maandag 20 april 2015

Expeditie Heffezand


In de late Middeleeuwen lagen er vier Waddeneilanden boven de Groninger kust. Drie ervan werden in de zestiende eeuw door hevige stormen tot zandplaat gedegradeerd en uiteindelijk zelfs helemaal van de kaart geveegd. Korenzand verdween rond 1500 in zee. In 1570 sloeg de Allerheiligenvloed de eilanden Bosch en Heffezand weg. Bosch probeerde nog tot eiland aan te groeien, maar de Kerstvloed van 1717 verhinderde dat definitief. Eeuwenlang  was Rottumeroog het enige Groningse Waddeneiland, totdat het in de negentiende eeuw gezelschap kreeg van Rottumerplaat.

Verdwenen eilanden spreken tot de verbeelding. Zondagochtend vertrok ik in een bont gezelschap van historici, biologen, sterrenkundigen, landschapshistorici, wadlopers, een baggeraar en een balletdanser vanuit Lauwersoog voor een zoektocht naar het verdronken eiland Heffezand. Onderzoekers hadden van tevoren op grond van oude  kaarten, documenten en verhalen de meest waarschijnlijke spot gelokaliseerd. Op een bij eb drooggevallen zandplaat gingen grondboorders tot vijftien meter onder het oppervlak op zoek naar resten van Heffezand. Helaas tevergeefs. We weten nu alleen waar Heffezand niet lag. Later zal een stukje westwaarts een nieuwe poging tot lokalisering van het eiland worden gedaan.


Terwijl de grondboorders hun werk deden stroopten anderen geulen en randen af op zoek naar omgewoelde restanten. Twintig deskundigen met uiteenlopende deskundigheden deden talloze vondsten die dan weer niets met Heffezand te maken hadden. Een oorlogsdeskundige vond een luik van een Engels oorlogsvliegtuig, dat in de nadagen van 40-45 boven het Wad moet zijn afgeschoten. Een scheepvaartdeskundige analyseerde aan de hand van inkepingen en schroefgaten dat een ruim vijf meter lang eiken deel zeker drie eeuwen oud was. Zelf opperde ik dat het beslist een overblijfsel was van de vloot van de beroemde admiraal Teerbezem uit de Slag bij Rottum was, maar toen ik uitlegde dat mijn kennis uit Marten Toonders “Kappie en het Kili Wili Atol” kwam werd dat dat resoluut van de hand gewezen. Ieder zijn discipline.

Erik de Graaf

PS: meer foto's zijn te bezichtigen op Graafwerk..... foto's

woensdag 15 april 2015

Dorpsgenoot in Westerbork


Het monument van 102.000 stenen op de appèlplaats van Kamp Westerbork heeft de vorm van Nederland. Limburg is goed herkenbaar, de Zeeuwse eilanden en ook het IJsselmeer. In het noorden zie je de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Lauwersmeer tot aan de Dollard toe. Elke steen staat voor iemand die vanuit Westerbork naar de Duitse vernietigingskampen getransporteerd werd en niet terugkwam.

Op de plek van Warffum staat een foto van Benjamin en Sara Broekema met hun dochters Reina en Rachelina. Gemaakt op het plaatsje achter hun woning aan de Oosterstraat. Benjamin vertrok in 1942 naar Westerbork, nadat hij een oproep had ontvangen zich bij het station in Warffum te melden. Boer Harrenstein van de boerderij Groot Hoysum had hem nog verteld dat hij beter kon onderduiken, maar uit angst voor de gevolgen voor zijn gezin meldde hij zich toch bij de trein. Broekema was slager, schrijver en socialist. Hij schreef een streekroman, tientallen korte verhalen, ruim veertig toneelstukken in het Gronings en honderden columns in het socialistische dagblad Het Volk. Hij was een dorpsmens, speelde jarenlang voetbal bij VV Warffum, maar ook trompet bij de plaatselijke fanfare Euphonia.

Op 15 juli 1942 zat Benjamin Broekema in de eerste trein, die vanuit Westerbork naar Auschwitz vertrok. Daar werd hij op 17 augustus vermoord, 38 jaar oud. Drie maanden later waren zijn moeder Reina, zijn vrouw Sara en zijn dochters Reina (6) en Rachelina (3) aan de beurt. Voordat zij naar Westerbork vertrokken naaiden buurvrouw Kuilder en een zoon van kleermaker Medendorp van de overgordijnen en een tafelkleed lange broeken en capuchons voor de kinderen. Het werd tenslotte snel winter. Van de stof die overbleef maakte Medendorp rugzakjes voor onderweg.

Van die warme kleding hebben ze weinig plezier gehad. Op 19 november 1942 werden ze vermoord in de gaskamers van Auschwitz. Een gezin uit Warffum. Vier steentjes op de appèlplaats in Westerbork.


Erik de Graaf

maandag 13 april 2015

Günter Grass


Günter Grass is niet meer. Een groot schrijver is gestorven. Veel wordt er over hem geschreven, goed en slecht. Ieder zijn eigen herinnering. Ik de mijne.

Günter Grass gold als staatsvijand voor de Oost-Duitse geheime dienst, de Stasi. De Nobelprijswinnaar voor de Literatuur van 1999 reageerde zelf laconiek. “Terwijl ze me in de DDR bespioneerden en als belangrijke vijand zagen werd me in het westen regelmatig gezegd dat ik maar naar het oosten moest verhuizen. Niet alleen door de Bild Zeitung werd ik als verkapte communist behandeld”.

In 2010 verscheen een boek over het Stasi-dossier van Günter Grass, waarin uit 2000 pagina’s blijkt dat hij al vanaf 1961 in de gaten werd gehouden. De Stasi-informanten waren vaak onbekenden, die hem van een afstandje volgden op zijn weg door de DDR. Vaak waren het echter ook bekenden. Grass’ Oost-Duitse uitgever bijvoorbeeld of collega-schrijvers. Na gemoedelijke onderonsjes en zware discussies briefden zij hun belevenissen met Grass door aan de Stasi.

Een van de Stasi-informanten was Hermann Kant, die overigens ook verdomd goed kon schrijven (lees Die Aula uit 1968). Grass zal zich nauwelijks verbaasd hebben over Kants dubbelrol. In Oost-Duitse dissidente kringen was al in de jaren zeventig duidelijk dat Kants loyaliteit met het DDR-regime gemakkelijk tot verraad kon leiden.

In 1982 maakte ik Grass en Kant van een afstandje mee op een bijeenkomst van schrijvers uit Oost en West over vrede en ontwapening. Het zogenaamde Haager Treffen vond plaats in het Kurhaus in Scheveningen. Als student Duits met goede contacten kon ik de tweedaagse bijeenkomst bijwonen. In een pauze op het terras van het Kurhaus fotografeerde ik Günter Grass in gesprek met Hermann Kant. In de spiegeling van het raam is ook de fotograaf te zien. Ik ben benieuwd hoe het gesprek in het Stasi-dossier is terechtgekomen.

Erik de Graaf

woensdag 4 maart 2015

VVD-excuses - wie volgt?


Troela van Miltenburg, de VVD-voorzitter van de Tweede Kamer, heeft via haar woordvoerder laten weten excuses aan te bieden voor een nieuwe onhandige opmerking. “Much to do about nothing”, zei ze per ongeluk in een open microfoon toen de Partij voor de Dieren een motie van wantrouwen tegen Kamp (ook VVD) indiende.

Excuses zijn in de mode bij de VVD. Verheijen (over zijn declaraties), Zijlstra en Rutte (over hun voorbarige verdediging van Verheijen), Leegte (Leeghoofd hoorde ik hem pas noemen, over zijn telefoontje in de trein), Kamp (naar aanleiding van het veiligheidsrapport over de gaswinning), …...

Van Miltenburg doet nu alsof haar “much to do about nothing” zomaar een domme vergissing van haar was, maar in werkelijkheid was het een in haar rol als kamervoorzitter ongepaste (maar veelzeggende) politieke uitspraak in de lijn van Leegte, Bosman, Kamp en meer.

Excuses. Wie volgt? Hopelijk de VVD-kiezers van de afgelopen jaren, die sinds de bankencrisis juist van de politieke tak van die neoliberale graaiers de grootste partij van Nederland maakte. Ik verbaas me er nog dagelijks over.

Zo! En nu ga ik weer iets leuks doen!

Erik de Graaf

donderdag 19 februari 2015

Beethoven op volle toeren


In 1979 was ik in het kader van mijn studie een weekje in München. Ik was te gast bij een zakenrelatie van mijn vader, die me aanvankelijk bevreemd aanstaarde toen hij me met mijn lange haren, mijn versleten spijkerbroek en mijn ouwe adidassen ontving. In de loop van de week kreeg hij toch wel schik in zijn “onverzorgde” gast uit Nederland, want ik bleek meer belangstelling voor Duitse cultuur en geschiedenis te hebben dan al zijn eigen verwende zoons bij elkaar (en hij had er een stuk of vier). Hij nam me mee naar musea, naar de zomerresidentie van het Beierse vorsten en naar het Hofbräuhaus (ook cultuur, maar voor mij vooral geschiedenis).

Toen ik thuiskwam met een kaartje voor Beethovens opera Fidelio in het Nationaltheater (een staanplaats op het hoogste balkon voor 4 mark) dacht mijn gastheer me ter voorbereiding een lesje in Duitse muziekgeschiedenis te leren. “Slechts één opera had Beethoven geschreven en maar liefst negen symfonieën”, doceerde hij. Uit de kast haalde hij zijn LP met de Negende om hem mij te laten horen. “Luister goed, dit wordt fantastisch”, beloofde hij en plaatste de naald vlak voor het vierde deel op het vinyl.

Na de eerste tonen keek ik hem lachend aan. “Zo snel heb ik Beethoven nog nooit horen spelen”, wilde ik zeggen, maar mijn gastheer staarde doodserieus genietend naar het plafond. Even twijfelde ik nog aan mezelf, maar al snel wist ik zeker dat de LP op 45 in plaats van op 33 toeren werd afgespeeld. Pas minuten later, bij de veel te snelle en te schelle Ode an die Freude werd het ook mijn gastheer duidelijk dat hier iets niet klopte. Beschaamd sloot hij zijn muziekles af.

Erik de Graaf

vrijdag 13 februari 2015

Warffumer in het bombardement op Dresden


Jan Puma werd in 1937 in Dresden geboren. Zijn vader uit Warffum, eveneens een Jan Puma, liep tijdens zijn militaire dienst in Assen een meisje uit Dresden tegen het lijf. Rosalie Dorn was rond 1920 samen met haar zus als dienstmeisje naar Nederland gekomen. Uit pure armoede. Na de Eerste Wereldoorlog heerste een grote werkloosheid in Duitsland. Rosalie vond werk bij het Warenhuis Postma in de Groningerstraat in Assen (zie foto hieronder).


Na een jaar of vijf keerde Rosalie terug naar Dresden, maar Jan Puma kon haar niet vergeten. Uit liefde reisde hij haar achterna. De banketbakker uit Warffum vond er werk bij een bouwbedrijf van een oom van Rosalie. Door alle bureaucratie kon het stel pas in 1936 trouwen in Dresden. Kort daarop werd hun zoon Jan geboren. Vader Puma kreeg een baan bij het spoor. Eerst als Silberputzer en slaapwagenconducteur van de Mitropa, de slaap- en restauratiewagens van de Reichsbahn. Later, toen de Mitropa in de oorlog behoorlijk inkromp, als stoker.


De Puma’s woonden in de Tweede Wereldoorlog net buiten het centrum van Dresden in het stadsdeel Löbtau. Luchtalarm was aan de orde van de dag. Bij loos alarm volgde er een EntwarnungVollalarm bij naderende geallieerde vliegtuigen. Zoon Jan maakte in de nacht van 13 op 14 februari 1945 als achtjarige jongen het bombardement op Dresden mee. In twee aanvalsgolven legden Britse en Amerikaanse vliegtuigen de stad in puin met vijfentwintigduizend doden als gevolg. Het bombardement staat hem precies 70 jaar later nog helder voor de geest. Na de eerste aanvalsgolf wilde vader Puma met vrouw en zoon naar oma, die een paar straten verder woonde. Buiten zag hij een heldere hemel met lichtkogels. Ze hadden hun huizenblok nog maar net verlaten toen een bom het pand met de grond gelijkmaakte. Boven het spoor zag Jan de ijzeren Falkenbrücke roodgloeiend van de hitte. Bij oma was alles in orde. Dakloos betrok het gezin uiteindelijk een kamer in het huis van een chef van moeder Puma. Daar bleven ze vier jaar wonen.

Na de Duitse capitulatie nam de Sovjetunie het gezag over in het oosten van Duitsland. In oktober 1949 ontstond onder de strenge leiding van Stalins Rusland de communistische Deutsche Demokratische Republik, de DDR. Vader Puma kreeg een opleiding tot metselaar. Zoon Jan leerde Russisch op de basisschool. In 1949 besloten de Puma’s naar Warffum terug te keren. Het leven in het naoorlogse Dresden was geen pretje. Armoe, schaarste en een hard regime van de sovjets. Bovendien had zoon Jan als nawee van een bijna fatale difterie uit de oorlogsjaren een gehoorprobleem, dat in de nieuwe socialistische maatschappij niet verholpen kon worden. In Nederland gelukkig wel. Met een gehoorapparaat kon Jan naar de lagere school in Warffum. Zonder Russische les. Hij sprak Gronings met een Duits accent. Als zijn klasgenootje plaagden dat hij doof was barstte Jan in huilen uit, omdat hij het woord „doof” op zijn Duits als dom begreep. Niet zelden werd hij voor mof uitgescholden. 

Erik de Graaf