zaterdag 21 april 2018

Hotel de Landbouw


Na vijf jaar noeste arbeid presenteerde de Boekgroep Noord-Groningen maandag haar lijvige boekwerk over het Hogelandspoor in een overvol Hotel de Landbouw in Usquert. Bijna 125 jaar nadat de eerste trein in 1893 van Groningen naar Roodeschool reed.

De nieuwe spoorlijn vereenvoudigde het transport van landbouwproducten en maakte de wereld kleiner voor de burgers. De ijzeren levensader bracht leven in de brouwerij. Nieuwe stations en bij elk station een herberg, een café of een koffiehuis. Ook in Usquert. Twee jaar na de eerste trein werd Hotel de Landbouw geopend. Recht tegenover het station. Als ontmoetingspunt voor boeren en handelslui. Usquert was een rijk dorp.

Schrijver Louis Stiller vertelde bij de presentatie over het station van Usquert. Hij wees aan waar de stationschef woonde en waar hij zijn moestuintje had om zijn sobere inkomen te verhogen. Initiatiefnemer Jan de Boer sprak over de huidige bedrijvigheid aan het nieuwe eindpunt van de spoorlijn, in de Eemshaven. De eerste exemplaren werden uitgereikt aan de burgemeesters Van Beek van Eemsmond en Michels van Winsum.

Vanuit de historische gelagkamer staarde ik naar de overkant van de straat. In mijn dagdroom herrees het oude stationsgebouw uit 1893. De stoomtrein uit Groningen kwam aan. Reizigers stapten uit, anderen weer in. Ik zag hoe Marten Toonder in 1910 in stuurmanuniform naar Uithuizen reisde om de dochter van peerdendokter Huizinga ten huwelijk te vragen. In de Eerste Wereldoorlog stapten er Belgische vluchtelingen uit de trein om in een schuur bij de melkfabriek aan de haven een veilig onderdak te vinden. Een wereldoorlog later vertrokken vanaf alle stations aan het Hogelandspoor joodse families naar Westerbork, op weg naar een duistere toekomst. Als Hotel de Landbouw eens kon vertellen.

Met bewondering en verwondering bladerde ik ’s avonds door tweeëneenhalf kilo spoorboek. Zoveel verhalen, zoveel foto’s. Het moet voor de schrijvers een prachtige ontdekkingsreis door tijd en Hogeland zijn geweest. Na afloop van de bijeenkomst staken veel genodigden de straat over om de trein naar Roodeschool of Groningen te nemen.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde het uitzicht vanuit Hotel de Landbouw in Usquert. Deze aflevering in de serie "Op verkenning door Het Hogeland" verscheen op donderdag 19 april in de advertentie van de BMWE-gemeenten in de Ommelander Courant.

vrijdag 20 april 2018

Les in de zwemkunst


In 1902 werd voor het eerst een zwembad geopend in Warffum. Het plan was in 1900 bedacht door de Vereniging ter Bevordering van Welvaart te Warffum, een voorloper van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen. “Een zwembad was van algemeen belang met het oog op de veiligheid bij het zwemmen van schoolgaande jongelui”, vond de veearts Lameris. De gemeente Warffum sprong financieel bij door zes renteloze aandelen van honderd gulden aan te schaffen en door een jaarlijkse subsidie van zeventig gulden voor de volgende vijftien jaar in het vooruitzicht te stellen.

Aanvankelijk zou het zwembad in de haven van Warffum komen, maar de Vereniging vond een betere plek. De poel bij het spoor, die in 1893 was uitgegraven voor de aanleg van een spoordijk bij de brug over het Warffumermaar. Het terrein werd kosteloos in bruikleen gegeven door de Groninger Lokaalspoorwegmaatschappij. Die vond overigens wel dat er een hek tussen het bad en het spoor moest komen en dat er niet gezwommen mocht worden “tijdens het passeren van passagierstreinen”. Dat vond men blijkbaar geen gezicht voor de treinreizigers.

Er kwamen vier hokjes, een hek en een plank. Badmeester werd Klaas van der Molen uit Usquert, een voormalig zeekapitein. Hij mocht vijf keer naar Groningen “om aldaar onderricht te worden in het geven van les in de zwemkunst”. Van de zeebonk werd verwacht dat hij kon zwemmen, maar ooggetuigen beweerden dat hij nooit zelf in het water is geweest.

1902 was een goed jaar, maar in het jaar daarop kon door het slechte weer weinig worden gezwommen in de bad- en zweminrichting bij Warffum. Volgens het jaarverslag van 1903 regende het die zomer de ene dag nog harder dan de andere dag. Gelukkig was 1904 weer een stuk beter. Toch duurde de zwempret in Warffum maar een paar jaar. Pas in 1935 werd op dezelfde plek een nieuw zwembad geopend.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde het oude zwembad in Warffum.

vrijdag 13 april 2018

Kleine Huisjes


“Voor de brug linksaf en dan is het aan het eind van een doodlopende zijweg van een doodlopende weg”, had ik ’s ochtends tegen mijn bezoek gezegd. Een paar uur later parkeerde hij zijn auto. Hij stapte uit en keek lang om zich heen. “Vroeger mocht ik hier nooit komen”, antwoordde hij op mijn vragende blik. “Tot aan de Schaapweg en niet verder”, zei zijn moeder. Dat was in zijn jeugd, zeventig jaar geleden.

Ze zijn overal te vinden. Dorpjes en streekjes waar de “gegoede” burgerij liever niet kwam. Waar moeders het te gevaarlijk vonden voor hun kroost. Buurten met ruig volk in kleine arbeidershuisjes. Met een lapje grond voor aardappelen en groente en een varken in een hok. Lutje Hoeskes met grote gezinnen en grote armoede. Pieter Schaalma was rond 1890 de vaste arbeider voor boer Elings op Groot Hoysum tussen Den Andel en Warffum. Zijn vrouw deed huishoudelijk werk voor vrouw Elings en werkte op het land. Van hun schamele loon huurden ze een huisje van de baas. Schaalma koesterde zijn werk, omdat het vast was. Hij had het goed, ook al was hij zeven keer vierentwintig uur beschikbaar en werkte hij zich een slag in de rondte.

Door de ontwikkeling van de landbouw waren er halverwege de negentiende eeuw steeds meer landarbeiders nodig. Langs dijken en vaarten, bij boerderijen en op kruispunten werden landarbeidershuisjes gebouwd. Tussen Zuurdijk en Houwerzijl liggen de vijf huisjes bij Ewer er nu prachtig bij. Op Het Stort bij Leens is het tegenwoordig fantastisch wonen, maar vroeger werden de bewoners gemeden als de pest. In 1928 werd er op Het Stort nog een gemeentelijk armenhuis gebouwd, het Blokhoes, waarin vier armlastige gezinnen werden gehuisvest.

Ten noordwesten van Kloosterburen stonden rond 1850 vier kleine huisjes arbeidershuisjes. Door de toenemende vraag naar arbeidskrachten in de nieuwe polders werden het er twintig. Tegenwoordig staan er zo’n veertig woningen. Prima wonen, maar op het land werkt bijna niemand meer. Je kunt er nu terecht voor een BHV-cursus en voor shiatsu-massages. Kleine Huisjes heet het dorp weinig creatief, maar je kunt de naam ook zien als een eerbetoon aan de armoe van de landarbeiders in de afgelopen eeuwen.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven maakte een foto van een van de kleine huisjes in Kleine Huisjes

woensdag 11 april 2018

Warffum Alert! wacht op antwoord


Over een lang uitblijvende Reactienota van Wiebes' ministerie, een nog niet door de NAM aangevraagd nieuw Winningsplan en de zorgen van Warffum Alert! over het vervolg.

Half augustus diende Warffum Alert! namens 357 personen een Zienswijze in tegen een hernieuwde Omgevingsvergunning voor de NAM-locatie bij Warffum. Zes weken kregen we de tijd om midden in de zomervakantie onze bezwaren te formuleren. Als we een halve minuut te laat waren geweest was ons stuk ongetwijfeld niet ontvankelijk verklaard. Inmiddels wachten we acht maanden op de Reactienota van het ministerie van Economische Zaken. Dat kan dus wel.

Op een voorlichtingsbijeenkomst in Pieterzijl hoorden we uit goede bron dat we de Reactienota nu snel kunnen verwachten. Sterker, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) zou al ingestemd hebben met het Omgevingsplan, omdat er geen juridische gronden zouden zijn om het af te wijzen. Alsof onze bezwaren er niet toe doen. De NAM twijfelt echter, begrepen we tussen de regels door, of ze een nieuw Winningsplan voor Warffum zou indienen. Dat Winningsplan was eigenlijk al in het derde kwartaal van 2017 gepland, maar is nog steeds niet ingediend. Dat kan positief nieuws betekenen, maar we moeten niet te vroeg juichen. Als de NAM geen nieuw Winningsplan indient mag de gaswinning onder Warffum nog maar een kleine twee jaar doorgaan. Het huidige winningsplan geldt namelijk tot 2020. Het nieuwe Winningsplan was bedoeld om meer tijd te krijgen om ook de laatste restjes gas onder Warffum weg te pompen. Dat zou namelijk niet lukken binnen de termijn van het oude Winningsplan.

Minder fijn zou het zijn als de NAM zou proberen om het resterende gas onder Warffum vóór 2020 in versneld tempo te winnen. Dat lijkt ons niet goed voor de Warffumer bodem en voor de bewoners en hun huizen op het Warffumer Gasveld. Laten we hopen dat de NAM zo verstandig is om in deze tijd van veranderend denken over gaswinning geen nieuw Winningsplan in te dienen, maar de bodem onder onze voeten ook niet versneld en onverantwoord (of eigenlijk: nog onverantwoorder) leeg te zuigen.

Zodra we de Reactienota van de minister van EZK ontvangen organiseren we een informatieavond om met elkaar te bespreken wat ons verder te doen staat. Gaan we in beroep tegen de beslissing van de minister? Dienen we bezwaren in tegen het nieuwe Winningsplan? Het liefst vieren we een feestje, maar daar durven we niet op te hopen.

Warffum Alert!

Bijna hetzelfde stuk staat deze maand in Op en Om de Terp, het onvolprezen dorpsblad van Warffum. 

zondag 8 april 2018

Siepel in Noordwolde


Het is vijf voor twaalf volgens de torenklok van Noordwolde, maar ik maak me geen zorgen. In werkelijkheid is het een uur later, weet ik. De koster is er blijkbaar nog niet aan toegekomen om van de wintertijd zomertijd te maken. Rond de kerk heerst een toepasselijke rust op de Stille Zaterdag voor Pasen. Af en toe een fietser naar Zuidwolde of iemand die de hond uitlaat.

Het hek naar het kerkhof is open. Ik wandel langs oude graven. Langs de Mensema’s, die ongetwijfeld afstammen van de bewoners van de borg Mensema aan de Wolddijk. Zij woonden er tot in de zeventiende eeuw. In het midden van het kerkhof van Noordwolde staat de kerk. Gebouwd in de dertiende eeuw met een losstaande toren. Honderd jaar later werden kerk en toren door een extra traverse met elkaar verbonden. Rond 1640 werd de toren verhoogd en bekroond met een siepel. Waarom een ui? Dat weet niemand, verzekert een deskundige me. Een modegril van die tijd, vermoedt hij. Zo’n ui op de top is bijzonder in Nederland. Je denkt eerder aan grote Russisch-orthodoxe kathedralen. In Nederland zijn er maar twaalf kerktorens met een ui op de top. Twaalf van die siepels. Dat kan nauwelijks toeval zijn.

Tegenover de kerk snoeit een man de struiken in zijn tuin. U woont hier mooi, zeg ik om een gesprek te openen. Al drieëndertig jaar met veel genoegen, vertelt hij. Hero Beukema werd eenentachtig jaar geleden geboren in De Hoogte in Stad. Dat is eigenlijk maar een paar kilometer zuidelijker, via Zuidwolde langs het Boterdiep en dan over het Van Starkenborghkanaal heen. Hij was musicus en docent. Een kwart eeuw dirigeerde hij het Warffums Mannenkoor. Over een jaar woont hij in de gemeente Het Hogeland. Hoe lijkt dat als je zo dicht bij de stad woont, vraag ik hem. Och, we laten het hier over ons heenkomen, antwoordt hij. We verbinden de geneugten van de stad met die van het platteland. Het is goed wonen onder de siepel.

Erik de Graaf


Met een foto van Otto Kalkhoven. De hele serie vindt u in Op verkenning door Het Hogeland.

dinsdag 3 april 2018

Station Eemshaven


Nog geen twintig jaar geleden lag de Eemshaven er stil en verlaten bij. Slechts her en der een schip of een bedrijf en in de uiterste zuidoosthoek een energiecentrale. Regelmatig haalde de Eemshaven het nieuws als er weer een zeldzame vogel was neergestreken. Of als er motorraces werden verreden, die meetelden voor het Open Nederlands Kampioenschap. Ruimte genoeg in de Eemshaven.

Zoveel ruimte was bij de planvorming in de jaren zestig niet de bedoeling. De rapporten ronkten van tomeloos optimisme. De Provinciale Planologische Commissie voorspelde in 1967 de komst van olieraffinaderijen, chemische bedrijven, hoogovens, aluminiumindustrie en scheepswerven. Er zouden duizenden werknemers naar de Eemshaven komen, die ook ergens moesten wonen. Tot het jaar 2000 kon het aantal inwoners van het Eemsmondgebied met vijftig- tot negentigduizend toenemen, las ik in een oud rapport uit 1967. Dik honderdduizend mensen zouden in Delfzijl en Appingedam wonen, maar ook Spijk, Uithuizen en Uithuizermeeden groeiden fors in de dromen van de plannenmakers. Alleen Roodeschool moest buitenschot blijven, vond de Commissie in 1967, omdat de groei van Roodeschool een eventuele uitbreiding van de industrie in de weg kon staan. Zwart op wit staat het, zonder dollen. De wereld leek nog maakbaar in de jaren zestig. Niks geen krimp in de Eemsmond.

In 1973 opende koningin Juliana de Eemshaven. Drie jaar later vestigde AG Ems zich er voor een veerverbinding naar Borkum. Lang leken de vergezichten van 1967 sciencefiction, maar na 2000 nam de ontwikkeling van de Eemshaven onverwachts een hoge vlucht. Wel anders dan vroeger was gedacht. De olieraffinaderijen en de chemische industrie bleven uit aan de rand van het Wad, evenals het voorspelde arbeidsleger. Vijftig jaar na de planvorming wordt er moutbier en biodiesel geproduceerd, komt er Noorse stroom aan land en staat er een datacenter van Google. Rondom twee grote “old-school” energiecentrales staan immense windmolens duurzame energie op te wekken. Voor motorraces is al een poosje geen ruimte meer. Deze week reed wel de eerste personentrein door tot bij de veerboot naar Borkum. “Station Eemshaven - Vergeet niet uit te checken!”

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven verzorgde de fotobewerking. De hele serie bekijkt u op Op verkenning door Het Hogeland

maandag 26 maart 2018

Waker - slaper - dromer


Weer of geen weer. Een wandeling van de dromerdijk via de slaper naar de waker wordt altijd beloond met een fantastisch uitzicht vanaf de wakende zeedijk. Van Warffum tot aan het Wad. Het is een reisje door de tijd.

De eerste zeedijk boven Warffum, tegenwoordig de slaper, stamt uit de tiende of de elfde eeuw. Her en der is de oorspronkelijke Oudendijk, die van Hornhuizen tot aan Uithuizermeeden liep, nog zichtbaar in het landschap. De dijk was een halve tot een hele meter hoog. Onvoldoende om de zee bij zwaar weer te keren. Bij talloze stormen brak het water de dijk. De Allerheiligenvloed op 1 november 1570 maakte duizenden slachtoffers in Friesland en Groningen. Ook in Warffum verdronken mensen en vee.

Rond 1600 werd een kilometer boven de Oudendijk een zogenaamde kadedijk (ook wel kadijk of zomerdijk) aangelegd. Daardoor ontstonden nieuwe graslanden, waarop schapen graasden. Bij fikse stormen hielp dat niet veel. Bij de Sint Maartensvloed van 1686 verdronken in Warffum 22 mensen, 10 paarden en 88 koeien. Bovendien spoelde het water 23 huizen aan de noordkant van het dorp weg. Ruim dertig jaar later was het weer raak. Bij de Kerstvloed van 1717 verdronken 63 Warffumers. In heel Groningen waren er 2300 slachtoffers, aan de hele Waddenkust waren dat er nog veel meer. In december 2017 herdachten we dat het driehonderd jaar geleden was.

Een jaar na de rampzalige Kerstvloed legde de provincie Groningen een nieuwe dijk aan op de plek van de oude kadijk. Een kilometer boven de Oudendijk. De nieuwe zeedijk was drieënhalve meter hoog en maakte de Oudendijk in 1718 tot achterwacht. Een kleine eeuw later werd de Noordpolder aangelegd. In vier maanden tijd ontstond een nieuwe 11,5 kilometer lange zeedijk, nadat daartoe een jaar eerder door koning Lodewijk Napoleon was besloten. De dijk van 1811 werd de nieuwe waker, de dijk van 1718 was voortaan slaper en de Oudendijk droomde zoet. De laatste in het rijtje waker – slaper - dromer. En het is goed dromen op de Oudendijk.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde de Klief op de Middendijk boven Warffum. Donderdag stond deze column in de Ommelander Courant. De hele serie is te lezen in Op verkenning door Het Hogeland.

zondag 18 maart 2018

Grensverkenning op het Reitdiep


Vroeger werden gemeentegrenzen aangegeven met een grenspaal, zoals er tussen Leens en Ulrum nog een staat. Of er stond een tolhuis, zoals dat bij Breede tussen Warffum en Baflo herkenbaar is. Tegenwoordig zie je de gemeentegrens op de navigatie in het dashboard of door de plaatsnaamborden aan de rand van de weg.

Het Hogeland krijgt veel natte gemeentegrenzen. Van Wierumerschouw tot aan Zoutkamp wordt het Reitdiep de grens met de buurgemeente Westerkwartier. De westgrens met Friesland loopt dwars door het Lauwersmeer van Zoutkamp tot Lauwersoog. En vanaf de Cleveringsluizen gaat de noordgrens boven Rottumeroog en Rottumerplaat langs en vervolgens weer terug naar de Eemshaven. Daar gaat de grens weer aan wal. Water verandert in asfalt. Terug naar Bedum en Adorp volgt de gemeentegrens grofweg de Eemshavenweg.

Stukje bij beetje verkennen we de grens van Het Hogeland. Onlangs liepen we een heel eind langs het Reitdiep richting Zoutkamp, over de hard bevroren oever en soms een stukje over het ijs. Ooit was de Hunze een meanderende rivier naar de Lauwerszee, compleet met eb en vloed tot in Groningen. Begin zeventiende eeuw werden zeven bochten afgesneden om het scheepvaartverkeer te vergemakkelijken. De rivier werd daardoor een diep, de Hunze werd het Reitdiep, dat vanaf Aduarderzijl nog altijd prachtig door het landschap kronkelt.

Tot aan de aanleg van het Eemskanaal in 1876 was het Reitdiep de enige open vaarverbinding van de stad met de zee. Een jaar later werd de sluis bij Zoutkamp gebouwd, waardoor het getij uit het Reitdiep verdween. Tijdens onze grensverkenning vertelde ik dat de Warffumer vader van striptekenaar Marten Toonder in 1901 als matroos op het kofschip Geertje over het Reitdiep naar de Lauwerszee zeilde om karton uit Ulrum naar Londen te brengen. En toen het ijs onder onze voeten kraakte schoot me te binnen dat Jan Altink van de kunstenaarsgroep De Ploeg in 1924 schilderde hoe ijsbrekers de vaarroute vrijmaakten voor een turfschip naar Zoutkamp. Het verleden lijkt soms ver weg, maar is vaak nog goed zicht- en voelbaar.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde de monding van het Reitdiep vorige week zondag vanaf de zeilklipper Najade uit Zoutkamp. Op verkenning door Het Hogeland is nu ook op Facebook te vinden.

vrijdag 9 maart 2018

De trein naar Zoutkamp


Vanuit de stad Groningen kun je sinds 1893 met de trein over het Hogelandspoor naar Roodeschool. Met tussenstops in Sauwerd, Winsum, Baflo, Warffum, Usquert, Uithuizen en Uithuizermeeden. Met het eindstation erbij zijn dat acht treinstations binnen de grenzen van de gemeente Het Hogeland. Vanaf volgende maand rijdt het Hogelandspoor zelfs door naar de Eemshaven. Daar kun je de boot op naar het Duitse eiland Borkum.

Tien treinstations in één gemeente, want vanaf Sauwerd in de richting Delfzijl stoppen de treinen ook nog in Bedum. Ter vergelijking: Amsterdam heeft er elf, waarvan Amsterdam ArenA alleen bij evenementen wordt gebruikt. En dan te bedenken dat er vroeger nóg een spoorlijn over het Hogeland reed. Vanaf Winsum was er vanaf 1922 een aftakking voor personen- en goederenvervoer naar Zoutkamp. Lang heeft die Marnelijn niet bestaan. Al in 1938 werd met het reizigersvervoer gestopt, hoewel dat in de Tweede Wereldoorlog weer in bescheiden mate werd opgepakt. In 1942 was het definitief voorbij. De rails werden door de Duitsers naar het Oostfront afgevoerd.

Vlak boven Winsum kun je vanuit de trein naar Roodeschool nog zien waar het spoor richting Zoutkamp afboog. Bij Eenrum zijn vanaf de provinciale weg nog resten van de spoorbrug over de Kromme Raken herkenbaar. De stations van Eenrum en Wehe den Hoorn zijn lang geleden afgebroken, maar dat van Leens is tegenwoordig als politiebureau in gebruik en dat van Ulrum als woonhuis. Bij de opstapplaats Breweelsterweg tussen Leens en Ulrum, speciaal voor de reizigers uit Hornhuizen, is nu een bushalte.

In het station van Zoutkamp heeft veertig jaar geleden brand gewoed. De bovenverdieping ging verloren, maar beneden is het oude station nog goed herkenbaar. Met sierlijke letters staat de eindbestemming ZOUTKAMP nog op de buitenmuur. Sinds kort wordt het gebouw gebruikt door Dieverdoatsie als “Station voor Dagbesteding” voor mensen met een beperking. De Wachtkamer Tweede Klasse is nu kantoor en in die van de Derde Klasse komt een werkplaats. Waar ooit kaartjes werden verkocht schildert nu een cliënt het oude station vanaf een foto.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde de stenen bruggenhoofden over de Kromme Raken tussen Eenrum en Wehe den Hoorn (foto: Otto Kalkhoven). De andere negen afleveringen in deze serie kunt u zien in Op verkenning door Het Hogeland.  

zaterdag 3 maart 2018

Fotograaf te Kruisweg


In 1916 kocht de tweeëntwintigjarige Jacob Molenhuis uit Kruisweg bij Kloosterburen voor vijfenveertig gulden een fotocamera met statief van stoffenhandelaar en fotograaf Onno Wolthuis uit Leens. Wolthuis had geen zin meer om zoveel tijd in de donkere kamer door te brengen, maar aan Molenhuis was het tweedehandsje goed besteed. Tot 1972 maakte hij er dertigduizend glasplaatnegatieven mee, waarvan er na zijn overlijden in 1987 zesduizend werden teruggevonden in zijn woning aan de Leensterweg in Kruisweg.

Jacob Molenhuis werd in 1894 geboren. Zijn vader was een ondernemende man. Behalve rietdekker was hij agent van de Holland-Amerika Lijn, die emigranten naar Amerika verscheepte. Hij dreef een tabaks- en koffiehuis in Kruisweg en handelde in zelf gevangen vogels. Zijn zilvermeeuwen werden tot in Parijs verkocht om tot dameshoeden te worden verwerkt. Op zondag gaf hij godsdienstles aan de dorpsjeugd, pro deo. De ondernemersgeest ging van vader op zoon. Jacob had een neusje voor technische vooruitgang. Hij werd rijwielhersteller, trouwde en bouwde een woning annex winkel naast zijn ouderlijk huis. Met op zolder een donkere kamer en in de schuur een fietsenwerkplaats en een fotostudio.

Op de fiets of op de motor reisde Molenhuis door de regio om huwelijken, jubilea en toneeluitvoeringen vast te leggen. Duizenden mensen portretteerde hij, van landarbeiders tot herenboeren. Bij hen thuis, op het land of in de fotostudio boven de fietsenwerkplaats. Hij maakte talloze herinneringsfoto’s van zieken en overledenen. Vaak werd de kist rechtop gezet om de overledene beter voor de lens te krijgen.

Zestig jaar lang legde Molenhuis het leven op het Hogeland vast. Hij maakte foto’s van het werk op het land en van de robbenjacht op het Wad, maar ook van de drukte op de ijsbaan en een bezoek van koningin Wilhelmina aan de boerderij Onrust in Hornhuizen. Twee spelers van de plaatselijke voetbalclub werden onsterfelijk door een foto van een kleine eeuw geleden. Fotograaf Molenhuis uit Kruisweg wordt tegenwoordig door deskundigen in binnen- en buitenland geroemd om de grote historische en culturele waarde van zijn werk.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven maakte een studioportret van Jaap Nienhuis in de stijl van Jacob Molenhuis. Alle teksten en foto's zijn te bekijken op Op verkenning door Het Hogeland.

vrijdag 23 februari 2018

Honderd jaar VV Warffum


Rond de Eerste Wereldoorlog werden her en der voetbalclubs opgericht op het Hogeland. In 1913 ontstond bijvoorbeeld de Uithuizer Football Club. UFC was een select gezelschap met een ballotagecommissie, want niet iedereen mocht lid worden. Als reactie ontstond in 1918 de arbeidersclub VV Noordpool. Vier jaar later kwamen ze alsnog samen in Noordpool UFC.

Afgelopen weekend was het feest in Warffum. Precies een eeuw geleden, op 18 februari 1918, richtte directeur Elias Maurits van der Zijl van de Rijks-HBS de Warffumer Voetbal Club op. Net als UFC was WVC een eliteclub, alleen voor leerlingen van de school. Ze wisten elkaar te vinden, want in september 1918 werd in Uithuizen een toernooi gespeeld met WVC, UFC en Noordpolderzijl als deelnemende verenigingen. Als vierde deed een elftal van op Rottumeroog gelegerde militairen mee.

De Warffumer dorpsjeugd voetbalde in die jaren op boerenland. Eerst onder elkaar, later tegen clubs uit Middelstum of Kantens. De hobbelige weilanden konden tot lelijke blessures leiden. De zestienjarige Benjamin Broekema brak zijn enkel bij Baflo en werd per trein naar het ziekenhuis in Groningen vervoerd. In 1921 werd WVC omgedoopt in VV Warffum. Tegelijkertijd werd de club opengesteld voor niet-leerlingen van de school. Thuisbasis bleef het sportveld achter de HBS aan de Oosterstraat. Na de bouw van een gloednieuwe gymnastiekzaal met kleedkamers hoefden de spelers niet meer naar de kroeg om zich om te kleden. De accommodatie inspireerde tot grootse daden. In de jaren twintig speelde VV Warffum op hoog niveau.

Die Gouden Jaren zijn inmiddels lang vervlogen, maar VV Warffum is op de huidige accommodatie aan de Westervalge niet meer uit het dorp weg te denken. Het sportieve en maatschappelijke belang van de club is groot, zoals dat voor elke dorpsclub op het Hogeland geldt. Voor Warffum reden om het eeuwfeest groots te vieren en met jong en oud vooruit te blikken naar de toekomst. Zaterdag hield de club een receptie, zondag vierde het eerste elftal feest met een klinkende overwinning tegen Kloosterburen.

Erik de Graaf

PS: Otto Kalkhoven maakte de foto van een mix van spelers van VVWarffum. Deze blog verscheen op 22 februari in de Ommelander Courant en staat op Op verkenning door Het Hogeland.  

zondag 18 februari 2018

Kronkeldörp


Van Ulrum naar Kloosterburen is maar een paar kilometer, maar tegelijk een reis van protestantisme naar katholicisme. Langzaam maar zeker doemt de Sint-Willibrorduskerk op en als je even niet oplet denk je dat je op het Groningse Hogeland een Brabants kerkdorp nadert. De Ommelanden stapten in de Tachtigjarige Oorlog over op het protestantisme, maar Kloosterburen bleef na de Reductie van 1594 in meerderheid katholiek.

Nog steeds is Kloosterburen een katholieke enclave op het Hogeland, hoewel de mis door de teruglopende kerkgang tegenwoordig afwisselend in Uithuizen, Wehe den Hoorn en Kloosterburen wordt gehouden. De katholieke sfeer is nog altijd voelbaar door de prachtige Sint-Willibrorduskerk, de kloostertuin en het jaarlijkse carnaval. Vorige week heette Kloosterburen weer even Kronkeldörp. Vrijdag overhandigde burgemeester Wiersma van De Marne de sleutel van het dorp aan Prins Carnaval Henk de Eerste. Daarna was het vijf dagen feest voor jong en oud.

Zaterdagmiddag schudde ik de hand van de trotse Prins Henk bij het kindercarnaval. Hij was in vol ornaat en werd vergezeld door een adjudant, twee grootvorsten en de complete Raad van Elf. Duizend leden telt de carnavalsvereniging van Kloosterburen, vertelde de voorzitter me. Meer dan Kloosterburen aan inwoners heeft. Daarin steekt ook de sociale betekenis van het carnaval, hoorde ik, want behalve een katholieke traditie is het ook gewoon een groot dorpsfeest. De hele winter werd in Kloosterburen en omgeving gewerkt aan de elf praalwagens, die zondag schitterden op de noordelijkste carnavalsoptocht van het land. Van Kleine Huisjes slingerde de stoet van praalwagens, Einzelgängers en dweilorkesten door het Hogeland naar Kronkeldörp. Het plezier spatte er vanaf. Een reusachtige fruitmand won de prijs voor de mooiste carnavalswagen. “Nu maken we het te bont, straks weer gezond!”, was het motto.

Dinsdag kreeg burgemeester Wiersma de sleutel van het dorp weer netjes terug. Traditioneel werd het carnaval afgesloten met het Cloosterlaid op de melodie van het Gronings volkslied:

Het mooiste feest van ’t heule land
Is carnaval op ’t Hogeland

Inmiddels is het weer rustig in Kloosterburen. Alaaf!

Erik de Graaf

Fotograaf Otto Kalkhoven nam de foto tijdens de optocht op zondag.  Donderdag in de Ommelander Courant, daarna ook op de blog van Op verkenning door Het Hogeland.

vrijdag 9 februari 2018

De Noorder Rondritten


Afgelopen donderdag kwam het bestuur van de IJsvereniging Noorder Rondritten in Baflo bijeen. Niet vanwege Harma Boers nachtvorstvoorspellingen, maar voor een reguliere maandelijkse bespreking ter voorbereiding op de Groningse schaatsklassieker. Jaar in jaar uit vergaderen acht bestuurders en twee ijsmeesters over de draaiboeken en worden de contacten met achtentwintig ijsverenigingen langs de route warm gehouden.

Elfmaal werden de Noorder Rondritten langs prachtige winterse decors over het Hogeland verreden. Scheuveln en batlopen, zo’n honderdvijftig kilometer lang. Op 8 januari 1940 voor het eerst om het derde lustrum van de Noorder IJsbond te vieren. Vierhonderd schaatsers trotseerden een ijskoude oosterwind. Een kwart van hen voor de wedstrijdtocht van Winsum naar Winsum, maar “langs een fatsoenlijke omweg”. Via Bedum naar Noorderhoogebrug, over het Damsterdiep naar Appingedam, terug naar Uithuizen, Kantens, Warffum en via Baflo en Kloosterburen naar Zoutkamp. En vandaar weer terug naar Winsum. Het was druk langs de route. “Een Groninger Dag op de schaats”, volgens het Nieuwsblad. Met Stadjer Gerrit Duiker als winnaar in 7 uur en 41 minuten. Betsie van der Ploeg uit Westerwijtwerd was de snelste vrouw.

Tien keer werden de Noorder Rondritten daarna nog geschaatst. Versnipperd over de tijd op hetzelfde winterse ritme als de Friese Elfstedentocht. In de barre winter van 1963 won Jan Uitham uit Noorderhoogebrug de door dooi en slecht ijs tot achtentachtig kilometer ingekorte rit. In 1985 en 1986 werd de Albert Bakker de Groningse Evert van Benthem door de rit tweemaal te winnen. Op 8 januari 1997 was het voor het laatst raak, met tienduizend schaatsers deze keer. Arnold Stam ging in Baflo juichend over de finish. Drie uur was hij sneller dan Duiker in 1940.

De tijden veranderen, de eisen verzwaren. Al eenentwintig jaar is het er niet van gekomen, maar zodra Koning Winter het toestaat moet de Tocht der Tochten binnen een week kunnen worden geschaatst. Was het maar zover. Er zijn nog iesbewiezen verkrijgbaar. En het bestuur? Dat is er klaar voor.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde het bestuur bij de haven van Baflo. Ook te zien en te lezen op de blog Op verkenning door Het Hogeland.

zaterdag 3 februari 2018

De schaatsende kuiper uit Menkeweer


Over een week gaan we weer voor gouden Olympische schaatsmedailles in Zuid-Korea. Tot nu toe verloopt de Groningse winter helaas zonder krachtige slagen over het natuurijs van de Warffumermaar richting Onderdendam. Toen ik het traject pas bij dertien graden fietste kwam ik toch een eenzame schaatser tegen. Niet in levende lijve, maar onder zijn steen op het kerkhof van Menkeweer.

Menkeweer ligt een paar honderd meter boven Onderdendam op de weg naar Warffum. De wierde ontstond rond het begin van de jaartelling toen de vroege bewoners van het gebied droge voeten wilden. Voor het jaar 1000 waren er nog geen zeedijken en stroomde Noord-Groningen regelmatig onder water. In de Middeleeuwen werd een kerk op de wierde gebouwd. Ernaast kwamen een weem (een pastorie annex boerderij) en een klokkenstoel (een houten stellage waarin de klok werd opgehangen). Menkeweer bleef altijd een gehucht. Op het hoogtepunt bestond het uit twintig huizen, die in een ruime baan rond de wierde stonden.

De kerk van Menkeweer is in 1828 afgebroken, de weem is nu alleen nog boerderij. Op het kerkhof werd in 1903 voor het laatst iemand begraven. De overledenen rusten voort. Adriaan Jan van Roijen (1800-1874) bijvoorbeeld. Hij stamde uit een burgemeestersfamilie, was zelf jurist en vanaf 1856 zes jaar Eerste Kamerlid. Ook kantonrechter Anthonius Beckeringh (1791-1878) ligt er warmpjes bij. Daarachter, iets verder van het centrum van het kerkhof, rust de kuiper en wagenmaker Kornelis Derks Kuiper (1737-1827) in vrede. Op zijn grafsteen staat een kuip of een ton afgebeeld. Die maakte hij tenslotte tijdens zijn leven.

Maar KDK was ook een schaatser, die nog op zijn negentigste de Provinciale Groninger Courant haalde door van Onderdendam naar Bedum te schaatsen. “Bedum den 11 Januarij”, berichtte de krant. “Hedennamiddag is van Onderdendam alhier schaatsenrijdend aangekomen Kornelis Derks Kuiper, kuiper van beroep, te Onderdendam woonachtig, oud 90 jaren en 4 dagen”. Anderhalve maand later overleed de bejaarde schaatser. Hij rust op een fantastisch plekje, al meer dan honderdnegentig jaar.

Erik de Graaf

Met een foto van Otto Kalkhoven

zaterdag 27 januari 2018

Fladderak & roggebrood

 

Vroeger heette ‘t Witte Hoes in Adorp naar zijn uitbater, Café Slierma, schreef ik in een stukje in Op verkenning door Het Hogeland. Op bovenstaande foto staat kastelein Jan Slierma trots bij zijn drankkast. Striptekenaar Marten Toonder kwam als kind vaak in Adorp. Hij was in 1912 geboren in Rotterdam, maar zijn beide ouders kwamen  uit Noord-Groningen. Als zijn vader maandenlang op zeereis was ging moeder met de kinderen naar de familie in het hoge noorden. In Adorp woonde een zus van zijn moeder, tante Jo Huizinga. Ze was officieel de huishoudster van Jan Slierma, maar het hele dorp wist dat ze als man en vrouw samenleefden.

Familiebezoek aan het noorden stond voor de Toonders gelijk aan een kroegentocht. Eind januari 1932 maakte ook kapitein Toonder een reis naar zijn Noord-Groninger wortels. Per brief deed hij verslag aan zijn zoon Marten. In Winsum werd Senior door zijn zwager Klaas Wijko Zwaagman, de uitbater van De Gouden Karper, van de trein gehaald. “Dronk daar direct een fladderak, at roggebrood en genoot volop van de mooie vergezichten en de heerlijke rust.” Met Oom Wiek fietste hij naar Café Slierma in Adorp en naar Café Neptunus in Leens, waar Wieks zoon Fokko kastelein was. “Ook daar fladderak en vertellingen over de kroegclientèle”, schreef vader Toonder in zijn brief. ’s Avonds reden ze op de fiets via Warffum naar hotel-café Knol van zwager Willem Knol in Uithuizen. Het was koud en glad. De beijzelde bomen leken “bij de schijn van mijn carbidlamp wel een toverpaleisgang”.


In 1952 overleed Jan Slierma, een jaar later Jo Huizinga (hierboven samen op een fragment van een foto). Op het kerkhof van Adorp liggen ze nu al vijfenzestig jaar naast elkaar. Via een groen bordje zoekt de gemeente contact met de dierbare nabestaanden om het over de grafrechten te hebben. In het Café Slierma van voorheen is aanstaande zondag een jamsessie met de Groningse rocklegende Lou Leeuw.

Erik de Graaf

vrijdag 26 januari 2018

Lou for president


Adorp is het eerste dorp aan de provinciale weg van Groningen naar Lauwersoog. Rechts van de weg staat café-restaurant ‘t Witte Hoes. Op de vrijdagmiddag dat ik er een kop koffie wilde drinken was het dicht. Een buurman vertelde dat er na magere jaren tegenwoordig weer veel gebeurt in de kroeg, maar nu net even niet. Pech.

De dorpskroeg en de kerk. Eeuwenlang waren het de belangrijkste plekken van samenkomst. Honderd jaar geleden heette ‘t Witte Hoes nog Café Slierma. In 1922 nam Jan Slierma de herberg over van zijn vader. Op een A-locatie aan een drukke verharde weg. Bovendien stopten er tot 1939 nog weleens treinen in Adorp. De passagiers rustten wat in de herberg.

De striptekenaar Marten Toonder kwam vaak als kind in Adorp en zei ome Jan tegen Slierma. Marten was in 1912 geboren in Rotterdam, maar zijn ouders kwamen uit Warffum en Uithuizen. Als zijn vader op zeereis was ging moeder met de kinderen naar de familie. Zo’n familiebezoek was een soort kroegentocht. Drie zussen van moeder Toonder woonden met kasteleins. Een in Hotel-Café Knol in Uithuizen, een in De Gouden Karper in Winsum en dus ook een in Adorp. Officieel was tante Jo Huizinga de huishoudster van Jan Slierma, maar het hele dorp wist dat ze als man en vrouw samenleefden. Dat hielden ze vol tot aan hun dood. Op het kerkhof van Adorp, op nog geen honderd meter van het café, liggen ze inmiddels vijfenzestig jaar vredig naast elkaar. Via een groen bordje zoekt de gemeente contact met de dierbare nabestaanden om het over de grafrechten te hebben.

De nieuwe uitbater brengt nieuw leven in de brouwerij, vertelde de buurman. Overal in het dorp wordt een jamsessie aangekondigd met de Groningse rocklegende Lou Leeuw. Hij speelde met Cuby & the Blizzards en met Herman Brood. Al vijftig jaar toert hij door de provincie. En zondag is hij in Adorp, vanaf 16.00 uur. Live in The White House. Lou for president!

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde Lou Leeuw in zijn fotostudio in de kerk van Eppenhuizen. Ook te zien op de blog Op verkenning door Het Hogeland

vrijdag 19 januari 2018

Dijkbewaking


Tot aan zijn middel staat hij in het zoute water, aan de rand van Nederland. In zijn linkerhand zijn peilstok. Met zijn rechterhand boven zijn ogen tuurt hij over het Wad in de eindeloze verte. In het noordwesten ziet hij, als het niet te nevelig is, Schiermonnikoog liggen. Richting noordoosten ziet hij altijd wel een schim van de Rottums en recht vooruit heeft hij vrij uitzicht tot aan Noorwegen toe. Nou ja, bij wijze van spreken.

De IJzeren Wadloper staat sinds 2008 ten noorden van Pieterburen bovenop de zeedijk. Voor die tijd stond het roestvrijstalen beeld van kunstenaar Harm Blanken uit Nuis een kwart eeuw in het haventje van het wadloopdorp. Totdat grappenmakers hem bij wijze van oudejaarsstunt aan de dijk zetten. Een goed idee, vond de gemeente blijkbaar. En Rijkswaterstaat gaf toestemming om hem er te laten staan. Wat niet vanzelfsprekend was in verband met de veiligheid van de zeewering.

Eigenlijk is hij dus een wadloper, maar ik noem hem altijd de dijkwachter. Bovenop de zeedijk, de waker tegen de elementen, bekijkt hij of alles zijn gewone loop neemt. Is er storm op komst? Zijn er schepen in de problemen? Loopt het vee er goed bij? Precies zoals de voogden van Rottumeroog, of ze nu Van Dijk of Toxopeus heetten, eeuwenlang over het Waddengebied waakten. En Rijkswaterstaat op een andere manier nog steeds.

Afgelopen weekend kwam ik hem weer tegen op een fietstocht via Pieterburen door de Linthorst Homanpolder naar de Waddendijk. Nooit kan ik hem zomaar voorbijfietsen. Mijn dijkwachter heeft tenslotte het mooiste uitzicht van het land. Over wolken en wad, de enige overgebleven oorspronkelijke vormen van natuur in Nederland. Dat vond in ieder geval Geert Mak in Het ontsnapte land uit 1998. Maar vergeet de rust niet, de frisse lucht en ’s nachts de duisternis. Reden om er zuinig op te zijn. Ik zette mijn fiets tegen de roestkleurige sokkel van de IJzeren Wadloper en genoot een poosje samen met hem van het majestueuze uitzicht.

Erik de Graaf

Uit de serie Op verkenning door Het Hogeland. Foto's van Otto Kalkhoven.

woensdag 17 januari 2018

Een operatie die nooit plaatsvond


Eind vorig jaar overleed Hans Besançon. Ik las het afgelopen zaterdag in een mooi artikel in de NRC. Begin 1997 recenseerde ik in het historisch tijdschrift Groniek een eigenaardig boek van de Britse ex-spion Christopher Creighton. Operatie JB. Het laatste geheim van WO II, heette het boek. “Een 007- karaats thriller”, schreef ik, “goed voor een ontspannen avondje leesplezier als hij niet met zoveel aplomb als historische waarheid zou zijn gepresenteerd”.

In het eerste deel beschreef Creighton (1924-2013) hoe hij in mei 1945 met de Britse geheime dienst Hitlers privésecretaris Martin Bormann uit de puinhopen van Berlijn ontvoerde. In het tweede deel hoe hij persoonlijk een Nederlandse onderzeeër K-XVII in de Indische Oceaan opblies. Op zijn zeventiende. Het was december 1941 en alleen Churchill, Roosevelt én koningin Wilhelmina waren op de hoogte.

Aan het eind van de recensie adviseer ik de boekhandels om Creightons Operatie JB (jawel, naar James Bond) met spoed naar de afdeling fictie te verhuizen. Ruim een jaar later stuurde Hans Besançon, de zoon van de commandant van de K-XVII, me een boekje over de K-XVII. “Met dank voor de heldere bespreking, waardoor mijn grimmige boosheid ietwat werd verlicht - Velzen-Zuid, 15 september 1998”.

De recensie kunt u na 21 jaar nog vinden door HIER te klikken.

Erik de Graaf

vrijdag 12 januari 2018

Van Lains noar Klooster


In 2017 kozen de inwoners van Bedum, De Marne, Winsum en Eemsmond de naam van de nieuwe gemeente. Er waren drie mogelijkheden: Het Hogeland, Hunsingo en Marenland. De eerste won glansrijk met 71% van de stemmen. Vier trotse burgemeesters maakten de uitslag bekend.

Historisch gezien was Hunsingo een betere keuze geweest. Dat was vanaf de Middeleeuwen een bestuurlijke eenheid, die vrijwel het gehele territorium van de nieuwe gemeente besloeg. Het Hogeland was een geografische aanduiding voor het boven de zeespiegel gelegen gebied tussen de Waddenkust en de lijn Winsum-Onderdendam-Middelstum. Het land van wierden en kwelderwallen. De zuidelijke delen van Bedum en Winsum liggen lager en vielen buiten dat Hogeland, evenals het uiterste westen bij Zoutkamp. In het noordoosten pakte het Hogeland er juist dorpen als Garsthuizen en Spijk bij, die nu bestuurlijk bij de oosterburen van Loppersum en Delfzijl horen. Middelstum hoorde bij Hunsingo én bij het Hogeland, maar is nu deel van de gemeente Loppersum.

Maar goed. De stemmers kozen niet voor historische precisie, maar voor de emotie van Het Hogeland. “En bovendien hebben we dan gelijk een volkslied”, leken ze te denken. ’t Hogeland van Ede Staal. Wie kent het niet? De in 1941 in Warffum geboren, maar in Leens opgegroeide troubadour bezong het gebied van zijn jeugd met zoveel liefde en gevoel, dat het inmiddels ook ver buiten Groningen bekend is. De klanken van Ede Staal zijn verankerd in het DNA van bijna alle Groningers van boven de dertig, vertelde de Groninger acteur, cabaretier en zanger Marcel Hensema niet lang geleden in De Wereld Draait Door. De “lucht achter Oethoezen”, het “torentje van Spiek” bij de buurgemeente en “de weg van Lains noar Klooster”. Dat laatste, die weg bestaat zo helemaal niet. In 1958 fietste Ede met een meisje van Leens naar Kloosterburen. Blijkbaar een onvergetelijke herinnering, maar om in Kloosterburen te komen moesten ze in Kruisweg rechtsaf. Maar stel je voor: “van Lains via Kruusweg noar Klooster”. Dat klinkt veel minder goed.

Erik de Graaf

PS: gisteren in de Ommelander Courant, nu op blog over Het Hogeland. Wilt u reageren? Klik hier.

dinsdag 9 januari 2018

Op volle kracht vooruit door de ruit


“Een uitzonderlijke situatie.” Zo noemt de politie het ongeluk van een 86-jarige man, die vanochtend met zijn scootmobiel het raam uitreed. Het is nog onduidelijk of hij de lift in wilde of dat hij er net uit kwam. Trieste zaak. Ik kan me goed inleven. Ik had even een déjà vu.

In de barre winter van 1963 kreeg ik een mooie rode skelter met een grote nummer 3 voor mijn verjaardag. Maandenlang kon ik er alleen binnenshuis mee rijden. En soms over de galerij van onze Vlaardingse jaren-zestig-flat. Altijd met de handrem erop, want de buren mochten er geen last van krijgen, vond mijn moeder. Buiten was het te koud voor een jongen van vijf op een skelter. En de sneeuw wilde maar niet wijken. De galerij van de tweede woonlaag was smal. Op mijn linkerhand is nog altijd een litteken zichtbaar, dat ontstond toen die bekneld raakte tussen mijn skelter en de spijltjes van de balustrade.

Pas in maart kon ik eindelijk op mijn skelter de wijde wereld in. Onder begeleiding van mijn vader reed ik onze woning uit. Twintig meter over de galerij naar het trappenhuis. Om daar achteruit de lift in te steken. Van de tweede verdieping moest ik naar de begane grond. De adrenaline schoot door mijn vijfjarige lijf. Beneden aangekomen opende mijn vader de liftdeur. Op volle kracht stoof ik naar voren. Helaas dwars door een draadglazen ruit in de centrale hal van het flatgebouw. Mijn vader kon er wel om lachen. De huismeester vond het niet leuk. De bestuurder bleef ongedeerd, de skelter had alleen wat lakschade. Hopelijk komt de 86-jarige man er ook goed vanaf.

Er is nog een oude foto van die verjaardag uit 1963. Trots zit ik op mijn nieuwe skelter, de benen nonchalant over elkaar geslagen. Naast me de "camion", die ik van mijn buurmeisje Isabelle Rademakers had gekregen. Ze had een Franse moeder en een beroemde oom, maar wist niet dat een “camion” een vrachtwagen was.

Erik de Graaf

vrijdag 5 januari 2018

Zonder verhuizing naar een nieuwe gemeente


Even voorstellen: Otto Kalkhoven is fotograaf in Eppenhuizen, ikzelf ben historicus, leraar en schrijver in Warffum. Allebei wonen we nu dus in Eemsmond, maar over een jaar in een nieuwe gemeente. Zonder te verhuizen, want we willen helemaal niet weg uit Noord-Groningen. We zijn verknocht aan dit gebied.

Per 1 januari 2019 gaan Bedum, De Marne, Eemsmond en Winsum samen op in Het Hogeland. De nieuwe gemeente strekt zich uit van het Lauwersmeer tot aan de Eemshaven. Van Adorp tot aan Zoutkamp, van bijna in de stad tot aan het Wad. Vijftig grote en kleine dorpen heeft Het Hogeland en bijna vijftigduizend inwoners. Dat alles op ruim negenhonderd vierkante kilometers, waarvan een flink deel Waddenzee is. Met Rottumeroog en Rottumerplaat als overzeese gebiedsdelen. Tot aan de definitieve herindeling in januari 2019 verkennen Otto en ik de grenzen van onze nieuwe gemeente. We fietsen langs akkers en weiden, varen over de maren, waden door de bragel en wandelen door de dorpen. We nemen weemoedig afscheid van wat we hebben, maar verheugen ons vooral op wat er komt. In gesprekken over verleden, heden en toekomst met de mensen die we onderweg tegenkomen gaan we op zoek naar het karakter van de gemeente Het Hogeland.

Erik schrijft wekelijks een column over onze zoektocht. Tweeënvijftig keer driehonderddrieëndertig woorden over een belangrijke stap naar de nieuwe gemeente, een karakteristieke plek, een historische gebeurtenis of een markante bewoner. Elke keer met een foto van Otto. Op locatie gemaakt of in zijn studio in de kerk van Eppenhuizen. De ene keer illustreert het beeld de tekst, de andere keer beschrijft de tekst het beeld. De columns en de foto’s verschijnen elke donderdag in de Ommelander Courant, een dag later in een blog. Lezers worden opgeroepen om te reageren. Reacties en tips worden verwerkt in een definitieve versie van de tweeënvijftig blogs, die eind 2018 in boekvorm verschijnen. Een welkomstbundel voor de inwoners van de nieuwe gemeente Het Hogeland.

Erik de Graaf & Otto Kalkhoven

PS: gisteren in de Ommelander Courant, vandaag op een blog. Het begin van een serie. Wilt u reageren? Klik hier.