maandag 6 augustus 2018

Kamp Lauwerpolder


Eind mei 1947 liftte de tweeëntwintigjarige Dick de Vries van Bloemendaal naar Noord-Groningen. Hij was erkend als principieel dienstweigeraar en moest voor zijn vervangende dienst naar het Kamp Lauwerpolder boven Usquert. De reis verliep voorspoedig. In Groningen kreeg hij een lift van een ambtenaar van het Bureau Oogstvoorziening, die toevallig voor zijn werk in de Lauwerpolder moest zijn. Die dag meldden zich honderdzeven dienstweigeraars in het kamp. In de loop van de zomer zou het aantal oplopen tot boven de honderdvijftig. Ver weg, afgelegen en kaal vonden ze het. “Het kamp ligt helemaal weggedrukt tegen de dijk van de Waddenzee”, schreef dienstweigeraar Ernst Hulst naar huis.

In 1935 waren nieuwe landaanwinningswerken begonnen boven de Waddendijk. “Hier wordt vruchtbaar land ontwoekerd aan de baren”, kraaiden de kranten. Om de landaanwinning te versnellen besloot de Rijksdienst voor Werkverruiming kampen te bouwen voor werklozen uit heel Nederland. Boven Usquert ontstond Kamp Lauwerpolder. Twee lange barakken in V-vorm met slaapzalen, een huiskamer, een waslokaal en een ziekenzaal. Twee kortere barakken maakten van de V een driehoek. Kamp Lauwerpolder werd pas in het najaar van 1940 opgeleverd, toen de oorlog al was uitgebroken. De Duitsers zetten de plannen in de Lauwerpolder gewoon door. Eerst met werklozen en later met Nederlandse jongeren in een soort maatschappelijke dienstplicht. Na de bevrijding kwamen er weer werklozen, totdat het kamp in mei 1947 werd ontruimd voor de dienstweigeraars van diverse pluimage: van student tot metselaar en van Jehova’s tot pacifistische socialisten.

In de zomer van 1947 werkten de dienstweigeraars niet in de landaanwinning, maar voor het Bureau Oogstvoorziening bij boeren in de wijde omgeving. Er was een groot tekort aan landarbeiders, onder andere doordat veel boerenzoons en knechten als soldaat naar Nederlands-Indië waren. Dat de dienstweigeraars hun plaatsen op het land innamen had iets ironisch. Ze werden niet altijd vriendelijk door de boeren ontvangen, maar ze werkten voor wat ze waard waren. Na de warme zomer werd het koud en vochtig in Kamp Lauwerpolder. Het tochtte en lekte in de barakken en er kwam geen warme werkkleding. Die herfst weigerden de dienstweigeraars om aan het werk te gaan. De stakers werden gesteund door dokter Jansma en dominee Gaaikema uit Uithuizen, die de Lauwerpolder ongeschikt vonden als winterkwartier. Eind november 1947 werden de dienstweigeraars overgeplaatst naar het beschutte Drentse Vledder.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde het bosje waar tot 1960 Kamp Lauwerpolder stond. Lees de hele serie Op verkenning door Het Hogeland.

1 opmerking:

Harry Perton zei

Zit hier niet een wat groter stuk in voor Stad & Lande?