters een eenvoudige doch voedzame maaltijd kreeg (van de notabele juffers moest hij geen Kookpot zeggen, maar "Spijsverdeeling"- met dubbel ee) en tenslotte bezichtigden we het armenhuis waar Blinde Aaltje op de peuter Marten paste als zijn oma op het land werkte.


De wandeling door het Warffum van rond 1900 eindigde in het Openluchtmuseum het Hoogeland. Daar hing vandaag speciaal voor de gelegenheid een schilderij van de scheepsramp van 1886, waarbij de grootvader van Senior verdronk. Geschilderd door de schilder-meestervervalser Eterman, die ooit nog met zijn collega Han van Meegeren in Den Haag exposeerde. Eterman werd in de jaren veertig een huisvriend van de Toonders. De figuur Terpen Tijn uit de Bommelstrips was op Eterman gebaseerd. Onder Etermans schilderij stond een door Toonder senior gemaakt scheepsmodel. 

Overigens overleed Toonder senior precies 49 jaar geleden, op 24 mei 1965 in Leiden.

Erik de Graaf

PS: volgend jaar komt er en tentoonstelling over kapitein Toonder senior en Noord-Groningen in het Openluchtmuseum in Warffum. Dan moet ook mijn boek klaar zijn.

zondag 3 maart 2013

Marten Toonderpad

Jaren geleden stelde de Historische Kring voor een straat in het uitbreidingsplan De Laan Zuid in Warffum te noemen naar Marten Toonder senior.  B&W van Eemsmond gingen om onduidelijke reden niet akkoord en noemden de straten naar Van Dijk en Toxopeus, de voogden van Rottumeroog tussen 1782 tot 1908. De straatnaambordjes met Van Dijk en Toxopeus staan nu eenzaam in een niet gebouwde wijk, als voogden op een (vrijwel) onbewoond eiland. Die vergissing lijkt nu goed te gaan worden gemaakt door een pad op Rottumeroog naar Toonder te noemen. Na bijna 125 jaar keert Toonder terug naar het eiland van zijn jeugd.

De noeste arbeiders van Rottumeroog werden niet op de straatnaambordjes herdacht. Marten Toonder bleef onbenoemd in zijn geboortedorp Warffum. Het enige tegenargument van B&W was indertijd dat de Warffumer Marten Toonder verward zou kunnen worden met de beroemde schrijver en striptekenaar Marten Toonder. Dat leek mij een overkomelijk probleem. Het waren tenslotte vader en zoon. Zelf losten zij het heel eenvoudig op door de vader Senior te noemen.

Senior werd in 1879 in Warffum geboren. Hij groeide onder arme omstandigheden op bij zijn grootouders. Nadat zijn grootvader in 1886 in een storm op het Wad verdronk moest hij op zeer jonge leeftijd vaak bij boeren werken. Elke stuiver was keiharde noodzaak. Naar school kon hij alleen als er geen werk voor hem was. Op tienjarige leeftijd ging Marten Toonder als eierzoeker voor de voogd op het eiland werken. Voor elf gulden in een half jaar, maar vooral met kost en inwoning. Het eten op het eiland was goed en in overvloed. Daardoor had zijn grootmoeder in Warffum een zorg minder. Marten klom op van eierzoeker tot schaapjongen en schippersknecht. Hij bleef negen jaar op Rottumeroog met één onderbreking. In 1895 was hij de schippersknecht van de robbenjager, visser en jutter Jan Brands (zie foto onder) uit Usquert, die ook wel de Waddenpiraat werd genoemd. In een getuigschrift voor Toonder schreef Brands dat hij later nooit meer zo’n goede knecht had gehad.
Toonder monsterde in 1899 aan als matroos op de grote vaart. Hij leerde als twintiger goed lezen en schrijven, studeerde aan de Zeevaartschool in Delfzijl en klom op tot zeekapitein. Na zijn pensionering werkte hij mee in de Toonderstudio’s van zijn inmiddels beroemde zoon met dezelfde naam, de geestelijk vader van Ollie B. Bommel en Tom Poes. Ook beschreef Senior zijn  herinneringen aan Warffum en Rottumeroog, die door zijn tweede zoon werden bewerkt en uitgegeven. Toonder senior overleed in 1965.

Ik was verheugd te lezen dat het huidige gemeentebestuur van Eemsmond, opnieuw na voordracht door de Historische Kring, voorstelt om twee paden op Rottumeroog en Rottumerplaat  te noemen naar Marten Toonder (zonder de toevoeging senior) en de Waddenpiraat Jan Brands. Het zijn kleurrijke personen uit Warffum en Usquert, die nauw verbonden zijn met de arme kant van de geschiedenis van Noord-Groningen en het Wad.

Erik de Graaf

zaterdag 5 mei 2012

Marten Toonder senior: van eierzoeker tot zeekapitein (2)

2012 is het Toonderjaar. Marten Toonders wortels zijn onmiskenbaar Gronings. Zijn moeder Tine was de dochter van peerdendokter Huizinga uit Uithuizen, terwijl zijn “goede vader” uit Warffum kwam. Toonder senior werkte zich op van eierzoeker op het Groningse eiland Rottumeroog tot kapitein op de grote vaart.


Het standsverschil tussen de ouders van Marten Toonder junior was groot. Zijn moeder kwam van goede huize, terwijl zijn vader Marten senior aan het eind van de negentiende eeuw onder de allerarmste omstandigheden opgroeide. Marten seniors moeder Martje Postema was op 19-jarige leeftijd als dienstbode in Breede ongewenst zwanger geraakt. Zijn vader bleef onbekend. De kleine Marten werd grootgebracht door zijn grootouders. Hij kreeg zijn achternaam pas toen zijn moeder in 1884 met Eisse Toonder trouwde. Het bruidspaar ging in Stitswerd wonen, maar de kleine Marten bleef bij zijn grootouders in Warffum (aan de huidige Westervalge).

Werken voor de voogd

Nadat opa Postema in 1886 met vier anderen op het Wad verdronk moest oma in haar eentje als landarbeidster de kost verdienen. De kleine Marten moest vaak voor een paar stuivers meewerken, zodat er nauwelijks tijd was om naar school te gaan. Op tienjarige leeftijd ging Marten als eierzoeker voor de voogd Van Dijk op Rottumeroog werken. Tegen kost en inwoning en een karig loontje. Het belangrijkste was dat oma Postema een mond minder had te voeden. Van een soort jongste bediende werkte hij zich op het eiland op tot een gewaardeerde kracht van de voogd. Tien jaar lang bleef hij op Rottumeroog. Slechts een paar keer per jaar kon hij op bezoek bij zijn oma in Warffum.

In 1900 besloot Marten Toonder senior zijn leven over een andere boeg te gooien. Hij verliet het Wad en vertrok naar de grote havenstad Rotterdam. Daar monsterde hij aan als matroos op de grote vaart. Aan boord van schepen werkte hij zich langzaam op, maar het feit dat hij nooit had leren lezen en schrijven stond een echte carrière in de weg. Gestimuleerd door een vriend met geld leerde hij op latere leeftijd lezen en schrijven. Vanaf 1904 kon Marten door de financiële steun van diezelfde vriend naar de zeevaartschool in Delfzijl om zijn stuurmandiploma te halen.

Huwelijk in Uithuizen

In 1911 trouwde Marten Toonder senior in Uithuizen met Tine Huizinga. Hun oudste zoon Marten schreef vele jaren later in zijn autobiografie dat het overduidelijk een verstandshuwelijk was. Tine was overgebleven na een verbroken verloving met een Duitser, terwijl Marten er in zijn jeugd en later door zijn werk op zee nooit aan toe was gekomen om op een normale manier een vrouw te vinden. Het echtpaar ging in Rotterdam wonen, waar uit het huwelijk twee zoons werden geboren. Marten junior in 1912 en Jan Gerhard twee jaar later. Twee schrijvers als zoon van een vader, die pas na zijn twintigste leerde lezen.

Het huwelijk van Tine en Marten Toonder hield vooral stand doordat Marten senior meestal op zee was. Eerst als stuurman, later als kapitein op de grote vaart. Als Toonder senior aan de wal was heerste een ijzige sfeer in huize Toonder. Moeder Tine reisde als haar man op zee was vaak met de kinderen voor familiebezoek naar Uithuizen, Winsum en Adorp. Warffum werd altijd overgeslagen. Alleen Toonder senior kwam nog wel eens naar Warffum om zijn oma Elizabeth een centje toe te steken. Dat hield op toen zij in 1926 op 92-jarige leeftijd overleed.

Zijn biologische moeder heeft Marten senior waarschijnlijk nooit meer ontmoet, ook al woonde ze vanaf 1895 weer in Warffum aan het Zuiderkerkpad. Nadat ze haar zoon al enkele weken na zijn geboorte bij haar ouders had achtergelaten heeft ze nooit meer contact met hem gezocht. De schande van een kind voor het huwelijk was voor haar blijkbaar te groot. Bij Marten senior leidde dat vermoedelijk tot wrok. Op hoge leeftijd heeft hij een paar keer toenaderingspogingen van halfbroers uit het huwelijk van zijn moeder met Eisse Toonder afgewimpeld.

Schrijver op leeftijd

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was Marten Toonder senior op zee. In 1940 kreeg hij een nierontsteking in Argentinië. Na een operatie herstelde hij in Londen, waar hij de rest van de oorlogsjaren een baantje aan de wal kreeg als supervisor van een zeemanshuis voor gewonde, gestrande zeelieden van de internationale koopvaardij. In 1946 kwam hij op 66-jarige leeftijd terug naar Nederland.

Na zijn pensionering trad vader Toonder in de voetsporen van zijn schrijvende zoons. In 1954 schreef hij Klei en zout water over zijn belevenissen als zeeman aan het begin van de twintigste eeuw. In dit boek keert hij regelmatig terug naar zijn oma in Warffum. Ook beschrijft hij zijn studietijd aan de zeevaartschool in Delfzijl. Enkele jaren later schreef Toonder senior samen met zijn zoon Jan Gerhard Toonder over zijn jeugd in Warffum in Eiland in de verte (1959) en over zijn werktijd op Rottumeroog in De oudste ochtend (1960). In 1965 overleed Marten Toonder senior in Oegstgeest op 85-jarige leeftijd, vlak voordat hij met Marten junior naar Ierland wilde verhuizen. Vijf jaar later overleed ook zijn vrouw Tine Toonder.

Erik de Graaf

PS: Met dank aan de heer Eiso Toonder. Dit stuk werd op 3 mei gepubliceerd in de Ommelander Courant.