zondag 13 december 2015

"In leven zeekapitein"- twee halen, één betalen


Klaas van der Molen uit Usquert was een van Toonders zeevaders. Zo noemde hij dat zelf. Na zijn vertrek van Rottumeroog voer Marten een poosje als matroos op de Concordia van kapitein Van der Molen over de Oostzee. Tot aan zijn militaire dienst.

Begin 1899 verkocht Van der Molen zijn schip voor goed geld aan een dorpsgenoot. Toonder meldde hij zich daarna in Den Helder bij de marine. De 49-jarige, ongehuwde, maar inmiddels gefortuneerde kapitein ging aan de wal wonen. In Warffum bij zijn zuster Hindertje in Warffum, veel later in Usquert bij zijn broer Bernard, net als hij kapitein op de kustvaart.


Toen de Vereeniging tot Bevordering van Welvaart in Warffum, een voorloper van ‘t Nut, in 1902 een zwem- en badinrichting voor de jeugd opende in een kleiafgraving bij de nieuwe spoorlijn naar Roodeschool werd Van der Molen als badmeester aangesteld. Hij had tenslotte als oud-kapitein ervaring met water. Bovendien had hij als rentenier tijd genoeg. Een aantal jaren leerde Van der Molen de Warffumer jeugd zwemmen zonder zelf ooit te water te gaan.

Door beleggingen in Duitse en Russische aandelen verloor Van der Molen na de Eerste Wereldoorlog zijn kapitaal. De laatste jaren van zijn leven keerde de armoede terug. Hij bleef nog lang bij zijn zus in Warffum wonen en verhuisde later naar Usquert. In februari 1937 overleed Klaas van der Molen op 86-jarige leeftijd. Sindsdien ligt hij op de begraafplaats van Usquert. Naast Bernard, onder identieke stenen alsof er in de jaren dertig een actie “twee halen, één betalen” gold.  Een anker met daaronder de tekst: “In leven zeekapitein”. Alleen de persoonlijke gegevens verschillen.

Erik de Graaf

Met info in Erik de Graaf, Marten Toonder senior. Van eierzoeker tot zeekapitein (Uitgeverij Passage, Groningen 2015).

maandag 16 november 2015

16 november 1879


Op zondag 16 november  1879 werd er een kind geboren in Puma’s Kamer in de Pastorieweg in Warffum. De plaatselijke vroedvrouw Dorothea Kamminga assisteerde bij de bevalling. In het geboorteregister van de gemeente Warffum is te lezen dat de vroedvrouw twee dagen later zelf aangifte deed. Ze verklaarde op het gemeentehuis ‘dat op den zestienden der maand November des jaars duizend achthonderd negen en zeventig, des namiddags te vier uur, te Warffum, binnen deze gemeente, een kind is geboren van het mannelijk geslacht, aan hetwelk de voornaam van Marten gegeven zal worden.’ De vader was onbekend. Twee dagen na de bevalling keerde de moeder terug naar haar werkboerderij, haar zoon achterlatend bij haar ouders.

Ruim vier jaar later kreeg Marten een nieuwe achternaam doordat zijn moeder op 5 juni 1884 met Eisse Toonder uit Warffum trouwde. ‘Zo verklaarden ons de verloofden bij dezen voor het hunne te erkennen een kind van het manlijke geslacht genaamd Marten, waarvan de geboorteacte mede hierbij is overlegd.’ De geboorteakte van Marten was er voor de gelegenheid bijgehaald om de erkenning erop aan te tekenen. Uit de kantlijn van de geboorteakte uit 1879 blijkt dat dat is vergeten. Pas in oktober 1897 maakte burgemeester Bijlsma van Warffum die fout goed door persoonlijk toe te voegen dat Marten dertien jaar eerder als wettige zoon van het echtpaar was erkend. Door een oproep tot militaire dienst was gebleken dat er iets niet in de haak was.

Overigens betekende de erkenning door Eisse Toonder niet dat  Marten bij het gezin introk. Hij bleef bij zijn grootouders in Warffum wonen, terwijl de Toonders naar Stitswerd verhuisden.

Erik de Graaf

PS: lees meer hierover in Erik de Graaf, "Marten Toonder senior. Van eierzoeker tot zeekapitein" (Uitgeverij Passage, Groningen 2015)

dinsdag 22 september 2015

Schip met een ziel


Het Openluchtmuseum het Hoogeland in Warffum lijkt in de aanloop naar de wintertentoonstelling over kapitein Marten Toonder senior ineens wel een scheepswerf. Hier wordt keihard gewerkt aan de Aludra. "Het liefste schip dat ik ooit bevoer", schreef Toonder senior in zijn fotoboek. "Dit schip had een ziel".

De tentoonstelling wordt geopend op 17 oktober a.s. en is te zien tot 1 mei 2016. Tijdens de opening wordt het eerste exemplaar van mijn boek Marten Toonder senior. Van eierzoeker tot zeekapitein aangeboden aan Irwin Toonder, een achterkleinzoon van de kapitein. Het moment komt steeds naderbij. Leuk, spannend ook.

Wil je meer weten over Marten Toonder senior? Volg zijn Facebookpagina!

Erik de Graaf

zondag 23 augustus 2015

Meester Roegholt in Breede


Martinus Jacobus Roegholt werd in 1849 op vierentwintigjarige leeftijd benoemd tot schoolmeester in Breede bij Warffum. De dorpsschool had op dat moment twaalf leerlingen. Meester Roegholt had een moeilijk begin. De schoolinspecteur vond het rumoerig tijdens de lessen. Hij leerde echter snel. Zes jaar later schreef de inspecteur dat meester Roegholt “een der uitmuntendsten uit mijn district” was. Dat viel op in de omgeving. Het leerlingenaantal steeg tot 62 in 1862.

Van 1885 tot 1890 bezocht Marten Toonder de school van Meester Roegholt onregelmatig. Vanaf 1887 wisselde de toen zevenjarige Marten de school af met landarbeid. Daardoor miste hij veel. Als in Breede de tafel van zeven werd geleerd trok Marten vlas. Als zijn klasgenoten leerden dat “loopen” met twee o’s werd geschreven en “hopen” met één o was Marten koeienhoeder langs de weg naar Baflo. Meester Roegholt mopperde op de boeren die Marten op hun land aan het werk zetten, maar nam de jongen als hij na maanden weer naar school kwam altijd weer apart om in ieder geval een stuk van de opgelopen achterstand in te halen.

Meester Roegholt overleed plotseling op 12 december 1894. Hij stierf in het harnas. Na een lange lesdag kreeg hij volgens de Groninger Courant van een paar dagen later last van “hevige benauwdheid”, die hem dezelfde dag nog fataal werd. De krant schreef over een groot verlies voor het dorp Breede. De meester werd naast de kerk in Breede begraven. Op een paar meter van het schoolgebouw waar hij vijfenveertig jaar les had gegeven. Het Nieuwsblad van het Noorden wijdde een kort stukje aan de stille plechtigheid. “Hij leefde om goed te doen; zijnen medemensch op allerlei wijze gelukkig te maken, was een behoefte van zijn hart geworden”, aldus een spreker op de begraafplaats van Breede.

Een paar weken na Roegholts dood besloot de gemeenteraad van Warffum de school in Breede op te heffen. In augustus 1895 stapten de laatste zeventien leerlingen over naar de openbare lagere school in de Schoolstraat in Warffum. Marten was toen inmiddels vijftien en had sinds zijn vertrek naar Rottumeroog in 1890 geen school meer van binnen gezien.

Erik de Graaf

PS: dit stuk stond eerst op mijn blog over Marten Toonder senior. Komend najaar verschijnt mijn boek over de vader van de schrijver-striptekenaar en zijn er twee exposities over zijn leven in Warffum en Breede.



dinsdag 14 juli 2015

Nieuwe blog over Marten Toonder senior


Schrijver en striptekenaar Marten Toonder (1912-2005) was de geestelijk vader van Olie B. Bommel en Tom Poes. Hij verrijkte de Nederlandse taal met uitdrukkingen als "verzin eens een list", “als je begrijpt wat ik bedoel” en “zoals mijn goede vader zei”. Hoewel Toonders wieg in Rotterdam stond zijn Toonders wortels onmiskenbaar Gronings. Zijn moeder was de dochter van peerdendokter Huizinga uit Uithuizen, terwijl zijn “goede vader” uit Warffum kwam.

Vader Marten Toonder senior (1879-1965) groeide onder zeer arme omstandigheden op in Warffum. Zijn moeder was als negentienjarige dienstbode ongewenst zwanger geworden en liet hem achter bij zijn grootouders. Zeker toen zijn opa in 1886 op het Wad verdronk zat school er niet meer voor hem in. Zijn oma maakte lange dagen als landarbeidster, terwijl de kleine Marten een paar stuivers bijdroeg door voor boeren in de buurt te werken. Op tienjarige leeftijd kwam hij als eierzoeker in vaste dienst van de voogd van Rottumeroog, waar hij zich in negen jaar opwerkte tot een gewaarde kracht.

Na zijn militaire dienst in 1899 besloot Marten Toonder senior zijn leven over een andere boeg te gooien....... (LEES ees verder op mijn nieuwe blog Marten Toonder senior - van eierzoeker tot zeekapitein. Bekijk ook de Facebookpagina over Marten Toonder senior)

Erik de Graaf

woensdag 10 juni 2015

Fred Anton Maier (1938-2015) - schaatsheld

Gisteren overleed schaatsheld Fred Anton Maier. In de winter van 1971 probeerde ik op een Vlaardingse sloot aan te klampen. Tevergeefs. Hieronder een verslag uit 2009:

Vanaf 1970 had ik een paar jaar een beroemde buurman. Na een imposante schaatsloopbaan werkte de Noorse stayer een paar jaar als sportinstructeur bij het Noorse zeemanscentrum in de Rotterdamse haven.

Wonen deed hij met zijn gezin aan de rand van Vlaardingen, in de Vossiusstraat. Hij op nummer 20, ik ernaast op 22. Zijn zoon Sven leerde ons Noorse woorden, waarvan vooral de ‘hestebes’ (of iets dergelijks) altijd is blijven hangen. Paardenpoep was de Nederlandse vertaling. Daar had ik iets aan op latere reizen door Noorwegen.

Eén scene uit de winter van 1971 zal ik nooit vergeten. Het was ijzig koud. Met mijn schoolvrienden schaatste ik al dagen over de sloten in onze nieuwbouwwijk. In wedstrijdjes waren we Kees Verkerk, Ard Schenk of Jan Bols en we dachten dat we knalhard schaatsten. Tot het moment dat buurman Fred Anton zijn noren onderbond.

Er ging een zindering over het ijs. De Europees, wereld- en Olympisch kampioen van 1968 op een Vlaardingse sloot. Tientallen kinderen dromden rond de plek waar de schaatscrack zijn schaatsveters strikte. Eenmaal op het ijs wilden de gedroomde Ard & Keessies achter de echte Fred Anton aan, maar die sloeg onmiddellijk met speels gemak en imposante, krachtige slag een onoverbrugbaar gat met zijn achtervolgers. Nee, we waren nog lang geen schaatskampioenen in de dop. Sterker, we hadden misschien helemaal geen talent.

Erik de Graaf