zondag 7 juni 2020

In Gezondheid en Vrijheid


Het vorige nummer van Blad stond vrijwel geheel in het teken van 75 JAAR VRIJHEID. Al een jaar lang bereidde Nederland zich voor op de viering van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Ook in Noord-Groningen werden mooie plannen gesmeed. Zes uitgaanspagina’s telde ons vorige nummer met aankondigingen van lezingen, concerten, vrijheidsdisco’s, tentoonstellingen en herdenkingen tussen Zuidwolde en Zoutkamp en van de stad tot aan het Wad. Alles leek in april en mei 2020 te draaien om 75 jaar vrijheid.

Leek, want toen kwam Corona. Het virus rukte op van Azië naar Europa, naar Noord-Brabant en tot Groningen toe. Ineens stond de gezondheid voorop. Kinderen konden niet meer naar school, ouders moesten thuiswerken, ouderen mochten geen bezoek meer ontvangen. De festiviteiten rond 75 jaar bevrijding werden afgelast. Door alle voorbereidingen ging een streep. De strijd tegen het virus ging voor alles. Terecht.

Tot nu toe zijn we er in Noord-Groningen genadig van afgekomen, hoewel elke zieke en dode er natuurlijk één teveel was. Veel afgelaste evenementen worden in het najaar ingehaald. Andere zijn gewoon een jaar uitgesteld. Blad blijft in de komende nummers aandacht aan de Tweede Wereldoorlog besteden. Want inmiddels weten we dat GEZONDHEID en VRIJHEID de hoogste goederen zijn.

Erik de Graaf

PS: deze inleiding schreef ik in Blad, nr. 15. Een vervolg op het overzicht over 75 jaar bevrijding in het vorige nummer. Met ondermeer verhalen over een moord in Bierum en de afgelaste eindexamens van 1945. Blad is verkrijgbaar op vele plekken in Noord-Groningen. 

vrijdag 5 juni 2020

De Stasi-dominee

Op 5 januari 1982 woonde ik in Jena, een broeinest van “staatsvijandelijke hetze” in de DDR, een discussieavond in een kerkelijke Junge Gemeinde bij. Keine Moneten für Raketen (“geen poen voor raketten”) was het thema midden in de Koude Oorlog. Ik had blijkbaar het gevoel iets bijzonders bij te wonen. Een paar dagen later schreef ik in de trein naar huis een verslag, dat ik thuis keurig uittypte.

Ik beschreef de discussies van die avond op twee A-4’tjes en bewaarde ze keurig voor later. Tien jaar na mijn bezoek aan Jena stuurde Gerold Hildebrand me drie andere A4’tjes, die hij in het Stasi-archief over dezelfde discussie had gevonden. “Tijdens de avond was ook een Hollander aanwezig”, schreef de Stasi. “Von diesem war nur der Vorname Erik bekannt”.

Door Hilli’s vondst kon ik twee verslagen van één avond met elkaar vergelijken. In mijn verslag lees ik dat de bijeenkomst geopend werd met een praatje over de bijbelse “van-zwaarden-tot- ploegijzers”-tekst. Dominee Konstantin Stanescu (zie foto) leidde de verdere discussies. Hij hield zelf een korte inleiding over defensie-uitgaven van de NAVO en het Warschau Pact, geïllustreerd met Finse cijfers, die weer van Brits onderzoek waren afgeleid. Het westen gaf veel meer uit bewapening dan het oosten, concludeerde Stanescu. Een lastige vergelijking, vonden anderen.

Halverwege de avond werd ineens een asbak geleegd. Geldinzameling voor Polen, het was tenslotte kort na het verbod van Solidarnosc in december 1981. “Munten en bankbiljetten vliegen over de tafel de asbak in”, lees ik in mijn verslag. “Twee meisjes nemen op zich dat er goederen gekocht worden en dat die ook in Polen terechtkomen. GEEN GELD VOOR DE MILITAIRE DICTATUUR, wordt er geroepen”.

Het werd laat. We bleven met een klein groepje achter. Ik beëindigde mijn verslag met het antwoord op een vraag aan Konstantin Stanescu of hij als dominee naar West-Duitsland zou mogen reizen. “Ja”, antwoordde hij, “maar dan moet ik gebruik maken van privileges die jullie niet hebben en dat wil ik niet.” Dat leek me consequent, een man naar mijn hart.

Maar helaas. Het Stasi-verslag dat ik tien jaar later onder ogen kreeg was geschreven door ene "Bartholomäus Runge" en dat bleek de schuilnaam te zijn van Konstantin Stanescu. De dominee dus als Stasi-informant. In het verslag gaf Runge, Stanescu dus, aan dat hij de jongeren duidelijk wilde maken dat de oorsprong van de wapenwedloop overduidelijk in het westen lag en dat de bewapening van het Warschau Pact een noodzakelijke inhaalslag was (Nachrüstung) om de Verenigde Staten militair bij te benen. Blijkbaar was dat niet goed door zijn publiek begrepen, want Stanescu meldde zijn kameraden teleurgesteld dat twee personen (volgens het verslag “buiten de orde om”) een protestbrief wilden schrijven, waarin ook ontwapening van het Warschau Pact werd geëist, eventueel zelfs eenzijdig.

Stanescu beschreef net als ik de actie voor Polen, maar zonder sympathie. Zijn doel was het informeren van zijn bazen over staatsvijandelijke acties, zoals dat in Stasi-jargon heette. De spion berichtte dat Ute HINKELDEY (de hoofdletters zijn van Stanescu) al contacten met Polen had en de opdracht kreeg de “Hilfsaktion zu konkretisieren”. Twee jaar later leerde ik Ute opnieuw kennen. Nu in West-Berlijn, nadat ze er na eindeloze pesterijen van de Stasi mee had ingestemd de DDR met haar gezin te verlaten. Over privileges gesproken.

Erik de Graaf

PS: dit stukje publiceerde ik ook in juni 2009 op deze blog. Ik moest eraan terugdenken door het bericht dat Thomas Auerbach, een van de oprichters van de Junge Gemeinde in Jena, deze week is overleden. Toen ik in januari 1982 in de JG was, woonde Thomas al lang en breed in West-Berlijn. Na tien maanden gevangenis was hij in september 1977 naar het westen "abgeschoben".

dinsdag 12 mei 2020

Executie van twee Duitse deserteurs


Acht dagen na de bevrijding klonken er Duitse schoten op een schietbaan op het Zeeburgereiland in Amsterdam. Het was een bizarre executie van twee Duitse deserteurs. Met medewerking van het Canadese militaire gezag. Vijfenzeventig jaar geleden.

Rainer Beck diende met tegenzin bij de Duitse marine. Zijn vader was sociaaldemocraat, zijn moeder joods. In 1936 werd hij van het gymnasium gestuurd, omdat zijn vader bij de nazi’s in ongenade was gevallen. Rainer ging varen, op vissersschepen. Niet militair, totdat zijn schip in 1941 met man en muis bij Hitlers oorlogsvloot werd ingelijfd. In Amsterdam bezocht hij regelmatig zijn zus, die in de jaren dertig naar Nederland was gevlucht en half legaal in de Achillesstraat in Zuid woonde.

In september 1944 kreeg Rainer Beck het bevel naar Duitsland terug te keren. Hij besloot in Amsterdam onder te duiken. Eerst bij de bovenbuurman van zijn zus. Later boven een kunsthandel in de Botticellistraat. Acht maanden lang, tot 5 mei 1945. Na de bevrijding wilde Rainer Beck zo snel mogelijk naar huis, naar zijn moeder in Duitsland. Om vaart in de procedure te krijgen meldde hij zich bij de Canadese militairen. Daar ontmoette hij Bruno Dörfer, een collega-deserteur.
De Canadezen brachten Beck en Dörfer naar een kamp aan de Hemweg in het westelijk havengebied. Daar waren 3000 Duitse mariniers geïnterneerd. Niet als krijgsgevangenen, maar als “surrendered enemy personnel”. Dat was niet volgens de regels van het Verdrag van Geneve, maar wel praktisch voor de Canadezen: de Duitsers zorgden voor zichzelf, zelfs voor hun eigen ontwapening. Alleen de commandanten mochten pistolen houden. Voor de orde in de troepen.

De Duitsers voelden er eerst niets voor om deserteurs in hun kamp toe te laten. Later wel onder voorwaarde dat ze mochten worden berecht. Op zondagochtend 13 mei 1945 stonden Beck en Dörfer tot hun verbijstering voor een Duitse krijgsraad. Duizenden Duitse soldaten zagen hoe marinerechter Wilhelm Köhn de deserteurs de huid vol schold en ter dood veroordeelde. “Aan het front kan men sterven, als deserteur moet men sterven”, schreef Hitler al in Mein Kampf.
Huh? De doodstraf voor twee Duitse deserteurs in Amsterdam? Acht dagen na bevrijding? Dit moest een film zijn, maar die verscheen pas in 1969 met Bud Spencer in een hoofdrol en met muziek van Ennio Morricone. Nee, dit was menens. Na de rechtszitting verzochten de Duitsers wapens voor de executie. Een verbaasde Canadees nam contact op met het geallieerde hoofdkwartier en ’s middags werden geweren met munitie geleverd. Bovendien kregen de Duitsers een jeep en een vrachtwagen tot hun beschikking. Dwars door de feestende stad werden Beck en Dörfer naar een schietbaan op het Zeeburgereiland gereden. Daar klonken tussen 17.40 en 17.45 uur vier schoten. Twee voor Bruno Dörfer en twee voor Rainer Beck. Twee Canadese militairen stonden erbij en keken ernaar. Ze moesten erop toezien dat de schutters na de terechtstelling keurig naar de Hemweg terugkeerden.

Köhn was tot zijn pensioen in 1967 rechter in Keulen. In 1973 kon hij volgens een West-Duitse rechtbank niet vervolgd kon worden. Wegens verjaring. Beck en Dörfer werden in 1996 postuum vrijgesproken. Denkt u woensdagmiddag even aan hen als het tegen kwart voor vijf even stil is?

Erik de Graaf

PS: de illustratie komt uit Der Spiegel (1997; nummer 20). Tien jaar geleden schreef ik ook al eens over Duitse deserteurs.

zaterdag 25 april 2020

"Verdwalende" Duitse vliegtuigen


Op 16 juni 1939 maakte de Bücker Jungmann WL-EXYU een noodlanding tussen Warffum en Den Andel op het land van boer Willemsen. Achter de Wilco, de Willemsen Conserven, op de plek waar nu de raspatat van Rixona wordt gemaakt. Het was een Duits militair vliegtuigje, dat blijkbaar een verkenningsvlucht boven Noord-Nederland had gemaakt. Burgemeester Hoen en de veldwachter Kuilder van Warffum namen onmiddellijk poolshoogte. Het ging om een oefenvlucht van een onervaren piloot, zo was het verhaal. Hij was verdwaald en moest zijn vliegtuig uit brandstofgebrek aan de Warffumer grond zetten.

De familie Willemsen was er snel bij. De kans om op eigen land met een Duits vliegtuig op de foto te gaan lieten ze zich niet ontnemen. Logisch, want wanneer landt er nu een vliegtuig op je land? De Bücker Jungmann was overigens te zwaar beschadigd om op eigen kracht naar Duitsland (toen nog Duitschland) terug te vliegen. Het vliegtuig werd gedemonteerd en per vrachtwagen naar Nieuwerschans vervoerd. Vandaar ging het vliegtuig met de trein het laatste stuk terug naar Duitsland. Het Nieuwsblad van het Noorden berichtte er over.

De noodlanding in Warffum werd pas landelijk nieuws toen vier dagen later weer een verdwaald Duits legervliegtuig een noodlanding in Noord-Groningen maakte, nu achter houthandel Nanninga bij Middelstum. Dit keer kwam de machine beter terecht, want na een kwartier wilde de 22-jarige piloot F. Jacobs uit Oost-Pruisen alweer opstijgen. Dat lukte niet doordat tientallen toegestroomde Middelstumers in de weg liepen. Burgemeester Van Anken van Middelstum liet het toestel die nacht bewaken. De piloot moest voor ondervraging in Middelstum blijven. Hij vertelde te zijn verdwaald, ondanks alle kaarten die hij bij zich had. De volgende dag vertrok de Duitser vliegend alsnog met permissie terug “in die Heimat”.

Wat zochten die Duitse militaire vliegtuigen toch boven het neutrale Nederland? Als je de kranten uit die tijd doorspit bleken er nogal wat Duitse vliegtuigen te “verdwalen” in de laatste jaren voor de oorlog. In heel Nederland, maar ook opvallend vaak in het noorden. En dat terwijl verdwalen best lastig is met voortdurend zicht op de Waddenkust en het Duitse eiland Borkum aan de horizon. “Verdwalen” was blijkbaar de smoes waar de Nederlandse autoriteiten intrapten. In werkelijkheid ging het om spionage. Uit angst voor Hitlers oorlogszuchtige Duitsland werden de spionnen en hun vliegtuigen keurig aan de grens afgeleverd.

In de Beeldbank van de Groninger Archieven is met het zoekwoord “noodlanding” een aantal foto’s te vinden van gestrande Duitse verkenningsvliegtuigen. In Zijldijk poseerde de bevolking in 1937 naast een Duits vliegtuig met hakenkruis. Die noodlanding kende overigens een dodelijk slachtoffer doordat met een vleugel een 74-jarige fietser uit Oosteinde werd geraakt. Menze Schoonveld was een vroeg slachtoffer van de Duitse expansiezucht op Nederlands grondgebied.

Erik de Graaf

PS: De foto van de familie Willemsen bij Warffum kreeg ik al in 2010 toegestuurd. Door een blog van Warffumer Erik Kooima heb ik hem weer eens opgezocht.

zondag 19 april 2020

De bevrijding van Noord-Groningen


Vijf jaar duurde de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Op 10 mei 1940 viel het Duitse leger het land binnen. Bij de Grebbeberg, op vliegveld Ypenburg bij Den Haag en op de Afsluitdijk werd hard gevochten. Op 14 mei 1940 bombardeerde de Duitse luchtmacht Rotterdam om Nederland tot overgave te dwingen. Noord-Groningen was al op 11 mei 1940 door Duitse troepen bezet.

Er volgden vijf jaar van bezetting, onderdrukking, discriminatie, vervolging, vernietiging, verraad, verzet, onzekerheid en dood en verderf. Vanaf 1944 kwam er een kentering in de oorlog. Vanuit het oosten rukten de Russen op en in het westen bevrijdden de Amerikanen, de Engelsen en de Fransen grote delen van Europa. In september 1944 werd het zuiden van Nederland bevrijd, maar het zou nog tot mei 1945 voor heel Nederland vrij was.

In april 1945 trokken Canadese troepen vanuit Eelde, Paterswolde en Haren naar het noorden. De stad Groningen werd op 16 april 1945 bevrijd. Via twee routes rukten de Canadezen op richting Delfzijl. Dat ging niet zonder slag of stoot. Vooral bij Wagenborgen, Spijk, Holwierde, Appingedam en Delfzijl stuitten de bevrijders op hevige Duitse tegenstand. Bij zware gevechten kwamen tientallen soldaten en burgers om het leven en werden veel plaatsen zwaar beschadigd. Het duurde nog tot 2 mei voordat Delfzijl als laatste gemeente op het vasteland van Nederland werd bevrijd. Drie dagen later mei capituleerde Duitsland. Op 5 mei 1945 was Nederland weer vrij!

Dit jaar wordt weer uitgebreid stilgestaan bij vijfenzeventig jaar bevrijding. Blad vroeg alle historische verenigingen in de gemeenten Groningen, Het Hogeland, Loppersum, Appingedam en Delfzijl om een bijzondere, historische foto te sturen van de bevrijding van hun woonplaats. Met daarbij een beschrijving van die bijzondere gebeurtenis. De redactie van Blad maakte van alle verhalen één geheel voor dit themanummer. De bevrijding van Noord-Groningen kan niet vaak genoeg verteld worden.

Erik de Graaf

PS: deze inleiding schreef ik voor het themanummer over 75 jaar bevrijding van Blad voor Noord-Groningen. Met de verhalen van oor- en ooggetuigen  (klik hier voor een voorbeeld) van de opmars van Groningen naar Delfzijl. Blad is verkrijgbaar in de betere krantenkiosk, boekhandel en supermarkten. Wees voorzichtig en houd afstand! 

20 april 1945: de Bevrijding van Uithuizen

Voor Blad voor Noord-Groningen tekende ik het onderstaande verhaal over de bevrijding van Uithuizen op uit de monden van de gebroeders Henk en Frits Middendorp:


"Ongeveer veertien dagen voor de bevrijding verschansten de Duitsers zich in onze boerderij tussen Lage van de Weg en Uithuizen. Blijkbaar woonden we strategisch gunstig. Ze hadden hun wapens en munitie in ons washok in de schuur opgeslagen. Ze sliepen in de koestal, vlak achter de koeien was het warm.

Het was vrijdag 20 april 1945, mooi weer. Onze moeder had ’s morgens wasgoed aan de lijn gehangen. Tegen half negen hoorden wij dof gerommel: de tanks kwamen uit Usquert. Wij wisten eerst niet wat het was. Even later kwam koppelbaas Douwe Pol uit Lage van de Weg fietsen: “Jullie moeten zorgen dat je weg komt”, riep hij tegen ons, “de tanks komen er aan”. Moeder haalde nog gauw de was van de lijn; één onderbroek vergat ze. Ze legde het op een stapeltje op het gaskastje. Toen zijn wij allemaal, onze ouders en zeven kinderen, vier evacuees en de melkknecht Jan Brugge in de rommelsloot achter het erf gekropen.

Het wachten begon. De Canadese tanks waren intussen aangekomen en hadden met vijf tanks bij Bovenhuizen stelling genomen. Het duurde niet lang of de kogels floten over ons heen. Onze jongste broer lag bij moeder op schoot te huilen. Jan Brugge zette een emmer zonder bodem op zijn hoofd.

De Duitsers hebben ongeveer twee uur weerstand geboden. Toen zijn ze er vandoor gegaan. Door het land en de polder zijn ze naar de zeedijk gevlucht. Onze vader is met drie Canadezen en iemand van de ondergrondse de boerderij ingegaan. Daar troffen ze op twee plekken brand aan. Ook het wasgoed op het gaskastje brandde. Ze waren er net op tijd bij om een gasexplosie te voorkomen. Aan de waslijn hing nog mijn onderbroek. Eerst schoten de Canadezen meerdere keren door mijn onderbroek en daarna schoten ze de waslijn kapot. Mijn onderbroek is een tijdje als “kogelbroek” door het leven gegaan.

Toen het sein veilig was gegeven, kropen we uit de sloot om naar de Shermantanks te gaan kijken. Een tijdje later reden ze door naar het dorp".

Met dank aan Henk en Frits Middendorp