vrijdag 30 april 2010

Veldwachter Kuilder


Warffum was in de Tweede Wereldoorlog een dorp als alle Nederlandse dorpen. Er waren goede en foute Warffumers en alle gradaties daartussenin. Tot de goede Warffumers behoorden de rijksveldwachters Gerrit Kuilder en Paul Schoemaker. Ze weigerden mee te werken aan de deportatie van hun joodse dorpsgenoten. Kuilder was in de Oosterstraat buurman van het joodse gezin van Benjamin Broekema, dat in 1942 via Westerbork naar Auschwitz werd getransporteerd. Daar werd de familie Broekema vergast.

Kuilder en Schoemaker werden in 1943 voor hun “ongehoorzaamheid” opgepakt. Na een poosje in Ommen te hebben vastgezeten werden ze overgebracht naar Kamp Amersfoort. Kuilder kwam er aan op 12 oktober 1943. Bijna een half jaar later, op 16 maart 1944, maakte medegevangene Kornelis Mulder een potloodtekening van Kuilder in zijn kampkledij. Kort daarop ontsnapte Kuilder uit de trein die hem naar Duitsland moest brengen. Het laatste jaar tot de bevrijding was hij ondergedoken op het Groningse Hogeland, grotendeels bij zijn gezin thuis in Warffum. Bij onraad was er een kruipruimte op zolder.

Kuilders collega Schoemaker werd als gevolg van mishandelingen als invalide uit Kamp Amersfoort ontslagen. Hij keerde terug naar Warffum, waar hij zich het laatste jaar van de oorlog moeizaam met krukken voortbewoog. Op de dag van de bevrijding gooide hij zijn krukken weg en danste hij uitbundig door de straten. Hij bleek zijn invaliditeit voor de Duitsers te hebben gesimuleerd.

Erik de Graaf

Geen opmerkingen: