Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht ranum. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht ranum. Sorteren op datum Alle posts tonen

woensdag 2 april 2014

De busramp bij Ranum


Kort voor half acht vanochtend werd op een onbewaakte spoorovergang bij Winsum in dichte mist een auto geschept met een dodelijk slachtoffer als gevolg. Vrijwel op dezelfde plek als waar in juli 1980 onder vergelijkbaar mistige omstandigheden twee treinen op enkel spoor op elkaar reden: negen doden en vele gewonden. De vergelijking werd snel gemaakt. Een andere treinramp lijkt uit de herinnering vervaagd. In oktober 1940 vonden dertien mensen de dood toen hun bus even buiten Winsum bij Ranum tegen een trein botste (zie foto A.P. Prins). Ook hier was dichte mist de oorzaak. In 2005 schreef ik al eens een stukje over de ramp bij Ranum in het Dagblad van het Noorden:

Het was knap mistig in de vroege ochtend van woensdag 16 oktober 1940, maar toch ook weer niet zo dat je geen hand voor ogen zag. Tweehonderd meter zicht, volgens machinist Warris van de trein van Zoutkamp naar Groningen. Om een uur of zeven boorde die trein zich op de onbewaakte spoorwegovergang bij Ranum, even boven Winsum, in een bus die zesentwintig werklozen uit Groningen naar de werkverschaffing bij Westernieland bracht. Het Nieuwsblad van het Noorden van die avond beschreef de ravage: “De bus was uiteengereten, zoodanig, dat het chassis ter hoogte van het midden van den trein langs de spoorweg kwam te staan”. Overal lagen brokstukken, daar tussenin de lichamen van de busreizigers. De trieste balans: negen passagiers waren op slag dood, twee stierven onderweg naar het ziekenhuis in Groningen. Enkele dagen later bezweken nog twee inzittenden aan hun verwondingen. Dertien doden. Twaalf werklozen uit Groningen, die in het kader van de werkverschaffing aan de inpoldering van de Linthorst Homanpolder werkten. En dan nog hun buschauffeur.

In 1939 was begonnen met de inpoldering van de Slikken, het modderige kweldergebied ten noorden van Westernieland. Anderhalf jaar moest de inpoldering onder auspiciën van de Inspectie voor de Werkverruiming werk geven aan duizenden werklozen. Dertienhonderd mannen zouden er aan de slag kunnen, waarvan er zeshonderd doordeweeks in het nieuw te bouwen werkkamp in Westernieland zouden wonen. De rest zou dagelijks in twintig bussen van Groningen naar Westernieland worden vervoerd. In oktober 1939 moest de nieuwe dijk klaar zijn, aldus de strakke planning. Een jaar later moest de nieuwe polder, ruim 400 hectare groot, klaar zijn. Maar het zou anders lopen. Hevige stormen bemoeilijkten het werk al in het voorjaar van 1939. In september 1939 begon Duitsland de Tweede Wereldoorlog met als gevolg dat honderden jonge arbeiders uit de Slikken gemobiliseerd werden. Vertraging na vertraging. De nieuwe polder, zo ambitieus begonnen, kwam niet op tijd in 1940 af, maar pas in 1947.


Op de dijk in Westernieland, op een steenworp afstand van het voormalige werkkamp, staan  nu twee monumenten. Een voor de inpoldering van de Linthorst Homanpolder, genoemd naar de toenmalige Groningse Commissaris van de Koningin. “Dei nait wil diek’n mout wiek’n”, klinkt het heldhaftig. Het tweede monument staat twintig meter verder, maar dan onderaan de dijk (zie foto EdG). Het is ter nagedachtenis aan hen die hun beste krachten hebben gegeven aan de indijking van de polder en “daarbij door een noodlottig ongeval om het leven kwamen”. Veertien personen, waaronder de dertien van de busramp bij Ranum. Om kwart over zes was de bus als laatste in een konvooi van acht uit Groningen vertrokken. Al snel had hij de aansluiting met de andere bussen verloren. In de mist heeft chauffeur Klaas Havers misschien nog geprobeerd de andere in te halen, maar bij Ranum was de reis ten einde. 

De eerste negen slachtoffers werden drie dagen later onder grote belangstelling begraven op de Zuiderbegraafplaats aan de Hereweg in Groningen. De Commissaris van de Koningin en de burgemeester voerden het woord, maar ook een afgevaardigde van de Duitse Rijkscommisaris Seys Inquart. Volgens het Nieuwsblad van het Noorden waren duizenden belangstellenden toegestroomd om er een indrukwekkende plechtigheid van te maken. In een hoek van de begraafplaats zijn de graven van elf slachtoffers nog steeds terug te vinden. Een twaalfde, Uiltje van der Sluis, werd elders op de Zuiderbegraafplaats in een familiegraf bijgezet. Chauffeur Havers werd in zijn woonplaats Zwolle begraven.

Erik de Graaf

dinsdag 12 februari 2008

Poldermonumenten aan het Wad


Polder zover het oog reikt. In de verte de zeedijk boven Westernieland. De polder is van 60 á 70 jaar geleden. In 1939 was begonnen met de inpoldering van de Slikken, het modderige kweldergebied ten noorden van Westernieland. Anderhalf jaar moest de inpoldering onder auspiciën van de Inspectie voor de Werkverruiming werk geven aan duizenden werklozen.
Dertienhonderd mannen zouden er aan de slag kunnen, waarvan er zeshonderd doordeweeks in het nieuw te bouwen werkkamp in Westernieland zouden wonen. De rest zou dagelijks in twintig bussen van Groningen naar Westernieland worden vervoerd. In oktober 1939 moest de nieuwe dijk er staan, aldus de strakke planning. Een jaar later moest de nieuwe polder, ruim 400 hectare groot, klaar zijn. Maar het zou anders lopen. Hevige stormen bemoeilijkten het werk al in het voorjaar van 1939. In september 1939 begon Duitsland de Tweede Wereldoorlog met als gevolg dat honderden jonge arbeiders uit de Slikken gemobiliseerd werden. Vertraging na vertraging. De nieuwe polder, zo ambitieus begonnen, kwam niet op tijd in 1940 af, maar pas in 1947.
Bij de dijk in Westernieland, op een steenworp afstand van het voormalige werkkamp De Slikken, staan nu twee monumenten. Een voor de inpoldering van de Linthorst Homanpolder (zie foto onder), genoemd naar de toenmalige Groningse Commissaris van de Koningin. “Dei nait wil diek’n mout wiek’n”, klinkt het heldhaftig met een woord van dank aan de hoge heren. Twintig meter verder, onder aan de dijk, staat een tweede monumentje (zie foto boven). "Ter nagedachtenis aan hen, die in 1939 en in 1940 hun beste krachten hebben gegeven aan de indijking van deze polder, en daarbij door een noodlottig ongeval om het leven kwamen." Daarnaast veertien namen. Dertien van hen verongelukten op 16 oktober 1940, toen hun bus in dikke mist bij Ranum op een trein botste. Het waren werklozen uit Groningen, die in het kader van de werkverschaffing bij de inpoldering waren ingezet. Om kwart over zes was de bus als laatste in een convooi van acht uit Groningen vertrokken. Al snel had hij de aansluiting met de andere bussen verloren. In de mist heeft de chauffeur misschien nog geprobeerd de andere bussen in te halen, maar bij Ranum was de reis ten einde.

Erik de Graaf


zondag 20 mei 2018

Poldermonumenten



Landaanwinning. In februari 1939 werd begonnen met de inpoldering van de kwelders ten noorden van Pieterburen en Westernieland. In anderhalf jaar moest de klus worden geklaard. De Rijksdienst voor de Werkverruiming, zoals de werkverschaffing officieel heette, zou zorgen voor voldoende arbeidskrachten. Dertienhonderd mannen uit het hele land. Werkeloze kunstenaars, kappers of kantoorklerken werkten ineens lange dagen in de vette zeeklei. Zeshonderd van hen werden ondergebracht in het werkkamp De Slikken, vlak bij de dijk. De rest werd dagelijks met bussen vanuit Groningen aangevoerd.

Volgens de strakke planning zou de nieuwe dijk er al in oktober 1939 staan. Een jaar later moest de polder klaar zijn, maar het zou anders lopen. Eerst bemoeilijkten hevige stormen het werk. Daarna gooide de Tweede Wereldoorlog roet in het eten. Vertraging volgde op vertraging. In de oorlogsjaren werd het werk onder Duitse leiding voortgezet, maar de nieuwe polder kwam pas na de oorlog af.

Op de dijk boven Westernieland stond ik maandag bij het monument voor de inpoldering van de Linthorst Homanpolder. “Dei nait wil diek’n mout wiek’n”, klinkt de Groningse strijdkreet in de strijd tegen de zee in steen. Onderaan de dijk staat een tweede monumentje ter nagedachtenis aan veertien mannen, die bij de inpoldering om het leven kwamen. Een van hen raakte tijdens het werk onder een werkspoorlocomotief. De anderen verongelukten toen hun bus in oktober 1940 in dikke mist bij Ranum op de trein van Zoutkamp naar Winsum botste. Twaalf werklozen en hun chauffeur. ’s Ochtends vroeg was de bus als laatste in een konvooi van acht uit Groningen vertrokken, maar door de dichte mist verloor de chauffeur de aansluiting met de andere bussen. In de mist heeft hij nog geprobeerd de andere bussen in te halen, maar bij Ranum kwam de reis met een knal tot een einde.

De natte kwelders hebben plaatsgemaakt voor vruchtbare landbouwgrond. Vanaf de poldermonumenten is het vijftig meter lopen naar het voormalige werkkamp De Slikken, dat tegenwoordig als recreatieaccommodatie in gebruik is. Het kan verkeren.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde het monumentje onder aan de dijk bij de Linthorst Homanpolder. Voor de hele serie kunt u hier klikken: Op verkenning door Het Hogeland

vrijdag 21 december 2018

Storm op de Boschplaat

In de nacht van 22 op 23 december 1894 raasde er een zware storm over Nederland. Op de Waddenzee werden windstoten van orkaankracht gemeten. De vloed kwam op veel plaatsen hoger dan ooit. Op Rottumeroog nam voogd Guitje van Dijk de volgende ochtend de schade op. In zijn journaal meldde hij ook zijn zorgen over twee scheepjes op de Boschplaat, die na de storm nergens meer te bekennen waren.

Later op de dag werd de jutter en robbenjager Jan Brands uit Noordpolderzijl gered. Die avonds vertelde hij zijn verhaal in de warme keuken van de boerderij op Rottumeroog. Met zijn zeventienjarige knecht Folkert Bos had Brands een paar dagen eerder op de Boschplaat een lek in zijn schip opgelopen. Met een sloep haalden ze materialen en gereedschappen voor de reparatie uit Noordpolderzijl. Terug op de Boschplaat vlotte de reparatie niet. Ze werden verrast door de storm en bonden zich vast aan het grote baken op het hoogste duin. Om negen uur ’s avonds zou het water weer zakken, wist Brands. Maar het water zakte niet. De storm zwol aan tot orkaankracht en het water steeg tot een hoogte die ze nog nooit hadden meegemaakt.

Folkert had nog even over zijn ouders in Ranum gesproken, die hem met Kerst thuis verwachtten. Daarna was hij stil. De tijd verstreek. Het ijzeren baken kreunde onder het natuurgeweld. Steeds hoger kwamen de woeste golven. Brands hoorde Folkert naar adem snakken. Hij brulde hem toe om moed te houden. Tevergeefs. Even later hing Folkert met zijn hoofd opzij en bewoog hij niet meer. Na de storm legde Brands het lichaam van Folkert op een droge plek en ging op zoek naar hulp.

Jan Brands werd gered. De volgende ochtend stuurde de voogd een paar man naar de Boschplaat om het lichaam van Folkert te halen. Hij beschreef het kort en zakelijk in zijn journaal: “24 December 1894. De gezonken praam weder drijvend gekregen en deze geborgen en het lijk van de knecht, die bezweken was, vandaar gehaald”. Op Eerste Kerstdag werd het lijk van Folkert naar de wal gebracht en thuis in Ranum bij zijn ouders afgeleverd.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde een compositie van oude gereedschappen. Alle columns en foto’s van Op verkenning door Het Hogeland zijn gebundeld in een boek. U kunt het bestellen op www.opverkenningdoorhethogeland.nl

zaterdag 5 januari 2008

GraafWerk in uitvoering

Het is vandaag 5 januari 2008. Bijna twee jaar geleden startte ik mijn politieke weblog als GroenLinks gemeenteraadslid in het Noord-Groningse Eemsmond. Met enige regelmaat noteerde ik mijn belevenissen als lokaal politicus, totdat ik eind oktober 2007 na zeven jaar afscheid nam als raadslid. Sindsdien ligt die weblog stil. Op afscheid volgt afstand nemen.

Een aantal maanden vóór de start van mijn lokaalpolitieke weblog begon ik Werk in Uitvoering. Als een soort kladblok bij mijn website als historicus. Met wat minder regelmaat, maar toch geregeld, schreef ik daar "stukkies" over geschiedenis, politiek, cultuur en literatuur. Niet te zwaar, niet hoogdravend, maar luchtigjes en vooral tussen de bedrijven door. Over een busramp bij Ranum in 1940 bijvoorbeeld. Over het herstel van de wierde Helwerd bij Rottum. Of over de dood van een vriend in een Stasigevangenis in 1981.

De "stukkies" waren best aardig. De vorm als aanhangsel van mijn website beviel me echter niet. Vanaf vandaag vertoon ik mijn opgravingen op deze weblog. Met enige onregelmaat, zoals ik nu al realistisch vrees. In de blog GraafWerk worden bovendien de thema's van de bovenbeschreven inspanningen gecombineerd. Na zeven jaar politiek valt het niet helemaal mee mijn mond te houden over ontwikkelingen in mijn naaste omgeving..

Dames en heren! Ik hef het glas en verklaar deze nieuwe weblog FEESTELIJK voor geOPENd!

Erik de Graaf