“Prachtige bruggen vormen verbindingen naar doodlopende straatjes in een nieuwbouwplan in Warffum. Maar de straten blijven voorlopig onbebouwd, want er worden nauwelijks kavels verkocht.“
Precies een jaar geleden, op 3 december 2008, schreef ik dit in een blog over bevolkingskrimp & woningbouw. Sindsdien is de provincie Groningen landelijk bekend geworden door de volledige stagnatie van de ontwikkeling van de Blauwe Stad (vorige maand nam de provincie een verlies van 29 miljoen op de koop toe) en dreigt het Stad-Groninger nieuwbouwproject Meerstad ook in de financiële gevarenzone te belanden.
De klad zit echter niet alleen in deze megaprojecten, ook in kleinere gemeenten stagneert de nieuwbouw. Warffum is een van de twee voorbeelden in de gemeente Eemsmond, die ik vorig jaar op 3 december beschreef. Tweeënzeventig kavels, waarop vorig jaar acht huurwoningen en vier koopwoningen in aanbouw waren. Die twaalf woningen zijn inmiddels bewoond. Zeggen en schrijven één kavel is sindsdien verkocht en bebouwd. Nog 59 kavel liggen braak, wachtend op belangstelling. Op funda.nl staan vandaag 37 woningen in Warffum te koop. Twee meer dan een jaar geleden, verder grotendeels dezelfde.
Als tweede voorbeeld beschreef ik vorig jaar het plan Almersma in Uithuizen. Van de 61 kavels werden twaalf koopwoningen door de Stichting Uithuizer Woningbouw (SUW) gebouwd. Keurige woningen, zo lijkt me van buitenaf, maar blijkbaar onverkoopbaar. Onlangs begreep ik dat er van de twaalf maar een paar verkocht zijn. Het overgrote deel lijkt gebouwd voor de leegstand. Dat moet een flinke strop voor de SUW zijn, want die bouwde deze koopwoningen om de herstructureringsplannen elders te kunnen financieren. Van de overblijvende 49 bouwkavels waren er vorig jaar zo’n acht verkocht. Inmiddels zijn dat er een paar meer. Op funda worden 57 woningen in Uithuizen te koop aangeboden.
Flinke stroppen dus. Niet alleen voor de corporatie, maar ook voor de gemeente Eemsmond, die jaren geleden al de hele infrastructuur aanlegde, zowel in Warffum als in Uithuizen. Inclusief waterpartijen en prachtige stenen bruggen en in Uithuizen zelfs met een heuse nepwierde. Die gemeentelijke investeringen, maar ook de grondaankopen, worden zonder kavelverkopen niet terugverdiend. Veel te lang zijn “tegen beter (kunnen) weten in” nieuwbouwplannen ontwikkeld.
Ik blijf het een beetje volgen. Tot volgend jaar op 3 december.
Erik de Graaf
donderdag 3 december 2009
woensdag 2 december 2009
Sammy
Het moet in 1966 zijn geweest dat mijn vader totaal onverwachts met een grijze koffergrammofoon thuiskwam. De nieuwe “installatie” kreeg een plekje op het dressoir in de huiskamer. De muziek deed haar intrede in Huize de Graaf.
Aanleiding was Sammy van Ramses Shaffy. Mijn moeder was onder de indruk van dat nummer en mijn vader wilde het haar cadeau doen. Maar wat had je aan een grammofoonplaatje zonder grammofoon? Het laatste geld werd dus bij elkaar gelegd voor Sammy plus koffergrammofoon. Maandenlang draaiden we ons enige singletje grijs. Sammy op de a-kant, op de achterkant 5 uur. “Het is 5 uur, het feest is geweest.” Tot er een tweede singletje bij kwam, dat ik overigens volledig verdrongen heb… van het Urker Mannenkoor.
Door onze luxe koffergrammofoon kregen we de smaak te pakken. Enkele jaren later werd een grammofoonplatenwisselaar aangeschaft, waarop je meerdere singles achterelkaar kon afdraaien. De grijze koffergrammofoon kwam toen op mijn slaapkamer. Vanaf het najaar van 1968 draaide ik daarop mijn eigen eerste singletje grijs: Hey Jude van de Beatles (met Revolution op de achterkant), dat ik ongehoord kocht, omdat het van niks op 1 van de Top 40 kwam.
Erik de Graaf
zaterdag 21 november 2009
Desolaat Eemsmond
“Leeglopende Groningse dorpen moeten worden gesloopt”, verwees de presentator van Goedemorgen Nederland gisterochtend naar het pleidooi van de economen Brakman en Van Witteloostuijn in NRC/Handelsblad van afgelopen maandag. Zij pleitten voor samenvoeging van gemeenten in krimpgebieden om het eenvoudiger te maken “hier en daar een wegkwijnend dorp of een leeglopende stad af te breken”.
Kom, dachten ze bij Goedemorgen Nederland, daar maken we een item van en ze stuurden verslaggever Bram Rekers voor een interview met burgemeester Van Beek naar de (volgens de presentator) “desolate Groningse gemeente Eemsmond.” Over naar het “het winderigste stukje Nederland”, hoorde ik de presentator zeggen.
Op de dijk bij Noordpolderzijl, de kleinste getijdenhaven van Nederland aan het officiële Werelderfgoed Waddenzee, waren de camera’s zo smal mogelijk ingesteld op de burgemeester en wat asfalt bij de Waddendijk. Van de fraaie natuurlijke omgeving geen spoor. Dat paste overduidelijk niet bij het “desolate” beeld, waarmee de verslaggever naar het noorden was gekomen. Zijn vragen moesten het beeld nog versterken.
“Goedemorgen mevrouw Van Beek, wat waait het hier zeg, in Eemsmond”.
“Nou is er een econoom, de heer Brakman, die zegt dat dit soort dorpen opgeheven moeten worden. Wat vindt u daarvan?”
“Levendig? Ik reed hier net doorheen en er is niet zoveel. Wat heb je hier dan?”
“Ik vind het hier voornamelijk alleen maar waaien”
De burgemeester had niet alleen de wind, maar ook de verslaggever tegen. Ze weerde zich kranig, maar een diepte-interview kon het in anderhalve minuut met zoveel vooroordelen niet worden. Terecht zie de burgemeester tegen de verslaggever: “kom nog eens terug en geef je ogen goed de kost”.
Erik de Graaf
PS: het interview is te zien op Goedemorgen Nederland en begint na 9.50 miniuut.
Kom, dachten ze bij Goedemorgen Nederland, daar maken we een item van en ze stuurden verslaggever Bram Rekers voor een interview met burgemeester Van Beek naar de (volgens de presentator) “desolate Groningse gemeente Eemsmond.” Over naar het “het winderigste stukje Nederland”, hoorde ik de presentator zeggen.
Op de dijk bij Noordpolderzijl, de kleinste getijdenhaven van Nederland aan het officiële Werelderfgoed Waddenzee, waren de camera’s zo smal mogelijk ingesteld op de burgemeester en wat asfalt bij de Waddendijk. Van de fraaie natuurlijke omgeving geen spoor. Dat paste overduidelijk niet bij het “desolate” beeld, waarmee de verslaggever naar het noorden was gekomen. Zijn vragen moesten het beeld nog versterken.
“Goedemorgen mevrouw Van Beek, wat waait het hier zeg, in Eemsmond”.
“Nou is er een econoom, de heer Brakman, die zegt dat dit soort dorpen opgeheven moeten worden. Wat vindt u daarvan?”
“Levendig? Ik reed hier net doorheen en er is niet zoveel. Wat heb je hier dan?”
“Ik vind het hier voornamelijk alleen maar waaien”
De burgemeester had niet alleen de wind, maar ook de verslaggever tegen. Ze weerde zich kranig, maar een diepte-interview kon het in anderhalve minuut met zoveel vooroordelen niet worden. Terecht zie de burgemeester tegen de verslaggever: “kom nog eens terug en geef je ogen goed de kost”.
Erik de Graaf
PS: het interview is te zien op Goedemorgen Nederland en begint na 9.50 miniuut.
dinsdag 17 november 2009
Begroetingsgeld
Een week na de val van de Muur reisde ik naar Berlijn. Ik moest van dichtbij zien hoe de ossies het westen veroverden. Ik ontmoette mijn Oost-Berlijnse vrienden voor het eerst in West-Berlijn. In het Kuckucksei, een kroeg in de Kreuzberger Wrangelstraβe. Het waren emotionele momenten.
Het was ook vervreemdend om in Berlijn te zijn. Om duizenden Oost-Duitsers over de Oberbaumbrücke richting Kreuzberg te zien lopen. Aan het eind van de brug, net op West-Berlijnse bodem, was provisorisch een kantoor ingericht waar de gasten uit het oosten hun Begrüβungsgeld konden incasseren. Voor iedere ossie had de bondsregering honderd harde West-Duitse marken (omgerekend 50 euro) klaarliggen om de hoogste nood te lenigen.
Het Begrüβungsgeld kwam voort uit de zogenaamde Ostverträge van bondskanselier Willi Brandt met de DDR uit 1970. Die zorgden weliswaar voor iets meer reismogelijkheden (van vooral ouderen) uit het oosten naar het westen, maar die Oost-Duitsers mochten van hun regering maximaal 70 Oost-Duitse marken mee op reis nemen. De West-Duitse regering stelde voor alle Duitsers uit de DDR en de voormalige Duitse gebieden in Polen een bedrag van 30 mark (15 euro) per persoon beschikbaar, dat tweemaal per jaar in de Bondsrepubliek kon worden opgestreken. Toen de DDR het bedrag dat haar onderdanen naar het westen mochten meenemen in 1987 van 70 mark terugbracht tot 15 verhoogde West-Duitsland het Begrüβungsgeld tot 100 mark jaarlijks. In 1988 werd 260 miljoen mark uitbetaald aan Oost-Duitse reislustigen. Dat bedrag werd ook voor 1989 begroot. Door de Val van de Muur liep dat bedrag alleen al in november en december 1989 op tot naar schatting 3 á 4 miljard mark.
Erik de Graaf
Het was ook vervreemdend om in Berlijn te zijn. Om duizenden Oost-Duitsers over de Oberbaumbrücke richting Kreuzberg te zien lopen. Aan het eind van de brug, net op West-Berlijnse bodem, was provisorisch een kantoor ingericht waar de gasten uit het oosten hun Begrüβungsgeld konden incasseren. Voor iedere ossie had de bondsregering honderd harde West-Duitse marken (omgerekend 50 euro) klaarliggen om de hoogste nood te lenigen.
Het Begrüβungsgeld kwam voort uit de zogenaamde Ostverträge van bondskanselier Willi Brandt met de DDR uit 1970. Die zorgden weliswaar voor iets meer reismogelijkheden (van vooral ouderen) uit het oosten naar het westen, maar die Oost-Duitsers mochten van hun regering maximaal 70 Oost-Duitse marken mee op reis nemen. De West-Duitse regering stelde voor alle Duitsers uit de DDR en de voormalige Duitse gebieden in Polen een bedrag van 30 mark (15 euro) per persoon beschikbaar, dat tweemaal per jaar in de Bondsrepubliek kon worden opgestreken. Toen de DDR het bedrag dat haar onderdanen naar het westen mochten meenemen in 1987 van 70 mark terugbracht tot 15 verhoogde West-Duitsland het Begrüβungsgeld tot 100 mark jaarlijks. In 1988 werd 260 miljoen mark uitbetaald aan Oost-Duitse reislustigen. Dat bedrag werd ook voor 1989 begroot. Door de Val van de Muur liep dat bedrag alleen al in november en december 1989 op tot naar schatting 3 á 4 miljard mark.
Erik de Graaf
zondag 15 november 2009
De romp onder Treijtels hoofd
De discussie over mijn stuk over de meeuw van Treijtel lijkt zich te concentreren op de slotzin, waarin ik me afvraag op wiens romp Eddy’s hoofd is geplaatst. Vergelijk maar met de andere plaatjes, zegt Gelkinghe, die zijn voetbalplaatjes van het seizoen 1969-1970 ook compleet zegt te hebben, maar dat niet kan bewijzen. Zijn album ligt te goed opgeborgen.
Misschien is het inderdaad zoals Egbert vermoedt de romp van Franz Hasil, de middenvelder met de kanonskogel, die Koeman in zijn beste tijden deed verbleken. Overigens lijkt Hasils hoofd ook op een leenromp te staan. Hetzelfde geldt voor Theo van Duivenbode. De overige portretten lijken me wel één geheel.
Laten we er een zoekplaatje van maken. Op wiens romp staat Treijtels hoofd?
Erik de Graaf
Misschien is het inderdaad zoals Egbert vermoedt de romp van Franz Hasil, de middenvelder met de kanonskogel, die Koeman in zijn beste tijden deed verbleken. Overigens lijkt Hasils hoofd ook op een leenromp te staan. Hetzelfde geldt voor Theo van Duivenbode. De overige portretten lijken me wel één geheel.
Laten we er een zoekplaatje van maken. Op wiens romp staat Treijtels hoofd?
Erik de Graaf
De meeuw van Treijtel
“Welke doelman kan het verste uitschieten?”, was lange tijd het raadsel. Het antwoord was duidelijk: Eddy Treijtel, die schiet met gemak naar Israël.
Bedoeld werd “ijzeren” Rinus Israël, die samen met Theo “de tank” Laseroms rond 1970 jarenlang het hart van de Feyenoord-verdediging vormde. Maar Eddy Treijtel stond als het om uitschieten ging inderdaad voor niets. Op 15 november 1970, vandaag 39 jaar geleden, schoot hij tijdens een uitwedstrijd tegen Sparta (1-1) een meeuw uit de lucht. Nog niet zolang geleden leidde die voltreffer tot heftige Rotterdamse discussies, omdat zowel Feyenoord als Sparta tegelijkertijd aanspraak maakte op het “originele” stoffelijke meeuwenoverschot.
Eddy Treijtel speelde jarenlang in Feyenoord 1 en heeft vijf interlands achter zijn naam. Juist voor het hoogtepunt van zijn keepersloopbaan, de Europa Cup-finale van 1970, werd hij gepasseerd. Treijtel kon geweldige wedstrijden afwisselen met lullige blunders. Dat werd ooit prachtig geïllustreerd in het kinderprogramma Oebele, met Rob de Nijs en Martin Brozius. Europees en wereldkampioen Feyenoord speelde een oefenwedstrijd tegen een Oebele-selectie. Na een paar prachtige reddingen kwam Feyenoord op achterstand, doordat een paar Oebele-fans Eddy op een strategisch moment afleidden met de vraag of hij een snoepje wilde. Ja, daar had Eddy wel trek in. Pats-boem, doelpunt.
In mijn voetbalplaatjesalbum van het seizoen 1969-1970 staat Eddy er nogal prehistorisch gefotoshopped op (zie hierboven). Ik ben benieuwd op wiens romp ze Eddy’s hoofd hebben geplakt.
Erik de Graaf
Bedoeld werd “ijzeren” Rinus Israël, die samen met Theo “de tank” Laseroms rond 1970 jarenlang het hart van de Feyenoord-verdediging vormde. Maar Eddy Treijtel stond als het om uitschieten ging inderdaad voor niets. Op 15 november 1970, vandaag 39 jaar geleden, schoot hij tijdens een uitwedstrijd tegen Sparta (1-1) een meeuw uit de lucht. Nog niet zolang geleden leidde die voltreffer tot heftige Rotterdamse discussies, omdat zowel Feyenoord als Sparta tegelijkertijd aanspraak maakte op het “originele” stoffelijke meeuwenoverschot.
Eddy Treijtel speelde jarenlang in Feyenoord 1 en heeft vijf interlands achter zijn naam. Juist voor het hoogtepunt van zijn keepersloopbaan, de Europa Cup-finale van 1970, werd hij gepasseerd. Treijtel kon geweldige wedstrijden afwisselen met lullige blunders. Dat werd ooit prachtig geïllustreerd in het kinderprogramma Oebele, met Rob de Nijs en Martin Brozius. Europees en wereldkampioen Feyenoord speelde een oefenwedstrijd tegen een Oebele-selectie. Na een paar prachtige reddingen kwam Feyenoord op achterstand, doordat een paar Oebele-fans Eddy op een strategisch moment afleidden met de vraag of hij een snoepje wilde. Ja, daar had Eddy wel trek in. Pats-boem, doelpunt.
In mijn voetbalplaatjesalbum van het seizoen 1969-1970 staat Eddy er nogal prehistorisch gefotoshopped op (zie hierboven). Ik ben benieuwd op wiens romp ze Eddy’s hoofd hebben geplakt.
Erik de Graaf
Abonneren op:
Posts (Atom)



