woensdag 3 november 2010

Josephus Jitta keurt Indonesiëweigeraars

Theo Toebosch schreef Uitverkoren zondebokken over de Nederlands-joodse familie Josephus Jitta. Op een of andere manier was ik altijd gefascineerd door de naam Josephus Jitta. Jaren geleden kwam ik hem tegen in het archief van de linkse advocaat en PSP-senator Hein van Wijk (1907-1981). Van Wijk was advocaat geweest van jonge mannen, die tussen 1946 en 1949 weigerden zich als soldaat naar de koloniale oorlog in Nederlands-Indië te laten verschepen.

Een tegenspeler van Hein van Wijk was prof. mr. A.C. Josephus Jitta (1887-1958), in die tijd voorzitter van de Commissie van Advies inzake Gewetensbezwaren tegen de Krijgsdienst. Die commissie moest toetsen of gewetensbezwaarden religieus en pacifistisch genoeg waren om als principieel dienstweigeraar erkend te worden.

In augustus en september 1947 reisde de professor naar Nederlands-Indië om een onderzoek in te stellen naar weigerachtige dienstplichtigen, die ondanks hun beroep op de dienstweigerwet in Indië waren terechtgekomen of pas daar een beroep op die wet hadden gedaan. In zijn rapportage, NIET VOOR PUBLICATIE BESTEMD, aan de minister van Oorlog schreef Josephus Jitta dat bij de troepen in Indië slechts 24 principiële dienstweigeraars bekend waren. Negentien overigen hadden bij aankomst in Indië blijkbaar gewoon zonder morren dienst genomen.

Die 24 dienstweigeraars waren door de Krijgsraad in Batavia wegens “desertie in tijd van oorlog” tot een milde celstraf van drie á vier maanden veroordeeld. Op voorwaarde dat ze na hun boetedoening hun militaire dienst in Indië zouden hervatten. Veertien van hen hadden na hun straf aan die voorwaarde voldaan. Met een aantal van hen sprak Jitta uitgebreid.

Opvallend is dat zij lijken te zijn veranderd van dienstweigeraars in toegewijde militairen. In zijn rapport bagatelliseert Josephus Jitta de bezwaren van de weigeraars. Ze waren niet principieel, vond hij, maar veroorzaakt door angst voor het vreemde buitenland of door heimwee naar ouders of verloofde. In hun angst hadden sommigen ze zich in Nederland laten voorlichten over de mogelijkheden om onder de dienstplicht uit te komen. Josephus Jitta adviseert de minister “een strafvervolging wegens opruiing tot desertie” tegen de Groningse advocaat S.K. de Waard in te stellen. De Waard zou enkele militairen hebben aangemoedigd onder te duiken, “waardoor van de hele zaak waarschijnlijk niets meer terecht zou komen”.

Van 43 weigeraars in Indië, in Nederland waren er véél meer, konden er naar de mening van Josephus Jitta uiteindelijk maar twee erkend worden. De doopsgezinde S. de Boer en een Zevendedagsadventist, J. Vennik. Van twee andere weigeraars, Bouke Planting en H.J. van der Woerd, waren de bezwaren volgens Josephus Jitta overwegend van politieke aard en daarom niet als gewetensbezwaren te erkennen.

Josephus Jitta besloot zijn rapportage met een persoonlijke opmerking: “Dat 80.000 Hollandse jongens uit alle steden en dorpen, van iedere stand en geloof, Indië leren kennen en waarderen en hun indrukken schrijven naar huis, is van niet te schatten betekenis”. Inmiddels wordt toch wel iets anders tegen die episode aangekeken.

Erik de Graaf

4 opmerkingen:

Peter zei

Mijn vader, Rienus Hartog, is Indie-weigeraar en overleden in 1985. Ik kende een aantal verhalen van hem over zijn motieven en over zijn detentie in Schoonhoven, Spijkerboor en Bankebosch. Steeds meer raak ik in de ban van die geschiedenis. Daar waar de kleine familiegeschiedenis bepaald wordt door de grote geschiedenis. Uit onderzoek ben ik er achter gekomen dat mijn vader, die beroep heeft gedaan op de wet gewetensbezwaarden, in het proces voor de krijgsraad is verdedigd door Hein van Wijk.Onlangs heb ik contact gehad met 2 indieweigeraars, zij verzekerden mij dat de processen voor de krijgsraad heel kort waren, in tientallen minuten was je proces achter de rug. Waarom een reactie op deze site? Ik ben voor mijzelf een soort zoektocht begonnen naar het verhaal van mijn vader.Ik heb verhalen van hem gehoord, maar ik besef meer en meer dat het verhaal anders naarmate ik ouder wordt. Daarom wil ik opnieuw naar het verhaal met wat ik nu weet en wat ik nu ben ( vooral leeftijd).Daarbij kan ik allerlei bronnen gebruiken. Daarom kom ik ook op deze site en wil met mijn reactie waardering uitspreken voor het werk van Erik de Graaf. het helpt mij bij het opnieuw construeren van het verhaal van mijn vader.

Peter zei

ik wordt is een fout door het late uur

Erik de Graaf zei

Beste Peter, hartelijk bedankt voor je reactie op mijn stukjes over Indiëweigeraars. Fijn om te lezen dat ze helpen om verhalen te reconstrueren. Misschien heb ik nog wel meer info, die daarvoor van belang kan zijn. Als je daarvan gebruik wilt maken moet je me even mailen op erik[at]bureau-graafwerk.nl
Groeten en nogmaals dank,
Erik

martin zei

Hoi Erik,

Lees net het bijgaande art. uit Het dagblad : uitgave van de Nederlandsche Dagbladpers te Batavia
08-09-1947 . Even later kwam ik hier terecht. Sluit mooi aan bij je blog.

Martin

Het mag niet zo lang. Stuur het wel per mail

„Het is een merkwaardig verschijnsel, dat een groot aantal van de principiële dienstweigeraars; die met de Zeven December Divisie naar hier zijn gekomen, hun bezwaren na verloop van tijd hebben laten vallen".