ONS MACHU PICCHU…
Onze Peruaanse gasten waren overtuigd.
Erik de Graaf
Sinds eind vorig jaar ben ik voorzitter van een stichting, die zich ten doel heeft gesteld in 2010 op de waddendijk bij Noordpolderzijl een toneelstuk te organiseren over de Malle Graaf (ik zal er wel niet voor niets voor zijn gevraagd).
Vorige week was er goed bericht voor Delfzijl. In luttele jaren tijd is de stad van traditionele hekkensluiter tot onbetwiste nummer 1 op de Rabo Top 40 van best presterende regio’s van Nederland geworden. Booming bussiness dus. Overig Groningen, met daarin de stad en de Eemshaven, staat vijfde.
VVDaisy was haar eerste bijnaam, vertelde NOVA-boegbeeld Clairy Polak in januari enigszins beschaamd in een televisieprogramma over haar vader Alexander Pola (van Farce Majeure). Clairy's geboorte in 1956 viel midden in de verkiezingstournee van de VVD. Het leverde een aardige felicitatie op van de organisator-propagandist van de liberalen: “Dat uw dochtertje juist werd geboren tijdens de tournee, die u voor de VVD maakt, zal, hoop ik, een gunstig voorteken zijn”.
In 1948 liep hij bij de sluizen van IJmuiden brutaalweg van de boot af die hem als dienstplichtig soldaat naar Nederlands-Indië moest brengen. Drie jaar leefde hij illegaal, zwart werkend voor een bevriende elektricien of kranten verkopend voor de Communistische Partij Nederland (CPN). Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 werd het echter steeds lastiger als weigeraar begrip en steun te vinden.
Fritz Rodewald is 69 jaar en woont in Hannover. 37 jaar geleden speelde hij een belangrijke rol in de naoorlogse Duitse geschiedenis en werd zijn leven van de ene op de andere dag compleet op de kop gezet. Bij hem thuis werd op 15 juni 1972 Ulrike Meinhof gearresteerd. Sindsdien wordt Rodewald achtervolgd door die geschiedenis.
Gedetineerden en gevangenispersoneel voeren gezamenlijk actie tegen de sluiting van de Penitentiaire Inrichting Bankenbosch in 2012. De vorige ontslagronde is nog niet achter de rug en nu krijgen we dit weer, las ik vanochtend in de krant. Ontslagrondes zullen overigens meer de zorg van de cipiers dan van de boeven zijn.
Oud-wielrenner Laurent Fignon heeft darmkanker in een vergevorderd stadium, maar zegt dat er geen aantoonbaar verband is met eventueel gebruik van verboden middelen. Een subtiele bekentenis van le professeur, zoals zijn bijnaam luidde. Hij droeg tenslotte een bril en dat is net zo zeldzaam als een goed boek in het wielerpeloton.
“Ohren freimachen”, snauwde de Oost-Duitse grensbeambte.
Am 5. Januar 1982 war ich in Jena, eine Brutstätte der „staatsfeindliche Hetze” in der DDR, bei einer Diskussionsverstaltung der Junge Gemeinde. Das Thema des Abends lautete Keine Moneten für Raketen, es war mitten im Kalten Krieg. Ich hatte offensichtlich das Gefühl, etwas besonderes zu erleben. Ein paar Tage später begann ich im Zug einen Bericht, den ich zu Hause auf der Schreibmaschine ausformulierte.
De opkomst bij de Europese verkiezingen van afgelopen donderdag viel tegen, zelfs ten opzichte van de treurige 40% van vijf jaar geleden. In de afgelopen dagen ben ik drie keer aangesproken door mensen, die niet konden of mochten stemmen, omdat ze geen geldig legitimatiebewijs (bij zich) hadden. De eerste had helemaal geen legitimatiebewijs, de tweede kon het niet vinden en bij de derde was het paspoort al twee jaar verlopen.
In de jaren tachtig organiseerde de Werkgroep Antimilitarisme Overal zomerkampjes in Oost-Europa. Kritische linkse jongeren uit Oost en West leerden elkaar wat beter leerden kennen door bij een kampvuur urenlang over oorlog, vrede, mensenrechten en het dagelijkse leven te discussiëren. Bij de organisatie was voorzichtigheid geboden, want de Stasi lag altijd op de loer. Toch bleek ze bij lezing van het dossier veel te weten, maar gelukkig toch niet alles.
De vierde juni is vandaag precies twintig jaar een datum die je nooit meer vergeet. Vorig jaar, toen vlak voor de Olympische Spelen, herdacht ik met dé beroemde foto van het Plein van de Hemelse Vrede. Gisteren publiceerde Ruben L. Oppenheimer deze cartoon in de NRC.
Op 5 januari 1982 woonde ik in Jena, een broeinest van “staatsvijandelijke hetze” in de DDR, een discussieavond in een kerkelijke jongerengroep bij. Keine Moneten für Raketen (“geen poen voor raketten”) was het thema midden in de Koude Oorlog. Ik had blijkbaar het gevoel iets bijzonders bij te wonen. Een paar dagen later schreef ik in de trein naar huis een verslag, dat ik thuis keurig uittypte.
Op 2 juni 1967 werd een demonstrant tegen het staatsbezoek van de sjah van Perzië aan West-Berlijn in een Berlijnse Hinterhof van dichtbij en in koele bloede door een politieagent door het hoofd geschoten. Het was het begin van een golf van politiek geweld in West-Duitsland.
In 1971 had Rottumerplaat twee weken lang twee prominente bewoners. Om de beurt bivakkeerden de schrijvers Godfried Bomans en Jan Wolkers een weekje eenzaam op het Waddeneiland boven de Groningse kust. Vanuit Hotel de Breedenborg bij Warffum onderhield Willem Ruis tweemaal per dag voor Hilversum 2 het contact met de vaste wal. Beide schrijvers publiceerden later hun dagboek van Rottumerplaat.