vrijdag 31 december 2010

woensdag 29 december 2010

IJzig Noordpolderzijl

Noordpolderzijl: de kleinste getijdenhaven van Nederland is dichtgevroren. Vertrek en aankomst per schip zijn tot nader orde uitgesteld. Alleen lopend kom je nog een eind, maar ook dan houdt het na pakweg 800 meter op.

Het komt wel voor dat je over de bevroren Waddenzee van of naar Rottumeroog kunt lopen. Het verhaal gaat dat de dochter van de strandvoogd van Rottum aan het eind van de 19e eeuw zonder toestemming van haar strenge vader over het ijs naar Noordpolderzijl vluchtte. Reden: haar liefde voor een schoolmeester in Usquert.

Ze kwam na een ongetwijfeld barre tocht behouden bij haar geliefde aan. De onderwijzer van Usquert werd ontslagen, waarschijnlijk op last van haar vader. Het gelukkige stel was genoodzaakt verder geluk in een ander deel van het land te zoeken.

Erik de Graaf

maandag 27 december 2010

De prijs van de overwinning

Sinds een dikke week is het Groninger Museum weer open. Met een expositie over Het Onbekende Rusland hoopt het heropende museum tot mei 2011 weer vele bezoekers te trekken. Oriëntalistische schilderkunst 1850-1920, zo luidt de ondertitel van de prachtige schilderijententoonstelling uit de soms al afgescheiden delen van het “Russische Zuiden”.

Het Onbekende Rusland toont een compleet andere kant van het immense, inmiddels afgebladderde wereldrijk. Het gaat niet over de Russische Ziel (wat daar ook voor doorgaat), maar over het islamitische oosten, waarmee Rusland tot op de dag van vandaag te kampen heeft. Schilderijen met derwisjen in feestgewaad, de koranschool in Samarkand en vele dromerige oriëntaalse vergezichten. Je zou bijna zin krijgen er op reis te gaan. Niet voor niets begon Louis (86) na het zien van de beelden te vertellen over zijn reizen naar Afghanistan van vóór 1979.

Vóór 1979. Toen ging dat nog. Op 26 december 1979 vielen Sovjettroepen Afghanistan binnen om het islamitische fundamentalisme een halt toe te brengen, dat na de Islamitische Revolutie in Iran het oriëntaalse zuiden van de Sovjetunie (bijvoorbeeld Oezbekistan en Turkmenistan) destabiliseerde. De Sovjets pakten dat gruwelijk aan, typisch Russisch.

Maar oorlog woedde er ook al vóór 1979. Vasili Vasiljevitsj Vereshchagin (1842-1904) was militair én kunstenaar. Hij ging embedded mee op Russische veldtochten naar Turkestan. Later schilderde hij zeven schilderijen over zijn militaire belevenis onder de titel De Barbaren. Een indrukwekkend deel van deze serie is de Apotheose van de oorlog uit 1871, waarop een piramide van schedels van gesneuvelde soldaten te zien is. Vereshchagin droeg het op “aan alle grote veroveraars, toen, nu en in de toekomst” om te laten zien wat altijd de prijs van de overwinning is.

Erik de Graaf

donderdag 23 december 2010

Hoe de grauwe vlakte groen werd...

In 1959 publiceerde Jan Gerhard Toonder (1914-1992) zijn roman Eiland in de verte, waarin hij de jeugd van zijn vader Marten Toonder senior in Warffum beschreef. In één pagina beschreef Toonder het ontstaan van het landschap tussen Warffum en Rottumeroog, het eiland in de verte, en van het karakter van haar bewoners vanaf het prille begin rond 600 voor onze jaartelling tot aan onze tijd. Prachtig:

“VOORDAT de eerste mensen er kwamen, was er onder die kille noordelijke hemel niets dan aangeslibd slijk; een gladde vlakte, die van einder tot einder reikte en waar bij stormvloed nog weer de zee over kwam rollen om de gladde klei opnieuw te doen glimmen, om de enkele rietbossen te doden en om nieuw water te doen stromen door de zeearmen, die als enige onderbreking kronkelend naar de verte leidden. Daar, waar het eindelijk dieper werd, was geen klei meer maar zand, dat zich langzaam uit de zee wist te verheffen en helmgras voedde en zich uit de kracht van de wind in eenzaamheid duinen bouwde en een eiland, een sterkte voor dat eindeloze half-land van het slib. Het moet een barre reden geweest zijn, die ooit mensen bewoog om te gaan wonen in de grauwe wereld van nat slijk onder de wolkenlucht, op die vlakte waar vóór hen alleen de slikwormen en de mosselen leefden, waar nooit veiligheid was voor het water, waar nooit geluid was dan het door een stage wind van verre aangevoerde grommen der zee; en die mensen met hun barre reden werden zwijgzaam en sterk, een volk zonder zonnigheid dat zich ook de tijd niet gunde om somber te zijn, maar dat in zijn verlatenheid alleen zichzelf als aanleiding vond om ooit te lachen.

Het is begonnen de kunstmatige heuvels te bouwen, waarop men veilig was voor de zee – en later kamen de dijken, waarachter de klei voorgoed droog werd en waar plotseling gras en graan in overvloed wilden groeien zodat de grauwe vlakte groen werd; maar ook met voedsel en zekerheid en nieuwe kleuren uit de rijkdom van de grond kwam er geen zonnigheid in dit volk, dat met een trage kracht steeds weer opnieuw het slib opzocht om er opnieuw dijken omheen te legge en om opnieuw akkers uit modder te maken. Tenslotte was het zware land zover gegroeid, dat men van de buitenste der dijken het oude zand-eiland kon zien, nog steeds van de rest der wereld gescheiden door een zee vol slib, maar bereikbaar en bewoonbaar. Dat was het rijk van de Voogd.”

Erik de Graaf

Sprinter in de sneeuw


Het sneeuwt, het is koud. En de treinen van de Nederlandse Spoorwegen komen moeizaam vooruit. Logisch toch?

Nou ja, logisch? Het is net hoe je je op de winterse omstandigheden hebt voorbereid. Op dit filmpje (of Rusland of de VS, wat maakt het uit?) raast een trein voorbij, maar je ziet vooral een sneeuwwolk.

Dat zie ik de nieuwe Sprinters van de NS niet doen. Die worden eerst ingevoerd en daarna pas op wintervastheid getest. Met als gevolg dat er na twintig centimeter sneeuw al 85 (van de 95) gloednieuwe treinen defect zijn. Dit noem ik wanbeleid!

De prijzen van de treinkaartjes zullen binnenkort wel weer omhoog gaan.

Erik de Graaf

maandag 20 december 2010

Wit-Rusland

79,67% van de stemmen beweert Loekasjenko bij de presidentsverkiezingen in Wit-Rusland te hebben verkregen. Niet zo overweldigend als de communistische verkiezingszeges in Oost-Europa in de Koude Oorlogstijd, maar toch… het komt er in de buurt.

Met democratische verkiezingen hadden de verkiezingen van gisteren niets te maken. Dat hebben ook internationale waarnemers kunnen vaststellen. Bijna 80% van de stemmen heeft hij gehaald, houdt Loekasjenko vol. En wie hem niet gelooft wordt in zijn opdracht gearresteerd en inelkaargeslagen. Nog 639 mensen zitten vanavond nog in de gevangenis voor hun deelname aan een demonstratie van de oppositie tegen de absurde uitslag.

Erik de Graaf

Vier paaltjes aan Bomans’ horizon

Het is volgend jaar veertig jaar geleden dat Godfried Bomans een week op het onbewoonde eiland Rottumerplaat, boven de Groningse kust, doorbracht. Een half jaar later, op 22 december 1971, overleed hij onverwachts aan een hartaanval. Vaak is verband gelegd tussen zijn dood en zijn op het eenzame avontuur uitgestane angsten.

Al na een uur eenzaamheid op Rottumerplaat zag Bomans “vier paaltjes op de horizon staan die er eerst niet waren”. Het bleken drie mannen en een vrouw uit Warffum te zijn, die de eenzame eilandbewoner wel eens van dichtbij wilden bekijken. Doodsbang trok Bomans zich terug in zijn tentje in het duin toen de vier het eiland over het drooggevallen Wad naderden. Na een handtekening op de schouder van een van de vier keerden ze terug naar de boot.

Vandaag zaten drie van de vier paaltjes aan tafel in café-restaurant Spoorzicht in Warffum, bijna veertig jaar ouder dan in 1971. De KRO maakt een programma over Bomans in de laatste maanden van zijn leven en was via mijn blog op de vier mannen gestuit. Met de biljartclub waren ze een dagje vissen op het Wad. “Verrek”, hadden de vier tegen elkaar gezegd toen ze in de verte op Rottumerplaat een oranje stip zagen. “Dat zal Bomans wel zijn”. Uit nieuwsgierigheid besloten ze naar hem toe te lopen.

Achteraf bleek het goedbedoelde, onschuldige bezoek van de vier een vroege ommekeer in Bomans’ gemoedsrust op Rottumerplaat te zijn geweest. “Het bezoek heeft toch veel verstoord”, gaf hij toe in zijn Dagboek. Blijkbaar had het bezoek hem ervan doordrongen dat hij weliswaar alléén op het eiland was, maar niet onbereikbaar. De eerste nacht sliep hij slecht door het gekrijs van de meeuwen. Daarna voelde hij een week lang zich ziek. Zelf bracht Bomans zijn angsten in verband met doodsbedreigingen door de Rode Jeugd, die hij in een column in De Volkskrant “raddraaiers” had genoemd.

De “drie paaltjes” waren zich vanmiddag van geen kwaad bewust, maar als ze van tevoren hadden geweten wat ze bij Bomans hadden veroorzaakt waren ze niet naar hem toe gelopen. Voor de zekerheid vroegen ze voor het interview nog even lachend af of het al verjaard was. De documentaire wordt waarschijnlijk op 13 januari 2011 uitgezonden. Het Wad bij Noordpolderzijl, vanwaar Bomans en later Wolkers naar Rottumerplaat vertrokken, zag er vandaag bij opnamen wel anders uit dan indertijd op een prachtige dag in juli.

Erik de Graaf

PS: alle stukjes over Bomans en Wolkers op Rottumerplaat vindt u hier

zondag 19 december 2010

Op een Hollands landschap

De Oostenrijk-Hongaarse dichter Nikolaus Lenau werd in 1802 geboren in Csatád, in het huidige Roemenië in de buurt van de Hongaarse grens. Sinds 1926 heet de stad Lenauheim, genoemd naar haar beroemde zoon.

Een paar weken geleden schreef ik over Lenaus trip naar Amerika in 1832, waarbij hij ook Nederland aandeed. Na een pechreis met een mankerende boot over de Rijn bleken bij Lobith zijn reisdocumenten verlopen. Pas na een knap staaltje vioolspel voor de gegoede burgerij van het Gelderse grensstadje regelde de burgemeester de juiste papieren voor het vervolg van de reis.

Zonder deze culturele omkoping had Lenau Amerika nooit bereikt. Het is de vraag of hij dat achteraf erg zou hebben gevonden. Al in 1833 keerde hij terug naar Europa, hevig teleurgesteld in het gedroomde land van de onbegrensde vrijheid.

Enkele jaren later schreef Lenau het gedicht Auf eine holländische Landschaft:

Müde schleichen hier die Bäche,
Nicht ein Lüftchen hörst du wallen,
Die entfärbten Blätter fallen
Still zu Grund, vor Alterschwäche.

Krähen, kaum die Schwingen regend,
Streichen langsam; dort am Hügel
Läßt die Windmühl ruhn die Flügel;
Ach, wie schläfrig ist die Gegend!

Lenz und Sommer sind verflogen;
Dort das Hüttlein, ob es trutze,
Blickt nicht aus, die Strohkapuze
Tief ins Aug herabgezogen.

Schlummernd, oder träge sinnend,
Ruht der Hirt bei seinen Schafen.
Die Natur, Herbstnebel spinnend,
Scheint am Rocken eingeschlafen.

Erg naar zijn zin heeft Lenau het niet gehad in het 19e eeuwse Nederland, dat hij vooral in termen van slaperigheid en inslapen beschrijft.

Erik de Graaf

donderdag 16 december 2010

Kolencentrales Wonderland

Hennie van der Most kan gaan warmlopen. Na Kernwasser Wunderland, het pretpark dat hij ooit in de nooit geopende kerncentrale in het Duitse Kalkar opende, lijken er kansen op een dubbel pretpark in de Eemshaven te ontstaan. Vorige week werd de omgeving al feeëriek met fakkels verlicht.

Vandaag stelde de advocaat-generaal van het Europees Hof van Justitie in Luxemburg dat de Nederlandse overheid de milieuvergunningen voor drie kolengestookte elektriciteitscentrales (twee in de Eemshaven en één in Rotterdam) ten onrechte heeft verleend. De vergunningen zijn in strijd met Europese regelgeving. Dat is goed nieuws!

Vorige week legde Greenpeace de bouw van de smerigste van de drie, die van Essent/RWE, voor korte tijd stil. Vandaag legt de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie een symbolische bom onder het project. Vrijwel altijd wordt een advies van de advocaat-generaal opgevolgd door het Europese Hof van Justitie. Dat is hoopvol. En het lijkt me ook verstandig en logisch dat de Raad van State, waarbij nog enkele bezwaarprocedures lopen, het advies opvolgt.

GroenLinks eiste vanmiddag dat de bouw van de kolencentrales wordt stilgelegd in afwachting van de uitspraak van de Raad van State. Van mij mogen ze ook verder bouwen, als de kolencentrales maar nooit als zodanig in gebruik gaan worden genomen. Essent/RWE en NUON waren op de hoogte van dit risico toen ze vorig jaar aan de bouw van hun CO2-giganten aan het Wad begonnen. Apropos CO2! Een bijkomend voordeel van het kappen met kolencentrales is dat de discussie over CO2-opslag in een ander perspectief komt te staan.

Allemaal positief nieuws. Hopelijk krijgt dit een logisch vervolg.

Erik de Graaf

dinsdag 14 december 2010

Radioactief spoorzoeken met de Stasi

In augustus 1977 was de Oost-Duitse communistische dissident Rudolf Bahro druk bezig met de laatste voorbereiding voor de publicatie van een boek met kritiek op het socialisme in de DDR. Enkele weken later zou het, zeer tegen de zin van de Oost-Duitse autoriteiten, onder de titel Die Alternative in West-Duitsland uitkomen.

Bahro besprak met een vriend hoe hij kopieën van het ruim 300 pagina’s dikke manuscript aan een aantal personen in de DDR en in andere Oost-Europese landen kon versturen. Nog diezelfde dag verklikte de vriend, die achteraf helemaal geen vriend maar een Stasi-spion bleek te zijn, het aan de geheime dienst. Door specialisten van de Stasi werden de kopieën radioactief gemarkeerd, waardoor binnen enkele dagen zeventien exemplaren konden worden onderschept.

Bahro werd gearresteerd en tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld. In 1979 werd hij door West-Duitsland vrijgekocht. Anderhalf jaar later diende deze kwestie (zonder dat Bahro’s naam overigens werd genoemd) aan de Juridische Hogeschool van het Ministerie van Staatsveiligheid als case hoe met behulp van radioactieve markeringen politieke tegenstanders en hun netwerken konden worden opgespoord.

Tien jaar geleden werd de inzet van radioactiviteit tegen politieke tegenstanders in de DDR onderzocht. Aanleiding was de dood van de drie prominente Oost-Duitse dissidenten tussen 1997 en 1999. Bij alledrie was de doodsoorzaak een relatief zeldzame kanker. Tijdens zijn jarenlange ziekteproces had de schrijver Jürgen Fuchs regelmatig het vermoeden uitgesproken dat zijn kanker “niet godgewild, maar mensengemaakt” was.
De bestralingen in het ziekenhuis hadden bij hem dezelfde symptomen teweeggebracht als de regelmatige fotosessies in de Stasi-gevangenis Hohenschönhausen aan het eind van de jaren zeventig. Omdat in december 1989 bij de bezetting van de Stasi-gevangenis in Gera achter een gordijn in de fotoruimte een “onorthodox geconstrueerd” röntgenapparaat was ontdekt eisten de vrienden van Fuchs na diens dood een diepgaand onderzoek.

De onderzoekers hadden geen documenten kunnen opsporen, die onomwonden bewezen dat de Stasi in haar gevangenissen doelgericht en opzettelijk door middel van radioactieve straling de gezondheid van politieke tegenstanders had willen schaden. Maar uit het onderzoek kwam wel naar voren dat ze op ruime schaal gebruik had gemaakt van haar vrijwel onbeperkte toegang tot röntgenapparatuur en radioactief materiaal in de DDR en daarbij de risico’s voor de gezondheid van mensen (en niet alléén van dissidenten) op de koop toe had genomen.

Of Rudolf Bahro in 1997 aan kanker overleed omdat hij zijn manuscripten twintig jaar eerder eigenhandig inpakte en verstuurde blijft altijd een vraag. Duidelijk is wel dat de Stasi, ook al is opzet niet bewijsbaar, bewust grote risico’s voor de gezondheid van haar kritische burgers nam.

Erik de Graaf
PS: in 2000 publiceerde ik hierover in VeeDee/AMOK

zondag 12 december 2010

Herinnering aan Holland

Vorige week ontving ik een pakje uit mijn geboortestad Vlaardingen. Van Erik aan Erik. Van De Graaf zelfs aan De Graaf. Het bevatte een artistieke interpretatie van het gedicht Herinnering aan Holland (1936) van Hendrik Marsman. Gemaakt door mijn naamgenoot de striptekenaar.

Denkend aan Holland
zie ik breede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,

rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hooge pluimen
aan den einder staan;

en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,

boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een grootsch verband.

de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,

en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.

Erik de Graaf, mijn naamgenoot dus, wijst er in zijn blog op dat het water zowel aan het slot van Marsmans gedicht als van zijn leven een cruciale rol speelde. Op de vlucht voor de oorlog in juni 1940 verdronk Hendrik Marsman in het Kanaal toen de Berenice, het schip waarop hij van Frankrijk naar Engeland wilde ontkomen, werd getroffen door een Duitse torpedo. Erik de Graaf laat beide verhalen uiteindelijk samenvloeien in water.

Erik de Graaf

zaterdag 11 december 2010

Roland Jahn wordt beheerder Stasi-archieven

Roland Jahn, journalist en voormalig burgerrechtenactivist in de DDR, is door de Duitse regering voorgedragen als nieuwe beheerder van de Stasi-archieven in Duitsland. Als de Bondsdag instemt worden de Gauck-Behörden (en later Birthler-Behörden) volgend jaar de Jahn-Behörden.

In juni 1983 werd Roland Jahn door Oost-Duitse politie vastgebonden op de trein naar West-Duitsland gezet. Enkele reis Bondsrepubliek, met een kosteloos uitreisvisum. Zéér tegen de zin van de reiziger, die liever in zijn Heimatstadt Jena was gebleven, ondanks alle repressie.

Bijna zeven jaar eerder had Roland Jahn luid tegen de onvrijwillige Ausbürgerung van de Oost-Duitse protestzanger Wolf Biermann geprotesteerd. Het had hem zijn studieplaats aan de universiteit van Jena gekost. Een half jaar later liep hij met een wit bord mee in de officiële 1 meidemonstratie in Jena, uit protest tegen het feit dat je in de DDR niet kon zeggen wat je wilde.

In de daaropvolgende jaren nam Roland volop deel aan onafhankelijke vredesbeweging in de DDR. Tegen de bewapening van het Warschau Pact, maar ook tegen die van het westen. Regelmatig viel hij op door gewaagde acties, waarvoor hij lange tijd in Oost-Duitse gevangenissen riskeerde. Na het verbod van de Poolse vakbond in december 1981 fietste hij met een vlag van Solidarnosc door Jena. En op 1 mei 1982 liet hij zich naast de tribune van de officiële mei-demonstratie in Jena fotograferen met links een Stalinsnor en rechts een Hitlersnorretje. Het was een protest tegen twee achtereenvolgende Duitse dictaturen.
In 1982 was de maat vol voor de Oost-Duitse autoriteiten. Roland Jahn werd gearresteerd en zes maanden in een isolatiecel in de gevangenis van Gera vastgehouden. In dezelfde gevangenis was zijn vriend Matthias Domaschk een jaar eerder om het leven gekomen (of gebracht?). Roland weigerde in de gevangenis in te gaan op een aanbod om naar West-Duitsland vrijgelaten te worden. De enige mogelijkheid om hem kwijt te raken was om hem met geweld naar West-Duitsland uit te zetten.

De DDR had een luis in de pels geloosd, maar schoot er achteraf niet veel mee op. Vanuit West-Berlijn ontwikkelde Roland zich tot lastpak nummer 1 voor de DDR. Als journalist bij het tv-programma Kontraste gaf hij de oppositie in de DDR een gezicht. Daarnaast ondersteunde hij zijn oude vrienden met boeken, kranten, gesprekspartners uit het westen en zelfs met een drukpers, waarop Oost-Duitse illegale tijdschriften en pamfletten werden gedrukt. Ook in West-Berlijn werd hij door de Stasi in de gaten gehouden. In 1987 vaardigde de Oost-Duitse justitie een arrestatiebevel tegen hem uit, dat pas in december 1989, na de Val van de Berlijnse Muur, werd ingetrokken.

Zodra het mogelijk was verhuisde Roland van West-Berlijn terug naar Prenzlauer Berg in het oosten. Daar streed hij onder andere voor de openbaarheid van de Stasi-archieven, die hij binnenkort waarschijnlijk zelf zal beheren.

Erik de Graaf

donderdag 9 december 2010

Fakkeldragers voor het klimaat

Ruim 250 mensen fleurden gisteravond het verlaten en besneeuwde Eemshavengebied op met een fakkeloptocht naar de kolencentrale in aanbouw van Essent/RWE. Hoog tussen de torens hingen twee Greenpeace-activisten in een tentje. Van nabij werden ze bijgestaan door elf onbevreesde hoogtewerkers met hart voor het klimaat.

Beneden werd een grafmonument ter nagedachtenis aan het wad opgericht. Wat voor mijn gevoel maar een deel van het verhaal is. Natuurlijk is het wad in gevaar, maar het veel grotere klimaat ook. En wat te denken van de mensen in de directe omgeving van de centrale? Een CO2-gigant als die van Essent/RWE is niet meer van deze tijd.

Het contact tussen de mensen in de toren en de fakkeldragers op de grond verliep via een verbinding van Greenpeace. Vastberaden klonken ze om het zolang mogelijk vol te houden. Tot vrijdag, dacht ik, want dan zou de proviand op zijn. Maar vannacht in mijn warme bed hoorde ik het onweer in de verte en de windstoten rond mijn warme huis. En de gedachten aan de activisten in de lucht hielden me zeker een half uurtje wakker, geholpen overigens door een opkomende migraine.

Vanochtend hoorde ik op de radio dat Greenpeace vannacht had besloten de actie te staken. Hopelijk nemen vele anderen de fakkel over. Vanochtend vond ik er een gedichtje over. Van Garmt Stuiveling (1907-1985). Hij was hoogleraar taalbeheersing in Amsterdam, dichter, literator en socialist. Hij schreef het gedicht in de jaren vijftig voor de propaganda van de PvdA. Niet meer van deze tijd, maar wel grappig.

Ontsteek mijn fakkel
uw wil tot de strijd
en draagt ons laaiend
geloof door de tijd!
Weest bereid!

Erik de Graaf

PS: de foto's van Leo de Vree ontving ik van de Vereniging Zuivere Energie

dinsdag 7 december 2010

Greenpeace live in de Eemshaven

Greenpeace is zojuist een actie gestart op de bouwplaats van de kolencentrale van Essent in de Eemshaven. Klimmers zijn touwen aan het spannen tussen drie kranen en gaan op ongeveer 100 meter een klimmerskamp installeren. De actievoerders zullen op grote hoogte overnachten in zogenaamde portaledges, kleine hangende tentjes. Volg de actie live vanaf het klimmerskamp op de site van Greenpeace.

Campagneleider én klimmer Florian trotseert samen met klimmer Christien de kou. 'Net als Nuon lijkt Essent zich niets aan te trekken van de 50.000 mensen die geen nieuwe smerige kolencentrales willen. Tijd voor meer en stevigere acties dus'. Vanuit het klimmerskamp houden Florian en Christien je op de hoogte. Volg Florian en Christien van Greenpeace op Twitter.

Morgenavond, op woensdag 8 december, is er om 19 uur een fakkelactie tegen de nieuwe kolencentrales in Eemshaven en de CO2-opslag in Noord-Nederland. Om 18.00 uur vertrekt er een bus van Groningen Hoofdstation naar de Eemshaven. Het wordt koud, maar de moeite waard.

Erik de Graaf

zaterdag 4 december 2010

Bevolkingskrimp & woningbouw (3)

“Prachtige bruggen vormen verbindingen naar doodlopende straatjes in een nieuwbouwplan in Warffum. Maar de straten blijven voorlopig onbebouwd, want er worden nauwelijks kavels verkocht.“

Vorig jaar en het jaar daarvoor schreef ik dezelfde regels. In het nieuwbouwplan De Laan-Zuid in Warffum is niets veranderd. Geen kavel verkocht in 2010, geen woning gebouwd. Alleen de ene woning die vorig jaar al zo goed als klaar was is inmiddels bewoond. In het dorp staan momenteel volgens Funda 31 woningen te koop. Iets minder dan een jaar geleden.

In Uithuizen is de situatie niet beter. In het nieuwbouwplan Almersma is er een enkele woning bijgekomen. En één kolossaal pand is nog in aanbouw. Ik schat in dat er nog 45 kavels te koop zijn. Plus 69 woningen volgens Funda, een stijging van acht.

Het schokkendst is echter het rijtje royale starterswoningen aan de Oldörpsterweg, dat in 2008 door de Stichting Uithuizer Woningcorporatie (SUW) in het Plan Almersma werd gebouwd. Te koop vanaf 208.000 euro per stuk, vrij op naam. Beetje duur voor een starter, vrees ik. Van de twaalf “2 onder 1 kapwoningen” is er zegge en schrijven één (=1) verkocht. Een flinke strop voor de corporatie, lijkt me, maar ook de gemeente is misschien toch wat te voorbarig geweest met de inrichting van het plan.

Erik de Graaf

woensdag 1 december 2010

Over drie jaar Champions League...

Nee, gelukkig hoefde ik dat niet te beloven toen ik vandeweek werd gekozen tot de nieuwe voorzitter van VV Warffum. Warffum is een bescheiden voetbalvereniging, waarin maximaal presteren binnen de eigen mogelijkheden en maximaal plezier in het spelletje centraal staan.

Op een goedbezochte ledenvergadering werd afscheid genomen van de oude voorzitter en de oude secretaris. Voor hen in de plaats werden drie nieuwe bestuursleden gekozen en twee jonge aspirant-leden. Ik ben erg tevreden over de uitbreiding van het bestuur tot vijf leden en over de toevoeging van de jonge aspiranten. Zij zijn per slot van rekening de toekomst van de club.

We gaan er tegenaan. U gaat nog van VV Warffum horen. Let op mijn woorden. Maar Champions League? Nee, gelukkig hoef ik het daar niet over te hebben. Dat is meer iets voor "collega" Jordania van Vitesse.

Erik de Graaf

zondag 28 november 2010

Onderduikende Indonesiëweigeraars


Jan van Luyn dook in 1946 onder in Amsterdam. Als dienstplichtig soldaat weigerde hij naar Nederlands-Indië te vertrekken om de kolonie voor Nederland te behouden. Toen zijn schip in september 1946 naar de Oost vertrok stond hij langs het water om zijn dienstmaten uit te zwaaien. Van Luyn was niet van zijn inschepingsverlof teruggekeerd, maar ondergedoken.

Vier jaar lang woonde Jan van Luyn illegaal op verschillende adressen. Overdag werkte hij zwart in de Amsterdamse haven, net als vele andere weigeraars. Pas in juni 1950, de koloniale oorlog was al een half jaar voorbij, werd Van Luyn gearresteerd. Tot zijn opluchting. In de gevangenis kon hij eindelijk trouwen met zijn meissie. Na tweeënhalf jaar gevangenschap kon hij het leven pas echt hervatten. Eind 1952.

Dit filmpje ontstond in het kader van Biografie van Amsterdam. In mijn blog schreef ik al eerder over onderduikende Indonesiëweigeraars.

Erik de Graaf

donderdag 25 november 2010

Wolkers' machtige juliochtend op de Waddenzee

Op zaterdag 17 juli 1971 loste Jan Wolkers Godfried Bomans af als “schipbreukeling” op het onbewoonde eiland Rottumerplaat. Wolkers had het er vanaf het eerste moment naar zijn zin en was een en al activiteit. Hij bouwde aan zijn symbolische hek rond het eiland met een bordje "Wolkers: 2x bellen". Toen zijn proviandkist te water raakte besloot hij te leven van wat het eiland en de zee hem bood: garnalen, paling, wier, e.d.

Wolkers spalkte een gebroken pootje van een scholekster. Hij verkende het kadaver van een zwangere zeehond en verzorgde een uitgeputte jonge zeehond. Op donderdag werd het dier opgehaald door een helikopter van de luchtmacht en naar een opvangcentrum op Texel gebracht. "De defensiekosten zijn veel te hoog", oreerde Wolkers, "maar dat mag zo blijven als we het leger omturnen. Stel je voor: de vijand valt binnen en er wordt niet teruggeschoten. Het hele leger is bezig met het redden van jonge zeehondjes".

Op 24 juli 1971 wachtten honderden mensen Wolkers op toen hij als passagier van de UQ 10 (uit Usquert) van garnalenvisser Klaas Meijer terugkeerde in de haven van Noordpolderzijl. En Wolkers maakte er zijn eigen showtje van. "Het is een schande", vond hij, "dat Klaas Meijer zijn schip moet verkopen, omdat de Waddenzee vervuilt”.

Als dank voor de overtocht wilde Wolkers de schipper zijn beeldje van Beethoven schenken, dat boven Wolkers’ “voordeur” op Rottumerplaat had gestaan (zie foto). In alle drukte gaf hij zijn Beethoven per ongeluk aan Klaas Meijers tweelingbroer. Driekwart jaar later maakte Wolkers zijn vergissing goed. In een briefje kondigde hij Meijer aan een zelfgemaakte tekening van het eiland toe te sturen, samen het Dagboek van Rottumerplaat, “waar wel enkele woordjes gewijd zijn aan die machtige juliochtend op de Waddenzee”. Klaas’ zoon Siewert publiceerde het briefje vorig jaar in een boek over Noordpolderzijl.

Erik de Graaf



dinsdag 23 november 2010

Leve het anarchisme! De fabel van Paul van Ostaijen

Boem - paukenslag - boem, dacht ik toen ik de menukaart van het Antwerpse café Quinten Matsijs las. Dit was niet alleen de stamkroeg van Willem Elsschot (1882-1960) en Jos Vandeloo (1925) geweest. Hier was ook Paul van Ostaijen (1896-1928) langsgekomen.

En wat heet langsgekomen... De kaart suggereert dat hij hier een steen door de ruit heeft gegooid. "Leve het anarchisme", riep hij luid. Ik las nog wat van de gedichten, die bij onze tafel hingen. Elsschots bekende "Mijn moeder" en het mij onbekende "Quinten Matsijs" van Jos Vandeloo uit de bundel Antwerpen, liefdesgedichten voor een stad. Ondertussen vertelde ik mijn vrouw het verhaal over Het Huwelijk van Elsschot met één van de mooiste zinnen uit de Nederlandse literatuur: "want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren”.

"Door welk raam gooide Van Ostaijen zijn steen?", vroeg ik de ober bij het afrekenen. "Ach, da's 'n fabel", antwoordde hij zachtjes, alsof de anderen het niet mochten horen. "Maar Elsschots stamcafé was dit wel", voegde hij eraan toe. Gelukkig maar, dacht ik. Anders zou ik nog gaan twijfelen of ik hier wel was.

Erik de Graaf

zondag 21 november 2010

Graafwerk zonder heftruckcertificaat

Sinds een jaar of drie schrijf ik mijn stukkies op mijn weblog met de naam Graafwerk. Al voor die tijd werkte ik jarenlang freelancerig en zzp’erig bij Bureau Graafwerk, dat (vrij nutteloos, want ik heb er eigenlijk geen tijd meer voor) nog steeds staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

De naam Graafwerk is uiteraard voortgekomen uit mijn achternaam en uit mijn hoop dat ik regelmatig na lees-, zoek- en graafwerk tot aardige en goed onderbouwde stukjes kan komen.

Graafwerk wordt echter ook weleens te letterlijk opgevat. Al een jaar of acht geleden had ik contact met de beheerder van graafwerk.nl, een ondernemer uit de uitvaartbranche, die dacht misschien met me te kunnen samenwerken. En heel regelmatig ontvang ik goedbedoelde, maar voor mijn “tak voor sport” onbruikbare post en mails over grond- en graafwerk.

Gisteren leverde dat me een fantastische aanbieding op om "snel en doelmatig" mijn heftruckcertificaat te halen bij Sjaak Kramp in Nijmegen. Nee Sjaak, voor dat soort graafwerk ben ik geloof ik niet gebouwd. Ik blijf maar gewoon bij mijn eigen leest.

Erik de Graaf

woensdag 17 november 2010

Essent en Nuon tonen hun ware gezicht...


NUON heeft Niemand ingeschakeld om de indruk te wekken dat ze groen bezig is, maar houdt achter dat ze een vieze kolencentrale bouwt aan de Waddenzee. ESSENT neemt miljoenen mensen in de maling met kletspraatjes over groene stroom, terwijl ze onder de vlag van RWE nu een nog smeriger kolencentrale bouwt naast die van NUON.

En als je iets over de misleidende reclame zegt worden NUON en ESSENT boos. GREENPEACE heeft een deel van de “duurzame reclamepraatjes” van NUON en ESSENT overgenomen voor een tegenoffensief, waardoor de ware aard van die energiereuzen zichtbaar wordt. Niemand, die van NUON welteverstaan, doet wel alsof hij aan het milieu denkt, maar in werkelijkheid is hij een smeerkees. En ESSENT verontreinigt het milieu aan de Waddenzee. En het klimaat erbij.

NUON eist dat GREENPEACE haar spotjes van radio en tv terugtrekt. Niemand is het daarmee eens. Dat wil zeggen de Niemand van NUON, want verder zou IEDEREEN ze moeten zien om vervolgens een andere energieleverancier te kiezen. Die van IEDEREEN dus, want wie wil er nog met Niemand in zee? Niemand toch?

Erik de Graaf

dinsdag 16 november 2010

Vredesverdrag 1983

Op 16 november 1983 ging ik definitief in de buitenlandse politiek (jaja!). Op een zolderkamer in Erfurt in de DDR ondertekende ik die dag een niet-aanvalsverdrag met mijn vriend Knopf, die ik een paar dagen eerder tijdens een vredesbijeenkomst in een kerk in Erfurt had leren kennen.

Friedensvertrag schreven we boven het A4-tje, waaronder later nog de foto van het historische moment werd geplakt. Knopf (het is zijn Spitzname) beloofde plechtig nooit een wapen op Erik Holland te richten. Ikzelf ondertekende mijn belofte dat nooit op Knopf DDR te doen.

Het was allemaal uiterst symbolisch. Ik had (en heb) nog nooit een wapen op iemand gericht (ik heb sowieso nog nooit een wapen gericht), maar het was Koude Oorlog en met deze “vijand” bleek ik het prima te kunnen vinden. Nog steeds. Zojuist hebben we elkaar lachend verklaard dat de afspraak nog steeds geldt.

Erik de Graaf

zondag 14 november 2010

Nikolaus Lenau in 1832 bij Lobith door vioolmuziek gered


In juli 1832 kwam Nikolaus Lenau (1802-1850) bij Lobith ons land binnen. De reis per boot over de Rijn van Heidelberg naar Nederland was teleurstellend geweest voor de Oostenrijks-Hongaarse dichter, die genoeg had van Europa en van plan was vanaf Amsterdam naar de Verenigde Staten verder te reizen. Het schip was log en traag, wat behoorlijke vertraging tot gevolg had. Bovendien was de slaapgelegenheid slecht en het voedsel abominabel.

Bij Lobith deed zich een bijzonder incident voor, dat bijna een eind maakte aan Lenaus reis naar Amerika. Door de grote vertraging van het schip waren zijn reisdocumenten verlopen. Lenau mocht zijn reis niet vervolgen. De burgemeester van Lobith dreigde hem terug naar Duitsland te sturen.

De muziek redde de dichter echter. Lenau was een begenadigd violist, die graag en veel Beethoven en Hongaarse volksmuziek speelde. Met zijn vioolklanken trok hij de aandacht van een Nederlandse grensbeambte, die “afgesneden van elke muzikale geest in zijn miserabele Hollandse gat naar mij hapte als naar een lekkernij” (door mij vertaald citaat van Lenau).

In ruil voor urenlange, afschuwelijke duetten voor viool en klarinet deed de douaneman een goed woordje bij de burgemeester van Lobith. Er werd zelfs een muzikale avond georganiseerd, waarop de burgemeester dermate onder de indruk van Lenaus vioolspel raakte dat hij zijn passage over de grens door de vingers zag.

Via Amsterdam reisde Lenau alsnog door naar Amerika. Al snel hekelde hij daar het Amerikaanse materialisme en het “eeuwige gefluister over geld” (in het Duits: Talergelispel). In een brief naar huis noemde hij Amerika de “verschweinte Staaten von Amerika”. Al in 1833 keerde hij, vermoedelijk via dezelfde weg, terug naar Europa.

Erik de Graaf

dinsdag 9 november 2010

Op het spoor in Wendland



"De beslissingen vóór kernenergie, die door weinig mensen werden genomen en voor miljoenen jaren gevolgen hebben, zijn onverantwoordelijk en aanmatigend. Dat is de reden waarom wij de protesten van de anti-kernenergiebeweging niet alleen documenteren, maar dat wij onszelf en onze foto’s als een deel van het protest beschouwen".

Het protestweekend tegen kernenergie in het Duitse Wendland is voorbij. Fotografen van in a million years, een fotoproject tegen atoomenergie, bracht de protestacties in beeld.

Erik de Graaf

maandag 8 november 2010

Vrije Republiek Wendland

Vijftigduizend mensen uit heel Duitsland waren dit weekend op de been om in Wendland te protesteren tegen kernenergie en de radioactieve gevolgen ervan. Aanleiding was het jaarlijkse Castortransport, waarmee al zo’n dertig jaar radioactief afval over spoor en weg vanuit Frankrijk naar een opslagplaats voor kernafval in het Noord-Duitse Gorleben wordt vervoerd.

Duizenden mensen blokkeerden ook dit jaar spoorrails en autowegen door middel van zitblokkades. Daarbij werden ze gesteund door boeren en burgers uit de Vrije Republiek Wendland, zoals de streek tijdens de protesten genoemd wordt. In 1984 was ik een keer aanwezig bij de acties. Met busjes van het Ökodorf in West-Berlijn reisden we door de DDR Dannenberg om aan de acties deel te nemen.

Een weekend lang heb ik verbaasd gestaan over het verzet van de bewoners van de streek tegen de dumping van radioactief afval. Het leek alsof er nauwelijks voorstanders van het zogenaamde Endlager (eng Duits woord overigens) te vinden waren in Gorleben en wijde omgeving. Boeren zetten hun trekkers pontificaal voor de transporten en een discotheekbaas deed op zaterdagavond alle lichten op zijn parkeerplaats uit, zodat de demonstranten in alle rust het spoor konden saboteren. Van een afstand, voor de buis dus, leek me die sfeer in de afgelopen dagen nog niet veranderd.

De beslissing van de regering-Merkel om een flink aantal kerncentrales in Duitsland langer open te houden kan bepaald niet op een breed draagvlak rekenen in Duitsland en heeft veel protest en verzet aangewakkerd. Hopelijk worden nieuwe kerncentraleplannen ook in Nederland niet in dank afgenomen. De eerste protesten zijn al gesignaleerd in Pieterburen.

Erik de Graaf

woensdag 3 november 2010

Josephus Jitta keurt Indonesiëweigeraars

Theo Toebosch schreef Uitverkoren zondebokken over de Nederlands-joodse familie Josephus Jitta. Op een of andere manier was ik altijd gefascineerd door de naam Josephus Jitta. Jaren geleden kwam ik hem tegen in het archief van de linkse advocaat en PSP-senator Hein van Wijk (1907-1981). Van Wijk was advocaat geweest van jonge mannen, die tussen 1946 en 1949 weigerden zich als soldaat naar de koloniale oorlog in Nederlands-Indië te laten verschepen.

Een tegenspeler van Hein van Wijk was prof. mr. A.C. Josephus Jitta (1887-1958), in die tijd voorzitter van de Commissie van Advies inzake Gewetensbezwaren tegen de Krijgsdienst. Die commissie moest toetsen of gewetensbezwaarden religieus en pacifistisch genoeg waren om als principieel dienstweigeraar erkend te worden.

In augustus en september 1947 reisde de professor naar Nederlands-Indië om een onderzoek in te stellen naar weigerachtige dienstplichtigen, die ondanks hun beroep op de dienstweigerwet in Indië waren terechtgekomen of pas daar een beroep op die wet hadden gedaan. In zijn rapportage, NIET VOOR PUBLICATIE BESTEMD, aan de minister van Oorlog schreef Josephus Jitta dat bij de troepen in Indië slechts 24 principiële dienstweigeraars bekend waren. Negentien overigen hadden bij aankomst in Indië blijkbaar gewoon zonder morren dienst genomen.

Die 24 dienstweigeraars waren door de Krijgsraad in Batavia wegens “desertie in tijd van oorlog” tot een milde celstraf van drie á vier maanden veroordeeld. Op voorwaarde dat ze na hun boetedoening hun militaire dienst in Indië zouden hervatten. Veertien van hen hadden na hun straf aan die voorwaarde voldaan. Met een aantal van hen sprak Jitta uitgebreid.

Opvallend is dat zij lijken te zijn veranderd van dienstweigeraars in toegewijde militairen. In zijn rapport bagatelliseert Josephus Jitta de bezwaren van de weigeraars. Ze waren niet principieel, vond hij, maar veroorzaakt door angst voor het vreemde buitenland of door heimwee naar ouders of verloofde. In hun angst hadden sommigen ze zich in Nederland laten voorlichten over de mogelijkheden om onder de dienstplicht uit te komen. Josephus Jitta adviseert de minister “een strafvervolging wegens opruiing tot desertie” tegen de Groningse advocaat S.K. de Waard in te stellen. De Waard zou enkele militairen hebben aangemoedigd onder te duiken, “waardoor van de hele zaak waarschijnlijk niets meer terecht zou komen”.

Van 43 weigeraars in Indië, in Nederland waren er véél meer, konden er naar de mening van Josephus Jitta uiteindelijk maar twee erkend worden. De doopsgezinde S. de Boer en een Zevendedagsadventist, J. Vennik. Van twee andere weigeraars, Bouke Planting en H.J. van der Woerd, waren de bezwaren volgens Josephus Jitta overwegend van politieke aard en daarom niet als gewetensbezwaren te erkennen.

Josephus Jitta besloot zijn rapportage met een persoonlijke opmerking: “Dat 80.000 Hollandse jongens uit alle steden en dorpen, van iedere stand en geloof, Indië leren kennen en waarderen en hun indrukken schrijven naar huis, is van niet te schatten betekenis”. Inmiddels wordt toch wel iets anders tegen die episode aangekeken.

Erik de Graaf

zondag 31 oktober 2010

Harry Mulisch en de geest van de tijd

Het is mijn overtuiging, dat de tweede wereldoorlog tot het einde der tijden een oriëntatiepunt zal blijven, - en in elk geval is dat te hopen”, schreef Harry Mulisch in 1972 in De toekomst van gisteren.

Of Mulisch gelijk zal krijgen is inmiddels zeer de vraag, maar in zijn eigen oeuvre vormt de Tweede Wereldoorlog de rode draad. Vanuit 1972 gezien zowel gisteren als in de toekomst. Met fantastische werken die in het collectieve geheugen gegrift staan. Niet eens doordat ze nog zo gelezen worden, maar mede doordat ze vaak richting gaven aan de maatschappelijke discussie over de Tweede Wereldoorlog.

In 1959 relativeerde Mulisch met Het stenen bruidsbed het beeld van heldhaftigheid van het Nederlandse volk tijdens de bezetting (overigens kort na W.F. Hermans’ De donkere kamer van Damocles in 1958). Enkele jaren later volgde Mulisch als journalist het proces Eichmann in Jeruzalem. Zijn beschrijving van het proces in De Zaak 40/61 (1962) katalyseerde de terugkerende belangstelling voor de oorlog aan het begin van de jaren zestig in Nederland. De aanklacht van aanklager Gideon Hausner tegen Eichmann was een eindeloze opsomming van nazi-misdaden, stelde Mulisch vast, die suggereerde dat alleen Eichmann daarvoor verantwoordelijk was. “Maar tegelijk ontlast deze procedure de andere nazi’s op een volstrekt ongeoorloofde manier. Ik ben ervan overtuigd dat Hausners aanpak in Duitsland grote tevredenheid wekt”.

Opvallend is dat Harry Mulisch de Tweede Wereldoorlog een halve eeuw lang beschreef, maar steeds vanuit de geest van de tijd. Halverwege de jaren zestig werd de Tweede Wereldoorlog voor Mulisch, net als voor de wat jongere generatie van Provo, een soort wapen in de strijd tegen de oorlogsgeneratie. In Bericht aan de rattenkoning (1966) beschreef hij Provo als een verbinding “tussen zaken als Claus en Klaas, republiek en Gnot, anarchisme en Image, atoombom en Hoempapa” (p. 71). De aanslag uit 1982 trekt de lijn van de Tweede Wereldoorlog door naar de angsten in de Koude Oorlog en Siegfried (2001) is de afsluiting van Mulisch’ oorlogsoeuvre in een periode dat de wereld de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog voor een ander religieus conflict verruilde.

Ik ben de Tweede Wereldoorlog” is een steeds terugkerend citaat van Mulisch. In die zin is de Tweede Wereldoorlog gisteren ook overleden. Maar zoals we Mulisch’ werk nog wel een poosje zullen herlezen zullen we ook nog vaak terugdenken aan de donkere jaren '40-'45.

Erik de Graaf

zaterdag 16 oktober 2010

Plaatselijk een bui

Vanochtend uit bij VVSV ’09, een fusieclub van UVV uit Ulrum en Zeester uit Zoutkamp. Zeester. Dat je zo’n clubnaam opgeeft. En dan nog wel voor VVSV ’09: Vol Vertrouwen Samen Verder. Het eerste speelt altijd in Ulrum, het tweede in Zoutkamp. De C’s in Ulrum, de D’s weer in Zoutkamp. VVNV, vol vertrouwen netjes verdeeld.

Mijn favoriete voetbalteam, Warffum C1, speelde vanochtend zijn vroegste uitwedstrijd van het seizoen en ik stond natuurlijk op het lijstje om te rijden. Bij het eerste fluitsignaal om klokslag negen uur kwam de regen met bakken uit de hemel. In de tweede helft was er plaatselijk een bui. Op de helft van de thuisclub brak de zon door, terwijl het in het Warffumse doelgebied bleef regenen. Een regenboog completeerde het beeld. De pot goud stond aan de Ulrumse kant: 8-0. Ze kunnen vol vertrouwen samen verder. Warffum droop af.

Erik de Graaf

zondag 10 oktober 2010

Snelle 4 mijl van Groningen

Snelle jongens op de 4 mijl van Groningen. Te snel voor mijn camera op weg naar een parcoursrecord (17.36 minuten). Anderhalf uur later kwam mijn favoriet langs. Voor ik er erg in had was mijn zoon voorbij in zijn groene Kyteman t-shirt. Op zijn laatste meters naar de finish op de Vismarkt. Zijn tijd: 32.33.1 minuten. Mijn familierecord van vijf jaar geleden (30.11 minuten) bleef fier overeind.

Erik de Graaf

Tante Tonja uit Odessa

We woonden in Vlaardingen-West, maar trokken allebei naar het oosten. Mijn oude buurjongen, met wie ik 35 jaar geleden naar concerten van Genesis of Led Zeppelin ging, schrijft tegenwoordig prachtig over zijn reizen naar Rusland en de oude Sovjetunie.

Het verhaal over tante Tonja in Odessa wil ik niemand onthouden. Hoe ze onschuldig in Stalins goelag verzeild raakte en een dikke halve eeuw later de eindjes aan elkaar knoopte door borrelglaasjes te beschilderen. Prachtig verhaal, Egbert.

Voor wie benieuwd is: lees eerst deel 1, daarna deel 2.

Erik de Graaf

zaterdag 9 oktober 2010

Stasi- en BVD-dossier

In augustus 1985 werd ik lid van de Vereniging Nederland-DDR in Amsterdam. Schoorvoetend, mij volledig bewust van het propagandistische karakter van die club, maar toch uit vrije wil. Het lidmaatschap was gratis en als dank ontvingen de leden het bonte tijdschrift DDR Revue en in het Nederlands vertaalde redevoeringen van DDR-opperhoofd Erich Honecker. Ken uw vijand, dacht ik. Bovendien was het een goedkope manier om mijn DDR-documentatie op peil te houden.

Achteraf was het een grappig moment om me als lid aan te melden van zo’n zwaar door de communistische DDR gesubsidieerde club. Zonder dat ik het wist had de Stasi in Oost-Berlijn een paar weken eerder, op 25 juli 1985, mijn contacten met de linkse oppositie in de DDR “beloond” met een zogeheten Einreise- und Transitsperre tot en met 31 december 1985. Dat hield in dat ik in die periode niet tot Oost-Duits grondgebied toegelaten zou worden, ook niet voor de doorreis (Transit) van West-Duitsland naar West-Berlijn of verder naar Polen of Tsjechoslowakije. Tien dagen later, op 5 augustus, werd mijn Einreise- und Transitsperre omgezet in een Einreisefahndung mit Beobachtung. Voortaan moest er in Oost-Berlijn iemand achter mij aan gestuurd worden met als doel mijn ontmoetingen met dissidenten te documenteren.

In het najaar van 1985 zocht de Vereniging Nederland-DDR een vertaler van Oost-Duitse propaganda. Als vers afgestudeerde, werkloze leraar Duits en Nederlands schreef ik een brief waarin ik solliciteerde naar die baan in Dresden. Vooral die werkloosheid leek me een pré, want daarmee was ik in Oost-Duitse ogen een slachtoffer van het kapitalistische systeem. Van tevoren had ik mijn plan met enkele Oost-Duitse staatsvijanden besproken, misschien wel van een afstandje beobachtet of gadegeslagen door mijn volgers van de Stasi. Mijn vrienden, antimilitaristen en mensenrechtenactivisten, zagen er de grap wel van in, maar waarschuwden ook voor de risico’s. Verder verwachtten ze niet dat het zou lukken, want volgens hen was er grote kans dat de Stasi me al in de smiezen had.

Na een paar weken ontving ik een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek in Amsterdam. Kort voor de afgesproken dag heb ik afgebeld, omdat ik geen realistische mogelijkheden zag om de vertaling van DDR-propaganda te combineren met staatsvijandelijke, oppositionele contacten. In mijn Stasi-dossier heb ik niets over deze sollicitatie teruggevonden. In mijn BVD-dossier wordt op 14 augustus 1985 vermeld dat ik lid van de Vereniging Nederland-DDR (afgekort VND, zie illustratie) ben geworden. Waarom konden zij ook niet weten.

Erik de Graaf

woensdag 6 oktober 2010

Spion Bartholomäus Runge

Afgelopen week constateerde ik dat er veel Duitsers op Graafwerk kwamen voor Der Stasi-Pfarrer uit juni 2009, ook te lezen als De Stasi-dominee. Een korte zoektocht leidde tot het geheim. Op enkele regionale televisiezenders, onder andere in Beieren, werd vorige week de film Deckname Bartholomäus Runge uitgezonden. Over Oost-Duitse dominees, die als spion voor de Stasi werkten.

In De Stasi-dominee schreef ik over mijn herinneringen aan een kerkelijke vredesbijeenkomst in januari 1982 in het Oost-Duitse Jena. “Geen poen voor raketten” luidde de titel van de avond, waarvan de voorzitter, dominee Konstantin Stanescu (zie foto), na afloop zijn verslag afleverde bij de geheime dienst Stasi. Ondertekend met zijn schuilnaam Bartholomäus Runge.

Helaas biedt onze kabelmaatschappij de Beierse televise niet aan. Hopelijk is de film binnenkort ook op internet te zien. Overigens is Stanescu al jaren geleden overleden. Jammer, ik had die avond in 1982 graag nog een keertje met hem doorgesproken. Zijn analyse van de wapenwedloop ging toch een beetje mank.

Erik de Graaf

dinsdag 5 oktober 2010

Voor is voor, tegen ook!

“Wie voor is stemt tegen, wie tegen is stemt voor. Makkelijker kan ik het niet maken”, riep dagvoorzitter Houben afgelopen zaterdag op het extra CDA-congres. En hij leek verbaasd dat het niet helemaal helder was.

Vanmiddag ging het al beter. De voorstanders uit de CDA-fractie stemden vóór het regeer- en gedoogakkoord. De tegenstanders echter ook.

Ze beginnen het al een beetje te begrijpen bij het CDA. Nog een paar nachtjes slapen en iedereen stemt naar eigen goeddunken. Misschien nog net op tijd voor de eerste motie van wantrouwen.

Erik de Graaf

Daltons dood in Coffeyville

Recidivisten van de taaiste soort waren het, onverbeterlijke schurken. Joe, Jack, William en Averell Dalton, de beroemde Daltonbende uit de strips van René Goscinny en tekenaar Maurice de Bévѐre (oftewel: Morris) beroofden banken en postkoetsen en maakten het wilde westen onveilig. Alleen lieten ze zich elke keer weer oppakken door de lonesome cowboy Lucky Luke en, als het zelfs hem niet lukte, door zijn schaduw.

De vier stripbroers waren volle neven van de historische gebroeders Dalton, die in Vogelvrij (1952), de eerste Lucky Luke, optraden. Bob, Bill, Grat en Emmett Dalton kregen het aan de stok met Lucky Luke en vonden aan het einde van het verhaal de dood in Coffeyville in Kansas. Ze werden met hun laarzen aan begraven.

In datzelfde Coffeyville in Kansas waren op 5 oktober 1892 ook in werkelijkheid twee van de historische Daltons om het leven gekomen. Bob, Grat en Emmett Dalton (broer Bill kon niet meedoen, omdat hij net een gevangenisstraf uitzat) wilden die dag met enkele handlangers twee banken tegelijk beroven. Dat was iets te veel van het “goede”. De Daltons werden herkend. Bill en Grat (en twee handlangers) sneuvelden in een vuurgevecht.

Emmett Dalton overleefde en kreeg levenslang. Hij kwam in 1907 vervroegd vrij. Hij verhuisde naar California en beterde zijn leven. Jarenlang toerde Emmett Dalton rond om de jeugd voor de criminaliteit te waarschuwen. Bovendien schreef hij de boeken Beyond the law (1918) en When the Daltons rode (1931), die beide verfilmd werden. Emmett stierf in 1937 een natuurlijke dood, als eerste Dalton in twee generaties.

Erik de Graaf


dinsdag 28 september 2010

Petitie tegen CO2-opslag

Kolencentrales stoppen”, zag ik anderhalve week geleden op een groot spandoek in het centrum van het Duitse Aken. Vandaag zag ik in de Groningse Eemshaven hoe, tegen alle gezond verstand in, twee kolencentrales uit de grond worden gestampt.

Voor het CO2-probleem wordt een onzekere oplossing gekozen. Ondergrondse CO2-opslag in Groningen en Drenthe. Voor wat in Barendrecht niet lukte door massale protesten van de bevolking wordt nu middels een “brede maatschappelijke discussie” in het noorden draagvlak gezocht. Geen discussie met open vizier, want de organisatoren, waaronder grote energiebedrijven, zijn tegelijkertijd de pleitbezorgers van de ondergrondse CO2-opslag.

Tijd voor een kritische blik, zoals van de Vereniging Zuivere Energie, Co2ntramine of Greenpeace. Of voor ondertekening van een PETITIE. Laten we kappen met kolencentrales. Dat is niet de enige, maar wel een belangrijke stap naar de oplossing van ons zelfveroorzaakte CO2-probleem.

Erik de Graaf

zondag 26 september 2010

Ceausescu even op het verkeerde been gezet

Treinend, bussend, liftend en lopend reisde ik in 1980 van Wenen via Hongarije, Roemenië en Bulgarije naar Griekenland. Het was niet mijn eerste Oost-Europa-ervaring, maar Zuidoost-Europa was toch andere koek. Roemenië bereikte ik half september 1980 per trein vanuit Hongarije. De eerste Roemeense stad was Oradea. Ik stapte uit de trein, zwaaide nog naar een treinwagon Poolse medereizigers en liep de stationshal in. Vanuit de geordende “vrolijkste barak van het socialisme”, zoals Hongarije vaak genoemd werd, was het wel even wennen in Roemenië.

Mensen krioelden door elkaar, waren vaak een slag donkerder dan in Hongarije. Dit waren Roma, wist ik, de zigeuners waarvoor veel Hongaren me in de afgelopen dagen hadden gewaarschuwd. “Pas op, ze stelen als de raven”, werd me in het oor geknoopt. Ik voelde me onzeker in die overvolle en smerige stationshal, controleerde steeds weer of mijn portemonnee nog in mijn achterzak zat. Toen ik het bord met de vertrektijden van de trein naar Cluj-Napoca zocht schoten twee mannen me te hulp. Ze wezen me mijn treintijd, brachten me naar perron 4 en probeerden ondertussen te achterhalen vanwaar ik kwam en waarheen ik ging. Bij het afscheid vroegen ze me of ik sigaretten had, westerse wel te verstaan. Die had ik niet. Ik kreeg een hand bij het afscheid.

De trein stond al klaar. Een dubbeldekker, die dienst deed als boemel naar Cluj. Ik wurmde me met mijn rugzak door het nauwe trapgat naar beneden en vond de laatste zitplaats. Naast me zat een vrolijke, dikke zigeunerin van een jaar of dertig. Felgekleurde kleding, een rood-geel-groene hoofdoek en grote gouden oorbellen. Ik had het idee dat ik haar niets hoefde te vertellen, ze kende mijn toekomst allang. Toen de trein zich schokkend in beweging zette kwam er een oude vrouw in onze wagon staan. Ik stond op en wees haar mijn zitplaats. Verbaasd ging ze op mijn uitnodiging in, als dank kreeg ik een aai over mijn bol. Vriendelijk stelde ze me de bekende vragen: waar ik vandaan kwam en waar ik naartoe ging. Of ik alleen reisde en of ik getrouwd was. Na een paar stations stapten de vrouwen uit, maar betrad een compleet zigeunerorkest de trein. Ze speelden viool, accordeon en ze zongen. Aangeschoten, maar zuiver en melancholisch. Schitterend.

Ondertussen bewogen we ons voort door een fantastisch Transsylvanisch landschap. Bossen, bergen, idyllische dorpjes. Ik vroeg hoe het volgende station heette. Bratca. “Is er een camping?” – nee -. “Is er een hotel?” – nee -. Toch stapte ik uit. Om 16.08 uur op station Bratca. Even later stond ik alleen tussen de rails. De andere uitgestapte reizigers waren al in de maisvelden verdwenen. Ik liep naar het dorp. Er dromden twintig mensen om me heen, maar niemand wist waar ik kon overnachten. Dan maar een dorp verder, dacht ik, maar een paar honderd meter buiten het dorp wachtten twee mannen me op. “Kom maar met ons mee”, zeiden ze nu. In het dorp konden ze me niet uitnodigen, want de omgang met westerlingen was in Roemenië verboden. Ceausescu heerste nog met straffe hand, maar werd die dag op het verkeerde been gezet. Buiten het dorp, ver in de maisvelden, vierden we feest.

Erik de Graaf

maandag 20 september 2010

Kyteman swingt in Aken

“Hé Colin, ik speel bariton”, zei een jonge Duitse vrouw na afloop van het Kytemanconcert op de markt in Aken. “Heb je nog een baritonspeler nodig?”
Mister Kyteman Colin Benders antwoordde met een wedervraag: “Heb je morgen iets te doen?” De afspraak leek compleet. Ik ben benieuwd of er een dag later, op zondagavond, een bariton meeblies in het concert van Kytemans Hiphop Orkest op de Grote Markt in Brussel.

Het korte gesprekje leek me karakteristiek voor de werkwijze van het Hiphop Orkest. Spontaan, impulsief, open en uitnodigend. Alles kan, als het de verrukkelijke mix van rhythm & blues, rap, hiphop en free jazz maar ten goede komt. Vorig jaar september ging ik op uitnodiging van mijn zoons mee naar een Kytemanshow in Groningen. Aanvankelijk met reserve, maar al na de eerste klanken was ik verkocht.

Afgelopen zaterdag reisden we naar Aken voor een van de zeldzame concerten van het orkest. En we zagen dat een volle Markt eerst niet goed wist wat er gebeurde, maar vervolgens volkomen plat ging voor de anarchistische swing. Mooi te merken dat de nieuwe nummers net zo meeslepend klonken als het bekende werk. Genoten. En de Belg die de hele avond vlak voor me stond met zijn statief wordt vriendelijk bedankt voor zijn filmpjes.

Erik de Graaf

woensdag 15 september 2010

Onder palmen in het zuiden…

Waar zal eens je laatste rustplaats zijn? Tja, dat kun je niet altijd weten. Heinrich Heine leefde in zijn laatste jaren in Parijs, omdat hij in Duitsland niet zo geliefd was. “Onder palmen in het zuiden of onder linden aan de Rijn?”, vroeg Heine zich dichtend af.

Het werd er grofweg tussenin. Zijn laatste rustplaats vond hij op de begraafplaats van Montmartre in Parijs. In 1856 op 58-jarige leeftijd. Vanaf 1883 wordt hij vergezeld door Frau Heine, zoals zijn Mathilde op het grafmonument kortweg wordt genoemd. “Und so friert er nicht alleine”, schreef Wolf Biermann in 1979 in het gedicht Auf dem Friedhof von Montmartre.

In hetzelfde gedicht vertelt Biermann dat de nazi's zich tijdens de bezetting van Parijs ergerden aan de naam van de joodse schrijver op de Parijse begraafplaats. Regelmatig verwijderden ze zijn naam van het grafmonument, maar telkens werd hij er ’s nachts weer door Fransen opgeschreven. En nog steeds leggen ze verse bloemen.

Erik de Graaf

zondag 12 september 2010

Kartonnen grenswachters

“De DDR maakt gebruik van kartonnen poppen in de wachttorens langs de vrijwel ondoordringbare grens met West-Duitsland”. Dat maakte het West-Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken in het jaarverslag over 1985 bekend.

Op de honderden wachttorens langs de 1358 kilometer lange Duits-Duitse grens tussen de Oostzee en Tsjechoslowakije werden steeds vaker “kartonnen kameraden” gesignaleerd, terwijl de levende exemplaren een tiental kilometers oostelijker werden ingezet om potentiële vluchtelingen in de kraag te grijpen. De West-Duitse grenspolitie meldde in 1985 ook slechts dertig geslaagde vluchtpogingen van oost naar west (daaronder acht Oost-Duitse soldaten).

Aan de Oost-Duitse kant van de Duits-Duitse grens was een kilometersbrede zone, die niet vrij toegankelijk was en door levende grenssoldaten werd bewaakt. Een Oost-Berlijnse vriendin was afkomstig uit Teistungen in Thüringen, op enkele steenworpen afstand van de “innerdeutsche” grens bij Hessen. Zelf kon ze vrij eenvoudig op bezoek naar haar ouders, maar om haar vriend mee te krijgen was elke keer een lange procedure nodig. Spontane bezoekjes zaten er niet in, behalve als Thomas in de achterbak van de Trabant van zijn schoonvader het grensgebied in werd gesmokkeld. Met het risico dat hij als hij betrapt werd op verdenking van een vluchtpoging gearresteerd werd. Zover is het gelukkig nooit gekomen.

Erik de Graaf

zaterdag 11 september 2010

Bärbel Bohley is dood

Vanochtend is Bärbel Bohley op 65-jarige leeftijd overleden. Kunstenares en DDR-dissidente. De “moeder van de revolutie”, tegen wil en dank.

In de jaren tachtig maakte Bärbel deel uit van de Oost-Duitse oppositie tegen de communistische dictatuur. Tweemaal werd ze gearresteerd. De eerste keer op verdenking van contacten met de West-Duitse Groenen en andere vredesactivisten uit het buitenland. De tweede keer in de nasleep van een demonstratie, waaraan ze niet eens had meegedaan.

In september 1989 was Bärbel een van de oprichters van Neues Forum, de belangrijkste oppositiegroep in de vreedzame Oost-Duitse revolutie van 1989. Als woordvoerster werd ze het gezicht en zelfs de moeder van de opstand in de DDR genoemd, zeer tegen haar zin. Na de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989 was ze teleurgesteld dat de aandacht van de meerderheid van de Oost-Duitsers snel afdwaalde van politiek naar consumptie.

Vanaf 1996 woonde Bärbel veel in Bosnië en Kroatië. Ze werkte mee aan het wederopbouwprogramma van de EU in Sarajevo en vestigde zich later aan de Kroatische kust ten zuiden van Split. Daar organiseerde ze met haar Bosnische man vakantieweken voor door oorlog en ellende getraumatiseerde kinderen uit het hele voormalige Joegoslavië.

Ik heb Bärbel in 1983 in Oost-Berlijn leren kennen, kort nadat ze voor het eerst uit de gevangenis was vrijgelaten. Sindsdien heb ik haar activiteiten soms van nabij, maar meestal via de media op de voet gevolgd. Sinds ik vanmiddag een mailtje over haar overlijden ontving zie ik haar afwisselend druk politiek discussiërend voor me, maar op mijn netvlies blijf ook altijd hoe ze, in het weekje dat ik met mijn gezin in haar kinderhuis aan de Adriatische Kust bivakkeerde, vol overgave en liefde haar rotsige tuin in een paradijs op aarde omtoverde.

Erik de Graaf
Lees een In Memoriam van de Robert Havemann Gesellschaft

woensdag 8 september 2010

Boekverbranding

"Daar waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen."

De Duitse dichter Heinrich Heine schreef deze profetische woorden in 1821 in zijn tragedie Almansor (gepubliceerd in 1823) De katholieke Spaanse kardinaal Francisco Jimenez dwong de moslims van Granada in 1499 zich tot het christendom te bekeren. Korans werden openbaar verbrand.

Almansor:
We hoorden dat de verschrikkelijke Jimenez
Midden op de markten, te Granada –
Mijn tong verstart in mijn mond – de Koran
In de vlammen van een brandstapel wierp!
Hassan:

Dat was slechts een voorspel, daar waar men boeken
Verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen.

Heines woorden worden vaak in verband gebracht met de boekverbrandingen van ruim een eeuw later, op 10 mei 1933, door de nazi’s. Op de Berlijnse Opernplatz en in tientallen andere Duitse steden en dorpen werden de door de nazi’s verfoeide werken van joodse, marxistische en pacifistische schrijvers symbolisch verbrand. We kennen de gevolgen.

Overigens werd Heine ook tijdens zijn leven in Duitsland niet gewaardeerd. Vanaf 1848 woonde Heine in ballingschap in Parijs, waar hij in 1856 stierf.

Erik de Graaf

dinsdag 7 september 2010

“Kijk, zie jij een PVV-minister?”

Ik heb vanmiddag maar flarden van het debat over de formatie in de Tweede Kamer gezien, maar duidelijk was dat de oppositie een hele andere inhoud aan het begrip regering geeft dan Verhagen en Wilders doen.

Het meest viel het op in de interrupties van Pechtold, Cohen en Halsema, die het CDA voortdurend verweten een regering te vormen met een onrechtstatelijke partij als de PVV. Verhagen ging daar nauwelijks op in, maar benadrukte voortdurend dat vanuit de (aanstaande) regering geen enkele opmerking zal komen waardoor gelovigen zich gediscrimineerd zullen voelen. Daarmee bedoelt hij niet dat Wilders keurig zijn mond zal houden, maar dat Wilders’ partij geen ministers levert en dus niet tot de regering behoort.

Het spraakverwarring zit hem in het begrip regering. Terwijl de oppositie het steeds over een regeringscoalitie van VVD, CDA en PVV (Cohen zei het net ook in De Wereld Draait Door) zien Verhagen en Wilders de rechtse coalitie als een regering van slechts VVD en CDA. De PVV gedoogt in die zienswijze het regeerakkoord, maar is in hun ogen géén onderdeel van de regering. Als Wilders ergens provoceert (en dat is onvermijdelijk, vrees ik) zullen Rutte en Verhagen om het hardst roepen dat de PVV niet in de regering zit. “Kijk maar, zie jij een PVV-minister?”

In het gedoogakkoord komt precies te staan waar de PVV het VVD-CDA-kabinet niet op zal laten vallen. Wat er gebeurt als er besluiten moeten vallen over niet-vastgelegde thema’s blijft de vraag. Daarom zullen we vermoedelijk een redelijk dichtgetimmerd akkoord krijgen, als de drie de formatie- en gedoogbesprekingen toch met “succes” kunnen afsluiten.

Erik de Graaf

maandag 6 september 2010

Zwaluwen D1 tegen Feyenoord

Op een woensdagmiddag in augustus 1967 speelde ik op negenjarige leeftijd mijn eerste voetbalwedstrijd. Voor een onderlinge trainingswedstrijd tegen Zwaluwen D11 was ik ingedeeld in D13. Ik werd voor het laatst in mijn leven als spits opgesteld, maar stootte wel onmiddellijk als rechtsback door naar Zwaluwen D7.

Zwaluwen was indertijd een grote vereniging (D13 zegt al genoeg en de D’s bestonden nog gewoon uit elftallen) met een grote jongerenafdeling. Van D7 ging ik naar D2, het seizoen daarna naar D1. We hadden een goed team, dat altijd hoog ingedeeld was. Feyenoord, Sparta, SVV, Hermes DVS en Fortuna Vlaardigen, allemaal profclubs uit de regio, waren regelmatig onze tegenstander. Alleen tegen Excelsior heb ik volgens mij nooit gespeeld.

De wedstrijden tegen de jeugd van de grote clubs waren altijd bijzonder. Inhouden deden we ons nooit, maar onwillekeurig liep je tegen Feyenoord of Sparta een stapje harder. Wie weet viel je op en werd je gevraagd om bij Feyenoord te komen voetballen. Allemaal waren we jaloers op Theo Juistinga toen hem dat in de C’s overkwam (overigens heb ik als voetballer nooit meer iets van hem gehoord).

Ik vermoed dat het in 1970 was dat ik met Zwaluwen D1 op sportpark Varkenoord, vlak naast de Kuip, tegen Feyenoord D1 speelde. Langs het veld stonden cracks als Wim van Hanegem, Coen Moulijn en Wim Jansen, terwijl wij Zwaluwen als leeuwen vochten om de meestal betere Feyenoord partij te geven. Dat ging die keer verrassend goed. Als snelle, felle rechtsback speelde ik een puike wedstrijd. Ik hoopte al voorzichtig op een aanzoek toen ik de bal ver in de tweede helft bij een stand van 2-2 van grote afstand in de kruising het doel schoot. Van mijn eigen doel, wel te verstaan. Daar ging mijn carrière.

Gisteren bestond Zwaluwen 75 jaar. Een week eerder werd in het clubgebouw een fototentoonstelling over Zwaluwen door de driekwart eeuw heen. In mijn eigen fotoalbum vond ik een elftalfoto van Zwaluwen D1 uit 1970. Of ze die er ook hadden hangen weet ik niet.

Erik de Graaf

Zwaluwen D1 (1970) - staande v.l.n.r. Theo van Teylingen (mijn neef), Sjaak van Dijk, Sjaak Gogh, Sjaak Exalto, Peter de Vries, Erik de Graaf en Henk Kouwenhoven. Zittend v.l.n.r.: Bert Akihary, John Both, Fokko de Koning, Arnold van Zanten, Johan Reinhout en Ernest Kegel.

zaterdag 4 september 2010

Drie man gepasseerd...

Voor het eerst stond ik dit seizoen weer langs de kant van het veld. Mijn favoriete voetbalelftal, Warffum C1, speelde de eerste competitiewedstrijd van het seizoen. Tegenstanders waren de leeftijdgenoten van KRC, de Kantens-Rottum-Combinatie, uit twee dorpen die om demografische redenen logischerwijs geen eigen team kunnen vormen.

Door de zaterdagse boodschappen was ik de wedstrijd al vijf minuten bezig toen ik aan kwam kakken. “Waar was je nou, man?”, vroegen mijn collega vaste supporters. “Het is al 1-0, Joachim heeft gescoord”. Mooie seizoensstart met een zeldzaam doelpunt van mijn jongste zoon. Ik stelde me voor hoe hij drie tegenstanders passeerde om de bal vervolgens nonchalant over de keeper te lobben. Mijn collega supporters lieten me in die waan: “Kijk vanavond maar naar Studio Sport”.

Na 25 minuten maakte KRC gelijk. De 2-1 voor Warffum volgde kort voor rust door een afstandsschot van Nick. Leuke eerste helft met twee elftallen die aan elkaar gewaagd waren. Daar hou ik van. Ook na de pauze golfde het spelbeeld op en neer. Goede aanvallen van Warffum en snelle tegenstoten van de fysiek wat steviger tegenstanders. Halverwege de tweede helft kwam KRC op 2-2. Aan de kant van het veld verzoenden we ons al met één punt, maar in de allerlaatste seconde scoorde KRC de winnende treffer: 2-3. Tegen de verhouding in.

“Hoe maakte je dat doelpunt eigenlijk?”, vroeg ik thuisgekomen aan mijn zoon. “Oh, Garry passeerde drie man en legde hem panklaar voor. Ik kon hem onmogelijk missen”.

Erik de Graaf