donderdag 11 maart 2010

Vorwärts Berlin verloor van de Stasi


In maart 1970 verloor de Oost-Duitse landskampioen Vorwärts Berlin in de kwartfinale van de Europa Cup van de latere Europa Cupwinnaar Feyenoord (lees het verslag van de eerste wedstrijd). Een jaar na die sportieve nederlaag verloor het een politieke strijd met de geheime dienst, de Stasi. Vorwärts moest weg uit Oost-Berlijn.

Het begrip voorwaarts was in de DDR, net in andere communistische landen, nauw verbonden met het leger. Tot 1952 was het echter lastig om in de DDR openlijk een legerclub op te richten. Door de demilitarisering van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog bestonden er officieel geen legers in Oost- en West-Duitsland. Wel bestonden in beide Duitslanden bewapende politie-eenheden als opstapje naar een echt leger. Zo was de SV Volkspolizei Vorwärts Leipzig vanaf 1951 een opstapje naar een echte legerclub Vorwärts. In de discussies over de herbewapening van Duitsland konden de Oost-Duitsers opener worden over de echte, militaire aard van de club. Vanaf november 1952 ging de club SV Vorwärts der KVP Leipzig heten (KVP stond voor “kasernierte Volkspolizei”), in 1953 mocht de club als Vorwärts KVP Berlin naar de Oost-Duitse hoofdstad verhuizen. Pas na de volledige herbewapening van Duitsland in 1955 (de BRD sloot zich aan bij de NAVO, de DDR bij het Warschau Pact) mocht de club voluit ASK Vorwärts Berlin heten. ASK stond voor Armee (= leger) Sportklub). Na 1965 werd het FC Vorwärts Berlin.

Vorwärts speelde in het Friedrich Ludwig Jahn Stadion in de Oost-Berlijnse wijk Prenzlauer Berg. Zesmaal werd de club voetbalkampioen van de DDR, tweemaal werd de nationale beker gewonnen. Internationaal waren de kwartfinales in de Europa Cup I tegen Feyenoord in 1970 en in de Europa Cup II tegen PSV in 1971 de hoogtepunten.

Na 1971 was het overigens gedaan met de club. Opnieuw werd Vorwärts van hogerhand verhuisd, nu naar Frankfurt aan de Oder in het uiterste oosten bij de Poolse grens. De redenen voor de verhuizing (of was het misschien meer een verbanning?) zijn tot op de dag van vandaag onduidelijk. Vorwärts Berlin was gezien de toeschouwersaantallen geen populaire club, wat ongetwijfeld ook met het militaire karakter te maken had. Sportief was Vorwärts daarentegen de nummer 1 in Oost-Berlijn. Concurrent Dynamo Berlin, de club van de geheime dienst Stasi, stond jarenlang op het tweede plan. Tot ergernis van staatsveiligheidsminister Erich Mielke. In 1971 besloot het Ministerie van Defensie met enige tegenzin om Vorwärts Berlin in Vorwärts Franfurt (Oder) te veranderen. De Stasi was blijkbaar machtiger dan het Oost-Duitse volksleger. Stasi-chef Erich Mielke wilde zijn eigen Stasi-club Dynamo Berlin tot nummer 1 van de hoofdstad maken. Daarvoor moest alles wijken, ook Vorwärts Berlin.

Erik de Graaf

woensdag 10 maart 2010

Hier volgt een zondermelding


Op 10 maart 1966 trouwde prinses Beatrix met Claus von Amsberg. Aan het huwelijk waren vele discussies voorafgegaan over de vraag of het wel verstandig was een Nederlandse kroonprinses te laten trouwen met een Duitser die als 17-jarige als soldaat van de Wehrmacht in Noord-Italië was geweest.

De Toestemmingswet voor het huwelijk werd in 1963 ondanks protesten van oorlogsslachtoffers, verzetstrijders, republikeinen en provo’s door de Staten Generaal goedgekeurd. Het huwelijk werd vastgesteld op 10 maart 1966 en op speciaal verzoek van de prinses zou de plechtigheid in de Amsterdamse Westerkerk plaatsvinden. Het was voor het eerst dat een lid van de koninklijke familie in de hoofdstad zou trouwen. De keuze leidde veel protesten, vooral toen de lokale autoriteiten de blunder begingen om het Anne Frankhuis, om de hoek bij de Westerkerk, als politiepost in te richten.

Waarom moest er nu juist in Amsterdam worden getrouwd, in de stad waar zoveel mensen hadden geleden onder het nazi-regime, vroegen velen zich af. Amsterdam was ook van oudsher veel minder monarchistisch dan bijvoorbeeld Den Haag. Bovendien was het door Provo al een poosje onrustig in de stad. Dit leek vragen om moeilijkheden.

In de laatste maanden voor het huwelijk waren er regelmatig protesten tegen het huwelijk van Beatrix met een Duitser, bijvoorleed:
- veel organisaties zagen af van deelname aan plaatselijke huwelijkscomité’s
- in februari 1966 lieten de televisiereporters Pier Tania en Koos Postema weten te weigeren het huwelijk op tv te verslaan
- veel joden en verzetsmensen sloegen de uitnodiging om het huwelijk bij te wonen af
- van de 45 Amsterdamse gemeenteraadsleden waren er uiteindelijk slechts 21 bij de plechtigheid aanwezig.

Op 23 februari 1966 werd het KRO-programma Van uur tot uur, over de bruidstocht van Beatrix en Claus door Amsterdam, voorafgegaan door de opmerking “Hier volgt een zondermelding”. Het was een verwijzing naar het begin van de speciale aankondigingen van de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog. KRO-voorzitter Harry van Doorn liet de programmamakers weten dat hij bij een herhaling van “dergelijke zogenaamde grappigheden” tot verstrekkende maatregelen genoodzaakt zou zijn.

De toon was gezet. De rookbom van Provo bepaalt tot op de dag van vandaag het beeld van die tiende maart in 1966. Er was veel discussie en oorlogsgerelateerd protest aan voorafgegaan.

Erik de Graaf

zondag 7 maart 2010

Muurtje!


V.V. Drieborg in het uiterste noordoosten van Groningen, een paar kilometer boven Nieuweschans. Altijd moeilijk in uitwedstrijden. De muurtjes zijn onneembaar, lijkt me. De hervatting van de competitie laat hier nog even op zich wachten.

Erik de Graaf

zaterdag 6 maart 2010

Günter Grass en de Stasi in Scheveningen


De (West)-Duitse schrijver Günter Grass gold als staatsvijand voor de Oost-Duitse geheime dienst, de Stasi. De Nobelprijswinnaar voor de Literatuur van 1999 reageerde zelf laconiek in een interview met Die Zeit van 4 maart jongstleden. “Terwijl ze me in de DDR bespioneerden en als belangrijke vijand zagen werd me in het westen regelmatig gezegd dat ik maar naar het oosten moest verhuizen. Niet alleen door de Bild Zeitung werd ik als verkapte communist behandeld”.

Binnenkort verschijnt een boek over het Stasi-dossier van Günter Grass, waarin uit 2000 pagina’s blijkt dat hij al vanaf 1961 in de gaten werd gehouden. De Stasi-informanten waren vaak onbekenden, die hem van een afstandje volgden op zijn weg door de DDR. Vaak waren het echter ook bekenden. Grass’ Oost-Duitse uitgever bijvoorbeeld of collega-schrijvers. Na gemoedelijke onderonsjes en zware discussies briefden zij hun belevenissen met Grass door aan de Stasi.

Een van de Stasi-informanten was Hermann Kant, de schrijver en jarenlange voorzitter van de Oost-Duitse schrijversvakbond. Grass zal zich nauwelijks verbaasd hebben over Kants dubbelrol. In Oost-Duitse dissidente kringen was al in de jaren zeventig duidelijk dat Kants loyaliteit met het DDR-regime gemakkelijk tot verraad kon leiden.

In 1982 maakte ik Grass en Kant mee op een bijeenkomst van schrijvers uit Oost en West over vrede en ontwapening. Het zogenaamde Haager Treffen vond plaats in het Kurhaus in Scheveningen. Als student Duits met goede contacten kon ik de tweedaagse bijeenkomst bijwonen. In een pauze op het terras van het Kurhaus fotografeerde ik Günter Grass in gesprek met Hermann Kant. In de spiegeling van het raam is ook de fotograaf te zien. Ik ben benieuwd hoe het gesprek in het Stasi-dossier is terechtgekomen.

Erik de Graaf

donderdag 4 maart 2010

Feyenoord tegen het Warschau Pact


Op de weg naar Europese glorie in het seizoen 1969-1970 rekende Feyenoord in de tweede ronde af met Europacuphouder AC Milan. In de volgende rondes moesten de Rotterdammers het in het heetst van de Koude Oorlog tegen het halve Warschau Pact opnemen. Eerst was in maart 1970 de Oost-Duitse legerclub Vorwärts Berlin tegenstander in de kwartfinale. Later zouden de soldaten van Legia Warschau in de halve finale volgden.

Eerst was Vorwärts dus aan de beurt. Voor 4 maart 1970 stond de eerste wedstrijd gepland. Het veld in het immense Walter-Ulbricht-Stadion, genoemd naar de toenmalige communistische partijleider, was echter door een maandenlange vorstperiode veranderd in een ijspiste. Honderden Oost-Duitse militairen deden hun uiterste best de wedstrijd door te laten gaan. De wedstrijd moest doorgaan. Afgelasting zou de rest van het seizoen van Vorwärts in de war schoppen. Bovendien wilden de Oost-Duitsers de 12.000 meegereisde Nederlanders niet teleurstellen. “Ze kunnen toch niet voor niets die reis en die kosten hebben gemaakt”, dachten de Oost-Duitsers met socialistische solidariteit aan de Rotterdamse fans. Maar Wim van Hanegem achtte het veld hooguit geschikt voor een schaatskampioenschap. Trainer Ernst Happel bezag het van een andere kant: “Er kan best op gespeeld worden. Alleen moet het juiste schoeisel voor zo’n veld nog worden uitgevonden”.

Voor Happel was Vorwärts Berlin tot aan de aftrap op 4 maart 1970 een raadsel. Hij had de legerclub door alle afgelastingen niet vantevoren kunnen bekijken, maar als je Rode Ster Belgrado in de tweede ronde uitschakelt kon je volgens de Oostenrijker alleen maar over een elftal met klasse beschikken. Coen Moulijn werd op eigen verzoek buiten de ploeg gelaten, omdat hij op Walter Ulbrichts ijsvlakte toch niet uit de voeten had gekund. Bovendien had hij de Oost-Berlijnse publiekslieveling, de rechtsback Otto Frässdorf, moeten afstoppen. Het leek Happel tactisch beter om Theo van Duivenbode bij Frässdorf te zetten.


In de eerste helft speelde Feyenoord uiterst zorgvuldig en degelijk, volgens de krant van de dag erna. Het enige gevaar kwam van doelman Treytel, die een paar keer zwak ingreep bij hoge ballen. Zonder fatale gevolgen, zodat de rust met 0-0 werd bereikt. Na de rust begon Feyenoord te uitbundig op het onbespeelbare veld. Het eerste kwartier was voor de Rotterdammers, maar daarna namen de Ossies het heft in handen. Volgens Feyenoord-historicus Phida Wolff in Topclub Feyenoord deel 2 speelden de Oost-Duitsers alleraardigst voetbal op het moeilijk bespeelbare veld. Door Piepenburg kwam Vorwärts met geluk op een 1-0 voorsprong. Kort daarna kreeg Piet Romeijn een rode kaart, nadat hij diezelfde Piepenburg een stomp in de maag had gegeven. Niet te rechtvaardigen, volgens Phida Wolff, “ook al bleek reeds lang dat Piepenburg geen gemakkelijke knaap was”.

Trainer Fritz Belger van Vorwärts had een sterke tegenstander gezien, hoewel hij de heren Laseroms en Van Hanegem een beetje gemeen vond. Ook de partijkrant Neues Deutschland vond de Feyenoorders overdreven hard. Ondanks de 1-0 nederlaag reisde Feyenoord tevreden terug naar Nederland. Och, vergoeilijkte Van Hanegem: “thuis winnen we met 2-0. En dat is voldoende”.

(wordt vervolgd)

Erik de Graaf

maandag 1 maart 2010

De dominee van Oterdum


In 1634 stierf dominee Johannes Toxopeus aan de pest. Hij werd begraven voor de preekstoel van zijn kerk in Oterdum, een paar kilometer oostelijk van Delfzijl aan de Eems in Noord-Groningen. Op zijn steen staat onder het familiewapen van Toxopeus de tekst van 1 Corinthe 15 in het Grieks:

"Dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen."

Maar wat betekenen onvergankelijkheid en onsterfelijkheid naast een oprukkend industriegebied? De kerk van Toxopeus werd in de jaren zeventig afgebroken om de economische vooruitgang bij Delfzijl alle ruimte te bieden. Evenals de rest van het 200 zielen tellende dorp. Alles is weg. De steen van dominee Toxopeus ligt sindsdien op het bizarre kerkhof van Oterdum. Een hof zonder kerk eigenlijk.

Oterdum moest plaatsmaken voor de vooruitgang. Alleen doet het cynische feit zich voor dat het geplande industrieterrein nog steeds Oterdum niet heeft bereikt. Het had dus nog gemakkelijk behouden kunnen blijven. Wat nu van het dorp rest zijn de grafstenen, die keurig zijn herplaatst op de op Deltahoogte gebrachte dijk aan de Eems. En het monument, dat het dorp, de golven van de zee en de opkomende industrie toont.

Erik de Graaf