zondag 16 december 2018

De Afscheiding in Ulrum


Mijn hervormde lagere school stond vijftig jaar geleden naast de gereformeerde Hendrik de Cockschool. Het waren de nadagen van de verzuiling in de grote stad, maar de leerlingen gingen nog niet altijd zachtzinnig met elkaar om. Felle gevechten voerden we soms op het grasveld tussen de scholen en ‘s winters werden er steentjes in de sneeuwballen verstopt.

Ik moest eraan denken toen ik vorige week een roman van Marcel de Jong over de Afscheiding van 1834 in Ulrum las. Hij beschreef de kerkscheuring als een sociale strijd van arm tegen rijk. Dominee Hendrik de Cock verweet de hervormde kerk dat ze niet God centraal stelde, maar de mens. De liberale elite werd geprezen en armoede werd als een straf van God beschouwd. De Cock kwam op voor de armen. Hij greep terug naar de oude leer van de Dordtse Synode van 1618. De mens was van nature zondig, wist men toen in Dordrecht. Je kon je best doen om goed te leven, maar voor het leven na de dood maakte het niet uit. God had allang besloten wie goed en wie slecht was. Het was een conservatieve leer, maar wel een die iedereen weer even veel kans op het hiernamaals bood. Dat gaf de arme gelovigen weer hoop. De Cock trok volle kerken. De volgelingen gingen voor hem door het vuur. Het was wekenlang onrustig in Ulrum. Het leger van koning Willem I greep hard in om de opstand van het “gepeupel” in te tomen. Niet met sneeuwballen, maar met wapengekletter. Het leger kon de stichting van de gereformeerde kerk niet voorkomen. De hervormde kerk viel uiteen.

Vorige week wandelde ik de Hendrik-de-Cock-route door Ulrum. Ik bezocht de oude kerk op de westelijke wierde, waar De Cock vurig preekte tot hij geschorst en zelfs gearresteerd werd. Ik liep langs de oude pastorie, waar in 1834 soldaten werden ingekwartierd. Alleen de kuiperij van de weduwe Koster, waar in oktober 1834 de Acte van Afscheiding werd getekend, is er niet meer. Daar kun je nu naar de kapper. De gereformeerden van Ulrum zijn inmiddels weer opgegaan in de Protestantse Kerk.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde de historische kerk van Ulrum onder een stralende hemel.

------------


Op verkenning door Het Hogeland in boekvorm
De columns van Erik de Graaf en de foto’s van Otto Kalkhoven zijn inmiddels als boek verschenen. Hardcover en in kleur. Het boek is op zaterdag 15 december feestelijk gepresenteerd in de kerk van Eppenhuizen. U kunt het boek bestellen via de website: www.opverkenningdoorhethogeland.nl .

vrijdag 14 december 2018

Te land, ter zee en in de lucht


Het zijn weken van afscheid nemen en opnieuw beginnen. Vier oude gemeenteraden worden ontbonden en de nieuwe is al gekozen. Burgemeesters en wethouders ruimen hun kamers leeg en het nieuwe college begint per 1 januari. Veel werknemers hebben in de afgelopen tijd hun spullen ingepakt om op een andere werkplek weer uit te pakken. Van Winsum naar Leens, van Uithuizen naar Bedum of in een andere richting.

Het is een gigantische operatie om van BMWE naar Het Hogeland te komen. Van vier kleine gemeenten naar één grote. Bijna vijftigduizend inwoners in vijftig dorpen op negenhonderdzeven vierkante kilometers. Qua oppervlakte wordt Het Hogeland de grootste gemeente van Nederland. Nou ja, dat dachten we een poosje. Totdat de gemeente Súdwest-Fryslân meldde dat ze een vierkante kilometer meer telt. Het Hogeland wordt dus de tweede grootste gemeente van Nederland. Zilver, na fotofinish. Nog steeds heel groot. Van de 907 vierkante kilometers liggen er bijna vijfhonderd op het land en de rest in het water: in het Lauwersmeer en in de Waddenzee. Het Hogeland wordt bovendien de enige gemeente in Nederland met overzeese gebiedsdelen, de twee onbewoonde Waddeneilanden Rottumeroog en Rottumerplaat.

Ruimte is een kernkwaliteit van Het Hogeland. Te land, ter zee en in de lucht. Astronaut André Kuipers vertelde een paar weken geleden in Martini Plaza dat hij Het Hogeland had zien liggen vanuit het internationale ruimtestation ISS. Hij wees Bedum, Winsum en Lauwersoog aan op zijn foto’s. Vijf maanden lang cirkelde hij rond de aarde. Achttien rondjes per etmaal. In totaal dus zo’n 2700 rondjes. Ik word al draaierig van de gedachte en blijf liever op de klei. Op aarde zijn de gemeentegrenzen nauwkeurig vastgelegd en het rijk betaalt een bijdrage op basis van het aantal inwoners, het landoppervlak en het wateroppervlak. Kuipers liet zien dat de ruimte ondergewaardeerd wordt. Ook in kubieke kilometers tot aan de dampkring zou Het Hogeland de op één na grootste gemeente van Nederland zijn. Waarom heeft tijdens de collegeonderhandelingen nog niemand voor een wethouder van Ruimtezaken gepleit? André Kuipers lijkt me de gedroomde kandidaat.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde de vier afscheidnemende burgemeesters. Van links naar rechts: Rinus Michels (Winsum), Erica van Lente (Bedum), Marijke van Beek (Eemsmond) en Koos Wiersma (De Marne) in het gemeentehuis van Bedum. Lees de hele serie Op verkenning door Het Hogeland.

zaterdag 8 december 2018

Radiotelegrafisten in 't Harde

In 1947 moest de twintigjarige Nico de Pater uit Uithuizen in militaire dienst. De zoon van het communistische gemeenteraadslid Hendrik de Pater werd in ’t Harde opgeleid tot radiotelegrafist. In die functie kreeg hij allerlei staaltjes van koloniale oorlogsvoering te zien, vertelde hij me vijftig jaar later. Propagandafilms, waarin soldaten hun gewonde tegenstanders een bajonet door het hart staken. Hij was nog steeds verontwaardigd. Gruwelijk vond hij het.

Een collega-radiotelegrafist van Nico de Pater in ’t Harde was Taco Bierema uit Usquert. Hij was de zoon van dr. S.E.B. Bierema, herenboer en liberaal politicus. Vader Bierema was voor de oorlog twintig jaar Tweede Kamerlid voor de Liberale Staatspartij in Den Haag. Na de oorlog werd hij fractievoorzitter van de Partij van de Vrijheid, een voorloper van de VVD. Taco bracht zijn jeugd door in Usquert en in Den Haag. ‘s Zomers op de monumentale boerderij aan de Wadwerderweg en ’s winters in de hofstad. Dat vond hij niet altijd prettig. Nergens was hij echt thuis, vertelde hij me zeventien jaar geleden.

In de kazerne in ’t Harde werd de klassenstrijd tussen de communistische arbeiderszoon een liberale boerenzoon voortgezet. Als de militairen op zaterdagmiddag weekendverlof kregen weigerde Nico de Pater uit principe bij Bierema in de auto te stappen. Hij reisde liever urenlang met de trein naar Uithuizen en op zondagmiddag al vroeg weer terug. “Bij zo iemand stap je niet in de auto”, vertelde hij me in 1995. Toen ik het in 2001 aan Taco Bierema voorlegde haalde hij zijn schouders op. “Ach ja, van mij had hij gewoon mee mogen rijden”.

Na hun opleiding scheidden hun wegen zich. Bierema werd in 1948 als radiotelegrafist naar Nederlands-Indië uitgezonden, terwijl Nico de Pater juist weigerde om naar de Oost te vertrekken. Tegen de militaire dienst had hij geen enkel bezwaar, maar het stond hem tegen om in een koloniale oorlog te moeten vechten. De Pater werd door de Krijgsraad wegens desertie tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld. Bierema mocht na het onverwachte overlijden van zijn vader in 1950 van Nederlands-Indië terug naar Usquert.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde een zendmast nieuwe stijl.


Op verkenning door Het Hogeland in boekvorm
De columns van Erik de Graaf en de foto’s van Otto Kalkhoven verschijnen binnenkort als boek. Hardcover en in kleur. Het boek wordt op zaterdag 15 december a.s. feestelijk gepresenteerd in de kerk van Eppenhuizen (aanvang 14.30 uur; toegang gratis). Tot die dag kunt u het boek met intekenkorting voor 19,95 euro bestellen via de website van Op verkenning door Het Hogeland.  Daarna kost het 24,95 euro in de winkel.

vrijdag 30 november 2018

De toren van Eenrum


Weet u wel dat de kerktoren scheef staat, vroeg ik bij Kapsalon Kram. Vanaf Broek was ik naar Eenrum gefietst en ik had het duidelijk gezien. Kapster Caroline hoorde het voor het eerst, zei ze. Kapper Lars Kram deed na hoe toeristen in Pisa poseren om op de foto de scheve toren tegen te houden. Dat had hij hier nog niet gezien.

Na mijn knipbeurt verhuisde ik naar Café Bulthuis aan de overkant van de straat. “Weet u wel dat de kerktoren scheef staat”, waarschuwde ik opnieuw. “Vertel eens iets nieuws”, zei kastelein Mattheus Dijkstra, “dat is een heel oud verhaal.” Voor het naadje van de kous verwees hij me naar de torendeskundige van het dorp, twee huizen verder. Dirk Molenaar stond net de bladeren van de kerktuin te harken toen ik hem vroeg waarom de kerktoren scheef stond.

De eerste tufstenen kerk van Eenrum werd rond 1100 gebouwd, vertelde hij me. In de dertiende eeuw werd een grotere kerk gebouwd, nu van baksteen. Met een losstaande toren, net als in Baflo en Den Andel. Vierhonderd jaar later wilden de Eenrummers toch een vaste toren. Die werd rond 1650 aan de westkant tegen de kerk aangebouwd, een centimeter of zestig binnen het bestaande kerkgebouw. Dat laatste was een foutje, want door ongelijke zetting zakte de toren scheef. Tot ongeveer een meter uit het lood. Vijfenzeventig jaar later werd het scheve aanzicht de bewoners te dol. Het bovenste deel van de toren werd afgebroken om in 1727 weer loodrecht te worden opgebouwd. Met een knik halverwege als gevolg.

Ondertussen waren Molenaar en ik bijna tweehonderd traptreden geklommen om boven in de toren onze hoofden uit een luik te steken. Wat een fantastisch uitzicht bij helder novemberweer! De parel Eenrum onder ons en in de verte de Martinitoren, de  Eemshaven, Zoutkamp en het Wad. Weer beneden bedankte ik mijn gids en liep ik nog even de kapsalon binnen om te vertellen hoe scheef de toren stond. Gelukkig zat mijn haar wel weer recht.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde de kerktoren van Eenrum, gezien vanuit de richting Broek.


Op verkenning door Het Hogeland in boekvorm
Op 15 december verschijnen de zestig columns van Erik de Graaf met de zestig foto’s van Otto Kalkhoven als boek. Hardcover en in kleur. U kunt het boek tot 15 december met intekenkorting voor 19,95 euro bestellen via de website van Op verkenning door Het Hogeland

donderdag 22 november 2018

Antikraak in Zuidpool


Het Hogeland ligt iets verder weg van het epicentrum dan Loppersum, maar te dichtbij om niet regelmatig te schudden op zijn grondvesten. De gevolgen van gaswinning en aardbevingen zijn overal zichtbaar. Schade van huis tot huis en lege plekken in de dorpen. Iedereen heeft zijn verhalen.

Vorig jaar meldde de Ommelander Courant dat de NAM eigenaar van Zuidpool was geworden. Het ging niet over Antarctica, maar over een monumentale boerderij tussen Usquert en Uithuizen. Met een net zo monumentale slingertuin en gracht. De boerderij Zuidpool werd in 1852 gebouwd door Harm Bruins. Tegelijkertijd bouwde hij Noordpool in de Noordpolder. Bruins ging op Zuidpool wonen, op stand. “Ik Ben hier van d’oudendijk gebragt, als schooner stand voor d’eigenaren”, las ik op een steen boven de schuurdeur. Dertig jaar eerder schreven de jonge schrijver Jacob van Lennep en zijn vriend Dirk van Hogendorp bewonderend over de imposante boerderijen aan de Streeksterweg. “Op elk huis stonden bliksemafleiders.”

Bliksemafleiders waren in die tijd een teken van welvaart. Ongetwijfeld kreeg Zuidpool er ook een. Overal op voorbereid, maar er zijn krachten waartegen geen boerderij bestand is. Jarenlang zag ik Zuidpool in de steigers staan als ik er langsfietste. Aardbevingsschade. Zoveel schade dat de bewoners in containers op de paardenweide naast de slingertuin woonden. De tuin vertoonde tekenen van verwaarlozing. Een romantisch bankje onder een oude boom zag er verdrietig uit.

Vorig jaar werd Zuidpool door de NAM aangekocht. Opnieuw een triest dieptepunt voor de cultuurhistorie, maar een zegen voor de voormalige eigenaren. En een gelukje voor avonturiers. Sieger Wiersma woont er tegenwoordig met zijn gezin. Antikraak. Hij leidde me een rond door de imposante schuren, gadegeslagen door drie waakzame uilen. In het woongedeelte waan je je in de negentiende eeuw. De nette opkamer voor bijzondere gelegenheden blijft tegenwoordig onverwarmd, omdat de schoorstenen niet meer gebruikt mogen worden. In de slaapkamer van zijn dochter overnachtten prinses Juliana en prins Bernhard ooit, volgens de overlevering. Dienstmeiden renden toen nog van de keuken in het souterrain naar boven om het eten te serveren. De Wiersma’s voelen zich veilig genoeg in de boerderij om er nog jaren te blijven wonen. 

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde de familie Wiersma in de brede gang van Zuidpool. Van links
naar rechts Nadie, Marien, Hilde, Korella en Sieger Wiersma. Voor de andere afleveringen van onze serie: klik hier.

maandag 19 november 2018

Ons Boterdiep


Eeuwenlang was het Boterdiep de belangrijkste verkeersader tussen Groningen en Uithuizen. De trekschuit vormde een comfortabele verbinding voor wie het zich kon veroorloven. Het was prettiger dan in een koets over hobbelige wegen. En lopen was ver, vies en vermoeiend. Het klinkt luxueus in zo’n trekschuit. “Onze kleren blijven droog, men maakt geen vuile voeten”, las ik in een verslag. Maar snel ging het niet. Stoomschepen bespoedigden de reis aan het eind van de negentiende eeuw. Later werd het vervoer over water langzaam maar zeker overgenomen door trein- en autoverkeer.

Na 1600 werd het Boterdiep in etappes vanaf Groningen noordwaarts gegraven. Waar mogelijk werd gebruikgemaakt van bestaande waterlopen. In 1616 werd Noorderhoogebrug bereikt. Negen jaar later kwam het Boterdiep in Onderdendam aan. Daarna duurde het nog drieënveertig jaar voordat via Middelstum, Kantens en Doodstil naar Uithuizen kon worden gevaren.
Door de nieuwe vaarroute werd het oostelijke deel van het Hogeland ontsloten. Landbouwproducten konden gemakkelijker naar de stad worden vervoerd en langs de oevers van het Boterdiep ontstonden talloze bedrijven. Van zuivel tot zuurkool en van steen tot gas. Onderdendam groeide als spil in het waterwegennet uit tot een bestuurlijk centrum met het waterschap en een rechtbank met gevangenis.

Regelmatig werd het Boterdiep verbreed, verdiept of omgeleid om aan nieuwe eisen van de tijd te voldoen. In 1877 werd het traject van Fraamklap tot Uithuizen breder om aan snellere schepen doorvaart te verlenen. In de twintigste eeuw werd het Boterdiep in de stad gedempt van het centrum tot aan het Van Starkenborghkanaal. Het nieuwe uiteinde werd van Noorderhoogebrug een paar honderd meter naar het oosten verlegd. In Uithuizen werd ook het noordelijkste uiteinde in 1955 gedempt om ruimte op de Blink te scheppen, om het dorpscentrum te verfraaien. Dempen was een teken van de tijd.

De werkzaamheden houden nooit op. In Uithuizen wordt de haven na ruim zestig jaar opnieuw uitgegraven, ook nu voor een mooier dorpscentrum. En rond Bedum woeden discussies over een verplaatsing van een stuk Boterdiep om de uitbreiding van de zuivelfabriek mogelijk te maken. Cultuurhistorie tegenover economie. Ons Boterdiep. We hopen op een wijs besluit.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde het Boterdiep bij het waterknooppunt in Onderdendam.